© Lucinde Wahlen

Leestijd 10 — 13 minuten

Artiesteningang: Anne-Laure Vandeputte

In Artiesteningang stellen we podiumkunstenaars vragen over hun leven en werk. Vandaag: Anne-Laure Vandeputte.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten?

Ik was een tijdje misdienaar als kind. Met de boodschap van de priester had ik niet zoveel, maar het hele ritueel vond ik geweldig. Het misdienaarkostuum aantrekken, op het podium naast de priester zitten, de hosties en het wierookvat aangeven en op geluksdagen: de bel luiden. Ik heb intussen al lang uitdrukkelijk afstand gedaan van de katholieke kerk, maar deel uitmaken van die show op zondag blijft een fijne herinnering.

Wat wou je als kind worden?

Postbode, dierenarts, regisseur.

Wanneer wist je dat je in de podiumkunsten wilde werken?

Ik was al kind al gevoelig voor de magie van een performance. Voor de magie van een ruimte vol individuen via een gedeelde beleving in een collectief te voelen veranderen. Dat is in retrospect wat me naar de kerk trok, denk ik. Toen ik later met mijn ouders naar voorstellingen ging in CC De Woeker, verlegde die focus zich naar theater. Waar het in de kerk na een tijdje saai werd (dezelfde gebeden, liederen, dezelfde persoon aan het woord, dezelfde zinnetjes ritmisch herhalen, dezelfde onzichtbare vent in de hemel die me ging uitleggen hoe te leven), werd het publiek in een zaal ineens verbonden aan de hand van alle mogelijke emoties. Het was grappig, pijnlijk, verdrietig, leuk, vuil, het mocht wringen. Die vrijplaats wilde ik ook induiken. Op mijn veertiende ben ik dan aan de kunsthumaniora Drama gaan studeren.

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen?

Dat is gewoonlijk de laatste voorstelling waar ik in heb gespeeld. Ik behoor tot het slag performers dat zich heel goed voelt op het moment dat de voorstelling van start gaat, maar de uren en dagen ervoor helemaal stuk gaat van de stress. De meest recente keer was My Body as a Commodity op de theaterfestivals van Vlaanderen en Nederland. Mijn Headspace-app heeft overuren gedraaid die week.

Welke voorstelling is onvergetelijk?

De eerste dingen die me momenteel te binnen schieten zijn concerten. Benjamin Clemintine in de Roma. Kae Tempest in Rivierenhof. Sigur Ros in de Bozar. Ik denk dat ik tegenwoordig bij concerten sneller een magisch gevoel ervaar, omdat ik weinig ken van de techniciteit van het medium. Bij theater zit ik vaak te kijken naar de kundigheid van wat gebracht wordt, bij concerten kan ik als een kind me laten overspoelen en opladen. Dus ik haal veel inspiratie uit concerten, om die inspiratie dan zelf te proberen meenemen in mijn eigen werk, in mijn eigen medium.

Wat is jouw favoriete plek?

Dat wisselt. Brussel. De stad, de mengelmoes. Het gevoel dat de samenleving gerepresenteerd is, dat zoveel verhalen samenkomen en naast elkaar leven. De mensen, de communities, de warmte die zo voelbaar is, de zachtheid die mensen vinden in de hardheid van de stad. De parken, de cinema’s, theaters, expo’s, concerten, queer feesten. Daarnaast moet ik af en toe naar de natuur. Mijn lief woont in Ronse – daar in de bossen gaan wandelen is echt een cadeau. Ook is er in de Algarve in Portugal ook één bepaald strand, aan de kliffen, dat ik beschouw als mijn lievelingsstrand ter wereld. Ik ga er vaak terug naartoe, en elke keer als ik er ben, brengt het me rust.

“Ik vind veel rust in het idee dat iedereen met z’n eigen shit dealt en zijn eigen zoektocht heeft. In die gedachte zit veel zachtheid, voor anderen en voor mezelf.”

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Een kleine kamer met een groot raam dat uitkijkt op een tuin. Een plank met twee schragen en een stoel. Een muur waar statische whiteboardfolie op geplakt is, om ideeën en gedachtes op de muur te kunnen schrijven. Een zetel om naar die gedachtes te kijken en ze met elkaar te verbinden in tekst, concepten, concrete plannen en verhalen.

Wat doe je om te ontspannen?

Verbinden met de mensen waar ik van hou. Ik heb schrijfresidenties waarin je weken aan een stuk in je eigen werk duikt altijd geromantiseerd, maar begrijp eindelijk dat dat niets voor mij is. Na een werkdag heb ik nood aan mensen die ik graag zie, om samen over het leven te lullen met een glas wijn, om een film te kijken, een wandeling te maken. De boel relativeren, ruimte en lucht maken voor nieuwe ideeën of manieren van denken. Of spelen met mijn nichtje van twee, die net intens woedend en verdrietig is geweest omdat ze geen tweede croissantje mocht als vieruurtje. Voor haar, op dat moment, oprecht een verschrikkelijk drama. Ik vind veel rust in het idee dat iedereen met z’n eigen shit dealt en zijn eigen zoektocht heeft. In die gedachte zit veel zachtheid, voor anderen en voor mezelf.

Welke muziek luister je momenteel op repeat?

‘Fever to the Form’ van Nick Mulvey, ‘I Saw You’ van Fred Again en Brian Eno (doe maar die hele plaat, ‘Secret Life’), ‘Prickly Pear’ van Portico Quartet, ‘Cuntology 101’ van de Lambrini Girls, ‘Spring 1’ van Max Richter (hercompositie van Vivaldi), ‘Golden Age’ van Chris Staples.

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat?

Make-up aandoen. Ik ben dat het voorbije jaar wel beginnen in vraag stellen: waarom poeder ik in godsnaam mijn gezicht af terwijl ik in het gewone leven amper tot geen makeup draag? Maar het is een manier om mijn lichaam voor te bereiden op een theatrale en fictieve ruimte. Het creëert een ruimte tussen mezelf en wat ik ga doen op een podium.

Daarna warm ik mijn stem op, en vervolgens mijn lijf. Voor My Body as a Commodity leggen we telkens dezelfde nummers op: ‘Gosh’ van Jamie XX en ‘Desperate Youth’ van Santigold. Ik spring en dans rond tot mijn lijf warm en mijn hoofd leeg is, Andrew (Van Ostade; red) drumt mee met de muziek. O en: ik moet, tot frustratie van de mensen die de zaal moeten openen, altijd op exact twee minuten voor het publiek binnen komt nog eens plassen.

Zijn je ouders fan?

Mijn ouders zijn trots op wat ik doe. Ze zijn ook al meer dan één keer naar MBAAC komen kijken, ontzettend lief. We hebben elkaar zeker niet altijd begrepen, maar we zijn naar mijn gevoel eindelijk op een punt dat dat niet altijd hoeft, en dat dat liefde en appreciatie voor elkaar niet in de weg hoeft te staan. Daar ben ik erg blij mee en dankbaar voor.

“Een performance kan ruimte maken voor verwarring, voor tegenstrijdigheden, voor verschillende werkelijkheden die naast elkaar bestaan.”

Heeft theater invloed?

Ik ben rotsvast overtuigd van het idee dat theater invloed heeft. Alleen niet op de hysterische manier waaraan we momenteel gewend zijn. We leven in een tijd van meningen te gillen – al dan niet met een scherm ertussen – in de hoop dat dat mensen overtuigt. Dan kan een medium die een gedeelde concentratie vraagt, die op verwarrende emoties inwerkt, die dingen in vraag stelt zonder meteen een antwoord te bieden, als een log of verwaarloosbaar medium aanvoelen. Maar ik denk dat daar de kracht van theater net in zit.

Een performance kan ruimte maken voor verwarring, voor tegenstrijdigheden, voor verschillende werkelijkheden die naast elkaar bestaan. Ik geloof in de invloed van een groep mensen die dit samen ervaart, emoties samen waarneemt, die eventueel hun eigen verwarring of zoektochten ineens gespiegeld zien op een podium. Op een verbonden manier tegenstrijdigheden waarnemen, daar samen plaats voor maken – ja, daar kan deze tijd wel wat van gebruiken, denk ik. Ik maak zelf graag een onderscheid tussen activistisch en politiek theater.

Activistisch theater legt de nadruk op de mening van de maker en tracht het publiek te overtuigen van die mening. Ik vind dat als publiek én als maker vaak niet zo interessant: je voert een eenzijdig gesprek en krijgt als publiek geen ruimte om in dialoog te gaan. Ook vind ik theater hiervoor een te traag medium. Een activistische mening komt beter tot zijn recht in snellere media: opiniestukken, betogingen, speeches, deel uitmaken van een middenveldorganisatie. Dingen waar de maatschappij absoluut nood aan heeft en die ik, voor de duidelijkheid, waanzinnig belangrijk vind. Alleen vind ik theater daar niet altijd de meest geschikte plek voor.

Maar het is niet omdat een performance ruimte laat voor vragen zonder pasklaar antwoord, voor tegenstrijdigheden, ongemakkelijkheden, imperfecte meningen, dat het theater geen politieke plek is, of dat een theatermaker geen politieke verantwoordelijkheid draagt. Samenkomen in een ruimte en met een groep mensen nadenken over intermenselijke thema’s, is inherent politiek. Wat er op dat podium getoond wordt en de manier waarop dat getoond wordt heeft politieke invloed – zij het trager, met een minder onmiddellijk aantoonbaar effect.

Met wie zou je graag eens samenwerken?

Sean Baker, omdat hij in zijn films iets vat waar ik in mijn eigen werk ook naar op zoek ben, iets wat ik graag ‘de theatraliteit van de realiteit’ noem. Hij vertrekt vanuit bestaande plekken, mensen, gevoelens, en bouwt van daaruit zijn verhalen en personages. Hij zoekt naar de theatraliteit van wat al bestaat, en gebruikt dat als vertrekpunt van zijn films. De werkelijkheid is naar mijn gevoel een pak theatraler dan de dingen die één maker of collectief kan verzinnen. Ik vind het inspirerend om makers aan het werk te zien die vertrekken vanuit kijken en luisteren, en daar ideeën vanuit te laten ontstaan.

Celine Sciamma, omdat zij zo actief op zoek is naar manieren om verhalen te vertellen zonder conflict als kern van een verhaalstructuur, en buiten de male gaze. Ik heb veel respect en bewondering voor hoe ze over die zoektocht praat, en hoe haar bevindingen merkbaar zijn doorheen de evolutie van haar oeuvre.

Heb je ooit een bijzondere ontmoeting gehad met een toeschouwer?

Sommige reacties uit het publiek van My Body as a Commodity waren echt ontzettend bijzonder. Mensen die zich herkennen, hun eigen verhalen delen, zeggen dat ze anders kijken naar trauma en slachtofferschap. Makers die me zeggen dat ze nu anders kijken naar hoe ze trauma ook in hun eigen werk willen gebruiken. Het creëert een gevoel van uitwisseling en verbondenheid die ik tijdens het maken niet had durven voorspellen. Ik ben er enorm dankbaar voor.

“Ik kan erg genieten van een recensie wanneer die is geschreven door iemand met een scherpe blik, die zich bewust is van de dingen waar hun blik door beïnvloed is”

Kunnen recensies je iets schelen?

Sterren krijgen is leuk voor je ego, weinig sterren is dat minder, maar daar houdt het dan ook op. Ik probeer me daar niet zo mee bezig te houden. Het kan wel onder mijn vel kruipen wanneer een recensent niet verder kijkt dan diens eigen hyperpersoonlijke lezing van een voorstelling, of een eerste dramaturgische laag. Een recensie kan zo waardevol zijn, kan de blik van de kijker open trekken, kan lagen aanstippen in een werk. Ik kan erg genieten van een recensie wanneer die is geschreven door iemand met een scherpe blik, die zich bewust is van de dingen waar hun blik door beïnvloed is – diens eigen achtergrond dus. Dan doet die ‘goed’ of ‘slecht’ stempel er niet zo toe – dan wordt het een conversatie.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt?

‘tandpasta, fruit, yoghurt, broccoli’

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan?

Ik geloof dat theater altijd en overal inherent aanwezig is. In die zin zal het altijd blijven bestaan: mensen zullen altijd tot een zeker level performen voor elkaar. Theater bestaat in de theaterzaal maar ook in rechtszalen, in de verhouding tussen mannen en vrouwen, in de politiek, in gezinssituaties, in een ongemakkelijk gesprek op een familiediner met kerst, tussen kinderen op de speelplaats, tussen tieners op TikTok. Iedereen verhoudt zich constant tot rollen (‘de dochter’, ‘de vriend’, ‘het lief’, ‘de buur’, ‘de huisgenoot’, ‘barman’, ‘de schoonzoon’, ‘de collega’, etc.). Rollen die komen met hun eigen verwachtingen en vooroordelen. Met uitzondering van mensen die in totale isolatie leven, heeft een mens altijd maatschappelijke, cultuurgebonden verhalen en toegeschreven rollen om zich toe te verhouden – om in mee te gaan, of net iets tegenover te stellen. In die zin krijg je theater niet uit een samenleving, zelfs al zou je het willen.

Ik hoop wel dat ‘gemaakt theater’ beschermd wordt. Omdat dit medium alle potentieel heeft om deze theatraliteit van realiteit bloot te leggen, te onderzoeken, spiegelen, in vraag te stellen. Een voorstelling is een afgebakend moment van een uur, twee uur, (drie uur voor de durvers!), waarin iets wordt verbeeld wat kan troosten, verwarren, tegenstrijdigheden kan tonen, zachtheid en hardheid kan combineren, kan opluchten, kan doen lachen, verwarren, verbinden, helderheid kan brengen. Niet via een snelle, afgelijnde mening, maar via een gedeelde beleving. Daar zit waanzinnig veel kracht in.


De speellijst van My Body as a Commodity vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 10 — 13 minuten

#180

15.09.2025

—

14.12.2025

Anne-Laure Vandeputte

Anne-Laure Vandeputte is theatermaker, performer en docent. Als maker creëert ze eigenzinnig en geëngageerd werk op het snijvlak van lichaam, identiteit en maatschappij. Vanaf 2021 werkte ze aan My Body as a Commodity, een artistiek onderzoeksproject dat de parallellen blootlegt tussen de job van performer en die van sekswerker. Dit onderzoek resulteerde in een gelijknamige voorstelling die in 2025 in première ging en geselecteerd werd voor Het Theaterfestival.

Naast haar makerschap is Anne-Laure actief als performer bij gezelschappen als FC Bergman, SKaGeN, Zuidpool en regisseurs als Lies Pauwels en Lisaboa Houbrechts. Ze is ook als docent verbonden aan de opleiding Acteren van het Conservatorium Antwerpen, waar ze deel uitmaakt van de vakgroep Spelen&Maken.

Dit artikel maakt deel uit van: Artiesteningang

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!