‘Crucible’. Nikolais Dance Theatre. – Foto Tom Caravaglia.

Alexander Baervoets

Leestijd 4 — 7 minuten

Nikolais Dance Theatre

In december was het gezelschap van Alwin Nikolais te gast in het PSK te Brussel. Wie een beetje vertrouwd is met het Amerikaanse dansgebeuren, kent en apprecieert dit manusjevan-alles. Het is eigenaardig dat Nikolais (°1910, Southington, Connecticut) steeds vermeld wordt als choreograaf, terwijl hij toch met zowat alle ingrediënten van het theater, tekst uitgezonderd, bezig is. Deze all-round theaterman kwam slechts laat tot dans. Hij studeerde eerst piano en verdiende zijn brood als begeleider van stomme films. Met de komst van de gesproken film verlegde hij zijn werkterrein naar de dansstudio’s.

Toch werd hij pas gegrepen door dans wanneer hij in 1933 een optreden van de Duitse expressioniste Mary Wigman zag. Hij ging zelf dansles volgen, maar richtte rond dezelfde periode toch ook een marionettentheater op. De dans zou het uiteindelijk halen — hij had het geluk lessen te kunnen volgen bij alle toenmalige Amerikaanse groten — maar hij zou zijn andere interesses nooit verloochenen. Met de opgedane kennis ging Nikolais zijn eigen avontuur waarmaken: de exploratie van het theater.

Het is merkwaardig hoe het marionettentheater mee het denken over theater in het algemeen en dans in het bijzonder heeft beïnvloed. De grote voorbeelden zijn de futuristen en Oskar Schlemmer. Steeds vormt het een aanleiding om tot een zekere abstractie van de menselijke figuur te komen. De scène wordt in de letterlijke zin een experimentele ruimte: men kan er ruimtelijke factoren en verhoudingen meten en uittesten. Bij Nikolais is die ruimtelijke bezetenheid groot. In het openingsstuk te Brussel, Crucible (1985), wordt de ruimte gereduceerd tot twee dimensies. Over de ganse breedte van de scène staat een schuine spiegel opgesteld, met daarachter een rij dansers die slechts een arm, een been of een ander lichaamsdeel boven de spiegel uitsteken. Alle ledematen lopen zo over in hun spiegelbeeld en worden zelfstandige entiteiten.

Elke beweging wordt georchestreerd en de bedoeling is dat men geen lichaamsdelen meer ziet, maar vormen zonder specifieke betekenis. De aldus gecreëerde combinaties zijn soms grappig, soms lief, soms agressief. Ze roepen connotaties op, we leggen zelf betekenissen. Het poppenspel leeft hier duidelijk door. Een houten Klaas kan bezwaarlijk emoties hebben, maar roept er evengoed op. Het principe van Nikolais is: ontleden, van betekenis ontdoen en een nieuw beeld creëren dat een eigen betekenis oproept. De lichamen in Crucible zijn geen mensen meer; de beelden die ze creëren zijn toch weer menselijk.

Voor Nikolais hoeft een lichaam niet noodzakelijk een persoon voor te stellen. Het biedt andere mogelijkheden en Nikolais werkt liever met dit dankbare instrument dan met marionetten. Bovendien biedt de scène een veelheid aan optische en auditieve mogelijkheden die het effect kunnen verhogen. In Crucible maakt Nikolais gebruik van één van zijn geliefkoosde technieken: de belichting door een beschilderde dia. Omdat enkel de lichaamsdelen en hun spiegelbeeld oplichten in vreemdsoortige waterige lijnen, krijg je een perfect kijkkast-effect. Het vergt dan niet veel inspanning meer om je te laten meevoeren in dit feeëriek tafereel. Omdat heel Crucible teert op dit ene optische effect, duurt het niet te lang. Het is maar een korte Spielerei, de geslaagde inleiding.

In Imago (1963), veruit het beste stuk van de avond, zitten geen optische truukjes. Of toch. De dansers dragen lange strakke ‘gewaden’ waarover brede verticale banden lopen. Het verticalisme van het kostuum wordt doorgetrokken in een vreemdsoortig jujupekesachtig hoofddeksel. De combinatie van het zich met moeite voortbewegen, de vrolijk-uitbundige kleuren en de wirwar van kriskras gaande lijnen geeft een heel komisch effect. Ook hier is het niet duidelijk

of de eerder onhandige en onwezenlijke gedaanten wel noodzakelijk mensen voorstellen. In een andere scène zijn de streepjespakken weg, maar hebben de armen een tuitvormig verlengstuk gekregen. Dat worden zuignappen, extra-steunpunten, synapsen,… Imago kreeg als bijtitel The City Furious, maar die boodschap ging voor mij de mist in, al was dat zonder erg.

Blank On Blank (1987) van na de pauze bedek ik liefst met de mantel der liefde.

Graph (1984) is choreografisch waarschijnlijk het sterkste nummer van de avond, zeer dansant en met een goed ritme. Het werken met linten verwekt nogal wat déja-vu-ergernis bij een deel van het publiek, naar mijn gevoel onterecht: het gaat niet om een nieuwe Fête de fleurs à Genzano of iets dergelijks. De linten hebben hier een duidelijke functie. Het naar boven convergerende raster of web geeft een geaccentueerd perspectief; de linten uit de coulissen tonen niet alleen de tekening van een steeds bewegend kluwen, maar de dansers gebruiken ze ook voor hun voor Nikolais zo typische morfologische metamorfosen.

Ikzelf vind de variaties van de twee dansers vóór een gerasterd scherm de meest treffende illustratie van wat Nikolais vermag met lichamen. In deze zeer minutieus opgebouwde oefening voltrekken de veranderingen zich rustig, langzaam. Het lichaam vervaagt, een been wordt een arm, de rug borstzijde, op sommige momenten lijkt er bijna geen standpunt meer te zijn: hallucinante technische bravoure.

Nikolais houdt van het theater. Hij blijft experimenteren en zijn verwondering meedelen. Hij bezit een groot visueel en plastisch vermogen, doet alles zelf, ook het componeren van de muziek. Hij is de levende American Dream, de selfmade man, een beetje naïef, met die typisch Amerikaanse we love you-mentaliteit. Hij is omringd door een groep hard werkende dansers, die zijn dance = motion in space-principes met vaardigheid en overtuiging brengen. En als dat niet voor iedereen even duidelijk is, dan blijft er nog voldoende humor, afwisseling en vermaak voor een avondje uit, voor de ganse familie trouwens, nog zoiets Amerikaans.

Crucible – Imago – Blank on Blank – Graph 

Nikolais Dance Theatre

choreografie: Alwin Nikolais;

muziek: A. Nikolais, James Seawright, David Gregory;

kostuums: A. Nikolais en Frank Garcia;

belichting: A. Nikolais.

Gezien op 17 december 1988, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel,

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Alexander Baervoets

recensie