© Moon Saris

Leestijd 4 — 7 minuten

Plaats ruimen voor het ‘en’

Ligt het belang van theater binnen de theaterruimte of juist daarbuiten?

Het lijkt zo’n voorstelling die uitentreuren zijn eigen relevantie in vraag stelt. Je weet wel: zo eentje waarin een kunstenaar (Jakkes! Vies woord!) deemoedig betoogt dat hij te veel ruimte inneemt en dat zorgverleners nuttiger werk verrichten; een inzicht dat hem er overigens zelden toe brengt om stante pede het podium te verlaten richting dichtsbijzijnde interimkantoor. Maar die eerste indruk is buiten De Nieuwe Laura gerekend. Theatermaker Laura van Dolron liet zich nooit, en laat zich ook nu niet voor één gat vangen.   

Voordeel van het ouder worden: waar de jonge Laura van Dolron altijd al putte uit haar privéleven als bron voor haar theaterale bespiegelingen kan ze nu, twintig jaar later, evenveel putten uit haar intussen rijkgevulde carrière. En dus begint De Nieuwe Laura met een compilatie aan beginscènes uit oude voorstellingen – een mooie aanloop om tot dat ‘nieuwe’ te komen, maar ook meer. Want ze brengt in die intro’s een denkbeeldige scheiding aan tussen de tijd “dat ze nog toneel speelde (met wapperende handjes en zo)” en het nu, waarin ze “gewoon weinig doet, en ziet wat dat doet”. Ik heb echter in mijn eveneens twintigjarige carrière Van Dolron nooit toneel weten spelen op de manier die ze zelf karikaturaliseert – kijkervaring is ook een voordeel van ouder worden, Laura.

Het is nooit anders geweest. Het niets, de zero, de poging tot verdwijnen of plaats ruimen doordrong altijd al Van Dolrons werk. Vandaar de minimalistische speelstijl, te omschrijven als een zeer precies en uitgekiend spelen. Een onnadrukkelijkheid waarvan Freek de Jonge blijkbaar gruwde, zo vertelt Van Dolron – omdat hij niet inziet dat het hoe van dat spelen naadloos aansluit bij het wat… Maar aanvankelijk lijkt Van Dolron dus met open ogen te tuimelen in de valkuil van de “let maar niet op mij”-attitude – mij bekruipt in ieder geval direct wrevel over de evidente onoprechtheid van zo’n stijlfiguur, gebezigd door een podiumkunstenaar die op een podium staat en daar anderen voor laat betalen. Al vroeg in de voorstelling maakt Van Dolron een scheiding tussen Laura Privé, Laura Werk en binnen die tweede verschijningsvorm nog eens de Laura die Werkt in de Wereld en de Laura die Werkt in de Kunstenwereld – een context waarmee duidelijk een probleem is.

“Van Dolron tilt de paradoxale zelfkastijding van de kunstenaar ten aanzien van de wereld op tot een discours dat ver voorbij het vermeende schuldcomplex uitstijgt.”

Ze vertelt van haar zelfgekozen afscheid van het repetitielokaal, iets waartoe ze 2,5 jaar geleden besloot, om de Wereld in te trekken. Vervolgens put ze rijkelijk uit ervaringen als performer in opvangtehuizen, in asielcentra, in instellingen – daar, ja daar waar de kunstenaar voelt dat hij iets betekent, dat hij belang heeft. De anekdotes zijn rijk en gedetailleerd. Van Dolron komt in contact met verslaafden, instellingskinderen, terminale patiënten en voelt zich daar ten volle bevestigd en bevredigd in het belang van wat ze doet. Terwijl hier, voor dit elitaire kunstenpubliekje… stilte. Gelukkig laat Van Dolron het daar niet bij. In wat volgt tilt ze die paradoxale zelfkastijding van de kunstenaar ten aanzien van de wereld op tot een discours dat ver voorbij het vermeende schuldcomplex uitstijgt. 

Van Dolron doet iets slims: ze maakt van dat retorische spel een heuse poetica. Het blijft niet bij het bejammeren van het gebrek aan impact van de kunsten in de werkelijke wereld – want de enige moedige consequentie daarvan zou zijn om definitief van het podium te verdwijnen. Ze schakelt een niveau hoger en gebruikt de tijd die ze daadwerkelijk doorbracht in sociale contexten om de vermeende tegenstelling te beproeven, te herkneden, en er op een filosofische en artistiek niveau een vraagstuk van te maken – bestemd voor het podium, wel te verstaan. Niet alleen haar eigen status staat daarbij op het spel (“Let maar niet op mij” versus De Nieuwe Laura, met hoofdletters), ook die van het publiek. Is voor een stervende vrouw spelen relevanter dan voor een kunstenpubliek spelen? Ligt het belang van theater binnen de theaterruimte of juist daarbuiten? De spanning tussen Laura Werk in Wereld en Kunst wordt, springend van haar ervaringen op die buitentheatrale plekken naar het telkens weer herhaalde ‘nu zijn jullie weer hier’, om-en-om gekeerd. 

“Waar ligt de grens tussen moeder en theatermaker, tussen mens en kunstenaar?”

Er is daarnaast ook een tweede spanning, die trouwens al even hardnekkig haar volledige oeuvre vormgeeft: de frictie tussen Laura Privé en Laura Werk. Ook die schijnbaar tegengestelde rollen worden aanvankelijk scherp tegen elkaar afgezet, onder de punthoed van dezelfde, eenvoudige maar essentiële vraag: hoe kan ik iemand zijn, iets betekenen voor de ander? Waar ligt de grens tussen moeder en theatermaker, tussen mens en kunstenaar? Heeft Laura Werk meer ‘zin’ dan Laura Privé? Het voegt een prettig herkenbaar domein toe aan de ‘ruimtes’ waarbinnen we ons in gedachten bewegen: we zien Van Dolron nu ook als partner, als moeder, als zoger zelfs. Fluks maakt ze de beweging van binnen naar buiten, van intern naar extern. We springen van de relatietherapeut naar de repetitieruimte, van het interneringsinstituut naar de theaterzaal en terug. Op zoek naar een beetje eigenliefde, een beetje zelfvervulling. Op zoek naar vergeving, naar mildheid – iets wat de veeleisende Van Dolron zegt enkel te ervaren in die paar stille momenten na het laatste woord, voor het applaus losbarst.

These en antithese leiden tot synthese. Het web van binaire tegenstellingen en fricties waarin Van Dolron me tot mijn eigen verbazing kundig heeft gevangengezet (niet zij liep in de valkuil, maar ik) loopt uiteindelijk uit op de opheffing ervan. De tegenstellingen zijn vermeende tegenstellingen, niet meer dan een semantische kwestie. Er is geen hier of daar, geen kunst of wereld, geen moeder of maker. Er is maar één wereld, en daar leven we allemaal samen in, en dat leven is alles tegelijk: gelukkig én ongelukkig. Alles is tegelijkertijd belangrijk en onbelangrijk – het is maar waar je aandacht aan geeft. Maar het klopt wel degelijk dat er ruimte moet komen: om de volheid van dat leven toe te laten op het podium, voorbij de binaire contradicties. Dat is precies wat Van Dolron doet: ze maakt plaats voor het ‘en’. Dat betekent niet dat zijzelf dient te verdwijnen, integendeel. Zij faciliteert een ruimte voor werkelijkheid én verbeelding, voor moeders én kunstenaars, voor verslaafden én linkse middenklassers. Een veilige, milde plek om de wereld te bevatten, te omvatten, om juist van daaruit de muren te slopen. Een pauzeplek waar al het niet-essentiële wordt samengebracht, om aan sommige uitverkoren zaken vervolgens essentiële aandacht te geven.

Daar had ik niet van terug. Melig wordt Van Dolron soms, slim blijft ze altijd, en door de ingenieuze tekstconstructie blijft het opzet van De Nieuwe Laura tot het eind aangenaam onzeker. Weet je, De Nieuwe Laura is gewoon de oude, in goede doen. 

Genadevolle stilte. Applaus. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#162

01.12.2020

14.03.2021

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de kleine redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!