HUNTER – Liesa Van der Aa / B O D I E S
Let’s play!
Evelyne Coussens
© Nastia Krasinskaia
In Visies voor het veld vraagt Etcetera aan sleutelfiguren naar hun perspectief op de podiumkunsten van morgen. Wat loopt goed, wat moet dringend anders? Wat zouden ze veranderen als ze morgen een almachtige minister van cultuur waren, met onbeperkte middelen en bevoegdheden? Deze week: Els De Bodt, algemeen directeur van het hetpaleis, het Antwerpse podiumhuis voor een jong publiek.
Vanuit onze positie als podiumhuis en stadstheater voor een jong publiek zien we in hetpaleis een aantal urgente kwesties waar we als sector de komende jaren een antwoord op zullen moeten formuleren. Ontwikkelingen in de podiumkunsten voor een jong publiek zijn onlosmakelijk verbonden met die van de hele podiumsector. Onze jonge toeschouwers zijn het toekomstige publiek van het avondcircuit. Hoe groot en divers dat publiek van morgen is, hangt af van de inspanningen die vandaag worden geleverd op verschillende fronten. Prioritair zijn de aandacht voor kunsteducatie in het leerplichtonderwijs, een inclusiever kunstenveld, een doordachte spreiding en een veelzijdige infrastructuur.
Hoewel wetenschappelijke studies het belang van kunst en cultuur voor een vitale samenleving steevast benadrukken, voelt het alsof het draagvlak voor de kunsten in onze maatschappij steeds verder afbrokkelt. Politici lijken enkel nog over besparingen in een subsidieslurpende sector te spreken terwijl de cultuurberichtgeving in de kwaliteitspers deze dagen soms wel erg ver opschuift richting entertainment, vaak ten koste van podiumkunsten of beeldende kunst.
Mede aan de basis daarvan ligt een overheid die stelselmatig de aandacht voor muzische vorming in het onderwijs, cfr. de recente beleidsnota Onderwijs en Vorming, afbouwt. En dat is zorgwekkend. Door alsmaar de nadruk te leggen op zuivere kennisoverdracht wordt beleving en participatie aan kunst naar de marge geduwd. Meer nog, de voorbereidende documenten van de op stapel staande visienota rond kunsteducatie in het leerplichtonderwijs die ministers Caroline Gennez (Vooruit) en Zuhal Demir (N-VA) samen voorbereiden toont ons een verregaande instrumentalisering van de kunsten in functie van onderwijsdoelen (taalontwikkeling, kennisopbouw, …) en welzijnsdoelen (gelijkheid, armoedebestrijding, …). De intrinsieke waarde van een doorheen een schoolloopbaan ontwikkelde vertrouwdheid met een op zijn minst minimum aan kunst- en cultuurvormen dreigt daardoor verloren te gaan. Dat is alarmerend, want vooralsnog is de school de enige plek waar alle kinderen daartoe gelijke kansen krijgen.
“Door de nadruk te leggen op zuivere kennisoverdracht wordt beleving en participatie aan kunst naar de marge geduwd.”
Ook de aandacht voor kunsteducatie binnen de lerarenopleiding is de voorbije jaren drastisch verminderd, wat maakt dat jonge, startende leerkrachten vaak zelf niet over de tools beschikken om op een kwaliteitsvolle manier aan kunst te participeren, laat staan die beleving te delen met hun leerlingen. Daarom is het belangrijk dat de professionele kunstensector de volgende jaren voluit inzet op duurzame samenwerkingen met zowel het basis- en secundair onderwijs, als het hoger onderwijs (lerarenopleidingen en educatieve masters).
Leerkrachten ervaren vaak veel en hoge drempels, zowel inhoudelijk, financieel als organisatorisch, als het gaat om een museumbezoek of het bijwonen van een podiumproductie. De kunstensector beschikt over waardevolle expertise om hen te ondersteunen bij het ontwikkelen van culturele en artistieke competenties om over kunst te spreken (kennis, vaardigheden en attitudes), zowel voor zichzelf als voor hun leerlingen. Belangrijk daarbij is om de bestaande tools, zoals bijvoorbeeld een digitaal platform voor de omkadering van producties, optimaal in te zetten.
hetpaleis werkt sinds een aantal jaren samen met een groep ambassadeurs-leerkrachten om onze werking nog beter af te stemmen op de noden van de (Antwerpse) scholen. Op basis van hun input maakten we onder andere een animatiefilm rond de theatercodes die ze op school gebruiken en ontwikkelden we de workshop ‘Een pak drama’ die een introductie geeft in de wereld van de podiumkunsten. Dit soort samenwerking valt relatief makkelijk uit te breiden naar andere steden en gemeenten.
En laat ons nog een stap verder gaan en samen met onderwijsprofessionals visienota’s en minimumdoelen rond kunsteducatie vertalen naar de dagelijkse praktijk van het kennisrijk curriculum in het leerplichtonderwijs. Collectiviteit beleven, empathisch denken, inzichten verwoorden, ervaringen delen, luisteren, kijken, voelen… en zo verbeelding stimuleren. En op die manier het draagvlak voor kunsten in onze maatschappij op een organische manier aanwakkeren en consolideren.
De spreidingsproblematiek is urgenter dan ooit. Sinds er geen afgestemd Vlaams en (boven)lokaal beleid meer is voor cultuurspreiding verbrokkelen of verdwijnen speelkansen; gefragmenteerde tournees brengen extra werk en kosten met zich mee. Jeugdprogrammatoren in cultuurcentra geven aan dat de uitkoopsommen van gezelschappen uit het gesubsidieerde kunstencircuit door de vele achtereenvolgende besparingen, de lage ticketinkomsten bij school- en familievoorstellingen en de fair practice afspraken binnen de kunstensector, onbetaalbaar zijn geworden. Tegelijk is er de steeds groeiende concurrentie van het zogenaamde ‘turnzaaltheater’ dat voor scholen goedkoper, hapklaarder en minder arbeidsintensief is.
Net binnen de context van podiumkunsten voor een jong publiek is spreiding hyperbelangrijk. Verplaatsingen verder dan het eigen dorp of de meest nabijgelegen stad zijn een no go, zowel voor scholen als voor veel gezinnen of jeugdorganisaties. Kinderen en jongeren hebben nood aan een kwalitatief cultuuraanbod dicht bij hun eigen leefomgeving. Buiten de grote steden zijn het voornamelijk de cultuurcentra die dat aanbod bieden. Als zij niet langer kwaliteitsvol werk kunnen programmeren, wil dat zeggen dat er een generatie opgroeit die nagenoeg niet met podiumkunsten in aanraking komt.
We moeten daar als sector een duurzaam antwoord op formuleren. Vandaag kiezen een aantal individuele gezelschappen ervoor om hun uitkoopsommen drastisch te verlagen. Ze investeren een deel van hun structurele werkingsmiddelen in tournees om hun voorstellingen alsnog landelijk gespreid te krijgen. Zonder overleg en afstemming hierover dreigen we als sector tegen elkaar uitgespeeld te worden en in de val te trappen van een moordend concurrentiemodel. Als we over een systeemverandering willen nadenken, is solidariteit noodzakelijk.
“Als de cc’s niet langer kwaliteitsvol werk kunnen programmeren, dan groeit er een generatie op die nagenoeg niet met podiumkunsten in aanraking komt.”
In een aantal steden (Gent, Antwerpen,…) werd de voorbije beleidsperiode een overleg opgestart tussen kunsthuizen met een eigen infrastructuur om het aanbod beter op elkaar af te stemmen en ervoor te zorgen dat door het kunstendecreet structureel gesubsidieerde organisaties minstens één speelplek hebben in de stad waarin ze gehuisvest zijn. Ook cultuurcentra verenigden zich om samen te werken via intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of informeler via het samen programmeren van een aantal voorstellingen uit de gesubsidieerde kunstensector die individueel financieel niet haalbaar zijn.
Bijzonder waardevolle initiatieven die de volgende jaren verder uitgewerkt en vooral verduurzaamd moeten worden. Daarnaast is er nood aan een formeel afsprakenkader tussen producerende organisaties en receptieve huizen, waarin we transparant zijn over de uitkoopsommen en extra kosten, en wie wat waar programmeert. Een zogenaamde coalition of the willing kan hiertoe, ondersteund door het beleid, initiatief nemen.
Het beleid zou ook, naar het voorbeeld van Nederland, podiumorganisaties kunnen subsidiëren om te toeren in plaats van, zoals nu het geval is, de speelplekken. Spreiding draagt ook bij aan de artistieke ontwikkeling van het podiumwerk dankzij opeenvolgende speelkansen.
Er is de voorbije jaren veel inkt gevloeid over hoe we onze sector diverser en inclusiever kunnen maken. Er is een voortschrijdend inzicht over hoe een inclusiever productiemodel er echt uit moet zien – van de selectie van de cast tot de keuze van de thema’s van voorstellingen – en hoe dat door alle geledingen van een organisatie moet worden belichaamd. De bereidheid is er, de implementatie gaat echter, vooral op het vlak van personeel en publiek, traag.
In hetpaleis gelden, wat het publiek betreft, twee realiteiten. Tijdens onze schoolvoorstellingen zit dagelijks de jongste generatie stadsbewoners in al zijn verscheidenheid in de zaal. Als podiumhuis voor een jong publiek verhouden we ons daartoe bij de keuze van (co)creaties, receptieve voorstellingen, stadsprojecten en workshops. Kinderen en jongeren zien onze diverse samenleving met mondjesmaat meer en meer vertegenwoordigd op scène, inhoudelijk sluiten thema’s van producties aan bij hun meerstemmige leefwereld. Zo werkte regisseur Bart Van Nuffelen afgelopen seizoen samen met leerlingen van de Spectrumschool aan de voorstelling Fatilou M. die zich (op film) letterlijk afspeelde in hun school en die ging over thema’s als vriendschap, uitsluiting en les volgen in de B-stroom. Toch slagen we er vandaag, ondanks die bewuste keuzes, slechts gedeeltelijk in om een even divers publiek te bereiken bij avond- en familievoorstellingen; een vaststelling die we met nagenoeg al onze collega-podiumhuizen delen. Dat zou ontmoedigend kunnen zijn, en dat is het bij momenten nog steeds, maar tegelijk zien we wel degelijk een groot verschil in onze publiekssamenstelling tegenover pakweg tien jaar geleden. En dat geeft moed om de ingeslagen weg verder te zetten.
“Ondanks bewuste keuzes slagen we er slechts gedeeltelijk in om een even divers publiek te bereiken bij avond- en familievoorstellingen.”
Ik geloof dat de sleutel tot succes precies in die veelheid aan acties zit. Een duurzame een inclusieve werking bouw je niet van vandaag op morgen uit en dat doe je ook niet met één grote actie of beweging. Het is een traag proces van veel kleinschalige initiatieven op de verschillende niveaus van je organisatie. Zo stromen via wijkprojecten, in samenwerking met jeugdwerkorganisatie Kras, elk jaar een aantal kinderen door naar de reguliere theaterateliers van hetpaleis en zorgt de theaterbus ervoor dat ook minder mobiele kinderen toch naar een voorstelling kunnen komen.
Een voorbeeld van hoe we ons in hetpaleis als organisatie aan het bekwamen zijn in een artistieke praktijk en waarin de uitdagingen maar ook het plezier van inclusief werken bijzonder duidelijk worden, is cocreatie met kinderen en jongeren. Die praktijk, die vertrekt van de fundamentele gelijkwaardigheid tussen alle deelnemers, hanteren we zowel bij onze grotezaalcreaties op scène als bij grootschalige stadsprojecten, onze atelierwerking en eenmalige theaterworkshops. Het stadsproject hetdoek dat we in 2024 realiseerden, is een voorbeeld van hoe je in je artistieke concept zelf vertrekt vanuit een inclusief denken. Duizenden jonge en minder jonge handen borduurden toen samen een gemeenschappelijk kunstwerk dat als theaterdoek boven onze grote scène kwam te hangen. Het borduren als artistieke praktijk liet mensen die in ons veld veelal in de schaduw blijven staan, schitteren als deelnemer, als workshopgever en als mede-ontwikkelaar van het project.
Uiteraard is cocreatie niet de enige artistieke praktijk om een meer inclusieve dynamiek op gang te brengen. Toch is duidelijk dat deze praktijk leidt tot een verdieping van de inzichten in het publiek waarvoor en waarmee je werkt, een kennisopbouw die nooit klaar is.
Als we willen dat de volgende generatie onze schouwburgen blijft frequenteren, dan zit een sleutel ook in het verder ontwikkelen van die schouwburg tot een breed toegankelijke plek voor ontmoeting, gemeenschapsvorming en kunstparticipatie. We moeten open huizen creëren die uitdrukkelijk inzetten op toeleiding naar de kunsten en potentiële drempels helpen slechten. Belangrijk daarbij is het cultuuraanbod te koppelen aan lokale participatie via een wijkgericht beleid, vrijwilligerswerking, buurtwerk en de samenwerking met lokale organisaties. Ook het inzetten van communitybuilders, net- en publiekswerkers kan hier een verschil maken. In het concrete geval van hetpaleis dromen we ervan om de stadsschouwburg aan het Antwerpse Theaterplein verder uit te bouwen tot een kinderkunstencentrum in het hart van de stad, in een optimale verbinding met de bewoners van die stad. Door de dynamiek van de plek te intensifiëren kan ook het stedelijk weefsel versterkt worden.
Vandaag beschikt hetpaleis als enige podiumhuis voor een jong publiek in Vlaanderen over een grote zaal; die is niet alleen uniek in binnen- en buitenland vanwege zijn grote podiuminfrastructuur en groot publiek, maar ook omwille van de mogelijkheden om samen te werken met kunstenaars die hun grotezaalexpertise in het avondcircuit ontwikkelden. Het optimaliseren van die zaal en ze inbedden in een multidisciplinair kunstenhuis onderstreept het belang van de kinderkunsten. Een overheid die investeert in een kunstenhuis voor kinderen maakt een groot gebaar door kinderen letterlijk zo’n grote en centrale plek te geven. Het is een sprekend gebaar voor een bestuur dat zorg draagt voor zijn bewoners en hun toekomst.
“We dromen ervan om de stadsschouwburg aan het Antwerpse Theaterplein verder uit te bouwen tot een kinderkunstencentrum in het hart van de stad,”
We zien het kunstenhuis als een plek waar alle kinderen zich thuis kunnen voelen. Waar voor elk kind of elke jongere een reden is om er te zijn. Een huis met een bibliotheek, een concert, film- en theaterzaal, maar ook een thuis met veel speel- en hangplekken. Laagdrempelig, toegankelijk, maar ook verrijkend en inspirerend, inclusief en veilig. Een locatie die gemakkelijk bereikbaar is met het openbaar vervoer/de fiets/te voet en die uitdrukkelijk inzet op vergroening. Een groene long in het hart van de binnenstad, zowel qua publieke ruimte als in het gebouw met vides die lucht en licht creëren.
Een interdisciplinair kunstenhuis gericht op een jong publiek kan kinderen en jongeren bij elkaar brengen, hen ervaringen laten uitwisselen en als lijm fungeren tussen verschillende generaties. Net omdat het een plek voor kinderen is, is het een plek waar het hele stedelijke weefsel in al zijn gelaagdheid passeert.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.