Leestijd 5 — 8 minuten

Over Bartleby en burn-outs

 Burn-outs. Maar weinig onderwerpen die vandaag drukker besproken worden, in de podiumkunstwereld en daarbuiten. Natalie Gielen, redactiesecretaris, redacteur en critica bij Etcetera, blikt terug op haar eigen ervaring ermee, en plaatst de problematiek binnen een breder maatschappelijk kader. ‘Was ik ziek, of het systeem waarin wij samen moesten werken?’

‘I would prefer not to.

Een paar jaar geleden sprak ik deze woorden uit, op een grijze lentedag aan een tafeltje achterin een koffiebar. ‘Wel’, zei mijn tafelgenote met een glimlach, ‘dat is een bijzonder bekend citaat.’ Het drong dan pas tot me door dat ik Bartleby had geciteerd, het personage uit de gelijknamige novelle van Herman Melville.

Het gesprek in die koffiebar ging over de datum waarop ik zou stoppen met mijn toenmalige job. Niet omdat ik die job niet fijn vond, maar omdat ik die niet meer kon uitvoeren. Ik zag niet in hoe ik op een kwalitatieve manier kon blijven werken zonder dat mijn mentale en fysieke gezondheid er onder zou lijden. Mijn therapeute had er maanden over gedaan om me ervan te overtuigen dat ik vermoedelijk aan een burn-out leed, en dat ik wel degelijk ‘stop’ kon zeggen.

Initieel protesteerde ik. Ik functioneerde toch prima? Ik leverde kwalitatief werk. Ik was de enige werknemer in de organisatie, er was niemand die mijn taken kon overnemen. Ik kon het niet maken om ‘stop’ te zeggen. Ik zou en wou en moest doorgaan. Maar uiteindelijk was ik zo moe dat ik liet weten dat ik ermee zou ophouden. Het was te veel. De mensen waarmee ik werkte reageerden begripvol, maar voelden zich ook in de steek gelaten. Want ik was er om hun werkdruk te verlichten. En nu werd de werkdruk mij te veel? In de koffiebar werd er gepolst of ik toch niet wat langer…?  ‘I would prefer not to’.

Bevroren in verzet

Bartleby, the Scrivener: A Story of Wall Street, zoals Melvilles novelle voluit heet, verscheen in 1853. De verteller is een advocaat die kantoor houdt in Wall Street. Hij werft een nieuwe klerk aan om documenten na te lezen en te kopiëren: Bartleby. Initieel is de ijverige, kalme Bartleby de perfecte werknemer, een voorbeeld voor zijn collega’s. Maar op een dag weigert hij zijn taken uit te voeren. Elke vraag, elke smeekbede wordt beantwoord met de ondertussen beroemde repliek.

Bartleby’s woorden hebben een ontwrichtend effect op zijn omgeving. Enerzijds weigert hij nog iets te doen, anderzijds zegt hij niet resoluut ‘nee’. Hij blijft op kantoor. Hij kan niet verder, maar ook niet weg. Uiteindelijk moet de advocaat naar een ander kantoor verhuizen, omdat de aanwezigheid van Bartleby te ontregelend werkt. De ambigue, bevroren houding van de klerk haalt het systeem waarin hij meedraaide onderuit.

Ikzelf had in die koffiebar gewoon ‘nee’ kunnen zeggen. Pas later deed ik dat, snotterend en met schokkende schouders, tijdens een bijzonder vernederend gesprek. Ik was op. Mijn gesprekspartners keken me met grote ogen aan. ‘Je bent duidelijk ziek’, was de reactie op mijn – ditmaal weinig ambigue – weigering. Was ik ziek, of het systeem waarin wij samen moesten werken?

Achteraf las ik dat het een hele normale reactie is: wij mensen kunnen pas iets geloven als we het met onze eigen ogen zien. Wanneer een werknemer op een kalme toon zegt dat iets onhoudbaar is, zien we een functioneel ogende collega. We zien géén crash, géén ziekte, géén onhoudbare situatie. En dus kunnen we dat moeilijk geloven, tot die persoon voor onze ogen in elkaar stort. Die persoon, dat was ik.

Zelfzorg als privilege

Mijn burn-out ligt ondertussen al een tijd achter mij. Ik ging (te snel) weer aan de slag in de kunstensector, en werk sinds een paar jaar deeltijds voor Etcetera, en als freelance producent, redacteur en critica. Pak ik het anders aan? Ja. Ik leerde nee zeggen en mijn werk beter afbakenen. Voel ik soms nog de hete adem van de burn-out in mijn nek? Ja. Gisteren vergat ik om naar een voorstelling te gaan. Mijn agenda zit vaak te vol. Mijn hoofd zit vaak te vol. Ik ben bijna permanent moe.

Op sommige momenten lijkt het enkel mogelijk om gezond te blijven dankzij dagelijkse sessies Yoga with Adriene, dankzij therapie (die best duur is voor iemand met een cultuursectorloon), dankzij valeriaanthee of -pillen voor het slapengaan, dankzij een massagebon van lieve vrienden of een bezoekje aan een sauna. Zelfzorg, heet dat.

Ik ben me bewust van mijn privileges. Het privilege om jobs te hebben die ik fijn en relevant vind, om met boeiende, gepassioneerde, warme mensen te kunnen samenwerken, om aan zelfzorg te kunnen doen. Maar tegelijkertijd wringt er iets als ik op YouTube zoek naar een yogales om te ontstressen. I would prefer not to. Ik zou liever die lapmiddeltjes niet nodig hebben om ‘normaal’ te kunnen functioneren. En ik ben niet de enige, denk ik. Toch is die zogenaamde zelfzorg nodig om overeind te blijven in het systeem waarin we met z’n allen leven en werken. De burn-outmaatschappij waarin less! al te vaak wordt begrepen als more! Steeds meer. Ik heb mezelf altijd gelukkig geprezen dat ik niet verslavingsgevoelig ben, maar het is tijd om het toe te geven: ik ben Natalie Gielen en ik ben verslaafd aan meer.

Meer, meer, meer

Ik ben niet alleen. We zijn met z’n allen verslaafd aan meer. Ook wij die krampachtig proberen om minder te doen (dan heb ik het niet alleen over minder werken, maar ook bijvoorbeeld over minder consumeren) én over de privileges beschikken om dat überhaupt te kunnen proberen. Wanneer ik in mijn huidige job aankaart dat we met de beperkte (lees: structureel onvoldoende) middelen die er zijn minder kunnen doen, krijg ik te horen dat ik een killjoy ben. Of dat zo’n voorstel visieloos is. Precariteit maakt het onmogelijk om eender welke visie op een kwalitatieve manier uit te voeren zonder roofbouw te plegen op de mensen die ze moeten uitvoeren. Op mezelf. Op mijn collega’s.

En toch blijven we verder doen. Meer in plaats van minder, want we willen erbij horen. We willen niet als disfunctioneel worden gepercipieerd, als overbodig. En al zijn we begripvol en al luisteren we naar elkaar en al erkennen we dat er iets moet veranderen, toch dragen we bij aan de idee dat minder misschien wel voor losers is, dat minder ons onze subsidies zal kosten. Dat minder onwil betekent, onkunde zelfs. Dat minder geen valabel alternatief kan vormen voor meer. En ondertussen knikken we enthousiast naar elkaar: ‘ja ja, degrowth, dàt is de toekomst. Het laatste boek van Jason Hickel al gelezen?’

“Ik ben niet alleen. We zijn met z’n allen verslaafd aan meer.”

Het water aan de lippen

Onze verslaving aan meer speelt natuurlijk niet alleen op (inter)menselijk niveau. De implicaties ervan hebben een desastreuze impact op onze omgeving, op het ecosysteem waarin we leven. Helaas speelt ook ons onvermogen om de urgentie van een situatie te erkennen op dat niveau. Net zoals we pas geloven dat iemand op is wanneer die persoon disfunctionaliteit etaleert, geloven we pas in de urgentie van de ecologische noodsituatie wanneer het water ons letterlijk tot aan de lippen staat. En dan nog gaan er stemmen op die beweren dat het wel zal loslopen.

Het water staat me voorlopig enkel af en toe figuurlijk aan de lippen, maar dit gaat niet over mij of over mijn werk. Dit gaat over ons. Wij kunnen niet meer. Het is te veel. Geen enkele yogales kan ons systeem tot rust brengen. We moeten collectief onder ogen zien wat de hele wereld – het hele ecosysteem en alle mensen en niet-mensen die daar deel van uitmaken – ons al dan niet bedaard vertelt: We would prefer not to.

Melvilles novelle, die zich niet voor niets in Wall Street afspeelt, wordt vaak gelezen als systeemkritiek op het kapitalisme. Wat kan Bartleby ons vertellen anno 2022? Ik denk dat het antwoord schuilt in een nieuwe vraag. In hoeverre durven we ons systeem herdenken? Hebben we de moed om samen te praten over wat we wél willen? Over hoe het anders kan? Over minder?

What do we prefer?

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

opinie
Leestijd 5 — 8 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur, producent en outside eye in de kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!