© Philippe Werkers

Leestijd 9 — 12 minuten

Kates Tapes Away – Zuidpool

Geen kat in het Colosseum

Zuidpool bewerkt David Marksons experimentele roman ‘Wittgenstein’s Mistress’ tot ‘Kates Tapes Away’. Vijf uur lang luister je op een oldskool walkman naar de – misschien – laatste vrouw op aarde.

‘Het zou een interessante monoloog kunnen worden, over iemand die wakker werd op een woensdag of donderdag en ontdekte dat er niemand meer over was in de wereld. Bepaalde groenten en bloemen uitgezonderd. Dat zou in elk geval een interessant uitgangspunt zijn. Hoe je heldin zich zou voelen en met wat voor angst ze zou zitten. Echte angst, in tegenstelling tot diverse illusies. Al leek heel de situatie een illusie.’

Dat is het uitgangspunt van Kates Tapes Away, Zuidpools bewerking van Wittgenstein’s Mistress. Van romantische gevoelens tussen Wittgenstein en het hoofdpersonage is geen sprake, maar de geest van de filosoof waart constant doorheen de roman. Het boek uit de jaren tachtig verkreeg onverwacht een cultstatus, en van tijd tot tijd flakkert de interesse ervoor terug op. Zo maakte Lieke Marsman in 2016 een vertaling naar het Nederlands voor de theaterbewerking van Roeland Hofman, en verschenen vorige lente een aantal artikels naar aanleiding van de nieuwe vertaling door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes1. En nu zijn er dus drie cassettes met daarop ‘een individuele luistervoorstelling’, een ingekorte versie van Marksons roman die behoorlijk trouw blijft aan diens tekst.

Play: het zachte gesnor van de cassetteband, flarden muziek, geruis, en dan het geluid van iemand die adem schept om iets te zeggen. De mooie, gedragen stem van Sofie Decleir komt uit de oortjes van je walkman, alsof ze in je hoofd zit: ‘In het begin liet ik soms berichten achter. Er woont iemand in het Louvre, schreef ik dan. Of in de National Gallery.’ Dat haast Bijbelse ‘in het begin’ lanceert een apocalyptische trip, waarbij Decleir je urenlang meevoert op de gedachtestromen van Kate die zichzelf herhalen, cirkels draaien en elkaar tegenspreken. Haar stem overspoelt je en voert je mee in haar wereld, maar ook jij neemt haar mee in de jouwe: in de zetel ’s avonds in het donker, uit wandelen naar een park, of starend uit het raam terwijl je de afwas doet. Zo vermengt jouw universum zich letterlijk met dat van Kate. Een duif vliegt op van een tak vol witte bloesems terwijl de vrouwenstem vertelt hoe ze haar was laat drogen in de struiken, en de kledingstukken telkens weer vergeet naar binnen te nemen.

Katten en kunstenaars

Kate is een schilderes die jarenlang de wereld rondzwierf in auto’s die ze langs de kant van de weg vond, en in musea woonde waar ze schilderijen opbrandde om zich te warmen tijdens de winters. Nu heeft ze zich ergens aan de Amerikaanse kust gevestigd. Ze is alleen. Ze heeft weinig nodig: thee, sigaretten en voeding uit blik, wat kleren. En een kat. Niet echt een kat, maar een tape die aan een gebroken raam hangt te flapperen, een geluid alsof er een kat aan het raam krabt. ‘Goeiemorgen, Vincent’, zegt Kate. De kat is genoemd naar Van Gogh. Ook al weet Kate dat de kat niet echt een kat is, maar een stuk tape.

Vroeger had ze een andere kat, een echte: Rembrandt. Of nee, Argos, naar de hond van Odysseus – een ideetje van Martin Heidegger. De kat was grijs. Of kastanjekleurig, want die kleur associeert Kate automatisch met Rembrandt. En omdat de kat Rembrandt heet, begrijpt het dier Nederlands. Net zoals de schilder Willem de Kooning, die op een keer bij haar langskwam in SoHo, en Rembrandt op schoot nam. Bijna manisch blijft Kate namen en feitjes opnoemen en door elkaar haspelen. Decleir levert een huzarenstuk: fluisterend, vreugdeloos lachend, ratelend, twijfelend springt ze van herinnering naar ingeving naar achteloos feitje op basis van associaties die vaak veel later duidelijk worden, of helemaal niet.

Een soort bagage

Het duurt even vooraleer je erin komt. Je leert naar de voorstelling luisteren zoals naar een muziekstuk. Langzaam ontdek je frasen, variaties, thema’s, … Je wordt gevoelig voor de subtiele intonaties in de stem van de – onbetrouwbare! – vertelster. Na een tijd leggen de herhalingen contradicties bloot. Dat patroon van herhaling en ontkrachting werkt afwisselend hypnotiserend, sussend, afstompend, frustrerend. Wat bazelt Kate eigenlijk? Wat is er in feite gebeurd, en kom je dat ooit te weten?

De nonsens leidt regelmatig tot grappige momenten, bijvoorbeeld wanneer Kate een kat in het Colosseum denkt te zien en die probeert te lokken door er evenveel blikken kattenvoer neer te zetten ‘als Romeinen die naar de Christenen kwamen kijken’. De kat noemt ze trouwens afwisselend Nero, Julius Caesar, Herodotus en Pontius Pilates.

Van tijd tot tijd maakt Kate ook poëtische observaties, zoals wanneer ze mijmert dat de blikken kattenvoer er na al die jaren nog wel zullen staan, leeggespoeld door de regen. Of wanneer haar wasgoed buiten bevriest: ‘roksculpturen van spijkerstof’.

En wanneer de woordenstroom je even te veel wordt, kan je op de pauzeknop drukken – in tegenstelling tot Kate. Zij zit continu gevangen in haar herinneringen, die ze ‘een soort bagage’ in haar hoofd noemt: ‘restanten van wat je ooit hebt geweten, zoals de verjaardag van Pablo Picasso of Jackson Pollock’.

Eva en Helena

Behalve kunstenaars en katten, passeren een hoop literaire verwijzingen de revue. Zo lijken niet alleen de beginzin, maar ook de naam Adam aan de bijbel te refereren. Kate woonde namelijk in Mexico met haar echtgenoot die Adam heette. Althans, ze is bijna zeker dat hij zo heette… Identificeert Kate, de laatste vrouw op aarde, zich met de eerste vrouw op aarde? Het blijft onuitgesproken.

Wel is duidelijk dat Kate zich verwant voelt met Helena, de Griekse die haar man Menelaus in de steek liet voor Paris en zo op haar eentje de Trojaanse oorlog ontketende. Kate vermeldt, vaak impliciet, tal van gelijkenissen tussen beide vrouwen zoals het feit dat beiden ‘een kleine jongen’ hadden, dat beiden een minnaar hadden, dat beide in een tragische situatie (respectievelijk de Trojaanse oorlog en het einde van de mensheid) terechtkwamen.

En er is een link met vuur. Het beroemde citaat van de Engelse toneelschrijver Christopher Marlowe uit Doctor Faustus (1604) is onlosmakelijk verbonden met Helena: ‘Was this the face that launched a thousand ships / And burnt the topless towers of Ilium?’ Kate heeft ook iets met vlammen. Initieel leerde ze vuurtje stoken om zich warm te houden, maar uiteindelijk brandde ze bewust het huis af waar ze met haar gezin in Mexico woonde. En ze liet per ongeluk een strandhuis in vlammen opgaan.

‘Misschien heb ik ooit wel gedaan of ik Helena was’, zegt Kate uiteindelijk, op de B-zijde van de tweede cassette. Interessant aan deze vereenzelviging zijn de contradicties die de mythische figuur Helena omhullen: werd ze verliefd op Paris, of door hem ontvoerd en verkracht? Was ze echt de oorzaak van de Trojaanse oorlog? ‘Eén Spartaans meisje?’ Kate meent zich ter herinneren dat het in feite om een dispuut over tol ging. Maar dat klinkt natuurlijk een stuk minder romantisch. Je vraagt het je af als luisteraar: is ook Kate’s situatie ‘als laatste vrouw op aarde’ een dramatisering van meer banale feiten? En sluimert er ergens een schuldgevoel doorheen haar schijnbaar toevallige obsessie voor mythes? Want als er één ding is dat Eva en Helena bindt, is het de schuldvraag: wie beet er in de appel? Wie ontketende de Trojaanse oorlog? Gaan er fundamentele zaken schuil achter Kate’s eindeloze gebabbel?

Wittgenstein in de praktijk

Het vele zuchten, de stiltes en de aarzelingen van de vertelstem onderstrepen de worsteling van Kate om woorden te geven aan haar werkelijkheid. En hoewel ze beweert dat filosofie haar ding niet is, merk je als luisteraar dat Kates Tapes Away een aantal filosofische kwesties aanboort. Zelfs als je de link met de titel van Marksons roman nog niet had gelegd, komt Wittgenstein in the picture. Al zegt Kate dat ze nooit Wittgenstein heeft gelezen, en schrijft ze Heideggers concept ‘Dasein’ verkeerdelijk aan hem toe, toch ademen haar woorden de ideeën van Wittgenstein uit. Ze citeert zelfs letterlijk de eerste propositie uit zijn beroemde Tractatus Logico-Philosophicus: ‘De wereld is alles wat het geval is.’ Ook stilistisch doen de losse, aforistische uitspraken van Kate denken aan de Tractatus. In zijn essay over Wittgenstein’s Mistress doet het schrijver en Markson-fan David Foster Wallace besluiten dat Kate leeft in ‘a Tractatusized world’2. De wereld van de Tractatus is er een waarin je enkel kan praten over wat je echt kent, over ‘wat het geval is’. Je hoort Kate dan ook vaak worstelen met woorden: ‘Maar je blijft muziek in je hoofd horen. Horen? Ik bedoel dat alleen bij wijze van spreken.’

Het is niet evident om in zo’n logische wereld te leven, waarin taal op een haast mathematische manier de werkelijkheid moet afspiegelen.3 Dat betekent dat de wereld, in de woorden van Wallace, niet meer is dan ‘a huge mass of data, of logically discrete facts that have no intrinsic connection to one another’.

Als je dan het late werk van Wittgenstein erbij neemt, wordt de boel er niet vrolijker op: in zijn Filosofische onderzoekingen krijgt taal pas betekenis wanneer ze door meerdere mensen gebruikt wordt. Dan is alles wat Kate zegt per definitie betekenisloos. En zo voelt het ook soms terwijl je naar haar luistert. De contradictie tussen die losgezongen feiten in de vroege Wittgenstein en de nood aan verbinding in zijn late werk benadrukt in elk geval één ding: de complexe verhouding tussen taal en werkelijkheid. Best cruciaal in een monoloog die louter uit gesproken taal bestaat.

Onuitsprekelijke eenzaamheid

‘Deep nonsense’, noemt Wallace de herhalingen, schijnbaar losse anekdotes en gedachtenkringetjes van Kate, een substituut voor wat ongezegd blijft, en wat misschien wel onzegbaar is.4 Daar reikt hij de essentie aan van Marksons roman: het onuitsprekelijke dat voelbaar wordt onder de woordenstroom van Kate.

De angst en de eenzaamheid van Kate dringen langzaam tot je door en kruipen – haast letterlijk – in je hoofd, via de stem van Sofie Decleir. Marksons roman is veel meer dan Wittgenstein in de praktijk. Het is ‘an immediate study of depression & loneliness’ volgens Wallace5. En de schrijver kan het weten: hij worstelde z’n hele leven met depressies.

Na een tijd besef je hoeveel pijn en angst er uit de woorden van Kate spreekt – de angst om voor altijd alleen te zijn. Die manifesteert zich soms in ontroerende anekdotes, zoals wanneer ze na jaren zoeken de kat in het Colosseum denkt te zien: ‘Ik kan met geen woorden beschrijven hoe dat voelde, na al dat zoeken.’ En nog letterlijker: ‘Angst is de basisstemming van het bestaan, zoals iemand ooit zei, of had moeten zeggen. Al dacht ik dat ik me ontdaan had van die emoties.’

Soms koppelt ze haar pijn los van emoties door zich te focussen op fysieke klachten: ‘Nog een voorbeeld van iets dat in m’n hoofd bestond en nu ook op tape, en in m’n schouder. Wat ik niet begrijp: hoe kan pijn bestaan op twee andere plekken?’

Het is duidelijk dat Kate een heleboel feiten verdringt. Ze geeft zelf toe dat ze zich een heleboel dingen niet graag herinnert: dat ze de laatste vrouw op aarde is, dat haar zoontje op zijn zeven jaar is gestorven (vermoedelijk door nalatigheid van haar man en haarzelf), dat haar ouders er niet meer zijn, dat de tijd voorbijglijdt en haar lichaam veroudert, … ‘Kate’s existence is that of an atomic fact, her loneliness metaphysically ultimate’, schrijft Wallace daarover. Hij noemt Marksons roman dan ook een ‘anti-melodrama’6: een verhaal over verdriet dat amper ter sprake komt.

Nadat je urenlang haar stem in je oren hoort doordrammen, opscheppen, twijfelen, fluisteren, zuchten, geeuwen, lachen en zwijgen, komt het binnen wanneer Kate op de laatste cassette het onzegbare verwoordt: dat ze vroeger net zo alleen was als nu. ‘De ene manier van alleen zijn verschilt gewoon van de andere.’

Walk it like you talk it

Het is een relevante keuze van Zuidpool om de experimentele jaren tachtigroman van Markson tot een luistervoorstelling uit te werken.

Allereerst passen de thematieken mooi binnen het oeuvre van het gezelschap, waarin taal centraal staat: niet alleen (klassieke) repertoirestukken, maar ook romans en non-fictie worden naar een hedendaagse theatercontext hertaald. Zuidpool doet dat vaak zonder al te veel franjes en vanuit een grote passie voor tekst.

Zelf noemen artistiek leiders Jorgen Cassier en Koen van Kaam de voorstelling ‘een resumé van alles wat we tot nu toe hebben gedaan.’ Een heleboel literaire lijnen uit hun repertoire komen aan bod in Kates Tapes Away, zoals de referenties naar Shakespeare en de Griekse drama’s. En ook inhoudelijk bouwt de voorstelling verder op hun onderzoek naar geschiedschrijving (denk aan de sterke monoloog Opus XX, een associatieve analyse van de twintigste eeuw die ook door Sofie Decleir werd gebracht).

Bovendien is de vorm goedgekozen. Door het woord ‘voorstelling’ te gebruiken in de communicatie, legt Zuidpool bewust de link met een theaterbeleving. Kates Tapes Away is dus niet opgevat als een podcast of luisterboek, en dat is duidelijk méér dan een pragmatische keuze in coronatijden. Het meegeven van een walkman zorgt voor een vanzelfsprekende fysicaliteit: je wordt uitgenodigd om je door een ruimte te bewegen met de tekst. Er zijn zowel parallellen als verschillen met hoe lichaam, tekst, tijd en ruimte zich tot elkaar verhouden in een theatervoorstelling versus in een luistervoorstelling. Zo kan je bijvoorbeeld pauzeren, in tegenstelling tot bij live theater. En vermengen omgevingsgeluiden zich met de opnames. Bovendien zit je in een theaterzaal vaak frontaal voor het podium, waardoor je blik specifiek gericht is op de actie die zich daar afspeelt. Tijdens het luisteren naar de cassettes kijk je ongedwongen rond, al gebeurt het vaak dat je blik flou wordt en zich naar binnen richt, Kate’s woorden omzet in beelden tussen je twee oren. De cassettes lijken minder dwingend dan live theater, maar het gebruik van een koptelefoon zorgt voor een versterkte intimiteit: Kate nestelt zich in je hoofd. Het grootste verschil is dat je een theatervoorstelling collectief beleeft, en het gemis van die collectieve ervaring krijgt uiteraard een extra betekenislaag in 2021.

De promotekst benadrukt dat het om een ‘individuele’ luistervoorstelling gaat (tevergeefs hoop je iemand op straat tegen te komen met eenzelfde ouderwetse, zwarte walkman, luisterend naar Sofie Decleir). In die zin refereert Kates Tapes Away heel nadrukkelijk naar thema’s die vandaag niet uit de actualiteit zijn te branden – al lang voor de pandemie uitbrak: een doorgedreven individualisering, een gebrek aan verbinding, eenzaamheid en depressie. Het is pijnlijk duidelijk dat zelfs de geprivilegieerden onder ons daar niet aan ontsnappen – zoals Kate, die gestudeerd heeft en een leven als kunstenares kon leiden in wereldstad New York.

Ook Wittgensteins ideeën blijven actueel: hebben woorden zin als niemand ze hoort? En uiteraard is het ook interessant om zijn filosofie te plaatsen in de context van het post-truth-tijdperk: hoe kan je de werkelijkheid in taal weergeven? En is dat überhaupt mogelijk?

Toch siert het Zuidpool dat de verwijzing naar Wittgenstein wegvalt in hun titel. Zijn filosofie blijft onmiskenbaar aanwezig in de tekst, maar tegelijkertijd krijgt Kate meer autonomie: het gaat om haar stem en haar verhaal, haar angst en pijn. Het verrassende slot – een vondst van Zuidpool die ongetwijfeld een belletje doet rinkelen bij kenners van Twin Peaks, Leonardo da Vinci én Wittgenstein – geeft haar fundamentele vervreemding mooi weer. Om met David Foster Wallace te eindigen: Kate’s monoloog bezit ‘the quality of speechlessness in a dream, the cold muteness urgency enforces.’7

1Jorgen Cassier en Sofie Decleir baseerden hun bewerking op deze vertaling.2David Foster Wallace. 1990. ‘The Empty Plenum: David Markson’s Wittgenstein’s Mistress’ . Nawoord bij Wittgenstein’s Mistress, door David Markson, 246. Champaign, Dublin, Londen: Dalkey Archive Press.3Ibid. 253.4Ibid. 248.5Ibid. 246.6Ibid. 255.7Ibid. 275.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur, producent en outside eye in de kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!