© Danny Willems

Leestijd 7 — 10 minuten

‘Kunst niet ín maar áls publieke ruimte’

Birds: dromen van een heerlijk diverse zwerm die de stad terugclaimt

Voor Birds, de inclusieve dansproductie van onder anderen Seppe Baeyens en Yassin Mrabtifi, trekt de ploeg de publieke ruimte in. Zo’n creatie in openlucht is ideaal in coronatijden, zou je denken. Helaas blijkt de pandemie een groter obstakel dan verwacht. Samen bewegen, met elkaar en met passanten, is in deze tijden meer dan ooit een wensdroom. Theatermakers Martha Balthazar en Bernadette Schnabel, deel van de Birds-ploeg, vertellen hoe ze werken en dromen.

“Ik dacht dat we gingen dansen, maar nee: oogcontact, oogcontact, contact en dan stappen we in cirkels” zegt Kyria (17), die ’s ochtends altijd als eerste de vloer opgaat en er ’s avonds voor zorgt dat de gemeenschappelijke energie helemaal losbarst. Birds is als een zwerm. Die vereist een precieze organisatie en staat tegelijkertijd symbool voor vrijheid en oncontroleerbare beweging. Er bestaat niet zoiets als een vaste leider die de anderen commandeert, in plaats daarvan worden de posities constant gewisseld en leunt alles op een gemeenschappelijke concentratie. Als een zwerm bewegen is een poëtische en lichamelijke training, en het is meer en meer ook een sociale en politieke oefening.

De voorstelling Birds ontstond in Molenbeek in de studio van Ultima Vez. Hier bouwt Seppe Baeyens met het open dansatelier Atelier Quartier al sinds 2017 aan een inclusieve, democratische en toegankelijke ruimte. In pre-coronatijden kwamen hier elke week professionele en niet-professionele dansers van alle leeftijden samen. Over de vele Brusselse talen heen kon dans als gemeenschappelijke taal dienen. Enkele jaren geleden was Atelier Quartier het nest waar INVITED ontstond, een voorstelling waarin ook het publiek deel mocht worden van de gemeenschappelijke compositie. Na INVITED voelde het logisch om uit de muren van het theater te breken, een plek die toch vaak uit- en afsluit. Met Birds zouden we het theater naar buiten brengen. De tijdelijke minigemeenschap die we bij Atelier Quartier vormden, werd nomadisch en ging de straat op.

Niet-commerciële speelse bezigheden worden zo veel mogelijk verboden. De vrijheid en uitnodigende blik van onze vogels gaat daar schandelijk tegenin.

Dans wordt vermengd met de bewegingen die je in publieke ruimten vindt. Als vogels infiltreren en transformeren we zacht en speels het plein. Zowel het theaterpubliek als de toevallige passant wordt uitgenodigd om deel te zijn van de compositie. Een van de belangrijkste voorwaarden hiervoor was een cast die een realistische afspiegeling van de samenleving vormt. De realistische diversiteit van de groep is idealiter zo groot dat niemand op straat op voorhand al kan denken: ‘Nee, hier hoor ik onmogelijk bij.’

Birds is een poging om de publieke ruimte te organiseren als een dramatische ruimte, zonder dat deze haar toegankelijkheid verliest. Het is een spel waarbij de grenzen tussen voorbijgangers, performers en theaterpubliek langzaamaan vervagen. Wie is hier om boodschappen te doen, wie om te dansen? Is die oude man een enthousiaste omstander of een ‘getraind’ lid van de cast? Iedereen kan tijdelijk de zwerm vervoegen, impulsen geven en de groep beïnvloeden.

© Danny Willems

Allemaal buiten spelen?

Al snel werd duidelijk, door de theorie aan de praktijk te toetsen, dat theater in de publieke ruimte een voorstel is met vele valkuilen en vraagtekens. De publieke ruimte, die in eerste instantie democratisch lijkt, wordt vaak een hoop minder toegankelijk en democratisch wanneer je ze met al je theatrale lawaai gaat claimen. Grote groepen zwermende dansers nodigen niet altijd uit, ze schrikken ook af, mensen lopen al snel verontschuldigend en haastig in een boog om je heen. Bovendien is het gevaar groot dat je met je theatrale ingreep de bestaande uitsluitingsmechanismen van een publieke ruimte niet opheft maar versterkt. Wie zich in welke buurt comfortabel genoeg voelt om wat soort dans te dansen, hangt af van bestaande sociale codes en verwachtingen. Kan en mag je die breken? Het blijft een bijzonder spannende en delicate evenwichtsoefening. Wanneer voeg je dans toe, wanneer breek je de bestaande bewegingen af? Wanneer nodig je iemand uit, wanneer leg je iemand iets op? Wanneer voelt je tijdelijke bezetting dreigend aan of sluit ze de ruimte af? Wanneer open je de ruimte en maak je ze tot podium van en voor iedereen? Zelfs met de beste intenties en condities stelt zich nog steeds de vraag: wie zijn wij om mensen uit te nodigen op een plek die eigenlijk iedereen toebehoort?

Wanneer het in de publieke ruimte niet voor iedereen kan, hebben we daar niks te zoeken. We sluiten dus af om niet nog harder uit te sluiten.”

‘Allemaal buiten spelen!’ Dat lijkt de culturele coronaoplossing van deze zomer. Birds voelde dan ook even als de ideale voorstelling, alsof we het allemaal hadden voorzien. Toch bleek vooral het omgekeerde waar. Tijdens deze crisis is erg veel stress gaan liggen op de publieke ruimte en de hoeveelheid, activiteit en intentie van lichamen in die publieke ruimte. Overal worden krijtstrepen getrokken, worden de sowieso aanwezige, onzichtbare lijnen expliciet gemaakt. De ongeschreven regels – wie zich waar en hoe wel of niet mag bewegen – worden zwart op wit gedrukt. Niet-commerciële speelse bezigheden worden zo veel mogelijk verboden. De vrijheid en uitnodigende blik van onze vogels gaat daar schandelijk tegenin.

Ook in de cultuursector gaat het zo: als je al iets mag doen, kan dat alleen als je totale controle hebt over de hoeveelheid en de beweging van de lichamen in de ruimte. Je moet weten welke temperatuur ze hebben, met wie ze in een bubbel zitten en wanneer ze hun plaspauze wensen. Birds in de publieke ruimte zou alleen kunnen doorgaan als de nadrukkelijk vervaagde grenzen opnieuw helder worden gesteld. Dat merkten we in productiemeetings, waar het plots vanzelfsprekend werd dat er touw door de straat zou worden gespannen of dranghekkens rond het plein zouden worden gezet. Er zouden alleen mensen met een duur en goed op tijd besteld ticket kunnen deelnemen. Zo zou de publieke ruimte de ruimte worden van een heel select publiek.

In de hoop gauw en met zo min mogelijk concessies te kunnen spelen, hielden we in het maakproces constant zes à acht scenario’s in het hoofd. Wat een jaar geleden nog een absurdistisch gedachte-experiment had geleken, zijn nu reële overwegingen: wat als we mogen spelen, maar zonder publiek? Kunnen we dit als een filmset vermelden met het publiek als figuranten? Of noemen we het een betoging? We spelen buiten, met maskers en zonder fysiek contact. Birds werd doorheen de pandemie een relatief veilig voorstel. De bewegingen die we willen faciliteren vinden sowieso plaats, ook in een pandemie – maar niet zó, niet zonder goedgekeurde categorisering en niet zonder scheidingslijn. Culturele evenementen in de openbare ruimte zijn sinds midden april toegelaten voor een maximaal publieksaantal van vijftig personen. Dat geldt niet voor Birds, dat gecatalogeerd wordt als ‘dynamische dansvoorstelling’ waar dansers en publiek zich samen bewegen én vermengen. Het wordt afwachten of, waar, wanneer en onder welke omstandigheden Birds zal mogen spelen in de nabije toekomst.

Speelveld opentrekken

We vragen Jago, met zijn tien jaar een van de jongste dansers, of hij weet wat de publieke ruimte is. Hij aarzelt niet: ‘Ja, dat is als je buiten optreedt en er komt publiek.’ Hij heeft het over de try-outs, die vreemd genoeg wel zijn toegelaten. We lieten de afgelopen maanden onze zwerm vrij cirkelen en rennen over binnenkoeren en in verlaten garages, maar dus nooit écht in de publieke ruimte. Dat voelt nu als het meest haalbare en heldere scenario: spelen in een sowieso afgebakende ruimte. Want of het nu blokken of linten zijn, als we het speelveld moeten afbakenen, nemen we liever een afgebakend speelveld en trekken het open. We nodigen mensen van alle leeftijden en achtergronden uit in de semipublieke ruimte. Wanneer het in de publieke ruimte niet voor iedereen kan, hebben we daar niks te zoeken. We sluiten dus af om niet nog harder uit te sluiten.

Annette (77) antwoordt op de vraag waarom Birds toch in de publieke ruimte hoort: Danser dans lespace publique? C’est sortir de la norme. Ça donne l’occasion de s’arrêter, de regarder, de voir d’autres choses que justement “je vais par là ou par là”. On est quand même un peu comme des robots dans l’espace publique maintenant. Is dat veranderd in jouw leven, vragen we haar. Oui, oui, avant c’était plus joyeux, maintenant on est beaucoup plus passifs, elle est absolument passive notre vie. Annette geeft ons een beknopte en persoonlijke geschiedenis van de publieke ruimte. Ze spreekt over de chansons op straat uit de tijd van haar grootmoeder en over het verdwijnen van deze lichtheid. De pandemie verscherpt haar analyse: de activiteit in de publieke ruimte is steeds meer door een kapitalistische logica bepaald.

Een van ons werd deze zomer weggejaagd uit het centrum van Brussel omdat ze alcohol dronk op een plein. Nog geen tien meter verder waren terrasgangers van grote glazen Apérol aan het genieten. Er zijn toegangstickets voor openbare pleinen. De hypocrisie vertaalt zich in het privatiseren van publieke ruimte. Hierdoor wordt de kans dat de publieke ruimte gemeenschap of gemeenschappelijkheid faciliteert steeds kleiner. Maar er zijn ook tegenbewegingen, terugclaimers, mini-gemeenschappen die niet toegeven. Van jonge groepen skaters die met wheelies en kickflips de straten heroveren, over activistische organisaties die grote houten banken bouwen, tot buurthuizen die urbane moestuinen onderhouden. Ze nemen de ruimte terug, ze breken haar weer open.

Misschien moet dat de rol van theater worden deze zomer: de ruimte dramatisch zo organiseren dat we ze een stukje teruggegeven aan het publiek, het brede publiek.”

Misschien moet dat de rol van theater worden deze zomer. Niet de ruimte verder privatiseren met toegangstickets, hekkens en andere minder expliciete vormen van ‘gatekeeping’. Maar de ruimte dramatisch zo organiseren dat we ze een stukje teruggegeven aan het publiek, het brede publiek. Geen terrasje bouwen maar eentje terugclaimen. Kunst niet in de publieke ruimte maar als (meer en publiekere) publieke ruimte organiseren. Toen Atelier Quartier zijn eerste workshops buiten hield, kwamen kinderen rappen en breakdancen, familie-uitjes eindigden in dansmomenten, vaders zwierden hun buggy’s in het rond. Er waren ‘vaste voorbijgangers’ die elke dag weer deel werden van Birds. De nagesprekken beginnen we steeds zo dat iedereen die wil met één woord de voorstelling of het gevoel ervan mag beschrijven. Hoeveel nood er op dit moment is aan veilige gemeenschappelijkheid en losbandigheid, werd hier snel duidelijk: dynamique, togetherness, vrijheid, pleurer, rencontrer, oogcontact, fun, confusion, warm, windy, zwerm, ontroering, finalement!

Geen kunstje, wel een verzoek

Waar en wanneer wij in première gaan, is tot nog toe een raadsel. In afwachting oefenen wij ons in onze bubbel in zachtheid en openheid. Om uiteindelijk ooit in de publieke ruimte uit te vliegen door alle zichtbare en onzichtbare lijnen heen. We vragen aan een vierde danser wat het zal toevoegen om Birds op een openbaar plein uit te voeren. Yacine (38) geeft onmiddellijk een glashelder antwoord: Pourquoi on danse dans un endroit qui est fermé, mais on a tellement de place dehors? Je trouve ça dommage.’ Ze is ervan overtuigd dat we met Birds kunnen bijdragen aan een wereld waar het normaal is om in de publieke ruimte te dansen, niet als voorstelling, maar als gedeelde ervaring. Je fais partie de l’espace public, parce qu’il y a toujours des connexions silencieuses ou des regards. Ze denkt aan pleinen waar alle soort bewegingen zijn toegelaten, waar de onmogelijk te controleren, vrije, speelse taal van de dans zegeviert.

Birds is geen kunstje, maar een verzoek. Het is niet voor u maar mét u. We willen infiltreren en in de zwerm verdwijnen, nog even op de binnenkoer en hopelijk gauw in de publieke ruimte – zoals Jago uitlegt: ‘Omdat het niet alleen voor de mensen is die een afspraak hebben gemaakt, maar dat ook de andere mensen dat mogen zien.’

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 7 — 10 minuten

#164

01.06.2021

31.08.2021

Martha Balthazar, Bernadette Schnabel

Martha Balthazar (°1997) is masterstudent drama aan het KASK in Gent. Ze werkt als theatermaker bij Victoria Deluxe en Ultima Vez. Daarnaast schrijft ze voor SamPol en Rekto:Verso.

Bernadette Schnabel (°1994) is afgestudeerd aan de masteropleiding dramaturgie aan de theater hogeschool in Leipzig. Ze heeft de afgelopen jaren inclusieve dansvoorstellingen gemaakt en loopt momenteel stage bij Birds.

essay

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!