De wonderlijke kerst, Circus Ronaldo © Frauke Verreyde

Leestijd 4 — 7 minuten

Kunst als schuilplaats

De troostrubriek

Op de vraag of kunst mijn leven heeft veranderd, ben ik geneigd te antwoorden van niet. Dat heeft niet zozeer te maken met kunst, als wel met welke denkrichting ik door die formulering word opgestuurd. Of kunst mijn leven heeft veranderd, lijkt familie van de vraag of kunst de wereld kan redden. En ik heb me vaak laten verleiden tot het schrijven van columns, het deelnemen aan panels, het beantwoorden van dergelijke vragen van journalisten, wat tot gevolg heeft gehad dat ik die vragen heb geïnternaliseerd. Vragen zijn iets vreemds. Ze hebben de reputatie de werkelijkheid slechts te bevragen — ‘Het is maar een vraag, hoor!’ / ‘Vragen staat vrij’ — terwijl je met een vraag tegelijkertijd zoveel werkelijkheid kunt installeren.

Dat kunst losstaat van de wereld bijvoorbeeld. Dat is een onderscheid dat de vraag ‘kan kunst de wereld redden?’ installeert. Het klinkt misschien futiel, maar eigenlijk suggereer je daarmee dat het er ook niet kan zijn, want je hebt de wereld, en de dingen die daar blijkbaar optioneel omheen bungelen. Je vraagt niet: kan mijn hart mijn leven redden? Het is immers volstrekt logisch dat het hart een noodzakelijk onderdeel is van het lichaam. Men vraagt niet: kan gras de wereld redden? Gras is er, vindt een weg, ook al liggen er stoeptegels of straten. Gras ís de wereld, ook. Kunst is ook de wereld, hoewel die vraag lijkt te suggereren dat dat niet zo is. En daar schuilt een gevaar. Op het moment dat iets in een vraag losgekoppeld wordt van de wereld, moet je altijd opletten. Iets isoleren van de wereld is de eerste noodzakelijke stap om het uiteindelijk te kunnen elimineren. De wereld redden is in feite niet echt iets, maar toch lijkt kunst te moeten beantwoorden aan dat criterium — om er natuurlijk hopeloos in te mislukken.

De vraag is mij vaak gesteld door kunstliefhebbers, wellicht in de hoop dat ik een antwoord zou hebben waarmee de buitenwereld getrotseerd kan worden. Gras lijkt wel op kunst, vind ik, in de zin dat het toch plaatsvindt, zelfs daar waar het nauwelijks mogelijk lijkt.

Heeft kunst mijn leven veranderd? Nou, ja, maar het heeft het ook in die mate gevormd dat ik niet meer weet wat mijn leven zou zijn zonder. Wie ik zou zijn zonder. En allicht geldt dat niet alleen voor mij. We dragen al zoveel geaccumuleerde cultuur mee en gebruiken haar om überhaupt te kunnen zien en voelen, en dat maakt het zo moeilijk om te bepalen welke precieze kunstervaring mijn leven heeft veranderd, want het heeft het vanaf dag één gevormd. Natuurlijk, kunst is iets anders dan cultuur, en die gebruik ik nu wat slordig door elkaar. Maar ik zal daar later op terugkomen. Voorlopig zal ik zeggen dat ik — doordat ik in een bepaalde cultuur leef — kunst nodig heb. Als schuilplaats, als plek waar ik een soort eerlijkheid ervaar die ik nodig heb om gezond te blijven.

Een paar maanden geleden luisterde ik naar een interview met Danny Ronaldo, de circusartiest. Hem werd gevraagd of hij door de pandemie bang was geworden dat theater zou verdwijnen. Hij antwoordde dat hij bang was dat mensen, door filmpjes te zien van spectaculaire circusacts, zouden vergeten dat het eigenlijk helemaal niet gaat om dat spektakel maar om iets anders. Iets onzegbaarders. Als je met vijfhonderd mensen zit te kijken naar iemand die zes balletjes in de lucht houdt, dan is dat adembenemend — niet omdat het spectaculair is, maar omdat iemand zijn leven heeft gewijd aan iets wat er niet toe doet. Dat dat mag, en dat daar schoonheid in zit, daar zit het. En, zo zei Danny Ronaldo het, ga je dus naar buiten met een soort moed. Moed om iets te doen wat er niet toe doet.

Ik geloof dat ik dat ergens bedoel met eerlijkheid. Dat je mensen iets ziet doen wat er niet toe doet, maar dat dat ook niet erg is, terwijl je in de buitenwereld doorgaans precies het omgekeerde meemaakt. Mensen doen alsof alles wat ze ondernemen ertoe doet, en alsof het erg zou zijn wanneer dat niet zo is. Ik herkende wat Danny Ronaldo zei over zijn voorstellingen. Ik werd tijdens zijn voorstelling De wondere kerst aan een paar dingen herinnerd. Onvermijdelijk aan het voorbijgaan-van-de-dingen. Het is een voorstelling waaraan vier generaties circusartiesten meedoen — ook zijn ouders, die slechts één truc nog kunnen, zitten erbij. Het is mooi én verdrietig en door die voorstelling te zien werd ik herinnerd aan wat mij ooit aan theater verslingerd deed raken.

Door naar het theater te gaan, kwam ik erachter dat er plekken zijn waar het leven alle dingen tegelijkertijd is. Terwijl ik op de plek waar ik opgroeide, waar altijd een kermis staat, doorgaans de indruk kreeg dat de dingen alleen maar mooi probeerden te zijn, terwijl het zo duidelijk was dat ze ook vreselijk verdrietig waren — alleen deed iedereen alsof dat niet zo was. Daarin zit de opheffing van een eenzaamheid, of eerder de verzoening ermee, omdat ik anderen bezig zie die dat op een hoog niveau al hun hele leven doen: leven met schoonheid en verdriet tegelijkertijd.

Ik geloof niet dat er een voorstelling is die mijn leven heeft veranderd. Het is eerder zo dat mijn leven een stuk leefbaarder werd door te ontdekken dat er poëzie is, en dat het daarin ondenkbaar is dat verdriet en schoonheid niet voortdurend uit elkaar geboren worden. Zo werd mijn jeugdeenzaamheid geen particulier probleem dat ik moest oplossen, maar deel van wat het betekent om mens te zijn. Kunst kan misschien de wereld niet redden, maar door voorstellingen te zien, door boeken en poëzie te lezen had ik voor het eerst in mijn leven het gevoel: ik wil deze wereld — wat in zekere zin een vorm van het redden van de wereld is.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Rebekka de Wit

Rebekka de Wit (1985) is schrijver en performer. Ze is artistiek leider van theatergezelschap De Nwe Tijd, columnist bij De Standaard, en schrijver van de roman We komen nog één wonder tekort en de essaybundel Afhankelijkheidsverklaring.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!