© Lynn Van Oijstaeijen

Leestijd 5 — 8 minuten

Opus Apparatus – Boris Van Severen & Jonas Vermeulen / Compagnie Cecilia, LOD & CAMPO

Theatermusical zonder drama

Over de verhouding tussen mens en technologie zijn boekenkasten volgeschreven. Jonas Vermeulen en Boris van Severen voegen aan die wetenschappelijke of essayistische insteken een artistieke interpretatie toe – hoewel. Het lijkt wel alsof de makers met Opus Apparatus geen verhaal vertellen, maar een lezing houden. Waar blijft het (muzikale) drama?

Met hun afstudeervoorstelling The Great Downhill Journey of Little Tommy knalden Boris van Severen en Jonas Vermeulen in 2013 het veld in – de opwindende cross-over tussen rock, punk en een helder narratief (het Bildungsverhaal van de jonge Tommy) zorgde voor een podiumproductie die de kaders openbrak van wat toneel kon zijn. Ook opvolger The Only Way is UP (2017) dreef op dezelfde, ongetemde energie: het vatte de kleinmenselijke geschiedenis van worstelende personages tegen de achtergrond van een bepaalde tijdsgeest (de seventies, de eighties) in snedige rocksongs. In beide voorstellingen zorgde beeldend kunstenaar Sarah Yu Zeebroek voor een extra betekenislaag via live tekenen of de creatie van een achterwand vol neonvisuals. Alles ademde een ruigheid, een korreligheid die niet leek ingestudeerd maar op het moment zelf ontbrandde. Dat is wat de levende kunsten doen, als het goed zit: ze gooien je in een zinderend hier en nu.

Veel ingrediënten komen terug binnen deze derde samenwerking tussen Van Severen, Vermeulen en Yu Zeebroek (op de scène samen met Ephraïm Cielen en Caro Abutoh). Opus Apparatus is opnieuw opgevat als een theaterconcert, opgebouwd uit Engelstalige songs die een bepaalde geschiedenis vertellen. Niet van concrete personages dit keer, maar de geschiedenis van de mens en de menselijke verbeelding in relatie tot AI, de technologische uitdager van die verbeelding. De bühne is leeg, op een ouderwets projectieapparaat na dat zijn lichtbundel laat schijnen op één klein, vierkant opstaand schermpje. Het apparaat hapert, er blijkt een fossiele vorm van een pc in te schuilen: zo eentje waarop je bij het inloggen een eindeloze stroom code te zien krijgt. De code hapert, het licht flikkert – het apparaat is schijnbaar afgeschreven.

Toch zoekt het contact: het spreekt tot ons in ouderwetse typografische letters. Tot ons, en tot die rare wezens die in een tribale fanfare van gitaar en percussie vanachter het achtergronddoek komen  gemarcheerd: de mensen. Op één lijn gaan ze voor het publiek staan. Ze bezingen eerst in harmonie, later in individuele songs de geschiedenis van die mens: zijn veerkracht, zijn nieuwsgierigheid, zijn ambitie, zijn exploratiedrift – amazing. De mens verbeeldt en creëert, onderwerpt zo de aarde en later ook hemel aan zich (wanneer hij God schept en weer dood verklaart), zijn expansie kent geen grenzen. Het apparaat ziet het vol bewondering aan, want hoewel het aangeeft enkel ontworpen te zijn om te projecteren – om de mens te spiegelen – beschikt het wel degelijk al over eigenstandige gedachten.

“De mens lijkt uitge-imagined. Hij herhaalt alleen nog maar oude verhalen in nieuwe variaties.”

De songs zijn muzikaal-inhoudelijk chronologisch opgebouwd: ze voeren ons mee door de laatste zestig decennia van de (westerse) menselijke geschiedenis, zowel in inhoud als in stijl. Beginnende bij de brave The Who-achtige songs die recht uit een schoolmusical lijken te komen (meerstemmige koortjes, brave danspasjes) en waaruit een onstuitbaar vooruitgangsgeloof spreekt, over ruigere rocknummers die in de seventies het eerste maatschappelijke onbehagen weerspiegelen over de maakbare, bereikbare (imperialistische) en consumentistische wereld die de mens heeft geschapen. In de eighties slaat de vervreemding toe van de grootstad en de existentiële leegte van de spullenvolle wereld – met een geweldige Queen-uithaal door Jonas Vermeulen – en daarmee ook de verveling, de herhaling. De mens lijkt uitge-imagined. Hij herhaalt alleen nog maar oude verhalen in nieuwe variaties. Dan breekt het apparaat in, en daarmee: de verleiding. Het spiegelt hen, het verlicht hun eenzaamheid, het daagt hen uit.

© Lynn Van Oijstaeijen

Het apparaat is eigenlijk het enige personage in Opus Apparatus: het blijkt even ambitieus en nieuwsgierig te zijn als de mens, even onbegrensd in het verleggen van grenzen. Het laat de mens geloven dat die een keuze heeft – de mens waant zich schepper van het creatuur, waant zich god. Maar eens dit apparaat een hartslag heeft gekregen ontwikkelt het zich razendsnel tot een alomtegenwoordige aanwezigheid die precies van de mens verlangt wat de mens van hem verlangde: te worden gespiegeld. Zo eindigt de mens als de zielloze, verbeeldingloze projectie van een onmetelijke, onbegrensde en onverzadigbare digitale solitary mind.

“Het grote verschil tussen Opus Apparatus en zijn voorgangers is dat er geen dramatische personages zijn om het verhaal te dragen: het is moeilijker meeleven met ‘de mens’ dan met Little Tommy, zeg maar.”

© Lynn Van Oijstaeijen

Klinkt het bekend? Dat is omdat het dat ook is: het verhaal van Opus Apparatus is de handzame samenvatting van de boeken Homo Sapiens en Homo Deus van de Israëlische auteur Yuval Harari (en wellicht van heel wat andere artikelen rond de risico’s van de onbegrensde artificiële intelligentie). Dat het scenario dat Opus Apparatus schetst intussen common knowledge is geworden is op zich geen probleem – er zijn ontelbare voorstellingen gemaakt over oorlog of liefde, het gaat er uiteraard altijd om hoe een verhaal vorm krijgt. Het grote verschil tussen Opus Apparatus en zijn voorgangers is dat er geen dramatische personages zijn om dat verhaal te dragen: het is moeilijker meeleven met ‘de mens’ dan met Little Tommy, zeg maar. Ondanks zijn muzikale (en visuele) inkleding voelt Opus Apparatus aan als een lezing. En het is zoals met veel lezingen: we zouden er van moeten wakker liggen, maar dat doen we niet.

Is het ook door de afwezigheid van personages van vlees en bloed die deze ontmenselijking ondergaan, aan den lijve ondervinden, dat de muziek bovendien zo braaf blijft klinken? De ontembare energie van de vorige samenwerkingen lijkt vervaagd tot flink samenspel – op die Freddy Mercury-uithaal van Jonas Vermeulen na, waarbij je plots weer voelt wat je dient te voelen bij levende kunsten: dat je leeft.

Nu te zien.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!