Leestijd 3 — 6 minuten

Over het theater van de jongste twintig jaar: theaterkritiek kán relevant zijn

Herbert Blau: Blooded Tought: Occasions of Theatre

Herbert Blau had reeds kritische werken op zijn actief: The Impossible Theatre: A Manifesto (1964) en Take Up the Bodies: Theatre at the Vanishing Point (1982). In zijn recentste publikatie, Blooded Thought: Occasions of Theatre (bestaande uit zes essays en een lijvig voorwoord) vult hij verder de theoretische leemte op in de Amerikaanse theaterkritiek.

Hij verdiende zijn sporen ook in de Actor’s Workshop te San Francisco en het Lincoln Center te New York, en met de Kraken groep. Theorie en praktijk lopen dus parallel bij hem, ze zijn zelfs onafscheidbaar. Blau gaat immers uit van de etymologische verwantschap tussen theorie en theater (via een stam die ‘kijken’ betekent), stelt zodoende theater en denken gelijk, en verleent (niet zonder genoegen) theater voorrang op literatuur als voorwerp van de theorie. Wat niet belet dat hij Barthes en Derrida diezelfde inzichten gunt door te verwijzen naar hun interesse voor de “denkbeeldige macht van theater” en dat hij grondig vertrouwd is met het werk van deze en andere hiërofanten (Kristeva, Deleuze, Guattari, Lyotard).

Blau heeft met deze Franse literaire filosofen zijn moeilijke schrijfstijl gemeen die bol staat van de paradoxen en woordspelingen. (Zo neemt het duiden van zijn titel verscheidene bladzijden in beslag). Volgens hem zal het theater de volgende vijftien jaar op de taal gemodelleerd zijn; zijn tekst, door het taalspel een aardige vertolking, is er een voorsmaak van. Zijn schriftuur is weerbarstig, soms opzettelijk grammaticaal onjuist of vaag om nieuwe betekenissen te bevrijden zoals in Shakespeares Sonnetten. Deze gedichten formuleren trouwens volgens Blau de tot nu toe volledigste theatertheorie en benaderen nog het meest de archetekst die steeds opnieuw op de scène vertolkt wordt, ook al wordt er geen woord gesproken. Blau’s tautologische stijl drukt ook precies het solipsisme, de wederkerigheid uit die tot de essentie van theater behoren.

Theater is immers een paradoxaal, twijfelachtig en verdeeld medium: een kwestie van zien (spektakel) en gezien worden (reflectie), van schijn en werkelijkheid (“a ‘descriptive plenitude’ on the edge of vanishing, producing meanings in the infinitude of play”), slechts present in alle vluchtigheid, toekomstgericht (profetisch) en verankerd in het verleden (elke avond zichzelf herhalend). Geen wonder dat Blau veel aandacht besteedt aan perceptie, mimesis en ontologie (zoals in het essay over theater en film). Herhaaldelijk herinnert hij aan de band tussen taal, theater en theorie: zo behoort het tot één van de hardnekkigste illusies van de talige mens en van het theater dat woorden en gebaren dingen in het leven roepen; zo moet het theater, net zoals de kritiek, ‘verschillen leren onderscheiden om historisch- en zelfbewust te worden (zoals we pas bewust worden van beweging door ritmeveranderingen). Tegelijk bemoeilijkt die band elk onderzoek naar essenties: we kunnen nooit klaarzien in theater omdat de taal der perceptie precies van het theater is afgeleid.

Het klinkt allemaal nogal abstract en dat is het ook. Blau slaagt er nochtans in zijn reflecties te betrek ken op twintig jaar theateractiviteit (1960-80), Wilson, Foreman, Bausch, Chéreau, Mnouchkine, Müller en Squat incluis. Hij aarzelt niet fiks uit te halen naar het Living Theatre, Schechner, Brook, Serban of Chaikin. Zijn werk aan de universiteit van Wisconsin te Milwaukee (waar die andere paracriticus, Ihab Hassan, ook actief is) als professor in de Engelse literatuur en als lid van het centrum voor Twentieth Century Studies stelt hem in staat een synthetisch beeld te geven van de postmoderne wereld beheerst door de media, cybernetica en informatica; door anti-oedipale, zelfs anti-humanistische gevoelens, onbepaaldheid, discontinuïteit en decentralisatie: en door een vaak anti-theatrale want anti-illusoire kunst. (Daar verandert de alomtegenwoordigheid van theatraliteit en rollenspel à la Goffman niets aan.)

Blau’s boek bewijst dat, mits onderlegdheid en inspanning, theaterkritiek gewaagd kan zijn aan de ‘elitaire’ en meer gewaardeerde literaire kritiek; dat ze een forum kan zijn voor recente ontwikkelingen op het vlak van de kritiek en de filosofie; dat ze dus relevant kan zijn.

Herbert Blau, Blooded Thought: Occasions of Theatre. Performing Arts Journal Publications, N.Y., 1982, 166 p., 490 fr.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

boeken
Leestijd 3 — 6 minuten

#3

15.06.1983

14.09.1983

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!