© Illias Teirlinck

Leestijd 6 — 9 minuten

out of hands – Michiel Vandevelde/fABULEUS

Tussen jong zijn en jong spelen

Naar een voorstelling gaan is een sociale belevenis, zelfs al ben je initieel misschien alleen gekomen. Die gedachte komt bij Siska Baeck op voor aanvang van out of hands, in een stampvolle Soetezaal van STUK Leuven. 

Vanop het podium belicht een verblindend witte spot het publiek, waardoor de bühne in mist verhuld blijft en de toeschouwersblik als vanzelf de tribune afspeurt. De felle spot licht een overwegend homogeen publiek uit, waarvan de meeste toeschouwers elkaar wel enigszins lijken te kennen. Bij fABULEUS, een productiehuis dat vooral inzet op voorstellingen met jongeren, wil de traditie dat de première- en dernièrereeks een thuismatch vormen, zodat de voorstelling zacht kan landen bij familie van de spelers en aan het einde van de speelreeks een zegevierend, emotioneel afscheid kent. Maar zelfs voor dit thuispubliek blijkt de voorstelling van Michiel Vandevelde toch een taaie zit. Dat heb je blijkbaar bij harde live muziek, expliciete representatie van homoseksualiteit en weloverwogen effectbejag. Vandevelde heeft een prikkelende en diverse groep performers verzameld van dansers, acrobaten en muzikanten die allemaal zowel binnen als buiten hun discipline hun moment krijgen om te schitteren. Dat zorgt voor onverwachte uitwisselingen, hoewel het ook het risico met zich meebrengt dat de grotere (dramaturgische) lijn van de voorstelling versnipperd raakt.

“Wat vertelt acrobatie precies over jong zijn en de ruis in het hoofd die daarmee gepaard gaat?”

Zo stranden we als toeschouwers na het pulserende en beloftevolle muzikale begin in een lange acrobatische scène. Een reeks van strak gechoreografeerde acts die de groep tijdens het creatieproces vast een gevoel van samenzijn heeft bezorgd, maar in de voorstelling weinig meerwaarde biedt. We zagen het gebeuren en we keken ernaar. Hoe iemand een brug deed, een been achterin de nek legde, hoe er op schouders werd geklauterd, er (net niet) met elkaar werd gegooid, enzoverder. Het duurde lang genoeg om je de vraag te stellen: waar kijk ik naar en waarom doen ze dit? Zijn dit dan de rituelen uitgevoerd door de dark cult waarnaar het programmablaadje verwijst? Helaas voelt het, ondanks de hyperfocus van de performers, daarvoor niet ritueel genoeg. Het wankelt, blijft wat hangen in bewegingen die nu eenmaal uitgevoerd dienen te worden. Wat vertelt acrobatie precies over jong zijn en de ruis in het hoofd die daarmee gepaard gaat? De luide heavymetalband die achteraan op de bühne staat is daarvan een sprekender incarnatie.

Kettingen en erogene zones

Ergens roept out of hands het werk op van choreografe Florentina Holzinger. Ook zij maakt in haar werk gebruik van (live)muziek, acrobatie en stuntwerk. Samen met haar performers gaat zij op zoek naar een zekere kwetsbaarheid in het gedisciplineerde streven naar een fysiek ideaal. De acrobatie geldt als middel om tot een verhoogde staat van zijn te komen. Net zoals bij Holzinger worden bij Vandevelde kettingen bovengehaald als rekwisiet, maar in dit geval verdwaal ik als toeschouwer eerder in de eenduidigheid van het beeld. De jongeren gebruiken de kettingen om elkaar op erogene zones seksueel te stimuleren, daarna schakelen ze naar zelfpijniging, bijvoorbeeld door de kettingen strak rond de eigen hals vast te trekken. Er wringt iets: de jongeren kussen en raken elkaar echt aan, maar toch spelen ze de opwinding, de verzuchting en het gillen? 

“Gedurende de eerste helft kijken we naar een voorstelling die behaagt noch betuttelt.”

Het gebruik van de kettingen blijft in out of hands steken in performativiteit. Ze werken te letterlijk, dwangmatig en snijden de verbeelding af. Zonder enige knipoog vormen ze een nogal letterlijke representatie van pijn en plezier. Maar wie heeft er in deze hyper-virtuele tijden – en zeker jongeren – nog zo’n onmiddellijke, ongefilterde toegang tot genot? Technologie medieert de werkelijkheid, ze breekt niet langer zo onverschrokken binnen zoals dat pakweg vijftien jaar geleden het geval was. Misschien verbeeldt Vandevelde dan ook eerder de ervaring van jong zijn dan de ervaring van de groep hedendaagse jongeren die hier bijeen is gebracht? Dit is de frictie waarop out of hands voortdurend drijft. Een frictie die Vandevelde tot inhoud heeft proberen maken. Jong zijn is in veel gevallen niet zo leuk, hoewel de clichés natuurlijk anders pretenderen. Gedurende de eerste helft kijken we naar een voorstelling die behaagt noch betuttelt. 

Voorbij de eerste helft wordt out of hands wat minder beheerst en vormelijk, wat meer energetisch. De jongeren schreeuwen slogans (zoals ‘Crave!’) die we als publiek ook op de vloer kunnen lezen via een lichtprojectie. Het is strijdlustig en verbindend. De scène activeert hun lichaam en ons samenzijn. Stilaan verdwijnt de woordenreeks en zwermt die uit tot een lichtcirkel – in al zijn eenvoud en kracht de sterkste scène van de voorstelling. De jongeren omsingelen de cirkel, betreden een voor een de efemere, ongrijpbare lichtstralen en laten zich er bijna door strelen. Vervolgens voeren ze elk op hun eigen manier een simpele beweging uit: ze draaien rond hun as. Alsof ze zo fysiek proberen om de eerder holle slogans van voorheen te bewonen en vol te maken. Elk rondje zorgt voor een nieuwe betekenis. Sommigen doen het met exuberantie (‘Kijk wat ik kan’), anderen met een besliste sloomheid (‘Ik ga mezelf echt niet voor jou veranderen’). Juist dat veelkleurige verschil tussen de performers maakt de scène sterk. Hier komen Vandeveldes choreografische capaciteiten maximaal tot hun recht, als een verbindende en bijna ceremoniële praktijk.

Ostentatieve glimlachjes

Op de speelintentie van de performers zit soms wat ruis, misschien onvermijdelijk bij deze bonte mix van semi-professionelen. Het leidt soms tot vreemde, ostentatieve glimlachjes die niet echt te lezen zijn. Op andere momenten leggen de jongeren een doodse, getormenteerde blik aan de dag alsof het hen allemaal niets kan schelen. Maar de performativiteit waarmee ze dat doen ontkracht die gespeelde gelatenheid: het kan hen overduidelijk wel iets schelen. Je hoeft toch geen weerstand te spelen als die er niet is? Moeten we hier een representatie in lezen van de huidige, jonge comfortgeneratie die zich afzondert in verveling, lethargie en apathie? De generatie jongeren die verlamd is door het eindeloze scrollen, in plaats van op pad te gaan en onbekende oorden op te zoeken?

Dat is toch wat ik in out of hands van deze generatie te zien krijg. Alle performers blijven voortdurend op de bühne aanwezig. Op de speelvloer liggen schokdempende, zachte zwarte matten die in hun donkerte hardnekkig onzichtbaar proberen te zijn. Ze verschuilen zich in hun beschermende functie. De setting lijkt eerder beklemmend te werken voor de jongeren, maar wellicht wil Vandevelde zo (op een nogal letterlijke manier) de claustrofobie van het jong zijn verbeelden, met de zwarte gordijnen die de jongeren omsluiten in een nadrukkelijke zwaarte. Terwijl de drum, piano en gitaren verder kreunen op de maat van de heavy metal. 

Michiel Vandevelde schopt met deze voorstelling vast tegen de schenen van mensen die iets makkelijks en licht verteerbaars hadden verwacht. Of dat lees ik toch in het aanzienlijk aantal toeschouwers dat de zaal vroegtijdig verlaat. Er zit iets weerbarstigs aan de voorstelling. Dat is alleen maar toe te juichen. Al had out of hands baat kunnen hebben bij minder letterlijke representatie. In de expliciete representatie van gevaar en durf ontzegt Vandevelde de toeschouwer misschien net een authentieke beleving (of reflectie) van risico en pijn.

Nog tot en met 29 juni 2025 te zien. Klik hier voor de speellijst.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Siska Baeck

Siska Baeck is schrijver, filosoof en performancekunstenaar. Ze studeerde drama (KASK School of Arts, Gent) en filosofie (KU Leuven en FU Berlin). In september verscheen haar boek Verzonnen lichaam bij Borgerhoff & Lamberigts.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.

 

Ga mee in debat met Kunstenpunt en Etcetera op dinsdag 26 mei in de Beursschouwburg. Reserveer hier je gratis ticket.

Moderator: Ciska Hoet. Panel: wordt binnenkort bekend gemaakt.