Outside eyes uit Iran: Nasim Ahmadpour
Als macht afwezigheid performt [NL]
Nasim Ahmadpour
© Rahi Rezvani
Het grote publiek kent Damien Jalet vooral van zijn hippe videoclips voor Madonna en Yung Lean. Vorige weekend was de Brusselse sterchoreograaf nog eens in België met Mirage, een onderzoek naar luchtspiegelingen en optische illusies. Een stroom aan beelden stelt de perceptie van de toeschouwer op de proef en roept een wakende, maar vooral spectaculaire droomtoestand op. Maar veeleer dan het hoge spektakelgehalte intrigeren vooral de abstracte scènes.
In een recent interview in De Standaard omschreef Damien Jalet zichzelf als een “niche-artiest” en sprak hij zijn verbazing uit over zijn almaar groeiende internationale bekendheid. Eén blik op zijn oeuvre toont echter hoe zijn werk in de meest uiteenlopende artistieke contexten circuleert. Sinds 2002 ontwikkelt de Frans-Belgische choreograaf een danspraktijk die voortdurend in dialoog gaat met de beeldende kunst, muziek, film, theater en mode. In zijn adresboekje staan de nummers van muziekartiesten als Björk en Thom Yorke, filmregisseur Paul Thomas Anderson en installatiekunstenaar Jim Hodges. In België werkte hij meermaals samen met choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, onder meer voor Boléro (2013), waarbij ook performancelegende Marina Abramović betrokken was. Ook in de filmwereld is Jalet actief: hij choreografeerde Jacques Audiards Emilia Pérez (2024) en werd geprezen voor zijn choreografieën in Luca Guadagnino’s Suspiria (2018). Recent beweegt zijn choreografische praktijk zich steeds meer richting de popmuziekindustrie, met onder andere zijn rol als creatief adviseur voor Madonna’s The Celebration Tour (2023-2024) en de choreografie voor de videoclip Storm (2026) van GENER8ION met Yung Lean.
“Op het podium domineert een indrukwekkend schuin oplopend platform, in de vorm van een zandduin of een bergheuvel, gehuld in een sluier van mist.Voortdurend moeten de dansers zich aanpassen aan de hellingsgraad, steunpunten zoeken en hun evenwicht bijsturen. Hun lichamen vertragen en versnellen, terwijl ze met kleine gebaren het zweet van hun voorhoofd en nek vegen.”
Hoewel Jalet zich vaak buiten het theaterpodium begeeft en de popmuziekindustrie opzoekt, komt zijn werk het meest tot zijn recht in de live uitvoering op scène. Toeschouwers kunnen de choreografie ervaren, maar haar tegelijk ook bevragen. In Mirage staat de waarneming centraal en hoe die bij het publiek verschuift tussen werkelijkheid en illusie. De scenografie van de Japanse kunstenaar Kohei Nawa vormt het uitgangspunt van de choreografie. Volgens de programmatekst bouwen Jalet en Nawa daarmee voort op een samenwerking van meer dan tien jaar, na VESSEL (2016), Mist (2019) en Planet [wanderer] (2021), waarin zij de relatie tussen materie, beweging en licht onderzoeken en de impact op de waarneming van de werkelijkheid.

© Rahi Rezvani
Op het podium domineert een indrukwekkend schuin oplopend platform, in de vorm van een zandduin of een bergheuvel, gehuld in een sluier van mist. Vanuit die nevel verschijnt een eerste danser van het Ballet du Grand Théâtre de Genève, waar Jalet geassocieerd artiest is. Traag en bijna mechanisch beweegt de danser over de centrale as van het podium, alsof hij over een (toneel)horizon wandelt die boven een zwarte leegte zweeft. Wanneer geleidelijk meer dansers het bewegingsterrein betreden, wordt duidelijk hoe de op klimatologie geïnspireerde scenografie hun bewegingsmogelijkheden bepaalt: voortdurend moeten ze zich aanpassen aan de hellingsgraad, steunpunten zoeken en hun evenwicht bijsturen. Hun lichamen vertragen en versnellen, terwijl ze met kleine gebaren het zweet van hun voorhoofd en nek vegen. Tegen de achtergrond van de klimaatopwarming krijgt deze scène dan ook een actuele resonantie. In de opwarmende atmosfeer krijgen de dansers iets robotachtigs: het licht weerkaatst op hun kostuums en verleent hen een zilverachtige, metalen glans. Met hun blikken af en toe omhoog de duisternis in gericht, lijken ze reeds een andere dimensie waar te nemen. Zo zet zich in Mirage een eerste verschuiving of transformatie in gang.
“Het ondoorgrondelijke karakter van deze beelden, ongewoon in een dansvoorstelling, roept een hallucinante ervaring op. Het doet denken aan de fotogrammen van fotograaf László Moholy-Nagy, waarin toverachtige sporen van objecten zonder camera worden vastgelegd via lichtgevoelig papier.”
Te midden van een soort sneeuwlawine bewegen de dansers zich in extreme omstandigheden. Op een herhalende beat maakt de groep krachtige bewegingen met een zeer precieze statigheid. Ze nemen een stilstaande pose aan want er heerst stilte voor de storm. Het geruis kondigt haar komst aan. De mist daalt als een witte lawine neer van achter de horizon en neemt de zwarte silhouetten van de dansers mee. Eén van hen waagt zich aan een bergbeklimming en zoekt op het schuine platform naar stabiliteit. De mist overspoelt de voorste rijen van het publiek, waarna de toeschouwers pas later opnieuw uit de nevel opduiken en de theaterzaal zich langzaam weer aftekent.
De Japanse theaterlichtontwerpster Yukiko Yoshimoto creëert vervolgens een indrukwekkend lichtlandschap. Zoals de programmatekst omschrijft, experimenteert Mirage met het fenomeen van de luchtspiegeling, waarbij de horizon een belangrijke rol speelt in de perceptie. Yoshimoto werkt met misteffecten en variaties in luchtdensiteit om een luchtspiegeling te bekomen, die ontstaat wanneer licht wordt afgebogen door luchtlagen met verschillende temperaturen. Op de scène rijst een mistwolk op, waaruit de contouren van een lichaam verschijnen. Via spots die van achteraan de zaal schijnen, ontstaan schimmen van figuren in grijs- en groentinten, terwijl in de soundscape waterachtige klanken weerklinken. Het ondoorgrondelijke karakter van deze beelden, ongewoon in een dansvoorstelling, roept een hallucinante ervaring op. Het doet denken aan de fotogrammen van fotograaf László Moholy-Nagy, waarin toverachtige sporen van objecten zonder camera worden vastgelegd via lichtgevoelig papier. Yoshimoto vertaalt een gelijkaardig principe naar een live-performance. Naast de materiële realiteit van Mirage wordt zo ook de perceptuele ervaring zelf sterk bepaald door het lichtontwerp, waardoor Yoshimoto een meer centrale plaats verdient naast Damien Jalet, Kohei Nawa en Ballet du Grand Théâtre in de credits van de voorstelling.
“Het creëren van dergelijke optische illusies is ondertussen uitgegroeid tot een handelsmerk van Jalet. In het eerste deel van de voorstelling blijft die spanning tussen spektakel en artistiek onderzoek nog in evenwicht, maar vanaf de glitterscène verschuift het zwaartepunt geleidelijk richting louter visueel effect.”
Black-outs markeren de scènewissels en transformeren de atmosfeer. Op zes plaatsen valt een straal blauwe, groene en rode glitter uit de lucht, recht op de lichamen van enkele dansers. Onder een nevel van glitter ontvouwen zij zich tot anonieme organismen. Ze bewegen traag van een zittende naar een rechtopstaande houding en vervolgens opnieuw naar een zittende positie op hun eigen glinsterende eiland. Geleidelijk worden de individuen door een partner vergezeld en verstrengelen de duo’s hun lichamen op sculpturale wijze. Bewegingen op, over, in en tussen elkaars lichamen leiden tot acrobatische posities. Tijdens deze glittershow klinkt een soundscape van Thomas Bangalter, medeoprichter van Daft Punk, opgebouwd uit elektronische composities en meditatieve klanken, zoals het gerinkel van bellen.
In de slotscène, waarin de dansers achter elkaar op het platform in een rij plaatsnemen, onderzoekt Mirage de relatie tussen mens en technologie. Met hun armen aan elkaar gebonden maken ze in canon golfbewegingen die zich over de rij voortzetten. Op het ritme van de soundscape worden de bewegingen zo gestructureerd dat ze eerder mechanisch dan organisch ogen, als een menselijke stoommachine. Het creëren van dergelijke optische illusies is ondertussen uitgegroeid tot een handelsmerk van Jalet. Hoewel dit hoge spektakelgehalte en de toegankelijke beeldtaal een breed publiek aanspreken – de voorstellingenreeks in De Singel was volledig uitverkocht – intrigeren vooral de meer abstracte scènes, waarin het platform en het lichtontwerp samen een studie naar luchtspiegelingen en waarneming vormen. In het eerste deel van de voorstelling blijft die spanning tussen spektakel en artistiek onderzoek nog in evenwicht, maar vanaf de glitterscène verschuift het zwaartepunt geleidelijk richting louter visueel effect. Hoewel het concept ’transformatie’ tot het einde van Mirage wordt uitgewerkt, treedt de onderliggende reflectie op luchtspiegelingen en wankele waarnemingsfenomen naar de achtergrond. Het zijn precies deze elementen die zich niet laten capteren op camera, omdat ze daarmee hun mystiek zouden verliezen. Uiteindelijk valt het doek, maar de mist glijdt er onderdoor en lijkt de toeschouwer nog tot in het ontwaken te volgen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.