© Luca Mattei

Leestijd 6 — 9 minuten

MOLD – Sara Manente

Voorbij de mens als maat der dingen

De Italiaanse choreografe Sara Manente laat zich in MOLD inspireren door de twee uiteenlopende betekenissen van dat Engelse woord:‘mold’ is zowel schimmel als mal. Samen met Gitte Hendrikx en Marcos Simoes en, vooral, een hele hoop schijnbaar willekeurige voorwerpen creëert ze een queery wereld voorbij de mens als maat van alle dingen.

Een droomachtige, meditatieve soundscape van de hand van Christophe Albertijn vult bij binnenkomst de ruimte. Een wit, rechthoekig plastieken zeil ligt uitgespreid op de scène. In een hoek van dat zeil bevindt zich een wit fonteintje op wieltjes. Het is gemaakt van siliconeschuim en heeft een heel zacht, bijna onopvallend straaltje. Drie aparte tribunes staan in het verlengde van de lange zijden van het witte zeil. De opstelling doet zo wat denken aan een sportmatch, ware het niet dat twee van de tribunes door het witte speelveld lopen, er een hoek van af snijden.

Het publiek mag zelf een plekje kiezen, maar dat is minder evident dan je zou denken. Verschillende amorfe silicone-objecten bezetten namelijk al een plaats. Andere voorwerpen hangen aan touwen boven en tussen de tribunes. Zo bengelen aan de lichtinstallatie boven mijn zitplaats bruinkleurige bollen en een wit ding in textiel dat doet denken aan een worm. Boven de tribune naast mij hangt dan weer een goedgevulde, zwarte vuilniszak. Op – of uit? – die zak groeien verschillende bruine en witte paddenstoelen, de vruchtlichamen van schimmels.

Krakende Perrierflessen

Eens iedereen zit, verschijnen drie performers. Hun klederdracht, een overdaad aan oversized shorts en tanktops en strandslippers met sokken, is sportief-casual en doet denken aan de hippe normcore stijl. Twee van hen, Gitte Hendrikx en Marcos Simoes, dragen een zak. De éne is geel en doorzichtig en gevuld met lege plastieken Perrier-flessen, de andere, uit een roze stof, heeft iets van een kussensloop en verbergt zijn inhoud. Choreografe Sara Manente houdt een enkele Perrier-fles in de hand en draagt een met touwen opgeknoopte slaapzak over haar schouder.

Emotieloos schuifelen de drie naar het midden van het witte zeil. Ze ontdoen zich van hun slippers en enkele kledingstukken en legen hun zakken. Ook de knapzak van Simoes onthult een aantal lege Perrierflessen. Dan beginnen de performers de objecten aan te raken en te manipuleren. Manente duwt en rolt een fles over de vloer met haar hand. Haar handeling vult de ondertussen in stilte gehulde ruimte met het gekraak van die fles. Simoes volgt, maar dan door een fles te pletten met zijn knieholte. Daarna is de in tussentijd ontrolde slaapzak aan de beurt. Hendrikx en Simoes wrijven er over, gebruiken het als een soort deken en kruipen er over en onder. Tegelijkertijd baant Manente zich een weg tussen het publiek om het touw van de slaapzak aan het grid van de lampen boven een tribune bij de andere voorwerpen te hangen.

Net als de objecten zelf is het niet makkelijk om thuis te brengen wat de performers doen of tonen op scène. Hun gedrag richt zich voornamelijk op de schijnbaar willekeurige voorwerpen. Naast de Perrierflessen passeren ook een soepele golfplaat, een langwerpige buis van piepschuim, een gouden bus haarlak, enzovoort de revue. Ze raken ze aan, verplaatsen ze of herschikken ze in een nieuwe configuratie. Zo verzamelt het drietal de objecten waar ze zonet nog mee bezig waren op de slaapzak en rolt die vervolgens op tot een bol. Die bol hangen ze aan een touw boven het speelvlak. Het ding zal daar tot het einde van de voorstelling heen en weer wiebelen. Enzovoort. Je blijft in het ongewisse over het waarom.

Van inhoud naar materialiteit

Wat de performers doen, is niets meer en niets minder dan hun eigen lichamen en de voorwerpen ‘assembleren’. Tegelijk bewust én doelloos rommelen ze met de objecten in hun omgeving. Nooit krijgen de scènes die zo ontstaan een betekenis; altijd gaat het simpelweg om de interactie tussen mensen en voorwerpen. Zo slaat Simoes plots aan het breakdancen met een stokbrood, terwijl Manente en Hendrikx enkele amorfe objecten en een kader aan de muur hangen. Simoes volgt en hangt zijn stokbrood ernaast. Je zou er het ontstaan van de kunst in kunnen zien, maar dat lijkt naast de kwestie. Het typeert de voorstelling: ik probeer scènes te lezen, inhoud te ontwaren, maar nog voor ik tot een mogelijke interpretatie kom, doet het daaropvolgende moment elke vorm van opgebouwde betekenis meteen weer verdwijnen.

Het enige wat lijkt te tellen, is de dynamiek tussen mens en ding. Iedere keer weer onderzoeken en spelen de performers met de voorwerpen die op dat moment voor handen zijn. Geleidelijk aan voel je zo als toeschouwer je aandacht verschuiven. Waar ik eerst nog op zoek ben naar betekenis en inhoud, neemt een andere, meer zintuigelijke beleving stilletjes aan de bovenhand. Ik merk dat ik anders naar de objecten kijk, krijg meer aandacht voor hun specifieke materialiteit en de effecten die ze teweegbrengen in de ruimte en bij de performers. Ik vraag me niet langer af wat de rol zou kunnen zijn van de golfplaat of het stokbrood in het toch niet te achterhalen, want afwezige verhaal, maar denk na waarom die objecten, met die specifieke kenmerken, deel uitmaken van deze voorstelling.

De inherente queerness

Dan slaat de sfeer in de zaal plots om. Een techno-achtige beat vult de ruimte. Het teken voor de performers om helemaal loos te gaan. Ze springen en huppelen in het rond met elk een stok in de hand. Het doet wat denken aan een doorgeslagen estafette. Ondertussen ligt een amalgaam van bollen kaas, de golfplaat en andere geziene en nog niet geziene voorwerpen tentoon gespreid op het witte speelveld. Ook de opgeknoopte slaapzak hangt er nog steeds. Gezwind danst het drietal rond en tussen de objecten waarbij ze de stokken inruilen voor steeds andere objecten. Al die voorwerpen worden toegevoegd aan het knutselwerk dat op de vloer vorm krijgt. Het gaat maar door en door, zeker zo’n tien minuten, tot zelfs een ladder uit het niets zijn opwachting maakt en wordt opgesteld in een hoek van het speelveld.

Ik kan inhoudelijk geen touw meer vastknopen aan wat zich hier afspeelt, maar dat belet geenszins het kijkplezier. Misschien is dat wel de grote kracht van MOLD, de ongrijpbaarheid, de inherente queerness van dit alles. Wat ik zie en ervaar, kan ik amper of niet talig ontsluiten of afbakenen. Woorden schieten tekort. Maar op dat moment waarop mijn taal me in de steek laat, doet MOLD iets buitengewoon fascinerend. Het verleidt me en zet me aan mijn blik en aandacht volledig te richten op de materiële eigenzinnigheid van deze vaak alledaagse objecten.

Die eigenzinnigheid zit tevens al vervat in de titel van de voorstelling. Het Engelse woord ‘mold’ verwijst namelijk naar twee zeer uiteenlopende dingen. Enerzijds is het een mycelium of zwamvlok, het netwerk van draden van een schimmel dat op schijnbaar oncontroleerbare wijze groeit, zijn omgeving koloniseert, infecteert en verteert. Anderzijds refereert het naar een mal of gietvorm. Beide logica’s, oncontroleerbare woekering en gecontroleerde vormgeving, zitten vervat in de voorstelling, maar zelden of nooit zie je ze expliciet scènes inspireren. Steeds gaat het over het ongrijpbare, paradoxale samenspel tussen beide.

Transformerend landschap

Het queery en tegelijk affectieve assembleren tussen mensen en dingen dat MOLD thematiseert en verbeeldt, wordt misschien nog het meest tastbaar in één van de laatste scènes van de voorstelling. De drie performers verzamelen bij een rek vol doeken dat al de hele voorstelling wat verborgen in een hoek van het speelveld staat. Één voor één gaan ze voor dat rek staan met hun armen in de houding zoals Jezus aan het kruis. De anderen bedekken hen met lappen stof. Ik voel me zelf weer afdalen naar de grot der betekenis en zie er niets minder dan een religieus ritueel in. Ik ga zelfs verder en ontwaar in Hendrickx, gehuld in haar nieuwe outfit, zelfs een heuse moeder Maria. Of vormen ze samen de Drie Koningen? Maar dan begint het drietal weer door de ruimte te hollen met allerhande objecten. Al snel heb ik enkel nog oog voor de manier waarop de doeken meebewegen met de lichamen waarop ze simpelweg hangen en de voorwerpen die diezelfde lichamen activeren in de ruimte.

De wereld die MOLD zo doet ontstaan, is niet langer een plek waar alleen het menselijke subject zichzelf thematiseert en viert. Lichamen en voorwerpen zwerven eensgezind en als gelijken over de scène. Samen vormen ze een steeds transformerend landschap van aanraking en trilling, actie en reactie, constellatie en onttakeling. MOLD toont zo niet alleen dat eender welk voorwerp agency in zich draagt, die ook ons bepaalt en affecteert. Het confronteert de toeschouwers tegelijk met hun hardnekkige verlangen of zelfs noodzaak om die dingen simpelweg te reduceren tot hun rol of functie in verhouding tot menselijke subjecten. MOLD toont ons zo een verstrengeld, schimmelig universum waarin het object niet langer beperkt of omkaderd wordt door het subject, maar waarin subject en object elkaar juist wederzijds beïnvloeden en vormgeven in hun materiële aanwezigheid.

MOLD past zo in een golf van voorstellingen als Oblivion (2015) van Sarah Vanhee, Blab (2017) van Sonja Jokiniemi of New Skin (2018) van Hannah De Meyer, die materiële agency verbeelden, herdenken en herevalueren. MOLD is een geslaagde poging die verder bouwt aan een wereld en ervaring voorbij de mens als maat van alle dingen. Het menselijke subject doet er hier even iets minder toe. Ik zie er alvast een kiem in voor de meer duurzame relatie die we als mensen met onze wereld zullen moeten aangaan.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!