© Fred Debrock

Leestijd 7 — 10 minuten

Malpertuis/Piet Arfeuille — Medea

De duivels van een kunstenaarschap

Wie van de ‘Medea’ van Malpertuis verwacht nog eens het verhaal te zien van hoe een moeder ertoe komt haar eigen zonen te vermoorden, komt bedrogen uit. Ze blijken al dood. Én ze komen steeds weer tot leven. Moorden zonder woorden krijgen we, troost zonder toekomst. Piet Arfeuille en Fabián Santarciel de la Quintana schilderen op scène een psychologische ruimte, maar dan uiterst fysiek.

Waar houdt repertoire op repertoire te zijn? Van Medea rest in deze Medea niet meer dan de schim van een verre historie. Alles wat van klassieke stof klassiekers maakt, is geschrapt. Weg de tekst, weg de taal, weg elk verhaal. Zelfs van uitgesproken personages is nog amper sprake. Is de titel boven dit werk uitgehold tot gewoon een merk? 

Als enige actrice tussen acht frisse snaken krijgt Tania Van der Sanden als vanzelf de rol en het bewustzijn van Medea toebedeeld. Maar in de praktijk cirkelt alles op scène als een lijzige wervelwind om haar heen, buiten haar om zelfs. Soms staat ze in het oog van de storm zelf niet meer dan een toeschouwer te wezen. Even vaak blijkt ze bijna per ongeluk naar de marge gedwarreld: bedekt onder een deken, verstoten uit de roedel, verweesd aan de rand. Al haar daadkracht is ze kwijt. 

Misschien is dat nog de grootste ingreep op het klassieke repertoire waaraan deze creatie haar titel ontleent: haar gebroken vermogen tot handelen. Deze Medea heeft niets meer van een bewuste actie in de tijd, maar alles van een circulair gebeuren om zichzelf. Deze Medea is veeleer De Blinden of Wachten op Godot dan een Griekse tragedie. Alles op scène valt gewoon voor, valt stil, zet weer aan, zijgt weer neer. De figuren op scène staren het aan zoals wij. 

Alles op scène valt gewoon voor, valt stil, zet weer aan, zijgt weer neer. De figuren op scène staren het aan zoals wij. 

Gestrande zielen

Regisseur Piet Arfeuille en bewegingskunstenaar Fabián Santarciel de la Quintana zijn dan ook niet vertrokken van Euripides’ Medea, wel van Landschap met Argonauten: het versplinterde gedicht waarmee Heiner Müller in 1982 Medea en Jason als vervreemde identiteiten het puin van de twintigste eeuw voorschotelde. ‘De jeugd van tegenwoordig: geesten van de lijken van de oorlog die morgen zal losbarsten. Wat overblijft, is een arrangement van de bommen.’ (eigen vertaling) Müller veegde van de hele westerse geschiedenis — van Nero tot Fritz Lang —  het kernafval bijeen, als op een theaterpodium vol levenloze lichamen. De toekomst ligt in deze tekst niet beloftevol vóór, wel in splinters achter ons. Een en al spookachtige herinnering.

Maar zelfs van Müller is geen spoor meer te zien op scène. Alle klassieke invloeden zijn door de regie van de speelvloer gespoeld, tot alleen nog ingetrokken vochtvlekken op een vaal vloerkleed. Weg de tekst, weg de taal: er zijn geen woorden meer over. Louter om de lichamen draait het, tot elkaar veroordeeld op die giftige grond. Wat kunnen zij in dit eeuwige heden nog aanvangen met wat erin ligt opgeslagen uit het verleden? Medea is even exploratief als retrospectief: een fysieke studie naar wat mensen elkaar nog te bieden hebben nadat ze elkaar alles hebben afgepakt. 

Terwijl eigentijdse Medea-reflecties zich graag vernauwen tot het titelpersonage (Nu ben ik Medea, Khadija El Kharraz Alami) of het kernkoppel Medea en Jason (Nachtevening, Pieter De Buysser en Inne Goris), kiest Malpertuis bewust voor het uitzoomende perspectief van het collectief. Negen lichamen staan bij aanvang in de achtergrond samengeklonterd als een trosje haveloze schipbreukelingen, gestrande zielen, weerloze wolven. De Argonauten, denk je spontaan: die klassieke kliek van onvervaarde strijders die Jason rond zich verzamelde om het Gulden Vlies te gaan ontvreemden en onderweg ook Medea op te scharrelen. 

Alleen is hun viriele heroïek bij Malpertuis gewisseld voor de blanco blik van argeloosheid. Als opgeschoten jongens rond een oudere vrouw staan ze er in groezige onderlijfjes en -kleedjes een beetje bedremmeld bij. Alsof alles nog beginnen moet? Alsof alles nog te herdoen valt, of zelfs terug te draaien? 

De vooruitgeschoven oogopslag van Van der Sanden, frontaal de zaal in, vangt de spanning van de hele voorstelling: zowel een onbevangen vraag om (zelf)begrip als een diepe duisternis die zich maar moeilijk vatten laat. Tegelijk een grijns, een grimas en stilzwijgend geweeklaag belichaamt ze. Wie draagt schuld, wie is slachtoffer? En hoe daar samen mee verder leven? Lange tijd gebeurt er tussen Medea en de groep ook niet meer dan die blik uitwisselen. Samen lijken ze te onderzoeken wat hen bindt, door zich rond hun gedeelde verleden te positioneren tegenover elkaar. 

 Als een trage long gaat de beweging op scène vervolgens – net als het licht – open en weer toe, open en weer toe. Schijnbaar spontaan beginnen de spelers de doeken bijeen te rapen die van de speelvloer een lappendeken maken van groen, grijs, vaalblauw. Op één stapel gaat al die stof: een aanzet tot nest, tot vluchtheuvel, tot schuilplek? Een verwoede poging om alle uiteengereten herinneringen eerst samen te vatten? 

Tekst is spiermassa geworden, het verhaal is gewisseld voor puur ritme. Het enige geluid dat je hoort, is het gezoem van toneellampen.  

Eén uithaal, volkomen onaangekondigd, smoort algauw die suggestie van verzoening: één speler grijpt een ander als een verloren schaap naar de keel en schudt er ruw het leven uit. De stapel stof wordt eerst zijn doodsbed en dan een rollende baal, een dolle rollebol waarop alle spelers één voor één levenloos neerstuiken en meteen weer opstaan en doorgaan en weer voorover vallen. Eén meervoudig lichaam vormen ze, cirkelend rond Medea, tot ook zij mee tegen de vlakte gaat en de jagende adem van de voorstelling weer stokt, stilhoudt, uithijgt. Tekst is spiermassa geworden, het verhaal is gewisseld voor puur ritme. Het enige geluid dat je hoort, is het gezoem van toneellampen.  

Kijken met een loep

Zo wikkelt Medea zich scène na scène verder af, tot haar eindbeeld weer zal uitkomen bij het begin, als een minutieuze visuele rondedans rond het nulpunt van betekenis. Het gaat Arfeuille en Santarciel de la Quintana niet om grote beweringen, maar om kleine bewegingen, esthetische details, fysieke spanningen: vingers die een hals bezoeken om het kloppen ervan te stoppen, handen die zich om een arm klampen, negen paar blikken onder bevreemdend natriumlicht, lijven en lompen die niet langer van elkaar te onderscheiden zijn. 

Toch is deze creatie niet het soort hyperrealisme dat Arfeuille ruim tien jaar geleden ook al verkende in Are you ready, are you ready for love (twee buren die amper iets uitvoeren in elk hun flatje) en 2019 (Droomspel) (vier shopmedewerkers in hun dagelijks keukentje). Al is de directe presentie van de performers wel vergelijkbaar – ze spelen niet, ze zijn er gewoon – het kader is nu in Medea veel grootser, symbolischer, existentiëler. De mythe die erachter steekt, vormt een canvas waartegen sommige beelden ineens inklikken op het klassieke verhaal. Van der Sanden die twee jongenskoppen onder haar armen neemt als een spin haar prooi, of die met een andere zittende performer blikken uitwisselt terwijl de rest slaapt: daar verschijnen ineens weer Jason en de kinderen, en wordt Medea toch weer repertoire. Die momenten zijn zeldzaam, maar ze geven de performance wel ruggengraat. 

Even vaak zingt het vlees zich los van de mythe en laat de voorstelling haar titel varen. Zo ontvouwt zich op scène een performance op zichzelf die de dynamiek tussen de mannen duidelijk prefereert boven de tragedie van de vrouw. Eén voor één gaan hun kleedjes uit voor de blote basten eronder, om des te precieuzer de dunne lijn te bevoelen tussen intimiteit en geweld. Net die vervloeiing maakt Medea best eigenzinnig: op gelijke wijze wordt er – en passant – getroost, geminnekoosd en gedood. Enkele sterke visuele imprints van leven geven en leven nemen levert dat op: een handklauw over een gezicht, ledematen uit de haak, masculiene piëta’s die zich her en der uitplooien. We kijken naar het traag ademende tableau vivant van een eeuwenoud drama, waarvan de grote peripetieën zich vernauwen tot een spier die spant, een ader die klopt, een gezicht dat rood aanloopt. Kijken doe je met een loep.   

Het is op zulke momenten dat de vormgeving van Berlinde De Bruyckere mooi de mythe vervangt als grond onder het gebeuren. Majestueus staat van haar hand één kleurig kunstwerk met pelsen, veren en dekens geposteerd in het scènebeeld, en verleent het rituele kracht aan alle interacties op scène. Een topzware boom? Een postapocalyptische totempaal? Een royale mantel met geknipte vleugels? Een gewond hart? Zoals de voorstelling zelf werkt dit kunstwerk vooral op sfeer, en laat het veel betekenis open. Maar bijna vertrouwelijk accordeert de fysieke aanpak van beide regisseurs met de geknakte kwetsbaarheid van alle opgebaarde paarden en wassen lijven in het oeuvre van De Bruyckere. In Medea zie je zowat de levende versies van haar beeldend werk, vlak voor de stolling. 

Tussen eeuwigheid en het hedendaagse

Op andere momenten glijdt die diepere gedragenheid echter al te makkelijk weg uit de voorstelling. Dan ontwaar je in alle choreografie nog te zeer de improvisatieopdrachten uit de repetities, en lijken veeleer de performers dan de personages op zoek naar wat hen bindt. Vingeroefeningen worden dan getaffel. Het licht blijft hangen aan de huid, in plaats van door te stralen naar wat eronder zit. Het is een minimaal verschil, maar wel met een maximaal effect. Zodra die balans tussen abstracte metaforiek en beeldende fysiek nog niet helemaal afgesteld blijkt, raakt meteen ook de inzet van de voorstelling zoek. Waar is de regie precies op uit?

Voor Arfeuille gaat Medea over collectieve traumaverwerking. ‘Er bestaat niet zoiets als een persoonlijk trauma’, vertelt hij in een gesprek met Fred Libert. ‘Alle trauma’s zijn geworteld in families, samenlevingen, wereldbeelden… Als je dat dan samen inziet, dan kan je elkaar helpen.’ Op scène zie je die dynamiek woordeloos aan het werk, maar zonder veel uitzicht op inzicht. De intimiteit wint het niet van de agressie, de toekomst niet van het verleden. Medea mag dan wel mooi zijn in z’n jongensachtige fragiliteit, uiteindelijk esthetiseert deze creatie toch vooral de neergang, meer dan een collectieve handreiking. 

De intimiteit wint het niet van de agressie, de toekomst niet van het verleden.

Opnieuw bepaalt de titel meer dan de regie misschien zou willen. Hoe open en universeel alle bewegingspoëzie zich ook voordoet, hij maakt het uiteindelijk toch moeilijk om er een breder portret in te lezen dan een oorlogstrauma van ver weg. Als hedendaags tijdsbeeld voelt het net te eeuwig: reddeloosheid en bespoking door het verleden is van alle tijden. Voor een echt familiedrama missen er dan weer uitgesproken banden tussen al deze figuren. Allemaal gegevenheden die klassiek repertoire net rijkelijk te bieden heeft. 

Heeft Malpertuis dan te veel geschrapt in dit Medea-materiaal, of er net nog te veel van bewaard? Bovenal moet Piet Arfeuille blijven nastreven wat hem altijd al gedreven heeft: vanuit een grote persoonlijke nood – die voel je ook hier in elk beeld – eigenzinnige vormen proberen vinden om in het kleine fysieke en esthetische detail de grootste metafysische en ethische vragen voelbaar te maken. In die schijnbaar onmogelijke spreidstand blijft zijn theaterwerk heel hoog mikken, én blijft het zonder meer uniek. En misschien is dat wel veel belangrijker dan of deze voorstelling nog repertoire is of niet. Minstens toont deze schim van Medea de duivels van een kunstenaarschap.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, dramaturg en docent aan het Conservatorium Antwerpen. Hij richtte cultuurtijdschrift rekto:verso en burgerbeweging Hart Boven Hard mee op.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!