“Beton” door Pantarei – Foto Patrick De Spiegelaere

Christel Op de Beeck

Leestijd 6 — 9 minuten

Kleutertheater wast uit de kluiten

Eerste festival zindert na

Het eerste kleutertheaterfestival is al een paar maanden achter de rug, maar de gevolgen ervan zinderen nog na. Al was het maar door de ruime belangstelling van de media, of door de mogelijke misvatting om wat in Tielt gepresenteerd werd, als een doorsnede van het Nederlandstalige kindertheateraanbod te beschouwen.

In elk geval zijn de niet-ingeloste verwachtingen bij de toespraak van de Gemeenschapsminister van Cultuur, Patrick Dewael, nog niet verteerd. Tielt was echter vooral een festival dat alle moeilijkheden, maar evenzeer alle mogelijkheden van het kindertheater even op een rij zette. Omdat een gefundeerd beleid nog geen concrete vorm heeft gekregen, is het gebeuren zeker bruikbaar voor een grondige analyse op nationaal vlak.

Dan kan de door het kindertheater bewezen en door de minister onderschreven stelling dat kindertheater een volwaardige theatervorm is, uitgewerkt worden tot een maximale realisatie van de capaciteiten die toeschouwers en theatermakers nu grotendeels nog maar vermoeden. In positieve zin is daarmee meteen een beperking gesteld aan het bespreken van kindertheater. R. Ghesquire had het reeds over die problemen in haar inleiding tot Het historisch receptie-onderzoek van kinderliteratuur (1). Voor de bespreking van het festival levert dat de volgende gegevens op: teksten over kindertheater zeggen meer over de appreciatienormen van volwassenen dan wel over de receptie van het kind; niet zelden gaan die teksten aan de doelgroep voorbij; en bovendien hebben critici van kindertheater vrij spel met hun beoordeling, precies ter wille van het “ontbreken van een controlemechanisme”.

Verplaatst naar de actuele situatie gaat het hier om de vraag of kindertheater uitsluitend vanuit het standpunt van de volwassene kan besproken worden. Of naar de veronderstelde kinderpsychologie moet opgesteld zijn, dan wel of de pedagogische argumenten (zowel theatraal als buiten-theatraal) het op de artisticiteit moeten halen. Terwijl dit laatste in de rest van het medium zonder twijfel het voornaamste argument van kritiek is. Gezien de voornamelijk recente belangstelling van de media voor het kindertheater, én de eerder beperkte werkingsmogelijkheden van het medium an sich – tenminste in België -, kunnen m.i. beide elkaar op dit ogenblik het best wederzijds beïnvloeden via artistieke en maatschappelijke normen.

Deze beperkingen dienen ten slotte nog aangevuld te worden met criteria die men in het algemeen bij het bekijken van theater kan hanteren, maar die hier pregnanter gesteld worden. Enerzijds door de nog (al te) sterke educatieve functie die van veel kindertheater uitgaat, en anderzijds door de niet te onderschatten invloed die ze op de latere kunstbeschouwing uitoefenen. Die elementen zijn: het vergroten van expressiemogelijkheden, persoons- en identiteitsontwikkeling, emotionele en sociale groei, vergroten van het concentratievermogen, inzicht geven in het belang of de relativiteit van dagelijkse gebeurtenissen en fantasie, het stimuleren van drama als cultuuruiting. (2)

Animatie

Nannie Kuyper, Nederlands auteur van kinderpoëzie, opende het festival met een voordracht uit haar werk. Enkele kleuters zaten daarbij, zogezegd van niets bewust, voor een volle zaal de eerste de beste kleuterklassituatie na te spelen. Niets om over naar huis te schrijven, was het niet dat hiermee een breder aspect van het kindertheater werd aangesneden. Het overgrote deel van de toeschouwers bestond die vrijdag immers uit normalisten. Hun zeer traditionele reacties op totaal achterhaalde aspecten van kindertheater (chaos in de zaal, onophoudelijk een massa kleuters op het podium roepen…) laten toe een serieus vraagteken te plaatsen bij de door minister Dewael in het vooruitzicht gestelde samenwerking tussen school en theater.

Schoenen van Wim Akkermans en Wiellie Wiebbel van Cees Brandt waren beide in het bedje van de al te gemakkelijke animatie ziek. Bij Akkermans zorgde een groteske hoeveelheid thema’s en theatrale exploten voor complete verwarring, en de enthousiaste reacties die Brandt veroorzaakte, waren het resultaat van een serieus uit de hand gelopen kenmerk van Jozef van den Berg, nl. een beroep te doen op de medewerking van enkele kinderen. Maar het publiek slikte het, en wanneer dit criterium, samen met de moraliserende tendensen, bij het beoordelen van kindertheater gehandhaafd blijft, dan staat het genre inderdaad nog in zijn kinderschoenen. Bij beide produkties ontbreekt de leidende hand van een regisseur.

Dat kan het Nederlands Jeugd Theater niet verweten worden. De groep is hier bekend van het fantasierijke Het lelijke jonge eendje, het stripachtige ‘Kuifje in Kongo’-verhaal Het geheim van Oenis, en de met grote verwachtingen beladen jubileumproduktie Sneeuwwitje. Het gezelschap is dus niet voor één net te vangen. In Tielt brachten ze de première van De held en zijn bruid, waar elementen uit het volwassenentheater naar de kleuterscène doorgetrokken worden.

Op de nabespreking werd het stuk vergeleken met Het Trojaanse Paard van Jan Decorte, want het verhaal is “een pastiche van een pastiche”: door pathetische over-acting wordt het reactionaire gegeven totaal ontkracht. Artistiek gezien was het niet helemaal overtuigend, maar de opzet staat als een huis. Vooral tijdens de voorstelling van het NJT werd duidelijk dat de doelgroep van het festival beter beperkt was gebleven tot de 3 à 5-jarigen. Een groot aantal gegevens ging aan de kleinsten voorbij, en de kleutergroep aanduiden als 4 tot 8-jarigen, zoals op het festival gebeurde, is veel te ruim.

Beloften

Zaterdag dan, de dag van de beloften, met de toespraak van minister Dewael, a.h.w. geïllustreerd door optredens van Pantarei, Jejem Piron en Froe-Froe. De eerste groep wordt internationaal geroemd om Beton, een gestileerde en ontroerende voorstelling over de wet van de sterkste in een genadeloze maatschappij. Lecocq aan de kinderen verteld, en deze hebben er absoluut geen moeite mee om de allesbehalve realistische fantasie en dito produktie te volgen. De overige twee groepen zijn perfecte illustraties van de toestand van het poppentheater in Vlaanderen. Veelal is het al niet helemaal correct om dat zomaar bij het kindertheater onder te verdelen, en wanneer het dan toch gebeurt, zoals in de toespraak, dan komt het poppentheater er met één zin vanaf (i.v.m. Taptoe, dat zondag op het festival Rinkel Tinkel Tijdjes bracht).

Het kindertheater is ambitieus en leent zich niet graag tot eindeloos gezeur om meer werkingsmiddelen, maar wanneer technische tekortkomingen een best aardig artistiek concept overschaduwen, dan is er voor de overheid werk aan de winkel. Het voornaamste probleem van veel kinder- en poppentheatermakers is dat ze alles moeten kunnen: teksten schrijven, regisseren, decors bouwen, reclame maken en ook nog acteren. Froe-Froe van Marc Maillard is één van de Vlaamse groepen die tot internationaal te appreciëren kindertheater in staat is. En daar heeft het ministerie van Cultuur een belangrijke taak te vervullen.

Premières

Door de uitstraling van het festival van Tielt kregen velen de verkeerde indruk dat het programma een representatieve doorsnede van het beste uit het Nederlandstalige aanbod was. Er was hier echter voor de optie van premières gekozen. In het andere geval hadden groepen als het Belgische en Nederlandse Speeltheater, Poppentheater Kollektief en Minuskuul zeker op de affiche moeten staan. Dan hadden ook het Mechels Jeugd Theater, de jeugdafdeling van het MMT, en het Antwerpse KJT (één van de drie gesubsidieerde jeugdgezelschappen, goed voor 37 miljoen frank, naast het Speeltheater van Eva Bal, met 10,3 miljoen en Stekelbees met 6 miljoen) zichzelf moeten komen bewijzen.

De slogan uit de campagne “Vlaanderen Leeft”, Vanaf 9 januari is het kindertheater in Vlaanderen voorgoed volwassen, werd door bepaalde recensenten in het tegendeel omgebogen. Dat een dergelijke conclusie totaal voorbarig was, werd dus geïllustreerd door Beton, maar eveneens door Papa, vertel eens een verhaaltje van Joris Jozef. De voorstelling is geconcipieerd uit Quatre histoires pour Enfants van Ionesco. Een ver doorgevoerde fantasie en inzicht in de leefwereld van het kind (absurditeit?), een verhaal waar een reis naar de zon plots onderbroken wordt door de vraag of het ontbijt al klaar is, humor en een verbrokkelde verhaallijn, dat alles wordt zeer zeker door kleuters (én volwassenen) geapprecieerd.

En dan was er Blok, gespeeld door en in een regie van de Nederlandse beeldend kunstenaar Frans Malschaert. Een streep door de rekening van diegenen die menen dat een ver doorgevoerde esthetisering niet aan kleuters besteed is. Zeer primaire zaken hier: zand, wind, kracht, beweging van scherp omlijnde oppervlakten, repetitieve en gediversifieerde muziek. Perfect geïntegreerd in de geheel zwarte ruimte van het keldertheater, zonder overgang tussen speelvlak en zitplaatsen, gaf dat een krachtige en waardige afsluiter van het festival.

Toekomst

Na afloop deelde organisator Wim Van Severen zijn toekomstplannen mee: “Het volgende festival heeft plaats tijdens het tweede weekend van 1988. Daarna zal het een tweejaarlijks gebeuren worden, afgewisseld met het poppenfestival van Neerpelt. Die volgende festivals zullen controversiëler zijn en meer het zoeken naar de innerlijkheid van het medium uitstralen.”

In elk geval verdient het initiatief aanmoediging. Er werd een toon gezet, en het is nu aan “het verenigde kindertheater front” (dixit Stef Ampe van Jeux Interdits) om dat gegeven in te vullen. De initiatiefnemers komt de niet geringe verdienste toe het kindertheater wat meer uit de coulissen van het “Grote Theater” te hebben gehaald.

Tot besluit geeft Oda Van Neygen, programmatrice van de kinderen jeugdvoorstellingen in de Beursschouwburg te Brussel, haar visie op het hele festival: “Ik heb altijd wat moeite met festivals, en meer bepaald met de vraag voor wie je het eigenlijk doet, of de volwassenen of de kinderen bereikt worden. Maar dat primeert hier niet echt. Naar het grote publiek toe was het gebeuren het bewijs dat er op het vlak van het kindertheater echt wat aan het groeien is. Intern zijn er wel al langer een aantal platforms waar organisators en theatermakers mekaar treffen. Mee door initiatieven als Omikron, de Signaalprijs en Assitej Vlaanderen, zijn we beter gedocumenteerd over het kleuter- en kindertheater. Het festival van Tielt moet zeker doorgaan, al was het maar omdat de problemen van het kindertheater hier eens voor een ruimer publiek duidelijk werden. Wanneer gepoogd was een overzicht te geven van alleen de beste kinderprodukties, met b.v. Speeltheater, Jozef van den Berg, Pantarei e.a., dan was de zaak wellicht in de andere richting verwrongen. Het festival moet meer profiel krijgen, maar dat geldt voor het kindertheater in het algemeen ook. Samen nog meer opgroeien dus…”

 

 

(1) R. Ghesquire, Het historisch receptie-onderzoek van kinderliteratuur in Receptie-onderzoek. Mogelijkheden en grenzen, p. 81-99, Acco-Leuven, 1981.

(2) Cfr. Greet Michielsen, Waarom drama met kleuters? ongepubliceerde nota, (1986).

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#17

15.03.1987

14.06.1987

Christel Op de Beeck

artikel