Johan Thielemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Koning Oidipoes – Sint-Rembert

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

Voor het theaterpubliek is Dirk Tanghe een nieuwe naam, die een spetterende avond heeft bezorgd met De Getemde Feeks bij Malpertuis in Tielt. Maar in Torhout heeft Tanghe een verborgen carrière gehad bij het amateurgezelschap Sint-Rembert, waar hij sedert 1979 zo goed als jaarlijks een vertoning heeft opgezet.

Zijn band met het gezelschap is groot, want familieleden uit een vorige generatie zijn er al peilers van geweest. Zijn eerste projecten waren eerder vrolijke collages, waarbij hij zijn komische inventie de vrije loop kon laten. In 1984 keerde hij zich tot klassieke teksten. Eerst was dat Romeo en Julia en in 1985 Hamlet, een opvoering die bij het Landjuweel net niet de eerste prijs kreeg. Eén van de opvallendste aspecten van deze versie was het feit dat de geest van Hamlets vader door een kind gespeeld werd.

In 1986 koos Tanghe Koning Oidipoes van Sophocles. Hij bewerkte de tekst grondig, en besloot dat de koren niet in zijn concept pasten (of niet binnen de mogelijkheden lagen van het gezelschap). Hiermee werd het werk een psychologisch verhaal over een familie. Het was dit aspect dat Tanghe erg geboeid heeft, want de kinderen van Oidipoes en Iocaste zijn heel sterk aanwezig. Het stuk begint zelfs met een kinderspelletje tussen Antigone en Ismene. Hierdoor wordt de herkenbaarheid groter, een element dat doorgetrokken wordt door de keuze voor hedendaagse kledij.

We zien dus een jonge, succesvolle man, Oidipoes, die langzaam maar zeker naar zijn ondergang gaat. Tanghe heeft in de speelstijl voor een zeer gestileerd realisme gekozen: in de eerste scène zijn de gebaren van Oidipoes tot een beperkte reeks teruggebracht. Pas als de emoties losbreken en hij uit zijn evenwicht geraakt, zal hij ook lichamelijk een groter repertoire aanspreken. Het resultaat is aangrijpend: hier wordt op emoties gespeeld, en de hele avond lang wordt vermeden om over de schreef te gaan, waar men zou kantelen in het melodrama of het belachelijke. De catastrofe die zowel Oidipoes als Iocaste treft, is diep ontroerend.

Wat opvalt, is de homogeniteit van het acteren: van bij de eerste replieken wordt een grote spanning gecreëerd, en elke acteur weet zijn tekst op dat niveau te houden. De confrontatie van Teiresias (Gilbert Tanghe, een oom!) en Oidipoes (Erwin Ooghe) wordt met lange stiltes en uitbarstingen tot een bijzonder intens moment, waarbij de retoriek van de tekst ten volle tot haar recht komt. Daar staat dan de ingehouden, wat ironische benadering van de Corinthiërsrol van Roland Vanbosseghem tegenover, die leidt naar het moment van verslagenheid wanneer de herderin (Annemie Leroy) uiteindelijk het laatste stukje van de tragische puzzle komt aanbrengen.

Het stuk van Sophocles wordt op die manier een psychologisch drama, waarbij overduidelijk blijkt met welk meesterschap de dichter de mechanismen van een dialoog beheerst. Sophocles zo modern spelen, zonder referentie naar het klassieke kader, is dus volledig mogelijk. De versie van Tanghe staat volwaardig naast die van Gosch. Tenminste als men geen aanstoot neemt aan het feit dat Tanghe de ultieme uitdaging niet is aangegaan, want het moeilijkste aspect van de tekst – de koren (die daarbij toch een heel specifieke lezing van de tekst bieden) – werd hier weggelaten; alleen een beeld van zwijgzaam toeziende mannen werd overgehouden.

Van zijn mensen heeft Tanghe een heel intense zegging verkregen, waarbij het ritme van de tekst (zijn spanning en ontspanning, zijn contrastfunctie met de stilte) voorbeeldig is. Alleen moet de luisteraar even wennen aan de spreekstijl, die nog iets van het gezwollene heeft van de school van Ast Fonteyne of Anton Vanderplaetse. Maar als men zich eenmaal met die bepaalde aanpak verzoend heeft (een aanpak, die niet natuurlijker of gestileerder is dan wat mensen als Warre Borgmans of Lucas Vandervost bij De Witte Kraai doen), zit men alleen te kijken naar acteurs die dank zij hun volle inzet verbazend goed zijn.

De typische hand van Tanghe erkent men ook in het decor: een grote, witte, gestileerde ruimte, met zand op de grond en een rij van zeven zetels (net zoveel als de leden van het toeziende koor). Van die concrete realiteit wordt in het spel subtiel gebruik gemaakt, zodat het zand meer wordt dan gewoon decoratie. Daarnaast heeft Tanghe, net zoals hij dat bij Malpertuis deed, bijzonder effectieve muziek gekozen.

Een sterke opvoering dus, die bewijst dat Tanghe zowel het register van de komedie als van de tragedie beheerst. Met belangstelling kijken we dan ook uit naar wat hij nog zal verwezenlijken. In de toekomst zal daar ruim de mogelijkheid toe bestaan, want volgend seizoen zou hij bij Malpertuis, KVS en NTG werken, met telkens een monument van een tekst: Brecht, Shakespeare en Molière. Spannend om naar uit te kijken, en ook bangelijk, want het lijkt erop dat Vlaanderen plots een nieuwe vedette heeft ontdekt. Het gevaar dat men Tanghe tracht leeg te melken, is niet denkbeeldig. We hebben geen vedette nodig, wel een talent dat zich verder over de komende jaren kan ontplooien. Als dat kan gebeuren, dan is Tanghe een wissel op de toekomst.

 

KONING OIDIPOES
auteur: Sophocles; vertaling: Johan Boonen; regie, decor en kostuumidee: Dirk Tanghe; spelers: Erwin Ooghe, Carine Pysson, Lucien Nollet, Gilbert Tanghe, Geert Jacques, Roland Vanbosseghem, Annemie Leroy, Annie Maertens e.a.

Gezien te Torhout, 18 december 1986.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

recensie