Klaas Tindemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Orgie

Ensemble Théâtral Mobile, Brussel

In mei kon je in Brussel zowel gaan zien naar Salò, of de 120 dagen van Gomorra, de laatste film van Pier Paolo Pasolini, als naar de Franse creatie van Orgie, Pasolini’s toneelstuk uit 1969.

Salò drukt op een extreme wijze de relatie uit, zoals Pasolini die zag, tussen machtsmisbruik en sexuele lust/sadisme, terwijl Orgie een over-jaars huwelijk toont, dat enkel nog vitaal klinkt in het agressieve taalgebruik van de partners. Beide gebeurtenissen, beide werken lijken over iets anders te gaan. Deze schijn bedriegt, en je kan hoogstens zeggen dat Orgie (1969) enSalò (1975) verschillende momenten markeren in Pasolini’s visie op de ontaarding van sexualiteit en lustbeleving in de burgerlijke samenleving.

In Orgie is die perversiteit zichtbaar in de kleinste cel van de maatschappij, het burgerlijk huwelijk. Het hoertje dat op het einde van het stuk opduikt, kijkt er verschrikt tegen aan. Na 1969 maakte Pasolini o.m. zijn “trilogie van het leven”, verfilmde hij cycli van middeleeuwse volksverhalen (Decamerone, Duizendeneen nacht, The Canterbuty Tales). Daarin verheerlijkt hij het landelijke leven, waarin met name de sexualiteit bevrijd is en telkens de machtsverhoudingen (religieus en politiek) onder druk zet.

In Salò maakt Pasolini een verband duidelijk tussen de politieke drijfveren van de burgerij en haar geperverteerde lustbeleving, niet toevalling gesitueerd in Salo, het fascistische rompstaatje, de laatste burcht van Mussolini’s volgelingen voor het definitieve einde. De politieke werkelijkheid van de burgerij als klasse drukt zich het scherpst uit in sadistische sexuele rituelen, in “schitterend” theater — de vertelsters, die de gruwelen in een verhaal plaatsen.

Salò was, na jaren censuur, voor het eerst op een regelmatige manier te zien in Brussel. De Franse creatie van Orgie, bij het Ensemble Théâtral Mobile, geregisseerd door Marc Liebens, lokte een hatelijke reactie uit, ook nu nog. De verontwaardiging is typerend. De Man en de Vrouw in het stuk “mijmeren” over hun relatie in termen van een sadomasochistisch ritueel. “Moi, voulant te faire mourir, je voulais en réalité me donner la mort. Et toi, en voulant mourir, tu voulais en réalité me faire mourir”, zegt de Man tegen de Vrouw. Deze symbiose van sterven en doden, gesymboliseerd in de sexuele daad of, nauwkeuriger nog, in een gewelddadige penetratie, is de kern van de dialoog tussen Man en Vrouw. Dat het een dialoog is, en geen reële handeling, is belangrijk. Pasolini, en Liebens volgt hem in die stilering, is zuinig met “realistische” regie-aanwijzingen, die precies hierom ook krachtig zijn, provocerend zelfs, zoals de martelingen inSalò. Toch slaagt een notoir rechts weekblad erin schandaal te roepen over Liebens en de zijnen, die zulke perversiteiten durven tonen: terwijl precies het niet-tonen de essentie van het stuk uitmaakt. De brave burger voelt zich geviseerd, voelt dat men op zijn geweten trapt. Verkrachting binnen het huwelijk als een geschonden taboe, hoewel Pasolini in feite al een stap verder zet.

Liebens kiest voor een zeer heldere lezing. Een semi-realistisch decor — een leefkamer, met achteraan badkamer, toilet en slaapkamer zonder deuren, en links een groot raam met terras, achter luxaflex — en een nadrukkelijke, witgele belichting, die een kunstmatig zuiders daglicht oproept. De raamvertelling, waarin Pasolini zijn anekdotes en dialogen plaatst, houdt Liebens sober, zonder breuk: in feite vertelt de man over zijn laatste dagen voor zijn dood, met zijn Vrouw, met het hoertje dat hij brutaliseert, en hoe hij zich verhangt na zich als vrouw te hebben verkleed. Het is trouwens prachtig hoe Dominique Boussel, de Franse acteur die de Man speelt, van Man in Vrouw verandert, zonder enig “nichterig” neveneffect. Hij drukt perfect Pasolini’s uitzonderlijk scherpzinnige kijk op de vrouw uit: het verschil tussen penetreren en gepenetreerd worden, aan die kloof gaan deze mensen stuk.

Pasolini, zo stellen sommigen, heeft met alle homosexuelen dit gemeen, dat hij de lichamelijke aspecten van de genormeerde, burgerlijke lustbeleving op afstand kon bekijken, en tegelijk de materiële essentie van de sexualiteit anders beleefde en dus anders, nauwkeuriger kon beschrijven. In zijn beschrijving van de lichamelijkheid van de Vrouw bewijst hij dat, schokkend juist. Precies daarom is het jammer dat Laure Moulinier, de Vrouw in deze voorstelling niet deze bijzondere laag in Pasolini’s tekst weet te raken. Met name in haar lange monoloog, de spil van het stuk, waar ze de dromen van haar, helaas begrensde, lichaam verwenst — enkel wroeging voelt ze nog, niet moreel, maar lichamelijk — is dit pijnlijk, omdat het de relatie tussen Man en Vrouw onevenwichtig maakt. Het is geen machtsstrijd tussen beiden, waarin zij het onderspit zou delven. Zij hebben beiden de strijd verloren tegen hun lusten, en trekken er verschillende conclusies uit. Dit aspect dreigt verloren te gaan, ondanks virtuoze vormgeving en spel.

Orgie

Tekst: Pier Paolo Pasolini;

vertaling: Danièle Sellenave;

dramaturgie: Michèle Fabien;

decor en kostuums: Jacques Gabel;

met Dominique Boissel, Laure Moulinier en Nathalie Cornet,

Gezien in de Ateliers du Théâtre National de Belgique, Brussel

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

recensie