(c) Wannes Cré

Leestijd 7 — 10 minuten

Malgré tout – Starlette Mathata, Aurelie Di Marino en Michiel Soete/Theater Arsenaal

Moraliseren zonder vingertje

Met Malgré tout maakten Aurelie Di Marino, Starlette Mathata en Michiel Soete bij theater arsenaal een opvallend moralistische voorstelling. Vol levenslust en lichtheid zoeken ze een uitweg uit het mondiale labyrint van geweld en onderdrukking. Het resultaat is een even anarchistisch als toegankelijk pamflet voor de speelsheid.

Wanneer we de zaal betreden, weerklinkt vogelenzang. Met de nodige voorzichtigheid legt Michiel Soete de laatste hand aan een schuur van rode planken en lijmtangen. Een rokende schoorsteen verrijst op het dak, daarnaast een vogelnestje met een eitje. Pais en vree alom, maar dan volgt de implosie. Kletterend en kreunend stort het gebricoleerde bouwsel in – de toeschouwers op de eerste rij raken maar nét niet bedolven onder de plankenregen. Met die anarchistische belofte begint Malgré tout: heilige huisjes zullen omvergeworpen worden om de wankele fundamenten van onze maatschappij bloot te leggen.

Met gespeelde verbazing komen de drie spelers van de avond – naast manusje-van-alles Michiel Soete ook theatermaker/performer Aurelie Di Marino en de Congolese theater- en filmactrice Starlette Mathata – de ravage bekijken. De song ‘Bark Out Thunder Roar Out Lightning’ van Chief Xian aTunde Adjuah trekt het eerste van de drie delen van de voorstelling op gang. Terwijl Soete de scenografische rotzooi sorteert en Mathata met ingehouden passen door de ruimte danst, begint Di Marino als een gek aan een reeks snelverkledingen (kostuums: Lieve Pynoo). Haar gedaantewissels schieten alle kanten op, van referenties aan de kunstgeschiedenis (‘Les amants’ van René Magritte) tot de populaire cultuur (de opwaaiende jurk van Marilyn Monroe, met daaronder een kuisheidsgordel). In al haar verschijningsvormen poseert Di Marino eerst frontaal, dan in profiel, als voor een mugshot. Het meisje in schooluniform met de ene kous lager dan de andere, de vrouw in een dwangbuis, de activiste die ‘MINE’ tapete op haar buik (en later de variatie: ‘PLEASE DON’T MINE MY DATA’)… Allemaal hebben ze iets subversiefs, iets opstandigs of ontwrichtends. De passage leest daarmee als een mission statement van het hele stuk.

(c) Wannes Cré

Bigger, faster, better

In het tweede deel van Malgré tout creëert het trio een upbeat aaneenschakeling van kolderieke dialogen, parabels, analyses en kluchten. Elk van die scènes speelt zich af in een bepaald jaartal. In niet-chronologische volgorde omspant de voorstelling de periode van 1563 – het moment dat de Portugese kolonisatoren voet aan wal zetten op het eiland Madeira, ‘l’origine du capitalisme’ – tot 2025. Na het nogal abstracte eerste deel, dat vooral lijkt te putten uit onze (identitaire) beeldcultuur, kiezen Mathata, Di Marino en Soete in deze tweede sequentie voluit voor de taal (vooral het Frans, met af en toe wat Nederlands). Meestal is die metaforisch, maar sporadisch ook schaamteloos direct. Altijd is ze kraakhelder.

Neem nu die eerste scène, waarin Mathata de koloniale exploitatie van Madeira uitlegt met de rust en het gemak van een door de wol geverfde docent. De Portugezen vinden suikerriet op het eiland – ‘zoet, wit en winstgevend’. Om suiker te produceren is vuur nodig, voor vuur is hout nodig, en voor hout zijn handen nodig om bomen te kappen. Die lichamen vinden de Portugese kolonist-ondernemers in Afrika. Met de tot slaaf gemaakten als tool plunderen ze het hele eiland leeg. ‘BIGGER, FASTER, BETTER’, scanderen Di Marino, Mathata en Soete. Tot de winst plots met 80 procent daalt, omdat er geen boom meer overeind staat. De suikerindustrie verplaatst zich, maar het systeem blijft onveranderd. ‘BOOM, BUST, QUIT’, citeren ze George Monbiot uit Invisible Doctrine: The Secret History of Neoliberalism. Expansie, uitputting, en dan de vlucht. Het kapitalisme is een continu systeem dat alles en iedereen leegzuigt zonder enig moreel bezwaar.

Koekjeskapitalisme

Wie echter één lange preek verwacht, vergist zich grondig. De sfeer is in dit tweede deel eerder die van een zatte caféavond, met Mathata en Di Marino als olijke tooghangers en Soete in de rol van ijverig-klungelige butler. Tussen de scènes door klinkt opzwepende muziek en wagen ze zich aan uitgelaten dansjes. De toon is niet woedend of drammerig, maar eerder schertsend. Met aanstekelijk spelplezier en bakken joie de vivre kwijt het trio zich van zijn taak: systemisch onrecht zo inzichtelijk en overzichtelijk mogelijk maken.

Het is vooral in de meer metaforische passages – de fictie, zeg maar – dat Malgré tout echt begeestert. Di Marino vertelt bijvoorbeeld een legende over een volk dat een alarm uitvindt, voor het geval dat ooit nodig zou zijn. Elke vijftig jaar moet het systeem opnieuw opgestart worden, anders gaat het vanzelf af. Na vijftig jaar is men het bestaan van het waarschuwingsmiddel vergeten en schrikt het zoals voorspeld iedereen op. Niet wetend hoe het alarm precies werkt laat het volk het jarenlang schellen, tot er generaties opgroeien die nooit iets anders gekend hebben. Onwetend noemen ze het lawaai ‘stilte’. Of: hoe de naderende catastrofes zozeer deel zijn beginnen uitmaken van onze dagelijkse levens dat we ze niet meer als zodanig herkennen.

“Met aanstekelijk spelplezier en bakken joie de vivre kwijt het trio zich van zijn taak: systemisch onrecht inzichtelijk maken.”

Nog eentje: Soete bekent zonder schaamte verslaafd te zijn geraakt aan de app ‘Cookie Clicker’, een ‘idle game’ waar je geen talenten of vaardigheden voor nodig hebt. Het enige doel: klik op een koeksje, en dan is het koeksje gebakken. Na vijftien gebakken koekjes kan je een automatische klikker aanschaffen, waardoor je zelf niets meer hoeft te doen. Met nog meer koekjes koop je een grootmoeder, die een koekje per seconde bakt. Nadien kunnen respectievelijk ook een koekjesboerderij, een koekjesmijn, koekjestempels, -portalen en -condensators verworven worden. Zonder vastgelegd eindpunt en zonder doel stapelen de mogelijkheden zich op. BIGGER, FASTER, BETTER, jawel – tot alweer een nieuw bouwsel van Soete instort.

(c) Wannes Cré

Het toverwoord NEE

Komen verder nog aan bod: een hyena in een put, een geanimeerd gesprek met Voltaire over diens hypocriete verlichtingsidealen, de verlinking van collaborateurs na de bevrijding van Napels in 1943, een patron die ook ten tijde van de apocalyps de rekening vereffend wil zien, de verminking van een Congolese vriendin door een Belgische koloniaal, alwetende smartphones… Malgré tout schiet werkelijk alle kanten op, maar net daardoor begin je door de bomen het bos te zien. In alle eenvoud verweven Di Marino, Soete en Mathata het kapitalisme met het fascisme, kolonialisme en racisme. Die kwade -ismen zijn geen uitwassen van een malafide systeem, zo wordt gaandeweg duidelijk: ze zijn het systeem zelf, waar ook wij willens nillens deel van uitmaken. ‘Wat we in Europa fascisme noemen,’ klinkt het, ‘is simpelweg koloniaal geweld dat thuiskomt.’ Aan de basis van beide ligt de chosification: de reductie van de ander tot uit te buiten object.

Is er dan echt geen ontsnappen mogelijk aan onze obsessie met accumulatie en efficiëntie ten koste van anderen? Steeds vaker schemert door de scènes heen een verlangen naar een hernieuwde collectiviteit, naar gedeelde rituelen. Dat wordt vooral duidelijk in het laatste deel van de voorstelling, dat weer een nieuwe vorm krijgt: terwijl Soete ondanks alles nog een nieuwe constructie optrekt in de achtergrond, gaan Mathata en Di Marino zitten voor een nagesprek. De Congolese actrice vertelt daarin haar (al dan niet gefictionaliseerd) levensverhaal, dat verschillende vormen van ballingschap als rode draad heeft. Gaandeweg ontdekte ze de systematiek van het kwaad: het zijn niet noodzakelijkerwijs de mensen die goed of slecht zijn, maar het is het systeem dat van hen gewelddadige wezens maakt. En toen leerde ze ‘NEE’ zeggen. Dat is het toverwoord: ‘Het is het begin van de revolte, het is het begin van het anarchisme, het begin van elke kritische daad, het begin van verandering.’

“Malgré tout schiet werkelijk alle kanten op, maar net daardoor begin je door de bomen het bos te zien.”

Wanneer ik de zaal uit loop, verbaast het me dat zoveel moraliteit – zo doorzichtig en expliciet – me niet de kriebels gaf. Staat de helderheid en de wil om orde te scheppen in de mondiale chaos bovendien niet haaks op het anarchisme dat hier gepredikt wordt? Opvallend genoeg voel ik me monter en niet platgeslagen – noch intellectueel, noch emotioneel. Dat is de grootste troef van Malgré tout. Het activisme van Mathata, Soete en Di Marino is niet bezwarend, maar verlichtend. Daarin zijn ze immer transparant: hun moraal duikt niet op als verholen boodschap aan het einde van een verhaal, maar is de verhaalstof zelf. En nooit wijzen ze met het vingertje, omdat ze zelf net zo goed deel uitmaken van het systeem dat ze het liefst zien bezwijken. Hun verzet is in wezen dat van het spel: dat kan uitdagen, ondergraven en herstellen. Ja, zelfs de Q&A in het derde deel is een theatraal spel, want wat is het anders dan een vorm, een fictie om zich te kunnen verhouden tot een realiteit?

Is Malgré tout als pamflet niet te naïef, te simplistisch wellicht? Misschien, maar het effect én het affect staan buiten kijf. Spelen, denk ik achteraf. Geen hersendode idle game als ‘Cookie Clicker’, maar collectief, ritualistisch en theatraal. Ondanks alles, als daad van verzet.


De speelkalender vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Jens Dewulf

Jens Dewulf is theater- en filmwetenschapper en neerlandicus van opleiding. Hij werkt momenteel als verantwoordelijke communicatie, planning en productie voor theatergezelschap DE HOE.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!