Artiesteningang: Dries Verhoeven
Dries Verhoeven
© Jan Versweyveld
De Ruhrtriennale 2024 begon met een opvallend contrast tussen Ivo Van Hoves I Want Absolute Beauty en Kirill Serebrennikovs LEGENDE. Van Hove ensceneerde PJ Harveys levensloop, en zocht diepgang in popmuziek. Serebrennikov bracht de magisch-realistische wereld van Sovjet-filmmaker Sergei Paradjanov tot leven. Beide voorstellingen bieden hun eigen perspectief op de zoektocht naar schoonheid en bevrijding, met wisselende impact: waar Van Hoves conclusie erg op het ‘ik’ betrokken is, gaat het bij Serebrennikov uiteindelijk over de wereld.
Wie de twee premières van de Ruhrtriennale 2024 vergelijkt, stapt in twee verschillende werelden. Ivo Van Hove wil het over deze tijd hebben, en kiest daarom voor muziektheater. In popmuziek worden namelijk onderwerpen aangesneden die mensen (en het publiek) echt bezighouden. Hij wil een lans breken voor zangers en zangeressen van hedendaagse teksten, die een grotere diepgang vertonen dan het publiek, dat zich laaft aan klassieke vormen, doorgaans vermoedt.
Van Hove heeft een grote bewondering voor David Bowie, aan wie hij ook een voorstelling heeft gewijd – al was ik over dat theatrale resultaat helemaal niet tevreden. Je ziet ook dat Van Hove aangetrokken wordt tot de musical – ook al een genre dat in de voorname kringen van de cultuur niet echt au sérieux wordt genomen. Met heel veel plezier en respect regisseerde hij een nieuwe versie van West Side Story in New York, en eerder had hij in Nederland al veel succes met het indrukwekkende Jesus Christ Superstar, een andere klassieker in het genre.
Als nieuwe intendant van de Ruhrtriennale wil Van Hove meteen duidelijk maken dat het belangrijke festival een andere koers zal varen. We weten dat deze Ruhrtriennale het geesteskind is van de betreurde Gerard Mortier, die zijn allereerste festival opende met een opvoering van Don Giovanni van Mozart. Van Hove koos voor het werk van de Engelse PJ Harvey, een cultzangeres uit de experimentele rockwereld. De voorstelling draagt de programmatische titel I Want Absolute Beauty. Streven naar absolute schoonheid is voor Van Hove een nieuw aandachtspunt, want theater moet, zoals hij in verschillende gesprekken onderstreept, moed en hoop te geven.
Absolute schoonheid herkennen we al in de schitterende scenografie van Jan Versweyveld: een diep speelvlak, omringd door een batterij schijnwerpers en een enorm videoscherm. Achteraan is er een grote spiegel die de ruimte optisch immens maakt. Versweyveld heeft in al die jaren dat hij met Van Hove samenwerkt een rijke woordenschat aan vormen ontworpen, waarvan hij telkens elementen in andere combinaties kan gebruiken.
Ivo Van Hove selecteerde uit het oeuvre van PJ Harvey 26 songs en ze zo geschikt dat er een zeker dramatisch verloop zichtbaar wordt. De eerste song ‘Grow, Grow, Grow’ heeft het over het planten van een zaadje dat later een boom zal worden. Dat groeien uit de song leidt naar het laatste beeld van de voorstelling waarbij er een zekere vrede over de voorstelling komt. Ondertussen is er een lange weg afgelegd: van Dorset, de geboorteplaats van PJ Harvey, over Londen en uiteindelijk New York. Haar ontsnapping uit het landelijke Engeland naar die bevrijdende grote steden, loopt een beetje parallel met de levensloop van Van Hove zelf, als je Dorset vervangt door onze Kempen.
“PJ Harvey’s ontsnapping uit het landelijke Engeland naar het bevrijdende Londen en New York, loopt parallel met de levensloop van Van Hove zelf, als je Dorset vervangt door onze Kempen.”
I Want Absolute Beauty is dus een portret van een hedendaagse jonge vrouw, vertolkt door steractrice Sandra Hüller, die een begaafde zangeres blijkt te zijn. Haar prestatie is verbluffend. Het komt niet vaak voor dat een actrice (met een mooie zangstem) ononderbroken anderhalf uur lang zingt. Hüller geeft de liederen naar mijn mening meer kleur en contrast dan PJ Harvey zelf –ze heeft immers niet die metaalklank die Harvey’s stem in de hoge noten soms kenmerkt.
De dansers van (La) Horde tonen de inhoud van de liederen, misschien soms wat te illustratief, met sterke fysieke scènes, zoals een gevecht of een seksuele orgie. Het levert een portret op van een vrouw die hopeloos naar de liefde snakt en een reeks ontgoochelingen oploopt. Als ze op haar tocht een ideale geliefde ontmoet, dankt ze God voor zijn tussenkomst. Er is veel onvervuld verlangen, veel zielenpijn, veel verwijt. Uiteindelijk keert de rust terug wanneer Sandra Hüller, gearmd met een danseres, vredig (gelukkig?) het speelvlak verlaat. Toch blijf ik met een vraag zitten: waar houdt de ‘absolute beauty’ zich schuil?
In de voorstelling LEGENDE van regisseur Kirill Serebrennikov stappen we een wereld binnen die niet sterker kan contrasteren met I Want Absolute Beauty. De Russische regisseur brengt een hulde aan de Georgisch-Armenische filmmaker Sergei Paradjanov, die in de jaren ’60 van de vorige eeuw bekend was bij het publiek van de ‘arthouses’. Vandaag is hij voor het grote publiek een onbekende. Serebrennikov, zelf ook actief als filmmaker, koestert een grote bewondering voor de excentrieke kunstenaar die Paradjanov was.
De voorstelling bestaat uit tien legenden. Elke ‘legende’ krijgt de vorm van een korte éénakter, waarin de rol van Paradjanov door verschillende acteurs wordt vertolkt. Serebrennikov heeft een complex geheel gemaakt dat zich op verschillende manieren laat lezen.
Vooreerst is er de fysieke ervaring van de onbevangen toeschouwer, die een voorstelling ziet die bol staat van de verbeelding. De centrale figuur heet dan Verteller, Mens Genie. In het eerste tafereel vraagt die verteller aandacht voor een schandaal: er werd een begraafplaats opgebroken om het te vervangen door een pretpark. Het treft de verteller diep, want voor Paradjanov waren de overledenen aanwezigheden die je moet eren. Deze legende introduceert onmiddellijk het thema van de kwaadaardige rol van de communistische staat.
“Realisme is hier bewust uitgebannen, om zowel esthetische als politieke redenen. Serebrennikov volgt Paradjanovs magisch-realistische stijl, die botst met het sociaal realisme.”
Vervolgens introduceert de verteller zijn ouders: zijn moeder – een schitterende Karin Neuhäuser – gaat graag naar de opera gaat, zijn vader valt steevast in slaap. Hij schrikt wakker bij een pistoolschot, dat op het einde van Jules Massenets opera Werther klinkt. Serebrennikov maakt er een komische scéne van, waarbij de kapitale aria van Werther door verschillende spelers schitterend wordt gezongen. Telkens weer klinkt het schot, telkens weer veert de vader op.
Meteen is de toon gezet: we krijgen een ironische versie van een aantal voorvallen. Realisme is hier bewust uitgebannen, om zowel esthetische als politieke redenen. Serebrennikov volgt Paradjanovs magisch-realistische stijl, die botste met het sociaal realisme, de enig toegelaten stijl in het Moskou van die tijd. Het leverde de cineast verschillende keren een gevangenisstraf op.
Een bijzonder sterk uitgewerkte legende heeft het over de ‘Infantin Margarita’, een schilderij dat zich in het museum van Kiev bevindt. De scène wordt bevolkt door verschillende kunstenaars van wie er werken hangen. Er ontspint zich een dialoog met onder meer Velasquez, Goya en Delacroix. De kunstenaars maken zich zorgen over een mogelijke raketinslag: plots bevinden we ons in het heden. De discussies over de echtheid van het schilderij worden een aantal keer onderbroken door luchtalarm, en ook een parketvloer moet hersteld worden. Serebrennikov vertaalt dit speels in een puur theatrale actie, waarbij verschillende schilders de houten planken als een puzzel netjes op hun plaats leggen. Zodra het werk af is, eindigt de scène. Ondertussen heeft Albrecht Dürer een centrale gedachte verwoord: ‘Alles vergeht nur die Schönheit bleibt’.
De verschillende legenden vormen geen doorlopend verhaal. Misschien verloopt alles volgens een soort logica van de droom of de persoonlijke associaties van de theatermaker. Zo voert hij de figuur van Walt Whitman op. De verguisde Amerikaanse dichter was homoseksueel, en schreef in zijn tijd verboden boeken. Al worden citaten van Whitman gebruikt, toch overheerst de theatrale actie: Whitman liep altijd achteruit om de toekomst beter te kunnen zien, beweerde hij. Dat gebeurt hier letterlijk in een komisch-ernstige scène.
“De verschillende legenden vormen geen doorlopend verhaal. Alles verloopt volgens een soort logica van de droom of de persoonlijke associaties van de theatermaker.”
Na de vijfde legende is er een pauze. Tot dat punt heb je een meeslepende theatrale reis meegemaakt: komisch, geestig, vol onwaarschijnlijke vondsten, en gedragen door virtuoze acteurs die zich met veel plezier overgeven aan een uitzinnige verkleedpartij. De gedaanteverwisselingen zijn zo talrijk, dat je niet goed meer weet hoeveel spelers er aan de vertoning deelnemen.
Het tweede deel slaat een ernstige toon aan. Er is een legende van de jonge man die droomt van een film met tweehonderd witte olifanten, maar daar het geld niet voor vindt. Daarna wordt het toneel omgetoverd tot een weide bevolkt door gestaltes in kleurrijke folkloristische kostuums. De verteller heet nu ‘genie’. Hij krijgt het aan de stok met de autoriteiten die hem niet als kunstenaar, maar alleen als handelaar zien, en hem beschuldigen van homoseksualiteit – pas dan begrijpen we waarom we in het eerste deel Walt Whitman ontmoet hebben, dat andere homoseksuele genie.
De laatste scène speelt zich af in de gevangenis. De verteller is een oude grijsaard. Alle drama’s en tegenslagen uit zijn leven kan hij gebruiken in een kunst die ‘de grenzen van het mogelijke verlegt’. Het is het ideaal van alle avant-garde kunst. Zijn klus in de gevangenis is het vegen van de vloer. Het laatste beeld van de avond toont hoe de bezem in brand schiet, een laatste manifestatie van Serebrennikovs verbeelding.
Voor het licht wegvalt, verschijnt er op de muur: ‘Bevrijd alle politieke gevangenen’. Het is een kortsluiting tussen kunst en politiek. Met deze slogan jaagt Serebrennikov ons de koude nacht in.
“Waar Van Hoves conclusie erg op het ‘ik’ betrokken is, gaat het bij Serebrennikov uiteindelijk over de wereld.”
Waar Van Hoves conclusie erg op het ‘ik’ betrokken is, gaat het bij Serebrennikov uiteindelijk over de wereld. Ik beschreef LEGENDE vanuit het standpunt van een toeschouwer die niet zoveel over Paradjanov weet. Maar wie het leven, het streven en de strijd van de excentrieke kunstenaar kent, zal een andere lezing van de avond hebben. Serebrennikov heeft motieven gebruikt uit de wereld van Paradjanov, en zo kan je veel beelden en acties een precieze plaats geven.
Voor Paradjanov bestaat de noodzaak om de voorouders te eren. Er is het gevecht van iemand die zichzelf als een genie zag (naast andere genieën uit de filmwereld). Hij was ‘koppig’. Hij werkte ver van Moskou in Georgië en Armenië, waarbij hij zowel oude gewoontes als folkloristische klederdracht een plaats gaf in zijn eigen werk. Zijn visuele taal, het magisch realisme, daagde de Sovjetstaat uit, wat hem duur te staan kwam. Daarom sluit Serebrennikov zijn eerbetoon aan Paradjanov met de scene in de gevangenis. Tussen beide kunstenaars is er nochtans een groot verschil. De films van Paradjanov zijn statisch, en bevatten een minimum aan actie. Het bruisende eerbetoon van de Russische regisseur is daarentegen vol actie, en de vier uur durende voorstelling, vliegt als een flits voorbij.
Er zijn natuurlijk ook paralellen tussen de levensloop van Paradjanov en Serebrennikov zelf. Ook hij leeft op gespannen voet met het Rusland van Poetin. Ook hij heeft processen meegemaakt en heeft de gevangenis gekend. Alleen heeft Serebrennikov meer geluk, want nu hij in het Westen verblijft, is hij een gevierd cineast en toneelmaker.
De voorstelling is een coproductie met het Thalia Theater uit Hamburg. Dat heeft een boek uitgegeven over deze voorstelling, en in een uitgebreide commentaar worden alle elementen uit de biografie van de kunstenaar aangehaald en uitgelegd.
“Het bruisende eerbetoon van Serebrennikov is vol actie, en de vier uur dat de voorstelling duurt, vliegt als een flits voorbij.”
Het knappe is dat Serebrennikov een voorstelling heeft gemaakt die op zichzelf staat – alles wat hij over het onderwerp weet, verwerkt hij met speelsheid en humor. Daarbij kan hij rekenen op een virtuoze spelersgroep. De stijl is energiek, voor sommige acteurs zelfs acrobatisch. In de voorstellig wordt er met acteren à la Stanislavski gelachen. Serebrennikov sluit met deze LEGENDE meer aan bij Vsevolod Meyerhold, die andere toneelvernieuwer (en slachtoffer van de Sovjetpolitiek).
De voorstelling wordt briljant ondersteund door de muziek van de jonge componist Daniil Orlov, die ook als pianist een cruciale rol speelt. Dit is muziektheater van de bovenste plank, ook omdat de spelers stuk voor stuk ‘complete’ acteurs en actrices zijn.
Voor de Ruhrtriennale was er ook nog geld om het Trinity Cathedral Choir uit Georgië naar Bochum te halen. Hun glorieuze koorzang voegt nog een extra dimensie toe aan deze hommage.
Met deze twee erg uiteenlopende muziektheaterproducties heeft de Ruhrtriennale 2024 een vliegende start genomen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.