Armour – Arno Ferrera & Gilles Polet
Liefde doorheen elke vorm van geweld
Bas Blaasse
© Sébastien Hendrickx
Zomer 2028. De zon is er nog steeds. Er is een tuin. Er zijn mensen, fruitbomen, groenten, kruiden, dieren. Overal vallen schaduwen. De dag is licht, vrolijk en vriendelijk. Over het algemeen is alles erg aangenaam. Zoals altijd doen mensen voortdurend verschillende dingen, tegelijkertijd en ongecoördineerd. Het is een boeltje. Ze lopen elkaar voor de voeten, babbelen door elkaar heen – al zijn er soms momenten van samenhang en begrip. In de tuin kunnen we twee groepen mensen van elkaar onderscheiden. De horizontalen genieten van de zon en spoken verder niet veel uit. Musa fluit een liedje, ‘Sex on the Beach’ van T-Spoon. Renée smeert zonnecrème op haar harige benen. De verticale groep is actiever. Ono wandelt op hun blote voeten over het gras naar Marilyn Monroe, het varken van de familie. Die drukt hun lippen op haar roze buik zonder eraan te denken om consent te vragen. Timothy en Liisa werken zich in het zweet op een lapje grond van 12 bij 18 meter. Voor het vallen van de avond zou dat – cross fingers – een nieuw stuk moestuin moeten zijn. Giulia en Zakia zijn er ook. Ze verslepen een zeil met daarop een hoop etensresten – aardappelschillen, rotte sla, bruine druiven, wortelen met wit donshaar op, erwtjes, klokhuizen, zwarte bananenschillen, grijsgroene pompoenen – alles is vermengd met de stront van Marilyn Monroe. Héérlijk. Een uur gaat voorbij. Zomaar, alsof het niks is. Daarna staat de zon wat lager aan de hemel, waardoor de schaduwen in de tuin langer zijn. De kippen Moody’s, Fitch, Standard en Poors schuifelen heen en weer, van het kippenhok naar de fruitbomen naar de moestuin – of wat straks een moestuin zal zijn, als Timothy en Liisa het volhouden. Anniki is er ook, de doodzieke moeder van Zakia. Ze wandelt langzaam, met een pijnlijke grimas, langs de rand van het huis. Ono moet geeuwen, waardoor iedereen in de buurt plots ook moet geeuwen. Andrea zegt o ollebollewolleke o mini karrakolleke o hankiepankie dikkiedik tegen Igor, maar de baby begrijpt er niks van. En Cleo – Cleo, Cleo, Cleo…
Ze komt de tuin in gerend met een waterpistool en maakt iedereen nat. Timothy en Liisa, Ono, Andrea, Giulia en Zakia. Zelfs Anniki, en Igor. Dan roept haar moeder, Liisa: Cleo, aufhören. Das reicht jetzt. Cleo legt het pistool naast zich neer, gaat liggen in het gras. Ze vergeet alles. Ze verliest zichzelf helemaal in het schouwspel van de miertjes die krioelen tussen de grassprietjes. Een voor een zou ze die kunnen dooddrukken met haar gigantische wijsvinger, als ze dat zou willen, maar ze doet het niet.
Er is ook een groot huis. Het heeft zware muren, fundamenten, oude zonnepanelen op het dak, die nog steeds werken. De zomer hangt er ook binnenskamers. Je merkt het aan de lichtvlekken die over de vloeren en het behang dansen. Aan het stof dat overal wat poëtisch omhoog kringelt. In de grootste van de twee keukens staat een kast, en daarin leven zeker honderd mokken en tassen en kopjes en bekers. Die voorin de kast reizen voortdurend door de verschillende verdiepingen van het huis – die achterin worden meestal vergeten. Ooit liet Greet een dwaze foto van Julius op een van de mokken afdrukken. De twee zijn al jaren uit elkaar maar die mok staat nog altijd achterin de kast. Er zijn ook ongedragen kleren, ongelezen boeken, onbeslapen beddengoed. Veel van de voorwerpen in het huis kunnen uit elkaar worden geschroefd en anders weer in elkaar gezet. Een beetje zoals meccano, maar dan op mensenmaat. En niet alleen in metaal, ook in hout en kunsthars. Toen Kristien indertijd met slaande deuren vertrok, haalde Noémi haar bed helemaal uit elkaar. De onderdelen verdwenen achteraf in verschillende andere houten voorwerpen, en de houtwormen verhuisden mee.
Buiten wordt het stilaan frisser nu. Moody’s, Fitch, Standard en Poors nestelen zich in het kippenhok gezellig tussen het stro. Marilyn Monroe wil er graag bij maar ze is te groot. Zakia helpt haar zieke moeder Anniki met opstaan. Moeizaam stapje voor moeizaam stapje keren ze door de tuin terug naar huis. In de keuken speelt de radio op iemands laptop. Mo zingt mee: É o pau, é a pedra, é o fim do caminho. É um resto de toco, é um pouco sozinho… Hij roert door een grote kookpot, waarin vleestomaten pruttelen, en bosajuinen, looktenen, koriander, bollen kunsteiwit. Langzaam geven de ingrediënten hun smaken aan elkaar af. Het is pure alchemie. Mo roert nog eens, voegt zout en peper toe, paprikapoeder, roert opnieuw, enzovoort. Vandaag maakt hij shakshuka zoals zijn grootmoeder het deed in Algerije – zonder het kunsteiwit dan. De radio schakelt van muziek naar nieuws, maar dat staat te stil om het goed te kunnen horen. De avond valt. Alle schaduwen vervagen omdat alles over het algemeen donkerder wordt. Iedereen trekt zich terug, knipt het licht aan, houdt zich even in hun kamer bezig. Buiten staat alleen nog Andrea. Hij steekt zijn handen in zijn zakken en kijkt wat rond. Naar de rozemarijn, de salie, de kleine pimpernel, de watermunt, de paarse dovenetel, de citroenmelisse, het boerenwormkruid, de steentijm, het sint-janskruid, de peterselie, de koriander. Het is gek. Alles groeit gewoon vanzelf. De kruiden maken geuren die samen de woelmuizen verwarren. Julius moet ermee ophouden gekookt eten in de compostbak te werpen, want daar komen die muizen dus op af. Gelukkig cirkelt er af en toe nog een torenvalk boven de tuin. Als het moment er is, duikt die naar beneden en bijt die zo’n woelmuisje in de nek. Straks maakt Andrea thee met sint-janskruid voor Anniki – die zal haar niet genezen, maar kan wel helpen tegen haar donkere gedachten. Hij houdt zijn handen in zijn broekzakken, wandelt een stukje, bestudeert de vijgenbomen, de amandel- en de perenbomen, de bosaardbeien-, de aalbessen-, de frambozenstruiken. Daaronder leven aardwormen, aaltjes, mijten, springstaarten, korstmossen, saprofyten en heel wat andere bacteriën die er met elkaar allerlei verbintenissen aangaan.
Andrea haalt zijn handen uit zijn zakken om de akkerdistel met zoveel mogelijk wortel uit de grond te trekken. Ergst van al is de Japanse duizendknoop – die wortelt overal doorheen. Een tuin lijkt misschien wel mooi en vredig maar in het echt is het een strijdperk op leven en dood. De muizen doden de planten, de torenvalk doodt de muizen, Andrea doodt de akkerdistel en de Japanse duizendknoop. De vraag is wat je precies moet doden. De wilde bloemen en de poel met de libellen en het lepelblad trekken insecten aan. Is dat goed of slecht? Soms goed, soms slecht, en soms gewoon oké. Lieveheersbeestjes zijn goed, ze eten bladluizen – al is de Aziatische variant een ramp. Bladluizen zijn slecht. Ze bijten gaatjes in de bladeren van planten, waardoor die geel worden en verwelken. Maar wat met aardvlooien, letterzetters, galwespen, herculeskevers, boorkevers, plooiwespen, bosbeekjuffers, oeverlopers, bromvliegen, snuitkevers, sabelmieren, watersnuffels, strontvliegen? Zijn die goed, oké of slecht? Of goed en slecht tegelijk? Andrea heeft geen idee.
De bel gaat. Overal in het huis worden hoekjes van bladzijden omgedraaid en boeken dichtgeklapt. Mensen ontwaken uit hun dutjes, anderen leggen het werk neer. Andrea, Cleo, Timothy, Liisa, Ono, Greet, Giulia, Zakia, Anniki, Igor, Julius, Noémi en alle anderen komen uit verschillende richtingen aangewandeld. Ze zetten zich neer aan de grote tafel waar Mo nu het avondeten opdient. Daarna gaan twee maanden voorbij.
Andrea verschanst zich in zijn kamer. Hij zit op de rand van zijn bed. Het lijkt nacht maar we bevinden ons pal in het midden van de dag. De kamer is aardedonker omdat de ramen zijn afgedekt met aluminium platen. Binnen is het gelukkig een stuk frisser – niet écht fris, maar toch. Onder de duisternis die Andrea’s kamer vult, zinderen vele voorwerpen. Andrea kent ze allemaal, maar ziet ze niet. Hij ziet niks. Toch vindt hij moeiteloos de weg naar de wastafel. Hij maakt een washandje nat en legt zich weer neer op het bed met dat washandje op zijn hoofd. Wanneer Andrea zijn ogen sluit, schuift een nieuw donker voor de volle, donkere kamer.
Timothy en Liisa trotseren buiten de zon. Met toegeknepen oogleden wandelen ze door de warme lucht. Ze leggen stukken karton rond de groenten om de aarde te beschermen maar volgens Timothy is het te laat. Een tijdlang hield de leemgrond het water nog vast – nu verzandt de bodem. De aardwormen, de aaltjes, de mijten, de springstaarten en alle andere wezens daar beneden – sommige te klein voor het blote oog – zien af. Ze plooien zich terug op zichzelf, laten elkaar meer en meer los. Kijk, zegt Timothy tegen Liisa. Hij wijst naar de blauwalgen op het oppervlak van de poel. Die nemen zonlicht en zuurstof weg van de dieren en de planten eronder. Kom maar niet te dicht. De algen scheiden een gif af dat je huid kan irriteren. Giulia en Zakia gaan rond met emmertjes water door de tuin. Natuurlijk willen alle planten water. Het kost ze steeds meer moeite om het weinige vocht dat er nog is uit de grond te trekken. Sommige planten sluiten hun huidmondjes, worden geel, oker en bruin. Ze sterven een stukje af om te kunnen overleven. Giulia en Zakia concentreren zich op die planten waarvan de wortels niet zo diep reiken – die hebben het water het meest van al nodig. Timothy verwacht dat de veldsla, de bindsla en de kropsla het snel zullen begeven. Net als de kikkerjongen in de poel. Mo denkt ze vanaf nu misschien beter koude gerechten zouden eten in plaats van warme. Dat maakt helemaal niet uit, werpt Julius driftig tegen – het is de spijsvertering die het lichaam opwarmt. Het beste is gewoon om minder te eten. Right. De sfeer in de familie zakt helemaal onder nul. Ieders bloeddruk daalt, waardoor het bloed sneller rond stroomt, waardoor de harten sneller moeten pompen.
De hersenen geven boodschappen af aan de spieren. Ze vertellen hen dat ze trager moeten werken. Iedereen raakt vermoeid, duizelig, misselijk. Humeurig ook. Igor huilt de hele dag. Cleo werkt iedereen op de heupen met haar zangerige gezeur, in de eerste plaats haar moeder Liisa. Julius krijgt zijn driftbuien maar niet onder controle, en Noémi vertrekt uit het huis – ze vertelt niemand waarheen. Het wordt pas echt stil wanneer Anniki’s hart het begeeft. Eén dag voor haar vijftigste verjaardag laat ze de familie achter in verwarring.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.