© Charles Dhondt

Leestijd 4 — 7 minuten

Madrigals — Benjamin Abel Meirhaeghe

Als het plezier ondergronds gaat

“Ignite the spark”, piept een naakte Lucie Plasschaert in een schriel hoog stemmetje, terwijl ze ter plaatse marcheert voor een spleet in het toneeldoek. Het is de opening van een voorstelling die zoekt naar het vuur van de liefde: naar de geborgenheid, het verlangen en het gevaar die ermee gepaard gaan. Maar dat vuur gaat niet zomaar aan het branden. Wanneer het doek op gaat, liggen, rollen, springen, dartelen een groep performers ongedwongen over een lege scène bedekt met zilverkleurige matten. Mijmeringen over seksualiteit en andere intieme gevoelens weerklinken in deze sci-fi Tuin van Eden waarin naaktheid en intimiteit de grondtonen zijn. Als dan één van hen een lied aanvat, live begeleid door een luit en twee violen, zijn we bij de titel van de voorstelling aanbeland: Madrigalen.

De Italiaanse componist Claudio Monteverdi (1567-1643) schreef negen boeken met madrigalen, liederen die zowel meerstemmig als met instrumentale begeleiding werden gezongen. De teksten waren bij Monteverdi onder andere gebaseerd op bestaande poëzie of bekende legendes en verhalen zoals Torquato Tasso’s Gerusalemme Liberata. Benjamin Abel Meirhaeghe (ism met detheatermaker en Muziektheater Transparant) koos voor zijn Madrigalen specifiek voor het achtste boek van Monteverdi: ‘Guerrieri et Amorosi’.  Krijgers en geliefden: daarmee is ook het thema van de voorstelling gezet. Liederen wisselen af met meer theatrale of choreografische scènes. Meirhaeghe laat zijn groep performers, die bestaat uit geschoolde en minder geschoolde zangers, de liederen naar hun hand zetten – dan weer dichter bij de partituur, dan weer dichter bij de eigen stem, nu eens solo, dan weer als groep. Dat maakt het soms erg persoonlijke ‘songs’, mooi en tegelijk speels en grappig. In deze bewerkingen, waarin de klassieke instrumenten – viool, luit – aangevuld worden door een laptop en elektronica artiest Doon Kanda (aka Jesse Kanda) schuurt het heden ook weer tegen het verleden aan en worden Monteverdi’s madrigalen popliedjes. 

Een goed voorbeeld van hoe muziek, theatraal beeld, humor en emotie samengaan is wanneer op de lege zilveren scène plots een vuur aangaat – ignite the spark! – en de performers zich in een cirkel errond zetten. Wanneer één van hen, Clément Corillon, een gitaar gaat halen, zijn we bijna helemaal op kamp en is Wonderwall niet ver weg, maar wat aanvangt als liedje bij het kampvuur, transformeert in een ontroerend Lamento della Nimfa (klaagzang van de nimf) gezongen naar het publiek toe. Dat ontspoort dan weer heerlijk wanneer aan het einde de versieringen die de weeklachten van de nimf moeten uitdrukken over the top – en toch beheerst – ten berde gebracht worden. Meirhaeghe en zijn performers spelen zo met de dunne lijn tussen directe emotie en het cliché van sentimentaliteit met een pretentieloze ongedwongenheid als resultaat. Als Monteverdi’s madrigalen al een secularisering van de meer religieuze muziek waren, dan brengt Meirhaeghe ze in zulke uitvoeringen opnieuw naar de wereld van nu. 

Meirhaeghe en zijn performers spelen met de dunne lijn tussen directe emotie en het cliché van sentimentaliteit met een pretentieloze ongedwongenheid als resultaat.

Het lied over de nimf zegt ook iets over hoe je de performers op scène kan bekijken. De verschillende performers zijn inderdaad als een soort nimfen, die half goddelijke wezens, geassocieerd met Dionysus, de Griekse god van de begeerte en de wijn, die lang het zinnebeeld van verlangen en erotiek waren. Als de nimfen in Madrigalen al een strijd voeren, dan is dat geen strijd in de klassieke zin het woord. Hij vindt niet plaats tussen mensen of individuen, maar gebeurt op het niveau van hoe mensen zijn en bestaan. Wat Madrigalen bijzonder maakt, is dat niet het lijden of geweld, maar wel het plezier centraal staat. Als liefde een strijd is, dan wel één om in te verwijlen en om plezier aan te beleven. 

In tijden van onvervuld verlangen – of het nu komt door gesloten discotheken en een verstoord lichamelijk contact door de pandemie, of een overmaat aan online beelden die plezier beloven zonder het te geven – is plezier ondergronds gegaan. Dat is althans één van de gedachten die blijft hangen wanneer de scène met behulp van infinis – nog zo’n knipoog naar de barokke praktijken – transformeert naar een soort grot. Daar dwalen, dansen, kussen en zingen de performer-nimfen lustig verder. Net als de nimfen uit de Griekse mythologie, zijn gevoelens van verwantschap ook voor de figuren in Madrigalen verbonden met het landschap en de omgeving. Zowel in de woorden en zang van Hanako Hayakawa als in de soundscape keren die natuurlijke elementen terug. En hoewel dat ecologische punt steek houdt en ondanks Hayakawa’s mooie vertolking, is dat een lijn die er in de voorstelling meer als een los eindje bij hangt. 

Madrigalen zoekt ongebonden naar die plekken waar het verlangen strijdt om haar plezier.

Voor een ‘strijd’ is het ritme van deze voorstelling opmerkelijk. Ze meandert zonder los te laten, het voelt relaxed zonder vrijblijvend te worden – een flow die doet terugdenken aan Meirhaeghes vorige voorstelling, A Revue. Dit ritme onderlijnt ook dat het hier meer draait om een manier van zijn dan om één of ander conflict. Die manier van zijn zit net als de muziek en de scenografie ook tussen verschillende tijden in. Ze is zowel een weergave van de bijzondere selectie aan individuen op scène, als een soort voorsmaakje van wat het zou kunnen zijn – of misschien van wat het ooit geweest moet zijn – wanneer we onnodige schaamte en barrières laten varen en zo intiemiteit kunnen (her)vinden.  Van de mythische tijd van de Tuin van Eden en bosnimfen, naar de oertijd van de holbewoners, over de Barok en het nu van het theater tot een blinkende toekomst met nieuwe vormen en beelden: Madrigalen zoekt ongebonden naar die plekken waar het verlangen strijdt om haar plezier. Voor Meirhaeghe en de ploeg lijkt de black box van het theater alvast één van die ondergrondse plaatsen te zijn waar dit nog te beleven valt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!