Visies voor het veld: Kristien De Proost & Josse De Pauw
Een pleidooi voor morsigheid en risico
Kristien De Proost & Josse De Pauw
© Yuri van der Hoeven
Theater is zelden opwindend én educatief – de pedagogische neiging om een boodschap zo duidelijk mogelijk te communiceren blijkt meestal moeilijk verenigbaar met de prikkelende omwegen die een kunstwerk bewandelt. In KAMP spelen Carl von Winckelmann en Freek Mariën het klaar: een voorstelling voor tieners die scherp in de kuiten bijt én moeiteloos in het portfolio ‘burgerschapseducatie’ past. Dat is, voor alle duidelijkheid, een compliment.
In een onbestemd ‘doorgangskamp’ houden twee bewakers de wacht. Hun zware bottines in de modder, boven hun hoofden de spotlights van de surveillance. Ze bewaken de kampbewoners, op bevel van ‘Hogerhand’. Het is niet helemaal duidelijk of de kampbewoners gevangenen zijn of uitverkorenen. Toen het leven in de echte wereld voor hen te gevaarlijk werd (razzia’s, knokploegen) werden ze door Hogerhand in het kamp geplaatst, tijdelijk slechts, tot ze zouden mogen vertrekken naar De Plek – een speciaal voor hen gecreëerd, veilig land, waar ze als pioniers een nieuw leven zouden opbouwen. Vanavond kijken de bewakers uit naar de komst van ‘de regisseur’ die door Hogerhand is geëngageerd om een film te maken over het ‘goede leven’ in het kamp. Maar zoals vaak zet de intrede van die buitenstaander in de ‘veilige’ bubbel een proces van bewustmaking in gang. En dat is gevaarlijk. In deze tijd, welke tijd het dan ook is, is vragen stellen gevaarlijk.
De dramatische inzet van KAMP bestaat uit het ontluisteren van de fictie van het kamp, de ontmaskering van leugens en leugenaars, zo je wil. Het mooie aan de tekst van Freek Mariën is dat de grens tussen bedrog en zelfbedrog daarbij uiterst vaag blijft; morele oordelen liggen niet zomaar voor het grijpen. De kampbewoners hebben elk hun eigen karakter en geschiedenis en verkeren in verschillende stadia van ‘ontkenning’ over hun toestand en hun toekomst. De kampoudste (Tania Van der Sanden) is de meest intrigerende figuur: zij houdt de groep bijeen, motiveert hen om te blijven geloven in De Plek, al weet ze duidelijk meer dan de anderen. Haar eigen zoon ‘vertrok’ als pionier – is dit een moeder die zichzelf voor de gek houdt of speelt ze een verschrikkelijk spel op bevel van Hogerhand?
“De dramatische inzet van KAMP bestaat uit het ontluisteren van de fictie van het kamp, de ontmaskering van leugens en leugenaars, zo je wil.”
Naast een huiveringwekkende schets (met scenografisch minimale middelen) van de stigmatisering, ontmenselijking en detentie van een hele bevolkingsgroep is KAMP ook een ode aan de kracht van de verbeelding. Enerzijds houdt die de leugen recht (het heroïsche geloof van de kampbewoners in De Plek) maar anderzijds kan enkel een nieuwe verbeelding dit ‘nieuwe normaal’ in hun bestaan ontmaskeren. Enter ‘de regisseur’ (Zouzou Ben Chikha), katalysator van deze ontwikkeling. Deze ‘beroemdheid’ blijkt even gevangen als de kampbewoners zelf: de propagandafilm die hij moet draaien is zijn laatste kans om zelf te ontsnappen aan detentie, aangezien zijn vorige film door Hogerhand als ‘subversief’ werd ervaren. Omdat de film schoonheid bevatte, en humor. Maar de lens van zijn camera, de fictie, weigert te liegen. Hoe sterker hij het ‘goede leven’ in het kamp tracht te ensceneren, hoe scherper de armzalige realiteit door het narratief heenprikt. Prachtig is de scène waarin hij de kampbewoners vraagt wat ‘geluk’ voor hen is. Zij geraken niet verder dan het benoemen van ‘overleven’.
Het moet opnieuw gezegd: wat zijn die teksten van Het Kwartier (het gezelschap van Mariën en Von Winckelmann) toch goed. Net zoals voorganger Even pingpongen (2025) is KAMP de hedendaagse versie van een well made play – en laat dat in godsnaam niet ouderwets klinken. Er is een duidelijke (en spannende) situatie, waarbinnen zich een actie ontwikkelt naar een dramatisch hoogtepunt, gedragen door levendige, geloofwaardige personages die mentaal mee-ontwikkelen. Neem de jonge idealist (Robbert Vervloet), die vurig gelooft in De Plek, aanvankelijk zelfs bereid is ervoor te sterven. Of de vrouw van een pionier die onaangekondigd ‘vertrok’ (Tine Embrechts) en die het, doorheen haar rouw om zijn plotse vertrek, begint te dagen dat ze wordt bedrogen. Zelfs de kampbewaker (Jeroen Van der Ven, een grote fan van de regisseur, is een genuanceerd personage: twijfelend aan zijn opdracht, medeplichtige en slachtoffer tegelijk.
“Het moet opnieuw gezegd: wat zijn die teksten van Het Kwartier (het gezelschap van Mariën en Von Winckelmann) toch goed.”
Die medeplichtigheid beperkt zich overigens niet tot de bühne. KAMP is in wezen het relaas van het vrije denken dat doorbreekt en de rol die de verbeelding, de kunst kan spelen in dat proces. In die zin bijt de voorstelling metatheatraal in haar staart, want dat is precies wat hier wordt beoogd, in deze zaal vol vijfde- en zesdejaars: het denken laten terugkeren, via het theater. Natuurlijk liggen de referenties aan de jaren 1930 en het werk van regisseur Leni Riefenstahl voor het grijpen – zeker in de superstraffe coda, waarin de kampoudste, die het als enige heeft overleefd, een morele waterscheiding ijskoud van de hand wijst. Zij, schuldig, terwijl de buitenwereld dat niet is? ‘Alles is altijd geweten’, snuift ze misprijzend.
Het is een zinnetje dat inslaat als een bom. Zie hier het bruggetje dat ons meedogenloos wegleidt uit het comfort van een historisch verhaal en ons met een klap in het hier en nu doet belanden. Even onontkoombaar als bij de personages, gloort bij het publiek een bewustzijn. Natuurlijk weten we alles, over detentiekampen en genocides, ook hier, ook nu. ‘En wat deed jij?’ ‘Ik was erbij en ik zweeg’.
De speellijst van de voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.
Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.
Moderator: Ciska Hoet. Panel: wordt binnenkort bekend gemaakt.