Foto Marc Sels

Luk Van den Dries

Leestijd 6 — 9 minuten

Müller Bayreuth Berlin

Waar anders is het werk van Heiner Müller meer op zijn plaats dan in Berlijn, de stad waar de oorlog slecht dichtgenaaid is? Waar anders komt de paradoxale kracht van Müllers stukken beter tot haar recht dan in een stad waar een scheur dwars doorheen loopt? Muller zegt over het kenteken van Berlijn, de muur: “Wat ik aangenaam vind, is dat het een teken is voor een reële situatie, de reële situatie waarin de wereld zich bevindt. En hier heb je het in beton.” Muller zegt over de werksituatie in Berlijn: “Berlijn is in zekere zin de hoofdstad van de wereld omdat alle spanningen er sterk geconcentreerd samenkomen. Daarom is het een goede standplaats om te schrijven.”

Nergens anders vind je de grenzen tussen kapitalisme en communisme zo dichtbij, is het ideologische verschil zo tastbaar in het dagelijkse leven aanwezig. Van Kaufhaus des Westens over de Berlijnse muur tot het Museum der Geschichte aan de Marx-Engels-Platz, maak je een wereldreis over luttele kilometers, spring je over breuken, immens breder dan de Spree, eindeloos hoger dan de muur. Berlijn is een stad van tegengestelden.

Muller leeft van tegenstellingen. Hij is ongetwijfeld een DDR-schrijver. Zonder de historische dimensie, de recente Duitse geschiedenis, de opbouw van zijn land, de communistische utopie, is zijn werk niet leesbaar. De afstand tussen fascistisch verleden, dagelijkse realiteit en utopie vormt een maatstaf van zijn werk. En omdat zijn meetverslag nogal afwijkt van de officiële versies, is hij herhaaldelijk in botsing gekomen met de staatsgeleide en -geplande cultuurpolitiek, wat tot conflict, broodroof en publicatieverbod heeft geleid. In 1961 wordt Muller uit de Schriftstellerverband gezet (dat betekent beroepsverbod, geen inkomsten), produkties worden herhaaldelijk afgebroken, stukken kunnen niet uitgegeven worden. Pas vanaf de jaren ’70 volgt geleidelijke dulding, en ten slotte erkenning: in 1983 wordt Muller lid van de Akademie der Künste, in 1987 krijgt hij de Nationalpreis 1. Klasse voor zijn hele oeuvre.

Wat conflict is in het Oosten, betekent invitatie voor het Westen. Vanaf de jaren ’60 sijpelt Muller door met zijn bewerkingen van de Grieken, verovert hij geleidelijk een vaste positie in het speelplan en geniet hij vanaf eind jaren ’70 een massale belangstelling. Muller maakt momenteel gouden tijden door: hij wordt druk gespeeld en gelauwerd in Oost en West, krijgt belangstelling van opera, muziek en dans, wordt intens gecommentarieerd en geanalyseerd, gevraagd voor lezingen en debatten, er worden hele festivals en colloquia aan hem gewijd.

Zelf blijft hij onverstoord vérder-schrijven, profiteert van de talrijke (reis)privileges en gaat resoluut zijn eigen gang. Hij teert niet op succesformules, maar breidt zijn al forse oeuvre in onvoorziene richtingen uit. Zijn teksten blijven weerbarstig: Muller levert materiaal waarmee aan beide kanten van de muur gevochten moet worden.

Grensganger

En dat er nog gevochten wordt, bewees de Müller-Werkschau deze zomer, een festival in het kader van de ongelooflijke culturele explosie die West-Berlijn tijdens het Europese hoofdstadjaar bovenop het al immense cultuuraanbod meemaakt. Muller was daarin present als grensganger van de Duitse cultuur, als Europees geweten, die met zijn teksten kunstenaars van Oost en West inspireert. Börries von Liebermann, de man achter de schermen van het jaarlijkse Theatertreffen, nodigde 13 groepen uit (o.a. Rosas en Varia), organiseerde een symposium, een lezingenreeks en een filmgebeuren met documentaires over de DDR-opbouw en een Müller-keuze (o.a. Godard, Tarkowsky, Fassbinder, Body); Erich Wonder, Heiner Goebbels en Mullerverenigden zich tot een multi-media project; daarnaast viel er nog uit alle hoeken van de wereld Mülleriania te volgen via videovertoningen, radiospelen, lezingen, al dan niet gecommentarieerd door regisseurs en medewerkers. Berlijn was voor twee weken het Bayreuth voor bewonderaars, theatermakers, onderzoekers en journalisten. Muller rookte onverstoorbaar door, liet zich niet bijzetten in afgeronde analyses, kwam ontwapenend tussen, beantwoordde geduldig de zoveelste indentieke vraag. Wanneer hij zelf het MAeLSTROMSÜDPOL-project van Goebbels-Wonder wilde bezoeken, duurde het zelfs een tijdje voor de waldienst hem herkende, en hij de boot op mocht.

Onenigheid dus. In de eerste plaats tussen theoretici en theatermakers. Müllers teksten vormen een dankbaar object voor onderzoekers: het open karakter van het werk, de hoge dosis intertekstualiteit, de ‘verdoken’ toespelingen op allerlei toestanden, de bewerkingsgraad van klassieke en antieke stof, van mythische en filosofische thema’s, het talige experiment, de afwijkende dramatische presentatie, laten hen toe het werk steeds opnieuw te interpreteren, om te spitten, er een eigen gedachtengang in te volgen. De thematische densiteit en dramatische variëteit nodigen uit tot waaiervormige leespistes, een keten van vergelijkende studies: de literatuurklassieken en filosofische meesters zijn dan niet van de lucht. De theatermakers staan veelal huiverachtig tegen deze Germanistenvraagstukken: ze vinden het creativiteitsdodend, Müllers open uitdaging wordt te veel in rechte banen geleid, het materiaal hoort de lichamen toe, de acteurs, en vraagt naar artistieke reflectie. De confrontatie theorie-praktijk mondde hier opnieuw uit in oppositie, waarbij de theoretici zich in een machteloze verantwoordingspositie zagen geplaatst: ze willen geen dienstensector zijn en eisen zelfstandigheid op, maar worden door de practici gebrek aan bruikbaarheid en creatieve durf verweten. De geesteswetenschappen verkeren in grote crisis, wordt gezegd. Wanneer Müllerspecialist Genia Schulz zich tijdens een discussie laat ontvallen dat dit Müllerfestival tien jaar te laat komt omdat Muller nu al te zeer tot het erfgoed behoort, wordt ze heftig onderbroken door het publiek: Muller blijft choquerende teksten afleveren, zorgt voor ervaring, blijft een storende kracht. Een stelling die meteen zichzelf bewijst.

Heiner Müller, een auteur die voor zijn zestigste al tot de klassieken wordt gerekend, blijft gevaarlijk. Vooral in het Oostblok, waar hij b.v. in de Sovjetunie nog niet gespeeld is, en in Bulgarije slechts met de grootste moeite (slapen met ministerdochters helpt, getuigt Mitko Gotscheff). Wat het Holland Festival in 1983 niet gedaan kreeg, lukt vandaag in een minder gespannen Oost-Westverhouding wel: er is een ruime delegatie van theatermakers uit het Oostblok, die blijk geven van een andere omgang met het materiaal, van een andere lectuur. Tegenover de psychologiserende, metafysische aanpak, tegenover de metatheatrale of spelmatige leeswijze, stellen zij een concretere behandeling van het materiaal voor, die tegelijk meer visionaire beeldkracht toelaat. Ook de kritiek op Muller komt van de jonge generatie van de DDR die in Müllers recente stukken (de cyclus Wolokolamsker Chaussee) een mogelijke terugval ziet in een monumentale taalvorm en noodlotshouding die een onbeweeglijkheid suggerereren die in het Stalinisme niet zou misstaan. Eva Brenner (USA) daarentegen komt Muller opeisen voor de revolutie van de derde wereld, voor het lot van zwarten, homosexuelen en vrouwen: het opstandigheidspotentieel van Müllers teksten dient ingezet te worden voor de bevrijding van onderdrukking. En Jean Jourdheuil wil Muller vooral uit de klauwen van de postmodernisten halen. Zo eist iedereen zijn deel van de Müllerkoek, heeft elk een eigen Müllerproject, gebruikt de teksten in een autonome constructie: Stefan Johansson, die Muller in Zweden introduceerde, zegt dat het aangename aan Muller is dat hij toelaat eigen stukken te maken zonder er zelf te moeten schrijven.

Staalkaart

De gevarieerde Müller inzet kon ook van de aangeboden produktie-staalkaart (waarvoor het publiek in het overaanbod van de Berlijnse festiviteiten vrij schaars opkwam, soms schaarser dan voor de debatten) afgeleid worden. Ook hier voegt Muller zich naar de eigensoortige, eigentalige behandeling van de verschillende gezelschappen, eerder dan dat zijn teksten een stijl, een taal afdwingen. De variëteit in zijn oeuvre en de diversiteit van de geïnviteerde gezelschappen resulteren in een plejade van omgangsvormen, theatervarianten, stijlverschillen. De groep Pupi & Fressede uit Italië brengt een brave, weinig opwindende versie van het decadent erotische Quartett. Het dodelijke sexuele gevecht wordt hier louter verbaal als een gewone komedie, en die klinkt in het Italiaans altijd goed, afgewikkeld. Medeamaterial van het Griekse Atis Theater is daarentegen wild extatisch: de tekst wordt gepreveld en geschreeuwd, gebaren en bewegingen zijn woest, verkrampt, ritualistisch; een decennium geleden ongetwijfeld indrukwekkend. Het Studio Theater uit Warschau maakt voor Medeamaterial een synthese tussen lichamelijke kracht en visionaire beeld-pracht: Müllers landschapsbeschrijvingen worden als reismetafoor uitgewerkt, waarbij de reis omslaat van droom in nachtmerrie, van helder beeld in vertroebelde verwarring. Het zijn interpretaties die fel contrasteren met de ascetische wijze waarop Anne Teresa De Keersmaeker dit stuk ensceneerde, of met de kleuterBrecht-stijl die Discordia voor zijn Müllercollage hanteerde. De Amerikaanse Bild-beschreibung van G. Froscher, een van de vele videovertoningen, heeft dan weer meer weg van een verregaande destructie van het tekstuele materiaal, waarbij de taal tot de bestanddelen herleid wordt, de tekst tot het geraamte afgepeld; met de resten wordt een nieuw karkas gemaakt, worden zelfstandige beelden, klanken en ritmen geproduceerd.

In het repertoire van de moderne tijd, zoals Jourdheuil deze stukken noemde, kon je een fragment van de diversiteit van de hedendaagse Mülleromgang meemaken: van metafoor tot geraamte, van metafysica tot lichamelijke rest, van model tot destructie. Maar uiteindelijk doen deze Müllererfgenamen net wat Müller met zijn pre-teksten uitricht: verbruiken, herwerken, ontruimen en zelf herinrichten. Motivisch dreunt het in Fatzer (Brechts meest gedurfde, onaf-geraakte stuk dat door Müller bewerkt en afgewerkt werd):

DER ZWECK WOFÜR EINE ARBEIT GEMACHT WIRD IST NICHT MIT JENEN ZWECK / IDENTISCH ZU DEM SIE VERWERTET WIRD / DIE ERKENNTNIS KANN AN EINEM ANDEREN ORT GEBRACHT / WERDEN ALS WO SIE GEFUNDEN WURDE.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#23

15.09.1988

14.12.1988

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.  

artikel