© Marit Stocker

Leestijd 7 — 10 minuten

Tierelieren – Pieter De Buysser / Theater Tartaar i.s.m. HetGEVOLG & Het Laatste bedrijf

Toneelspelen tegen de ernst van het leven

Theater- en filmmaker Pieter De Buysser weet als geen ander spitsvondige filosofische constructies en ingewikkelde verhalen te combineren met een speelse beeldtaal. Soms levert dat cerebraal theater op, waarin je als toeschouwer moeilijk kunt kiezen tussen denken en kijken. Meestal doe je dat tegelijk, maar bij De Buysser is dat lastig. Maar in Tierelieren, de tweede keer dat hij samenwerkt met neurodiverse spelers, is die ‘cognitieve dissociatie’ net de bedoeling. De allergrootste thema’s, zoals het ontstaan van het heelal, ontmoeten de realiteit van mensen met een brein dat niet aangepast is aan het dominante vooruitgangsdenken, hoe rijk hun verbeelding ook is.

Het is altijd een confrontatie, theater met andersvaliden. Een confrontatie met de normen in onze samenleving en, sterker nog, met het normatieve karakter van de samenleving zelf, als systeem en als netwerk van systemen. Voor de toeschouwer is de blik op deze anderen niet comfortabel, ook niet voor lotgenoten, bij de recensent daagt een voorstelling als Tierelieren alle vooroordelen omtrent oprechtheid, mimesis, gelaagdheid aan betekenis, ambachtelijkheid, noem maar op, uit. De spelers van Theater Tartaar zijn deze blikken ondertussen gewoon, maar in Tierelieren tonen ook enkele precaire mensen zonder toneelervaring zichzelf. Een aantal van hen zijn resident in De Pioen, een vestiging van zorgorganisatie Zonnelied in Sint-Jans-Molenbeek. De Pioen vangt mensen met een meervoudige beperking op – mentaal, motorisch, sensorisch. En in vele gevallen komt daar nog eens een sociaal trauma – een geschiedenis van misbruik – bovenop.

“Het is altijd een confrontatie, theater met andersvaliden.”

De complexiteit ligt voor de hand, en Pieter De Buysser is die bewust gaan opzoeken. Neurodiversiteit is in dit verband een lastig begrip. Meestal verwijst het naar een aantal neurologische eigenschappen die moeilijk in het genormeerde sociale leven in te passen zijn – ADHD, ASS, Tourette, etcetera – maar waarbij die moeilijkheden relatief overkomelijk zijn. Zodra het gaat over verminderde cognitieve vermogens, zeker in combinatie met fysieke beperkingen, is neurodiversiteit ingewikkelder. Mensen met zware, al dan niet aangeboren hersenschade, worden geacht te leven in een wereld die hen verzorgt, die hen actief beschermt – tegen een al te complexe samenleving, tegen zichzelf. Meestal worden zij niet in staat geacht om voor zichzelf op te komen, laat staan om een emancipatiebeweging uit te bouwen.

Zolang deze samenleving gericht is op productiviteit en groei, zolang de uitzonderlijke karaktertrekken van deze mensen hen dwingen in een parallelle wereld te leven, is disabledness een noodzakelijke sociale constructie, zoals homoseksualiteit dat ooit was (en grotendeels nog is) in een samenleving die het heteroseksuele kerngezin als ideaal vooropstelt. De ‘milde’ neurodiversiteit kan opkomen voor zichzelf. Ze kan, zoals de crip theory suggereert, ook de sociale constructie uitdagen waarmee ‘mensen met een beperking’ in categorieën gestopt worden. In het beste geval brengt ze de stereotypes zelfs aan het wankelen. Maar de mensen die Pieter De Buysser de scène laat innemen bij Tierelieren, met hun griezelige vermenging van neurologische kwetsuur, fysieke beperking en sociaal trauma, zij komen zelden zelf aan het woord. Ze beschikken wellicht niet over de middelen daarvoor, zij hebben tolken en woordvoerders nodig. Behalve als ze op die scène staan, dan spreken ze zich uit. Van dit vermogen, van deze eerlijkheid maakt Pieter De Buysser voluit gebruik.

© Marit Stocker

© Marit Stocker

© Marit Stocker

Polonaise van koffiemolens

Aan de zijkant van de scène staat een groot bord, met negen panelen. Alle spelers zullen in de loop van de voorstelling een driedelig portret (hoofd, romp, benen) krijgen. Iemand verwisselt de borden, zodat finaal iedereen geportretteerd is, soms met de romp of de benen van een ander, soms met een onduidelijk wezen (een quark, een inktvis, of nog een andere bijzondere levensvorm) ertussen. Het zijn prachtige, scherpe pentekeningen van Kim Vandaele. Het wisselen van de borden, zonder theatrale gestes uitgevoerd, zorgt voor een constant ritme, contrasterend met de opwinding van het spel, met zijn hoogtes en laagtes. Achteraan staat een groep van ongeveer 15 spelers, die nog niet goed weten of het spektakel al begonnen is. Het scherm dat boven hen hangt geeft uitleg, met een ironische toets. Voor het ‘echt’ begint, wil Samir een koffiemolen spelen, wil Delice Samir spelen die een koffiemolen speelt, en zo gaat het verder. Tot er een polonaise van koffiemolens over de scène danst. Beginnen is moeilijk, eerst moet er (slechte) koffie gedronken worden, speelt Stefan een zoete peer, Jacqueline een fruitvlieg, Davinia een fiets en Sara een fietsmandje.

Het scherm vertelt iets over meteorieten en sterrenstof, en alle spelers zeggen voor wie of wat ze een ster willen zijn. Sterren zijn er namelijk om goed te doen, en de spelers zeggen net iets anders dan het scherm aankondigt. Dat is bijna altijd grappig, het scherm is een paternalistische wijsneus waar de spelers zich weinig van aantrekken. Ze dwarrelen over de scène, zwaaiend met hun armen, ze vormen een heelal van goede voornemens en utopische wensen. In eerder werk toonde Pieter De Buysser al zonder schroom zijn fascinatie voor hemellichamen, voor onvoorstelbare afstanden én voor nabijheid, voor de universele (wan)orde die de kosmische materie deed samenklitten en die leven deed ontstaan. Die fascinatie klinkt duidelijk door in Tierelieren, maar je hebt niet het gevoel dat de spelers braaf de stem van de auteur vertolken, ze geven er hun eigen draai aan zodat het hún verwondering wordt. Verwondering over het allerkleinste en het allergrootste, het leven van één dag en het oneindige leven, flitsende snelheid en eeuwige stilstand.

Naadloos gaat deze verwondering over in contrasten tussen mensen, sociale conflicten. De rommel tegenover de opgeruimde kamer, de fiets tegenover de auto, games tegenover sport, Bach tegenover Will Tura. Elke tweestrijd ontaardt in een verbeeldingsrijke scheldpartij – zonder boventiteling – en die besluit met verzoening: met z’n tweeën gaan ze ‘tierelieren’, ze wandelen weg, elkaars armen over elkaars schouder, ze neuriën vrolijk, zonder vaste melodie. Zoals vogels tierelieren, of draaiorgels. Deze gesprekken, zo naïef dat het weer mooi wordt, lopen uit op een hevige samenzang, “Give Peace a Chance” van John Lennon en Yoko Ono. Enthousiasme haalt het op toonvastheid, en de hele zaal zingt mee. Is dit gênant? Zeker, maar de rauwheid maakt het verteerbaar, ontroerend: niemand staat stevig op zijn benen, niet letterlijk, niet figuurlijk, maar ze spelen ‘de beste versie van zichzelf’ – om maar even dit neoliberaal zelfhulpcliché te gebruiken. Zingen, schreeuwen, ondanks alles, ondanks Poetin, Gaza en Soedan: “Blaat het niet, dan schaadt het niet.” Dat zegt de commentaartekst op het scherm, maar je kan twijfelen of dit cynisme even oprecht is als de stemmen van de spelers.

De handtekening van De Buysser

Na deze pacifistische kreet, keren de spelers allemaal terug naar zichzelf, naar wie ze zijn, naar wie ze willen zijn, naar wat hen tegenhoudt om dat te zijn. Eerst affirmatief, “Ik ben wie ik ben”, punt. Dan is het dromerig, ideale mensen waar ze naar opkijken: een helikopterpiloot, een wielrenster, een kapster, een toneelspeler. Hun frustraties, hun droefenis kunnen ze kwijt bij een oude dadelboom, die ze met hun verbeelding bezoeken. Maar wat er even uitziet als een langgerekte bekentenis van onvermogen, lucide en poëtisch verwoord, wordt besloten met zelfbewuste kreten, die doorzettingsvermogen aangeven. Dat wist de melancholie niet uit, ze komen niet terecht bij de egocentrische variant van veerkracht die neoliberalen prediken. Ze suggereren namelijk het omgekeerde van zelfhulp, namelijk solidariteit, elkaar raken, elkaar aanraken als de ander dat ook wil. Ze spelen het spel, het groepsspel, zelfs al oogt het in de slotbeelden wat rommelig.. Maar eerlijk spelen, op deze niets verhullende scène, is onvermijdelijk rommelig. Ondertussen hebben we ieders portret gezien, maar de variaties zijn eindeloos, laat het commentaar weten: het zou vele jaren kosten om alle combinaties te bekijken. Dat doen we niet, maar we doen wel alsof we het blijven proberen. En we tierelieren als we de ernst van het overleven even willen onderbreken.

“De hele zaal zingt mee met John Lennon. Is dit gênant? Zeker, maar de rauwheid maakt het verteerbaar, ontroerend: niemand staat stevig op zijn benen, niet letterlijk, niet figuurlijk.”

Tierelieren is een voorstelling met de duidelijke handtekening van Pieter De Buysser. Niet alleen omdat hij de facilitator is, maar ook omdat hij enkele van zijn lievelingsthema’s ter sprake brengt: de (on)eindigheid van het universum, de noodzaak én het falen van eerlijkheid, de speelsheid die niet enkel een vluchtweg is maar ook dingen écht kan oplossen. Hij vindt die thema’s terug bij deze mensen met verwarde breinen, atypische chromosomen, motorische en sensorische beperkingen. Meer nog, hij heeft gezien dat hun speldrift een existentiële noodzaak is. Dan kan hij de teugels vieren, ze vertellen over zijn dada’s, maar vooral over hun eigen worstelingen. Als ze de toeschouwers recht in de ogen kijken – en dat doen ze zowat de hele tijd – dan kan je niet anders dan meeleven. Mee lijden, zonder dat het larmoyant wordt. Is dit de emancipatie waar ze zo naar verlangen, en waar ze onvoorwaardelijk recht op hebben? Een kleine stap, geholpen door een (aanvaardbaar) minimum aan paternalisme. Wat jammer dat Tierelieren maar één keer te zien was.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans (1959) is Doctor in de Rechten. Hij werkt als docent en onderzoeker aan het RITCS. Hij is actief als dramaturg en regisseerde twee toneelstukken: Bulger (2006) en Sleutelveld (2009). In 2022 verscheen The Dramatic Society. Essays on Contemporary Performance and Political Theory, bij Routledge.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!