Vier zusters – Luna, Winter, Toulouse en Jules De Cock
Zussen spelen
Catho De Cordt
© Alexander Akye
De Franse regisseuse Séverine Chavrier wilde de complexe roman Absalon, Absalon! van de Amerikaanse schrijver William Faulkner tot een toneelstuk bewerken. Ze heeft er sinds 2019 aan gewerkt, en pas in 2024 heeft ze de voorstelling van drie uur vijftig kunnen afmaken. Het resultaat is verbluffend, en dat heeft verschillende redenen. De voorstelling werd gemaakt in La Comédie de Genève, getoond op het festival d’ Avignon. Daarop volgde een lange tournee die de voorstelling in februari naar het Théâtre de Liège bracht.
Ikzelf ben een bewonderaar van William Faulkner, een schrijver die in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn beste werken heeft geschreven. Absalon, Absalon! behoort tot dat lijstje meesterwerken. De roman is een epische vertelling over de opkomst en de neergang van de familie Sutpen in het Zuiden van de VS. Faulkner heeft zijn roman breed opgezet en een verhaal geschreven dat verschillende generaties met elkaar verbindt. De roman zit heel ingewikkeld in elkaar. Ik kan er wel een rechtlijnige samenvatting van geven, maar dat verhult de echte, literaire kwaliteit van het boek.
Faulkner hield van complexe structuren. Zo componeerde hij een ingewikkeld spel met flashbacks en verschillende vertellers. Faulkner daagde de lezer graag uit en vereiste een actieve samenwerking tussen lezer en auteur. Als lezer word je vaak in verwarring gebracht omdat de verschillende getuigenissen over het verleden niet volledig overeenstemmen. Als schrijver blijft Faulkner op de achtergrond en laat hij de stof ‘voor zichzelf’ spreken. Het is aan de lezer om de waarheid te achterhalen. Maar of zulk een waarheid bestaat, daar was Faulkner zelf niet zeker van.
Je zal al begrepen hebben dat het niet voor de hand ligt om zulk een tekst in een theatrale actie om te zetten. Séverine Chavrier heeft gekozen voor complexiteit die zeker deze van de roman evenaart. Het toneel is voor haar een vertelmachine. Het laat een waanzinnig aantal mogelijkheden toe en dat dankzij het gebruik van het videobeeld. Op het toneel dat aanvankelijk leeg is, wordt met witte doeken een gevel opgetrokken. Later wordt het doek weggehaald en dringen we in verschillende kamers binnen. Er is achter in het huis ook een trap die leidt naar een bovenverdieping die we vanuit de zaal niet kunnen zien. Er zullen later twee auto’s verschijnen (merk ‘cadillac’) die een belangrijke rol krijgen. Rechts staat een woning op schaal in American Gothic stijl. Het lijkt op een citaat uit de fim Days of Heaven van Terence Malik. Of is het misschien dat griezelige huis uit Hitchcocks Psycho?
“Faulkner: virtuoos met woorden, Chavrier: virtuoos met beelden.”
Boven dit landschap hangt een groot doek voor de videoprojecties (video: Quentin Vigier) . De hele scene hangt vol vaste camera’s – in de kamers, in de auto’s en ook in de nok van de toneeltoren. Daarnaast is er ook een camera die beweeglijk scheert over het toneel. Er is, in tegenstelling tot gelijkaardig videogebruik bij haar collega’s regisseurs, geen enkele cameraman te bekennen. Deze organisatie van het speelveld laat toe om alles en iedereen vanuit verschillende standpunten te bekijken. Het is de theatrale tegenhanger van Faulkners techniek met wisselende perspectieven. Dankzij het mengen van alle mogelijkheden van haar vertelmachine, overspoelt Chavrier de toeschouwer met een tsunami aan beelden. Soms capteren de camera’s de live-actie, soms gaat het om eerder opgenomen beelden. Maar Chavrier mengt het beeldmateriaal op zulk een ingenieuze manier, dat het moeilijk is om live van niet live te onderscheiden. Faulkner: virtuoos met woorden, Chavrier: virtuoos met beelden.
De voorstelling bestaat uit drie bedrijven. In het eerste deel gaat alle aandacht naar Thomas Sutpen, een straatarme man zonder verleden die arriveert in Jefferson, Mississippi. Bij Faulkner is hij een vreemde, mysterieuze verschijning, maar in de voorstelling heeft Laurent Papot er een rondborstige, tirannieke figuur van gemaakt.
Sutpen zal met de hulp van honderd slaven zich koppig opwerken tot de rijkste plantagebezitter van de streek. Het ontbreekt hem echter aan ‘respectabiliteit’. Die kan hij verwerven door een meisje uit het stadje Jefferson te trouwen. Zo wordt het lot van de familie Sutpen verweven met dat van de familie Coldfield.
Het eerste deel wordt door Chavrier op een licht verwarrende manier verteld. Je kan de draad kwijtraken, omdat Chavrier verschillende tijden mengt. Al speelt de actie zich af in de negentiende eeuw, voor en na de Amerikaanse Burgermoorlog, toch gebruikt Chavrier auto’s — terwijl Faulkner alleen maar over kar en muilezel praat. Het gaat haar dus duidelijk niet om een historische reconstructie.
Zo contrasteert ze intieme scènes met opgezweepte muziek van gitarist Armel Malonga, of laat ze een paar keer twee spelers van kleur met hedendaagse streetdance door de actie lopen, met bewegingen vol onvrede en opgekropte energie.
Dat eerste deel is iets dat je moet ondergaan, een fysieke ervaring met flarden aan betekenis. In het tweede deel speelt racisme een belangrijke rol. Elke witte persoon zou toch in zijn stamboom een ogenblik kunnen vinden waarbij zwart en wit vermengd raakten, een ware obsessie in het Zuiden van de Verenigde Staten. Henry, de kleinzoon van Thomas, wordt bevriend met Charles Bon en wil hem laten huwen met zijn zus Judith. Maar dan blijkt dat Bon niet alleen een geheime zoon van Thomas is maar ook een zwarte moeder heeft. Het huwelijk zou dan op incest uitlopen. Woedend vermoordt Henry zijn beste vriend.
Maar deze familiale spanningen verdwijnen naar de achtergrond als de Burgeroorlog (1860) uitbreekt. Chavrier bouwt een scène uit die een commentaar op oorlogsgeweld is. Een jongeman – in een plunje van hedendaagse straatjongeren – heeft een automatisch wapen, en loopt in een agressieve roes rond omdat hij alles en iedereen wil doodschieten. Frustratie wordt omgezet in een geweldsorgie. Chavrier zorgt voor een kortsluiting tussen het heden en het verleden. De scène is één van de hoogtepunten van de avond.
Het derde deel plaatst opnieuw Thomas Sutpen in het middelpunt van de belangstelling. Na de oorlog vindt hij zijn plantage in ruïne – de soldaten van het Noorden hebben er flink huisgehouden. Maar hij wil weer van nul beginnen. Ondertussen komt Chavrier uitvoerig terug naar het probleem tussen Henry en Bon. De acteur wordt een aantal keer doodgeschoten — het is een theatrale orgie. Er is ook een begrafenis van Bon, met een treurende Judith. Maar belangrijk is de laatste monoloog van Clytie, de ‘halfbloed’ dochter van Thomas. Zij protesteert tegen de label ‘halfbloed’ (‘métisse’), want ze wil niet in een soort niemandsland leven. Er zijn witte en zwarte mensen, en niets ertussen. Zij breekt met de familie en steekt het huis van Sutpen in brand — op het toneel wordt een huis op schaal opgebrand.
“Het echte verhaal is dat van de armoede en het racisme, twee fenomenen die de persoonlijke problemen ver overstijgen.”
Deze scène laat helemaal het licht schijnen op de raciale problemen, die de hele avond gekleurd hebben. Dan komt echter de verrassing van de avond wanneer er een soort conclusie wordt getrokken. Wat we urenlang bekeken hebben, is niet belangrijk, omdat het om persoonlijke problemen gaat. Het echte verhaal is dat van de armoede en het racisme, twee fenomenen die de persoonlijke problemen ver overstijgen. We hebben, als het ware, naar het verkeerde verhaal gekeken. Het is natuurlijk straf dat je tegen het publiek zegt: de voorbije vijf uur (drie bedrijven en twee pauzes) doen er niet zoveel toe (ondanks de incest, de jaloezie en de moorden). Niet het drama, maar de bredere sociologische perspectief moet al onze aandacht krijgen. Door de mengeling van verschillende tijdstippen, tracht Chavrier een hechte and te smeden tussen heden en verleden, tussen Faulkner en de hedendaagse toeschouwer.
Chavrier werkt met een groep getalenteerde spelers. Ze hebben verschillende disciplines onder de knie: ze spelen groot als ze in de open ruimte staan, maar zijn even makkelijk klein en subtiel als ze op filmniveau met woord en gebaar omgaan.
Er zijn nog drie bijzondere elementen in de voorstelling. Er is de aanwezigheid van levende dieren. Zo glijdt er een boa constrictor over de scène (in een opgenomen fragment). Als de actie zich afspeelt op een boerderij, dan rennen drie kalkoenen over het toneel.
De muziek speelt een grote rol. Er is de gitarist die met zijn razende akkoorden een speciale sfeer oproept. Maar daarnaast is er ook een eclectische keuze van bekende en minder bekende stukken. Chavrier laat ‘The unanswered question’ van Charles Ives horen, een erg passende compositie in een vertelling die heel de tijd op zoek naar antwoorden is. De grote realistische oorlogsscène krijgt een contrasterende kleur door de agressieve handeling van de acteur met Elgars lyrische ‘Nimrod’ te begeleiden. Verrassend is Elvis Presley met zijn ‘Are you lonesome tonight’, een lied vol smachtend verlangen gezongen door iemand uit datzelfde Zuiden van de VS.
De radicaalste keuze heeft Chavrier gemaakt door het introduceren van twee Amerikaanse auto’s. Het zijn de plekken waar de personages zich kunnen afsluiten van de actie en toekijken. Met hun commentaren vormen ze het koor van de Griekse tragedie.
De bewerking van Faulkners complexe roman levert een complexe voorstelling op. Ze is raadselachtig, vol verrassingen en rijkelijk vol aan vertelstrategieën. Maar het technisch overwicht van de regie staat de psychologische analyse niet in de weg. De eerste scènes van dit scenisch epos zitten boordevol verrassingen, zodat je als toeschouwer terecht de vraag kan stellen of de regisseuse dat drie-en-half uur kan volhouden. Na afloop weet je hierop het antwoord: Chavrier en haar ploeg beschikken over een onuitputtelijke schat aan theatrale verbeelding. Het is, in één woord, een meesterlijke voorstelling. Ik heb dank zij Absalon, Absalon! een belangrijke theatermaakster ontdekt.
Chavrier behoort tot de groep regisseurs die het vocabularium van het toneel verbreden. Zij is de vrouwelijke evenknie van die andere toneeltovenaar, Julien Gosselin. Beiden hebben in een relatief moeilijke omstandigheden moeten werken. Nu hebben ze directie van twee belangrijke theaters in handen gekregen. Chavrier is directrice van LA Comédie de Genève (en deze voorstelling is haar visitekaartje), en Gosselin leidt nu het Théâtre de l’Europe-Odéon in Parijs. Zij zorgen ervoor dat alle ogen gericht blijven op Franstalig theater.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.