Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
© Nastia Krasinskaia
In Visies voor het veld vraagt Etcetera aan sleutelfiguren naar hun perspectief op de podiumkunsten van morgen. Wat loopt goed, wat moet dringend anders? Wat zouden ze veranderen als ze morgen een almachtige minister van cultuur waren, met onbeperkte middelen en bevoegdheden? Deze week: Nawel Kalbi, artistiek coördinator van Victoria Deluxe, een Gents sociaal-artistiek cultuurhuis waar mensen van alle leeftijden, met diverse achtergronden en uiteenlopende mens- en maatschappijbeelden samen theater maken.
Dit is geen blauwdruk voor de podiumkunsten van morgen. Wat volgt, is het persoonlijke verhaal van iemand die tegen de verwachtingen in haar plek vond (of toch op zijn minst aan het vinden is) in de Vlaamse podiumkunsten.
Dit is mijn verhaal.
Onderweg verzamelde ik inzichten die ons gezamenlijke gesprek over de toekomst van het veld misschien kunnen voeden. Over wat het betekent om ruimte te krijgen binnen de podiumkunsten, om eigenaarschap te voelen, om te mogen falen en groeien, om verantwoordelijkheid op te nemen. Ik vertrek bewust vanuit mijn persoonlijke perspectief, omdat ik in mijn dagelijkse praktijk blijf voelen hoe groot de nood is aan andere verhalen, andere perspectieven en andere ingangen in deze sector.
Mijn eerste ervaring met de Vlaamse podiumkunsten was op de middelbare school, ergens rond 2014. Theater was voor mij een grotendeels onbekende wereld. Ik was er niet mee opgegroeid en kan me ook niet herinneren dat ik er op school al actief mee in aanraking was gekomen. Mijn vader schreef wel graag, en mijn moeder nam mij als kind regelmatig mee naar Pierke van Gent in Ledeberg, maar los daarvan was ik nog nooit een theaterzaal binnengestapt. Toen we met school voor het eerst naar een voorstelling gingen, was ik oprecht nieuwsgierig.
Die nieuwsgierigheid maakte na afloop plaats voor vervreemding. Tijdens de voorstelling stonden er naakte mensen op het podium, wat ik heel ongemakkelijk vond. Ik kon geen connectie maken met het verhaal, alles voelde hoogdrempelig en moeilijk toegankelijk. Alsof theater iets was dat heel ver van mij af stond. Die eerste ontmoeting zette voor mij de toon en bepaalde mijn jonge blik op de podiumkunsten: het was een wereld waarin ik me niet welkom voelde.
“Ik vraag me soms af wat er anders had kunnen lopen. Wat als die eerste ontmoeting minder vervreemdend was geweest? Wat als ik wel herkenning had gevoeld?”
Dat had niks te maken met het publiek met wie ik de ruimte deelde, maar alles met wat er zich op het podium afspeelde. Na die voorstelling leek het uitgesloten dat ik nog eens zou gaan kijken, laat staan dat ik ooit zelf op zo’n podium zou staan. Ik vraag me soms af wat er anders had kunnen lopen. Wat als die eerste ontmoeting minder vervreemdend was geweest? Wat als ik wel herkenning had gevoeld? Had ik dan al sneller de weg gevonden naar de podiumkunsten en was ik dan vroeger kunnen beginnen aan mijn eigen parcours?
In het podiumkunstenveld van morgen hoop ik dat een eerste theaterervaring voor iedereen een uitnodiging is, geen drempel. Dat vraagt om een aanbod en publiekswerking die vertrekken vanuit de leefwereld van jongeren. Alle jongeren hebben het recht om zich op jonge leeftijd te herkennen in wat er op onze podia gebeurt, om zich er welkom te voelen. Misschien geeft die herkenning iemand het vertrouwen en de goesting om zelf ooit op een podium te staan. Voor mij is dat een eerste, cruciale stap richting een echt toegankelijke en meerstemmige podiumsector.
Little did I know dat theater veel meer was dan die ene, ongelukkige voorstelling die ik in 2014 zag. Dat het in de kern draait om verhalen vertellen, iets wat voor mij wel altijd vanzelfsprekend is geweest. Van kinds af aan zocht ik verbinding met anderen door te vertellen. Ik vond het leuk om woorden om te zetten in iets deelbaars, iets voelbaars voor de ander.
Zoals op 25 maart 2016, nu bijna tien jaar geleden. Onder de stadshal werd een evenement georganiseerd, “Samen Solidair” tegen haat en terreur. Op het programma stonden er enkele sprekers die iets zouden delen over hun ervaring met discriminatie, racisme en islamofobie. Via mijn vrijwilligerswerk werd ik gevraagd om ook iets te brengen. Het was de eerste keer dat ik een zelfgeschreven tekst voor een publiek zou delen. Ik herinner me de autorit ernaartoe, en hoe trots mijn mama was. Voor het eerst zou ik mijn eigen woorden luidop voorlezen. Ik wilde iets zeggen over menselijkheid, over verbondenheid.
“We willen allemaal de poorten van onrechtvaardigheid breken, de oorlogsvlammen blussen, alle mensen hun rechten geven. Maar hoe? Hoe zal dat ooit gebeuren als we enkel toegeven aan onze angsten, enkel handelen uit onwetendheid tegenover de anderen? Zeg mij hoe?” Als ik die tekst vandaag herlees, voel ik hoe relevant hij nog steeds is. Ik wist dat ik met mijn gedicht de wereld niet zou veranderen, maar ik voelde wel dat er geluisterd werd. Dat mijn stem ertoe deed. Met mijn tekst raakte ik het publiek, van mens tot mens.
“Zo begon ik bij Victoria Deluxe mee te werken aan Mijn Weg, een documentairereeks die draaide rond zestien moslimjongeren. Voor het eerst kreeg ik echt eigenaarschap over mijn verhaal.”
Na afloop van het evenement kwam Tourad Kane, die toen als filmmaker bij Victoria Deluxe werkte, naar mij toe. Hij vroeg of ik zin had om mijn verhaal te delen in een project rond de rol van religie in het leven van jonge moslims. Ik voelde mij vereerd maar vond het tegelijk ook heel spannend. Religie is zo persoonlijk en ik wist niet of ik mij daarover publiek durfde openstellen. Ik ging met veel twijfels naar huis en dacht na over mijn intentie, over waarom ik dit zou doen. Wat me uiteindelijk over de streep trok was het besef dat ik zelf nood had aan het soort verhalen dat Tourad en Victoria Deluxe wilden vertellen. Waarbij jongeren zoals ik geen vervreemding bij zouden voelen, maar herkenning.
Zo begon ik bij Victoria Deluxe mee te werken aan Mijn Weg, een documentairereeks die draaide rond zestien moslimjongeren. Voor het eerst werd ik uitgedaagd om mijn eigen levenservaringen op een verhalende manier te delen. Ik werd aangemoedigd om stil te staan bij wat ik erover dacht en voelde, en dat werd ernstig genomen. Voor het eerst kreeg ik echt eigenaarschap over mijn verhaal. Dat bijzondere gevoel van gehoord en erkend worden draag ik nog steeds met mij mee.
Tegelijk leerde Mijn Weg mij ook dat het vertellen van je eigen verhaal nooit zonder risico is. Niet iedereen ontvangt je woorden op dezelfde manier, er is altijd kans op ruis. Kwetsbaarheid roept reacties op, soms ook kritiek en misverstanden. Tijdens vertoningen van de documentaire op scholen verschoof het gesprek soms van mijn eigen ervaring naar een debat over religie en kwam ik terecht in een positie waarin ik me moest verantwoorden voor iets dat veel groter was dan mijn verhaal.
Maar wat doorslaggevend was voor het feit dat ik het toch bleef aandurven, is dat die kwetsbaarheid gedragen werd door een zorgzaam kader. Ook voelde ik eigenaarschap over wat we gemaakt hadden. Dat komt omdat de maker, Tourad, zelf moslim was en mijn perspectief begreep. Hij bewaakte dat mijn woorden op een respectvolle manier werden verwerkt. Ik had inspraak in wat gedeeld werd en wat niet, voelde mij veilig om mijn kwetsbaarheid te tonen. Er werd door het team van Victoria Deluxe bewust tijd genomen voor reflectie over de soms complexe publieksreacties waarmee we geconfronteerd werden. Deel van het zorgkader was ook dat we als groep jongeren werden uitgenodigd om een gemeenschap rond het project te vormen. Zo organiseerden we samen een iftar, waarin we terugblikten op het proces en onze ervaring. Die samenhorigheid, herkenbaarheid en zorg maakten het mogelijk om trots te blijven voelen, ook wanneer sommige publieksreacties echt schuurden.
In het podiumkunstenveld van morgen hoop ik dat de kracht van persoonlijke verhalen ten volle erkend wordt als motor om stereotypen te doorbreken en onze blik te openen. Dat begint bij oprechte nieuwsgierigheid vanuit het veld: durven kijken en luisteren voorbij wat jij denkt. Mijn droom is dat de podiumsector nog meer een plek wordt voor die ongehoorde stemmen. Niet omdat het moet van het beleid, maar vanuit de overtuiging dat ze het veld inhoudelijk rijker maken. Op voorwaarde dat dat gebeurt binnen een zorgzaam kader waarin begeleiding, persoonlijke ontwikkeling en nazorg minstens even belangrijk zijn als het artistiek resultaat.
Met veel vertrouwen nam ik bij Victoria Deluxe daarna deel aan Laten We Beginnen, een voorstelling van en met jongeren over twijfel, verlangen en hoop. Voor het eerst stond ik met mijn verhaal fysiek op het podium, in relatie tot de verhalen en lichamen van anderen.
“9050. Ledebergplein.
Het is 5 september en ik sta aan de tramhalte te wachten op tram 4.
Om af te spreken met mijn vriendin Dounia in de Veldstraat.
Ik luister naar muziek van Tupac in mijn koptelefoon.
Ik sta hier niet alleen.”
Zo begon mijn monoloog tijdens de première in 2019 op Theater Aan Zee. Ik vertelde over een ervaring met racisme, over hoe het is om bekeken te worden, aangesproken op hoe je eruitziet, gevolgd. Het was een verhaal dat ik goed kende, omdat ik het had beleefd. Maar op het podium kreeg het een andere lading: het werd gedeeld en gedragen, door de aandacht van mijn medespelers en van het publiek.
Tijdens Laten We Beginnen ontdekte ik de kracht van het collectieve. Wat er gebeurt wanneer individuele ervaringen samenkomen in één groter verhaal. In het samen schrijven en creëren voelde ik ook wat het betekent om deel uit te maken van een proces waarin zorg centraal staat. Ik mocht er mezelf zijn. Er werd geluisterd, afgestemd, rekening gehouden met ieders grenzen. Ik begreep toen dat een maakproces veel meer kan zijn dan gewoon de weg naar een voorstelling. Het kan een oefening in samenleven worden. Met ruimte om te onderzoeken wat iedereen meebrengt, en hoe die verschillen naast elkaar kunnen bestaan. We leerden luisteren, zorg dragen en verantwoordelijkheid opnemen. Voor ons eigen verhaal, maar ook voor het geheel dat we samen maakten.
In het podiumkunstenveld van morgen hoop ik dat artistieke processen nog veel vaker zulke oefenplekken voor de samenleving mogen zijn. Waarin we niet alleen zoeken naar een vorm en inhoud, maar ook naar manieren van samenzijn en -leven. Waar zorg voor elkaar, de omgeving en de wereld geen bijkomstigheid is, maar een bewuste artistieke keuze.
Victoria Deluxe was na die twee projecten een plek geworden waar ik verder wilde wortelen. Een stage en een studentenjob in de organisatie boden me de kans om de werking van dichtbij te leren kennen, en om te ervaren hoe het is om aan de andere kant te staan. Ik volgde maakprocessen mee en herkende veel van wat deelnemers doormaakten. Ik vond het zo waardevol om hen een platform te geven en samen te zoeken naar hun stem en verhaal. Gaandeweg leerde ik de verschillende rollen binnen de organisatie kennen en ontdekte ik hoeveel werk er kruipt in het zo zorgvuldig mogelijk omgaan met deelnemers, partners en omgeving. Ik zag waarom een zorgkader belangrijk is, dat een proces niet stopt na een dernière: dat de impact van kunst op mensenlevens duurzaam hoort te zijn.
Ik werd me ook steeds bewuster van iets dat ik intuïtief al langer aanvoelde: dat een stem hebben in de kunsten nooit het privilege van een klein groepje zou mogen zijn. Kunst wordt elitair op het moment dat deelname (als maker en als publiek) afhankelijk is van heel specifieke voorkennis en (financiële) middelen. Of wanneer ze zich voornamelijk richt op de smaak en interesses van één specifieke doelgroep, vanuit een bepaalde sociaal-economische klasse. Dat soort exclusiviteit vind ik onrechtvaardig.
“Ik zag waarom een zorgkader belangrijk is, dat een proces niet stopt na een dernière: dat de impact van kunst op mensenlevens duurzaam hoort te zijn.”
In die periode begon ik me dan ook een nieuwe vraag te stellen: kan dit mijn werk zijn? Kan ik me thuis voelen in deze sector als professional en een engagement opnemen om die meerstemmiger te maken? Ik wist zeker dat ik me in mijn organisatie goed thuis voelde, en hoopte van daaruit ook mijn plek te vinden in het bredere podiumkunstenveld. Al werd dat vertrouwen, zeker in de beginfase, geregeld op de proef gesteld.
Een van de eerste werkuitstappen die ik deed, bracht me naar de presentatie van de landschapstekening van Kunstenpunt in De Centrale. Toen ik de zaal binnenstapte, viel het mij meteen op: ik en mijn collega Sophie waren bij de heel weinige mensen van kleur. En de blikken van de andere aanwezigen maakten ons duidelijk dat zij het ook gezien hadden, dat wij er waren. Nog los van welk soort nieuwsgierigheid er achter die blikken schuilgaat, is het een vreemde ervaring om op die manier ‘gezien’ te worden. Omwille van je anders zijn op basis van uiterlijke identiteitskenmerken.
Maar ook in de taal en toon van de gesprekken voelde ik opnieuw die oude vervreemding opkomen. In deze sector zijn opvallend veel mensen al van kinds af aan met podiumkunsten bezig: ze volgen ateliers, gaan naar voorstellingen met hun ouders, leren al vroeg hoe je over kunst praat, kunnen kiezen voor kunstonderwijs en bouwen gaandeweg een netwerk uit. Wie die geijkte trajecten niet heeft doorlopen, kan het gevoel krijgen dat er iets ontbreekt dat moeilijk in te halen valt. Dat de anderen bijvoorbeeld al veel meer hebben kunnen oefenen op een dramaturgisch gesprek, al duizend voorstellingen meer hebben gezien, daardoor steeds een zelfbewuste mening klaar hebben (of toch heel goed kunnen doen alsof). Het is bijna een cliché, maar het is het gevoel dat je harder je best moet doen om je plek te verdienen.
“In deze sector zijn opvallend veel mensen al van kinds af aan met podiumkunsten bezig: ze volgen ateliers, gaan naar voorstellingen met hun ouders… Wie die geijkte trajecten niet heeft doorlopen, kan het gevoel krijgen dat er iets ontbreekt dat moeilijk in te halen valt.”
Gaandeweg werd het me gelukkig steeds duidelijker dat er niet één juiste weg bestaat om binnen te komen en deel uit te maken van deze sector. En dat er plekken zijn die daar heel concreet werk van proberen maken, al zijn het er eerder weinig. De atelierwerking voor jongeren van Victoria Deluxe is er een voorbeeld van. Jongeren komen bij ons binnen zonder aanknopingspunten met de sector, net zoals ik in 2016 begon aan mijn traject. Zonder goed beeld van wat kunst kan zijn, zonder financiële middelen, zonder goeie rolmodellen en zonder podiumervaring. Wel hebben ze een rugzak vol verhalen, talent en een sterke goesting om te vertellen. Doorheen het traject werken ze samen toe naar hun eigen voorstelling. Het moment waarop zij uiteindelijk op een podium staan en hun plek opeisen, raakt mij elke keer opnieuw. Hoe ze op een paar maanden tijd evolueren van diepe twijfel of ze wel thuis horen op een podium, naar met zelfvertrouwen en spelplezier hun eigen verhaal brengen. Zelfvertrouwen dat ze in het beste geval ook meenemen in hun persoonlijk leven, lang nadat het traject eindigt.
In het podiumkunstenveld van morgen wil ik dat er meer aandacht en waardering komt voor die andere ingangen tot het veld, en dat iedereen de kans krijgt om verhalenverteller op het podium en errond te zijn. Dat geleefde ervaring wordt erkend als minstens even waardevolle grondstof voor het makerschap als vier jaar op een kunstschool. Dat ruimte krijgen in de podiumkunsten minder draait om het parcours dat je hebt afgelegd, en meer om ervaring, noodzaak en wat iemand te vertellen heeft.
Vandaag maak ik deel uit van het artistieke coördinatieteam van Victoria Deluxe. Dat werk houdt veel in, maar gaat in de kern elke dag opnieuw over hoe we de ruimte die we hebben op de best mogelijke manier kunnen herverdelen. De keuzes die we maken, bepalen mee wie en wat de kans krijgt om zichtbaar te worden in het veld.
Als ik terugkijk op mijn eigen weg door het Vlaamse podiumkunstenlandschap, zie ik hoe mijn verhouding tot die grote verantwoordelijkheid mee gevormd is door mijn persoonlijke ervaring. Van die eerste theaterervaring waarin ik mij niet welkom voelde, tot het moment waarop ik begreep dat die vervreemding geen persoonlijk tekort blootlegde, maar iets structureels. Mijn parcours ging van voor het eerst voorzichtig deelnemen aan een artistiek traject als participant, naar zelf maken, begeleiden, organiseren en mee (artistieke) verantwoordelijkheid dragen.
“Ik vertel dit verhaal ook omdat ik zeker weet dat ik niet alleen ben. Omdat zoveel jongeren, en zeker jongeren van kleur, helaas nog steeds het gevoel van niet-thuis-zijn herkennen wanneer ze voor het eerst een theaterzaal binnenstappen.”
Ik vertel dit verhaal omdat het nog steeds het verhaal van een minderheid is. Om écht inclusieve toekomstvisies voor het veld te ontwikkelen, hebben we meer verhalen en ervaringen nodig die we nog niet zo vaak gehoord hebben. Ik vertel dit verhaal ook omdat ik zeker weet dat ik niet alleen ben. Omdat zoveel jongeren, en zeker jongeren van kleur, helaas nog steeds het gevoel van niet-thuis-zijn herkennen wanneer ze voor het eerst een theaterzaal binnenstappen. Ik vertel het verhaal voor hen, omdat ik heb ervaren hoe krachtig het omgekeerde kan zijn: wat er gebeurt wanneer een podium wél een uitnodiging wordt. Wanneer verhalen in meerdere stemmen mogen klinken. En wanneer processen zo zijn ontworpen dat mensen zich erdoor gezien, gedragen en erkend voelen. Dat ze er zin van krijgen om te beginnen, en vervolgens: om te blijven?
Daar wil ik meer van voor meer mensen, dat is mijn droom voor de podiumkunsten.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.