“Nacht in februari”(Speeltheater)

Klaas Tindemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Nacht in februari – Speeltheater Gent

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

Een jongen, die in het stuk verder de Jongen blijft, ligt te slapen in zijn kamertje. Een meisje komt het publiek vertellen dat de Jongen een rampzalige dag achter de rug had. Van zijn vader had hij, voor tijdens de schoolreis, een thermosfles meegekregen. Opgejut door vrienden was hij, met volle rugzak, van een duin gesprongen. De thermosfles brak stuk, de vrienden lachten hem uit.

In Nacht in februari, een produktie voor kinderen van 5 tot 8 jaar, wordt deze jongen niet getoond: enkel het meisje, dat vertelt, dat ook het meest voelbaar verbanden legt naar het publiek, en twee “gedachten” van de Jongen, als werklieden aangekleed, spelen het verhaal.

Dit laatste is geen rechtlijnige vertelling, maar een associatie van ideeën en beelden bij de slapeloze of dromende Jongen. Je krijgt de realiteit te zien van de incidentrijke schoolreis, hoe het precies gebeurde, maar vooral zijn reacties daarop. De Jongen laat zijn gedachten de vrije loop: angstige beelden, vrolijker beelden, telkens in half-samenhangende sequenties die meestal abrupt afbreken. Het spel wordt structureel op gang gehouden door een “gedachtenmachine” van de Jongen – bediend door de “werklieden” – die, afwisselend, ofwel zelf het verloop bepaalt, dan wel gebruikt wordt, door de zichtbare personages, om het verhaal verder te helpen. Als er een lijn te trekken is, een richting voor de vertelling, dan is het de rust die stilaan terugkeert – voorlopig? – in het hoofd van de Jongen. Het meisje en de twee “gedachten” willen de Jongen rustig doen inslapen, en het feit dat pogingen daartoe vaker mislukken dan slagen levert dit toneelstuk op.

De vormgeving is eenvoudig: de gedachtenmachine is een Tinguely-achtige buizenconstructie, ook gebruikt voor andere suggesties (duinen, enz.), voor het overige is de scène leeg. De personages die opduiken in de gedachtenwereld van de Jongen zijn herkenbaar door maskers (de volwassenen) en signalen in de kostuums (opgetrokken broekspijpen, een pet – de kinderen). Naast een eenvoudige belichting berust de werking van de voorstelling op het spel zelf. Een spel dat intrinsiek moeilijk ligt, omdat het de nauwelijks bestaande logica van gedachten en “idées fixes” van de Jongen inzichtelijk en spannend moet maken naar een jong publiek. Het zuiverst in dit spel, het zuiverst in de communicatie vooral is Ineke Nyssen, het meisje. Haar ritme stemt op een geloofwaardige wijze overeen met de gedachtensprongen van de Jongen, waardoor zij erin slaagt de kinderen dezelfde sprongen te laten maken: een stuk over een personage dat je nooit als zodanig ziet, dat enkel vertegenwoordigd is door zijn “gedachten” is niet evident “spannend”. De acteurs die “gedachten” zijn, trekken zich op aan de spilpositie die het meisje als actrice en personage inneemt, zonder echter dezelfde soepelheid te bereiken.

Helemaal coherent is deze op associaties gebaseerde structuur niet: enkele dramatische wendingen zijn té doorzichtig geconstrueerd, los van de logica (of het gebrek eraan, wat ook een logica uitmaakt) van het verhaal. Zo “denkt” de Jongen b.v. dat hij wil weglopen van huis: een avontuur dat ofwel op een debacle uitloopt, ofwel op een triomfantelijke bevrijding. Maar in beide gevallen dreigt wat dramatisch misschien aantrekkelijk klinkt (een soort “queeste”), op een moraliserende manier opgelost en afgesloten te moeten worden. Auteur en acteurs in Nacht in februari breken deze situatie, dit dilemma abrupt af, of beter: ze verdoezelen het. Ik ontdoe mij niet van de indruk dat het meer een stoplap is, dan een reële oplossing om een moralisme te vermijden.

Het paradoxale aan Nacht in februari is dat een haast angstvallig vermijden van duidelijke “morele” standpunten, toch niet leidt tot een kleurloze neutraliteit of immobilisme. Het publiek reageert alert, op vormelijke vondsten – met dans, met muziek – en op de kronkels van het verhaal, en de acteurs spelen op hun beurt even aandachtig in op het leven in de zaal. De voorstelling weet, door haar opbouw en engagement in het spel, het ritme te vinden van de denkbeeldige fantasie van een denkbeeldige, onzichtbare Jongen. En dit ritme blijkt geloofwaardig te klinken, sluit aan bij een fantasiewereld die ook bij het publiek leeft, en sleurt zelfs nog een beetje aan die fantasie. Zo leeft Nacht in februari: een spektakel over fantasie – en fantasie hoeft niet vrolijk te zijn – prikkelt opnieuw de verbeelding. Angsten, tot doodsangst toe, zijn ook echt, en niet verlammend zonder meer.

 

NACHT IN FEBRUARI auteur: Stephan Göthe; regisseur: Craig Weston; spelers: Ineke Nyssen, Erna Palsterman, Geert Willems.

Gezien op 6 december 1986 in de Beursschouwburg, Brussel.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#17

15.03.1987

14.06.1987

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

recensie