Tosca – Jordan De Souza & Rafael R. Villalobos/De Munt
Een erotisch afleidingsmanoeuvre of Pasolini als rookgordijn
Lena Meyskens
Elmer © Madonna Lenaert
Op een regenachtige zaterdag jaag ik me door het tjokvolle Brugge. Ik baan me een weg door de helse toeristenzee en hou mijn ogen helder gericht op mijn doel: Nederlands popfenomeen Elmer eindelijk live aan het werk zien, schitterend in het lichtontwerp van mijn hartsvriendin Kato Ooms.
Een van de eerste nummers die op ons gelost wordt is ‘Druk’ — de ideale case-studie om haar werk beter te leren begrijpen. Het thema centreert rond de dagelijkse realiteit van veel mensen vandaag: hard en veel moeten werken, jezelf tot het uiterste drijven en daar weinig voor terug krijgen. Met woorden als efficiëntie, whiteboards, datum prikkers invullen en dingen over het weekend tillen maakt Elmer het systeem behapbaar klein.
We krijsen samen met Elmer uit dat we sterk zijn als we doorgaan en niet nadenken, dat het ons niets kan schelen dat we te weinig bijtanken en hoe emoties de ongelegen doorn in ons oog zijn. Het is in de eerste plaats een manier om de spot te drijven met anderen en het systeem. Tegelijkertijd besef ik maar al te goed dat al die dingen regelmatig door mijn eigen hoofd vliegen, dat ik zelf geniet van het veel te druk hebben en dat ik werk gebruik om mijn eigen leven en emoties niet onder ogen te moeten komen. Dietotale post-ironie, het eeuwige dubbeltje op zijn kant, is waar voor mij waar het genie van Elmer schuilt — die ongetwijfeld zelf ook een overwerkte kunstenaar is.
Naast het benoemen van dat systeem en het blootleggen van onze medeplichtigheid eraan genereert Elmer ook een eerste reparatieve strategie: samenzijn met lotgenoten. Elmer maakt meteen connectie met het publiek door te vragen wie er onder te veel druk staat en wie zich overwerkt voelt. Samen met pakweg de helft van het publiek beantwoord ik de vraag met een noodkreet en onmiddellijk voelen we ons verenigd — dan wel in ons noodlottig bestaan als onderdanen van het kapitalisme die nooit van echte vrijheid zullen kunnen proeven, maar klassenbewustzijn is klassenbewustzijn.
Eerder die week las ik het boek Werther Nieland van Gerard Reve. Het ik-personage uit die publicatie heet, net als het popicoon to-be, Elmer. Wat is de kans om op één week tijd twee Nederlandse en queer Elmers te mogen ontmoeten in ons klein land België? En hoe klein is de kans dat die literaire Elmer net als de performatieve Elmer zo op zoek is naar lotgenoten?
Voor wie het boek niet gelezen heeft — je mist niks — even in vogelvlucht: Reve’s Elmer is een klein Nederlands jongetje dat in een dorp opgroeit. Hij mishandelt graag dieren, vernielt zijn omgeving, liegt vaak en maakt moeilijk vrienden. Alle jongens die hij ontmoet en waar hij vrienden mee wil worden, lijken weinig wederzijdse interesse te kunnen opbrengen. De manier waarop deze rebelse Elmer daar doorheen het boek mee omgaat is verwoed proberen om een of meerdere clubs op te richten. Hij roept zichzelf steeds uit als almachtige voorzitter. Groter dan drie leden krijgt hij zijn clubs niet, want wie hem dwars ligt wordt eruit gekegeld, en over het algemeen hebben mensen weinig aandacht of respect voor Elmer — meer dan tolereren kan je het niet noemen.
“Als kind verlangde ook ik snakkend naar samenzijn met lotgenoten, naar het ontmoeten van mensen zoals ik, naar gedeelde pijn, plezier en genot.”
Ergens herken ik me tijdens het lezen enorm in de kleine Elmer. Hij loopt over van frustratie en verdriet en lijkt nergens resonantie te kunnen vinden. Zijn leven wordt gedreven door de zoektocht naar samenzijn. Onwetend vindt hij er niks beter op dan die in de meest formele zin in te vullen: een club, met regels en procedures. Waar Elmer uiteindelijk echt naar verlangt is iets wat te beheersen valt, iets wat zich zal vormen rond hem en zijn gewoontes, iets waar hij het nulpunt en de referentie is. Voor hem neemt dat de vorm van ‘de voorzitter’ aan, die redes houdt, regels verzint en bepaalt welke richting de club uit moet. Dat is een totale overcompensatie die zijn doel volledig zal voorbijschieten, maar het valt wel te begrijpen.
Als kind verlangde ook ik snakkend naar samenzijn met lotgenoten, naar het ontmoeten van mensen zoals ik, naar gedeelde pijn, plezier en genot. Daar had ik natuurlijk de woorden niet voor, want waar had ik ze ooit kunnen ontmoeten, vinden, leren gebruiken? Het gevoel nergens bij te horen vertaalde zich op kleine schaal naar moeilijk echte connectie maken met leeftijdsgenoten of met mijn nucleair toxische familie. Op grotere schaal gaat het over je leven, je neigingen, je identiteit en je verlangens nergens weerspiegeld zien en je daardoor onmogelijk een toekomst in kunnen beelden, met het constante gevoel volledig en totaal geïsoleerd te zijn als gevolg.
Dit alles confronteerde me al op jonge leeftijd met in-group en out-group dynamieken. Vragen over wie er waarom bij hoort en wie er waarom uitvalt waren onontkomelijk. Zeventien jaar leven zonder op een plek te komen waar jouw manier van zijn de norm is, vormt je wereldbeeld en begrip van hoe de wereld werkt. Niet alleen voor mij, maar voor zoveel queer personen. Het expliciet zoeken naar gemeenschap dat daaruit voortvloeit is vanzelfsprekend, dat zo expliciet zoeken soms wat klungelig is en al eens brokken maakt evenzeer. Samen iets opbouwen vanaf nul is een gigantische kans maar evenzeer een angstaanjagende uitdaging.
Dat ook de twee queer Elmers gretig verbinding zoeken doet me niet bepaald verschieten. De ene Elmer wil een club oprichten en voorzitter worden, de andere wordt een popfenomeen die zalen vult met gelijkgestemden. Andere queers beginnen een café, een boekenclub, een sauna, een podcast, een magazine, een feest, een honkbalclub, een drag collectief, een museum, een Instagrampagina, een column, een theatergroep. Allemaal verschillende strategieën met hetzelfde doel: toelaten dat mensen zich rond iets nieuws verzamelen, het mogelijk maken voor een ander centrum om naar de voorgrond te komen, een eerste stap in de zoektocht naar een eigen normaal. Met het heft stevig in eigen handen beginnen we op onze eigen manier aan het eeuwige werk van smeden aan collectiviteit.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.