Hoe overleef je de cultuursector?
Een handleiding voor startende podiumkunstenaars
Egon Schoelynck
Evelien Cammaert – ‘Glowachrome Garden’ © Evelien Cammaert
Het jaarlijkse Playground festival in Leuven, georganiseerd rondom ‘live arts’ oftewel performancekunst op het snijvlak tussen de theaterzaal en het museum, vond dit jaar uitzonderlijk enkel plaats in M omdat STUK, de andere organiserende partner, in verbouwing is. De enkele performances die ik kon zien leverden een spannende focus op het concept ‘rekbare tijd’ op.
Vanuit de trein door de regen betreed ik M en volg de menigte omhoog langs de trap, waar de doorlopende performance Time Is Doing van Esther Kläs en Gustavo Gomes bezig is . Ik tref de twee performers aan die bijna immobiel tegen de vensterbank van een groot raam hangen, als verveelde pubers voor een televisiescherm. Ze staren de inkom van de tentoonstelling Neem je tijd op de eerste verdieping in. Hun poses lijken nonchalant maar je voelt hun inspanning. Zo nu en dan verandert een been van positie of draait een arm, totdat een van de twee lichamen ondersteboven hangt, bijna zijwaarts over de muur begint te kruipen en noodgedwongen zijn blik van de tentoonstelling moet afwenden, terwijl christelijk koorgezang op de achtergrond klinkt. Rustgevend.
Waar richten we onze aandacht op? En met welke snelheid? Geldt de titel waar ze naar staren ook voor ons? Beneden in de hal stond vorig jaar een langzaam ronddraaiend platform met drie nog langzamer bewegende performers. Met die performance-installatie Creatures at rest van Alice Van der Wielen-Honinckx in het achterhoofd kan ik een zekere verwachting van traagheid niet negeren, die wel en niet ingelost zal worden, treffend en bijwijlen correct zal blijken.
Dit jaar is er de installatie Let Your Body Do All The Talking #1 te zien van Ruta Butkute. Voor de bezoeker die niet bij de activatie aanwezig kon zijn is er een videoregistratie van een eerdere activatie door performer Yurie Umamoto. De objecten ogen sowieso speels, maar als een zaalwachter aangeeft dat we de drie sculpturen mogen aanraken beleef ik een zeker kinderlijk enthousiasme. De objecten doen denken aan herkenbare speeltoestellen, een hellend vlak en een stoel. Maar ze hebben tegelijk iets weg van een prothese zonder duidelijke bestemming. Alsof ze iemand of iets ten dienste zouden kunnen staan. Ondertussen klinkt een vrouwenstem (Emily Kocken) die ons tot kalmte maant. Make yourself at home. Close your eyes. Take your time. Touch the sculpture. Wij worden de eigenlijke activators, en dat is soms spannender dan een passief gerichte blik.
Wij worden de eigenlijke activators, en dat is soms spannender dan een passief gerichte blik.
Het festival loopt vier dagen, van donderdagavond tot zondag. Het enige gaatje in mijn agenda is de traditionele rustdag en rust wordt op zijn wenken bediend met de eerste twee kalmerende ontmoetingen in het museum. Het betekent echter wel dat ik de meeste ‘voorstellingen’ aan mij voorbij heb moet laten gaan, omdat die hoofdzakelijk op de eerste drie dagen waren geprogrammeerd, terwijl ik toch zeker niet de enige bezoeker ben. Het is zelfs vrij druk. Maar voorstellingen zijn blijkbaar avondprogramma. Is dat teleurstellend voor een festival dat de grenzen tussen podium en beeldende kunsten wenst te slechten? Of had ik moeten schuiven om ook bij de avondvoorstellingen te kunnen zijn?
Toch betekent het museumprogramma geen ontbreken van live momenten. In de vorm van activaties worden installaties plotseling zowel kunstobjecten als theatrale decors voor een beleving. En krijgen ze een tweede, of zelfs een derde leven. In de torenkamer van het museum met uitzicht over de stad heeft Peter Morrens voor zijn performance PRTXT. een soort tijdelijk atelier ingericht met tafels en lampen en lichtbakken en allerlei visuele objecten en elementen. Op een verhoogd plateau heeft hij werken en reproducties van werken uit de collectie van M bij elkaar gebracht. We kunnen achter het plateau op een loopbrug plaatsnemen om naar beneden zijn werkplek in te kijken. Tijdens de activaties die op gezette tijden plaatsvinden loopt Morrens door die werkplek terwijl hij met humor en improvisatie commentaar levert op de struggles van het hedendaagse leven.
Juist in de confrontatie tussen de met geluidsfragmenten en live-videobeelden aangeklede reacties van Morrens op zijn omgeving vol visuele kunstobjecten ontstaat een spanningsveld dat de grenzen tussen voorstelling en tentoonstelling ondermijnt. Het werpt een ander perspectief op de rest van het museum. En dat heeft met tijd te maken, passend bij een live arts festival. Zoals Morrens zegt stoppen de voorstellingen nooit: ‘Er komt immers geen eind aan kijken.’ Wat betekent dat voor het begin?
Tegelijk is er ook van alles te zien zonder live component. In een aantal videowerken ondersteunt de camera de rol van de performer door als een doorgeefluik te functioneren. Niet alleen het kader en de focus, en dus datgene wat binnen en buiten het beeld valt, maar ook de snelheid waarmee het kader beweegt, het ritme van de montage of de kwaliteit en de belichting zorgen in het videokunstwerk Mariachi 17 van La Ribot voor een afwisselend gerichte en ongerichte kijkervaring. In zeventien takes worden we meegenomen door de performer in een registratie van haar choreografie llámame mariachi, waarin details, chaos en een gebrek aan overzicht maken dat het net is alsof je er middenin staat. Veel meer, kan ik me voorstellen, dan wanneer je die fysiek zou hebben meegemaakt.
In The Hand, the Eye and It van Hedwig Houben speelt de camera echter een bescheiden rol. Voor haar lecture-performance bewerkte Houben een homp klei in rood, wit en bruin, gecombineerd met plasticine waardoor de uitstraling van mensenhuid ontstaat. De overgebleven klei staat als sculptuur tentoongesteld op de tafel waarachter Houben haar performatieve lezing hield. Is de klei restproduct of sculptuur? Het mag in ieder geval niet worden aangeraakt. Maar het fijne aan de relatief simpele oppositie tussen de documentatie en het tentoonstellen is dat de homp klei steeds opnieuw bij het van voren af afspelen van de video verandert in zijn gave gedaante, alsof het eindresultaat toch nooit helemaal definitief is.
Zo wordt tijdens Playground de tijd steeds op een andere manier bespeeld en getornd, en worden de ogenschijnlijke vaststaande parameters van de tentoonstellingszaal gevuld met fluïde voorstellingen. Bovenin M heeft Evelien Cammaert een ruimte gevuld met projectieschermen waarop in gedimde belichting heel traag dia-foto’s afwisselend verschijnen. Ook die bijna meditatieve installatie werd door Cammaert geactiveerd, waarvoor ze niet helemaal toevallig samenwerkte met Alice van der Wielen-Honinckx. Ik kan erin verdwijnen, ook als er niemand meer aanwezig is. Totdat ik vriendelijk wordt verzocht om mij naar de uitgang te begeven.
Doordat Playground het dit jaar enkel met M moest doen, was het museum een stuk voller geprogrammeerd. Misschien is de museumzaal eigenlijk wel een betere geleider voor grensexperimenten tussen beeldende en performance kunst, want een black box lijkt vaker conventionele theatervoorwaarden te scheppen die van alles ‘gewoon’ een voorstelling maken. Als een tentoonstelling een voorstelling wordt, dan ontbreekt het strakke ritme van een begin en een einde. Dat sluit goed aan bij de wellicht toevallige constante van dit festival, relatieve kalmte en rust. Toch kijk ik uit naar de heropening van STUK en de belofte van de volgende edities, waarin opnieuw zowel voorstellingen als hybride vormen te zien zullen zijn.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.