© Loes Geuens

Leestijd 5 — 8 minuten

Out of the Blue – Silke Huysmans & Hannes Dereere

In Out of the Blue zoomen Silke Huysmans en Hannes Dereere in op de diepzeemijnbouw. De documentaire theatermakers confronteren de perspectieven van industrie, wetenschap en activisme met elkaar. De bewust afstandelijke voorstelling roept vragen op over emotionele betrokkenheid, of het gebrek eraan.

Met Out of the Blue zijn Silke Huysmans en Hannes Dereere toe aan het laatste deel van hun documentaire theatertrilogie over de mijnbouw. In de eerste twee delen, Mining Stories (2015) en Pleasant Island (2019), onderzocht het duo de ecologische, economische, sociale en psychologische impact van de mijnbouw op de directe omgeving. Het waren verhalen die weinig hoopvol stemden. Maar, zo klonk het op het einde van Pleasant Island, er is misschien een oplossing. Want de metalen die de industrie nodig heeft voor de elektrische batterijen waar we als mensheid zo afhankelijk van zijn geworden, zijn niet alleen in de landmijnen te vinden. We kunnen ook het diepste blauw in gaan, want op de bodem van de oceaan zijn die felbegeerde metalen eveneens te vinden, meer bepaald in miljoenen jaar oude mangaanknollen. Enter de diepzeemijnbouw, waarvan de initiatiefnemers beweren dat de gevolgen voor het klimaat aanzienlijk kleiner zullen zijn. Of dat echt zo is, blijft vooralsnog onzeker. Het optimisme van de industrie doet aardig wat wenkbrauwen fronsen. Reden genoeg voor Huysmans en Dereere om te kijken hoe de vork in de steel zit.

In hun eerdere voorstellingen reisde het makersduo af naar de locaties die ze onderzochten. Dit keer was dat onmogelijk, want alles speelt zich af in de zogenaamde Clarion Clipperton Zone in de Stille Oceaan. Daar kwamen in de lente van 2021 drie schepen bijeen met een gedeelde interesse in de diepzee. Eén schip behoorde toe aan het Belgische baggerbedrijf DEME-GSR, dat voor het eerst zou experimenteren met een robot die op de oceaanbodem de metaalrijke mangaanknollen moet vergaren. Een ander had zeebiologen aan boord, die de impact van deze nieuwe vorm van ontginning op het ecosysteem wilden meten. Het derde schip, de Rainbow Warrior, vervoerde protesterende leden van Greenpeace. Zo kwamen in het niemandsland van onze grootste oceaan drie partijen samen: de industrie, de wetenschap en het activisme.

Controlekamer

Net zoals in Mining Stories en Pleasant Island zijn het wederom de performers die hun verzamelde onderzoeksmateriaal nauwkeurig ordenen op de scène. Waar ze dat in die eerdere voorstellingen deden met respectievelijk pedalen en smartphones, gebruiken ze voor Out of the Blue nog een derde vorm: de controlekamer, zoals je die ook in televisiestudio’s vindt. Met hun rug naar het publiek gekeerd bespelen Huysmans en Dereere elk een laptop, waarmee ze geluidsfragmenten opzetten en videobeelden versturen naar de acht beeldschermen die samen de achterwand van de scène vormen. We kijken over hun schouder mee naar de keurig ingestudeerde regie die zij op dat moment opnieuw laten ontstaan.

Het scènebeeld representeert ook de controlekamers op de schepen van de mijnwerkers en zeebiologen én de iets minder spectaculaire werkomgeving van Huysmans en Dereere, die vanuit hun appartement in Brussel dagelijks in contact stonden met de drie schepen. Via een satellietverbinding konden ze dichtbij komen, terwijl dat fysiek onmogelijk was. Het levert voor de toeschouwer een markante paradox op, want het effect van de voorstelling op ons is exact het tegenovergestelde: hoewel we ons fysiek in dezelfde ruimte bevinden als de theatermakers, voelt de afstand quasi onoverbrugbaar, alleen al omdat we ‘live’ louter hun rug zien.

Die afstandelijkheid bepaalt ook de toon van Out of the Blue. In de vorige twee voorstellingen van de trilogie hadden Huysmans en Dereere persoonlijke getuigenissen verwerkt van de slachtoffers van de mijnbouw, een cruciaal element dat zorgde voor een emotionele laag die wetenschappers en CEO’s moeilijk kunnen aanboren. In dit slotstuk van de trilogie niets daarvan, want de consequenties voor mens en milieu zijn er nog niet. Die zijn door de beperkte wetenschappelijke kennis niet eens te voorspellen. Tachtig procent van de oceaan is voor de mens nog onbekend terrein, klinkt het. We weten zelfs meer over het maanlandschap dan over de diepzeebodem, ook al zou het verschil in afstand het omgekeerde doen vermoeden.

Juxtapositie

In Out of the Blue lijkt alles dan ook te draaien om afstand, zowel in ruimte als in tijd. Dat de voorstelling je niet ‘raakt’, is een understatement, maar de gedistantieerde houding draagt wel een kritisch potentieel in zich. Wie iets wil overzien, neemt een stapje terug, weg van de emotie (‘out of the blue’). Ook met het montageprincipe dat Huysmans en Dereere hanteren, roepen ze kritische vragen op. Zo leggen ze via het vormelijke procedé van de juxtapositie verassende inhoudelijke overeenkomsten bloot tussen de drie schepen. Ze hebben bijvoorbeeld allen eenzelfde doel voor ogen: het onzichtbare zichtbaar maken. De industrie maakt met haar geavanceerde robots alternatieve energiebronnen zichtbaar op een plek die voor de mens volstrekt ontoegankelijk is zonder machinale hulp. De wetenschap brengt de mogelijke impact van die diepzeemijnbouw op het ecosysteem en de biodiversiteit in kaart. En de activisten? Zij tonen aan het grote publiek dat er überhaupt zoiets bestaat als diepzeemijnbouw én dat die experimenten al volop gevoerd worden.

Ook de motivering is voor de drie partijen niet anders, al leidt die tot andere conclusies. De bescherming van het klimaat is voor de industrie de drijfveer om aan diepzeemijnbouw te doen, omdat die – volgens het argument van het kleinste kwaad – bij berekening driehonderdmaal minder schadelijk zou zijn dan mijnbouw op het land. Er is gewoon geen beter alternatief als we onze huidige levensstijl willen behouden én daarbij toch enigszins rekening willen houden met het klimaat, beweert de CEO van DEME-GSR. Voor de activisten is diezelfde bezorgdheid om het milieu juist de reden om de nieuwe industrievorm af te wijzen. Het is deze complexiteit die je als kijker een uur lang geboeid houdt.

Kleischildpadden

Alle betrokken partijen realiseren zich dat ze eigenlijk in het duister tasten en dat ze daarom met een sterk verhaal moeten komen aanzetten. Het frappantste voorbeeld is een iets ouder filmpje van Greenpeace dat Huysmans en Dereere op een van de schermen projecteren. We zien een schattig zeeschildpaddengezin in kleiige stop-motion, dat na een olijk avontuur wordt opgeslokt door een gigantisch vissersnet. Dat filmpje wordt gevolgd door een nieuw clipje, zo van YouTube geplukt, met daarin een geanimeerde uitleg van het concept ‘antropomorfisme’, de toekenning van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens of objecten om identificatie op te wekken. Als publiek worden we via deze juxtapositie uitgenodigd om kritisch naar de activistische video te kijken. Hoe goedbedoeld ook, de techniek is niet onschuldig.

Het zet een discussie in gang over de rol van verhalen en emotionele betrokkenheid. Want ook de zeebiologen die in Out of the Blue aan het woord komen, zien in dat een schattig, pratend zeediertje nu eenmaal beter ‘werkt’ om een prangende boodschap over te brengen dan de harde feiten. Feiten die zo hard zijn, dat je potentiële publiek eenvoudigweg afhaakt. Onwetendheid kan leiden tot zorgeloosheid; kennis tot ‘feeling blue’, een gevoel van melancholie en tristesse.

In deze kritische houding schuilt de kracht van Out of the Blue. Anders dan je in het theater zou verwachten, trekken Huysmans en Dereere in deze voorstelling niet volop de kaart van emotie en identificatie (hoewel ze die wel toelaten). In tegenstelling tot de activisten van Greenpeace splitsen zij ons geen tranentrekkend verhaaltje in de maag over een sympathiek zeeschildpaddengezin dat wordt aangevallen door de Grote Boze Mens. Wel bieden ze ons in een esthetisch aantrekkelijke montage verschillende perspectieven op een maatschappelijk debat dat nog onvoldoende gevoerd is. Geen van die perspectieven krijgt van hen gelijk. Het engagement van het duo Huysmans-Dereere is op en top politiek, zonder in polariserend activisme te vervallen. Hun ideaal is emancipatorisch op de wijze die Jacques Rancière beschreef in Le spectateur émancipé: de geëmancipeerde toeschouwer is diegene die aangezet wordt om zelfstandig te denken. Wanneer je de controlekamer van Huysmans en Dereere verlaat, heb je daar alle stof toe.

Maar dan begin je je ook af te vragen of we werkelijk slechts de keuze hebben tussen deze drie perspectieven, waarvan er overigens niet een écht bevredigend is. De industrie weet te weinig over de werkelijke gevolgen voor ons ecologiesysteem en de activisten slagen er vooralsnog niet in om werkelijk iets tegen te houden omdat ze niet met een realistisch alternatief kunnen komen. De wetenschappers, ten slotte, hebben tijd nodig. Veel tijd. Tijd die we niet hebben, want de eerste contracten zijn al getekend: over enkele jaren zullen de experimenten met diepzeemijnbouw ophouden om er een echte industrie van te maken. Als geëmancipeerde toeschouwer wil je wel kiezen voor een van de drie posities, maar het is kiezen tussen de pest en de cholera. Out of the Blue, spiegelen Huysmans en Dereere ons voor, maar van die deprimerende gedachte kunnen ze ons niet bevrijden.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Jens Dewulf

Jens Dewulf behaalde recent zijn masterdiploma taal- en letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en werkt daar nu de masteropleiding theater- en filmwetenschap af. Daarnaast coördineert hij de werking van De Zendelingen, een productiehuis voor audio, video, tekst en gesprek over (podium)kunsten.

 

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!