Kristof van Baarle

Leestijd 3 — 6 minuten

Jaha Koo – [CUCKOO]

Eén cuckoo maakt nog geen zomer

“Cuckoo” staat in de gelijknamige voorstelling van de Zuid-Koreaanse theatermaker Jaha Koo niet voor de vogelsoort, maar wel voor een Zuid-Koreaans merk dat bekend is om zijn rijstkokers. Een kwartet van deze huishoudtoestellen, omnipresent in Japanse en Zuid-Koreaanse keukens, speelt de hoofdrol.

Een ‘monoloog’ opent de voorstelling. Een van de rijstkokers, die later de naam C1 krijgt, doet waar hij voor bestemd is: rijst koken. Met een aantal zinnen geeft hij (of zij/het?) aan hoever het kookproces staat, wat we ook kunnen afleiden uit de elegante slierten stoom die uit de machine komen. Behalve de presentatie van de machine, wekt deze scène alvast onze projectie-neuronen op. Wie had gedacht dat je kon meeleven met de manier waarop een machine rijst kookt? Die projectie van intenties op onpersoonlijke en functionele handelingen hoeven we (misschien helaas) niet meer te gebruiken, want de drie andere toestellen die het kwartet vervolledigen, zijn gehackt en geherprogrammeerd waardoor ze zelf kunnen spreken en zich uitdrukken met hun lampjes en bedieningsschermen. De machines (genaamd C2, C3 en C4) voeren conversaties die doen denken aan experimenten met chatbots en gesprekken met Apple’s Siri. De absurditeit die hierdoor bij momenten ontstaat en de door de talking heads-look van de rijstkokers die op grotere en kleinere piëdestallen staan, doen af en toe aan Beckett denken.

Het ‘hacken’ van de technologie van deze toestellen, die het ambacht van rijst koken ‘outsourced’ naar een machine, is een krachtige geste om die technologie opnieuw in eigen handen te nemen, ook al kan met het meest ‘geüpgraded’ toestel (“C3”) geen rijst meer bereid worden. Bovendien rijst tussen de machines een discussie of ze die ‘vrijheid’ van hun standaardgebruik en het verkregen bewustzijn zelf wel willen. C4 is jaloers op de niet geüpgradede C1. C2 verwijt C3 dat zij door haar toegenomen intelligentie niet langer in staat is om haar basisfunctie, rijst koken, uit te voeren en zo haar bestaansreden is verloren. De emanciperende daad van het hacken raakt hier vermengd in een discussie rond de wenselijkheid van ‘smart’ toestellen, vanuit het originele perspectief van de machines zelf. Dit hacken is overigens een voorbeeld van de recente waarschuwing voor ‘domme’ technologie die zich niet kan wapenen tegen cyberaanvallen. Tegelijk hint de conversatie tussen de machines naar andere recente ontwikkelingen in het Google-Brain laboratorium, waar twee computers een taal ontwikkeld hebben die de mens niet meer kan ontcijferen. De interconnectie van de rijstkokers en hun actieve rol in de voostelling doen inderdaad denken aan ‘the internet of things’, het feit dat intussen meer dingen en machines online en dus met elkaar in verbinding zijn, dan mensen. De rol van de mens is in deze voorstelling dan ook uiterst ambigue. Na verloop van tijd komt een ‘caretaker’ op de machines passen. Er ontstaat een eerder geforceerd spel tussen de machines en de acteur, die voor geld opdrachten uitvoert. Deze wel erg illustratieve demonstratie van de mens gereduceerd tot dienaar van de machine – ook al is de analyse wellicht correct – loopt vooral spaak door de manier van acteren. Tegenover het sobere, droge spel van de machines steekt elke intentie, intonatie en geste van de menselijke acteur fel af, en is het al gauw te veel. Hierdoor voelt de figuur van caretaker aan als een oplossing voor iets wat niet met de machines alleen gezegd kon worden.

Machines of objecten de hoofdrol geven in performances in een reflectie op de veranderende verhouding tussen mens en technologie is niet helemaal nieuw, maar de mogelijkheden zijn zeker nog niet allemaal verkend. Koo doet een ambitieuze poging om doorheen zijn tot leven gewekte toestellen het verhaal van het land waaruit hij wegtrok te vertellen. De rijstkoker is dan ook geen ‘neutraal’ toestel. Het belang van rijstproductie en consumptie, maar misschien nog meer het belang van de productie en consumptie van technologie maakt van het toestel een pars pro toto voor de recente Zuid-Koreaanse geschiedenis. Op een achterdoek worden tekst en beeld geprojecteerd – synchroon voorgelezen door een voice-over – die vertellen over de rigide, prestatiegerichte structuur van de Zuid-Koreaanse samenleving en over de impact van de Verenigde Staten op het land, die zelfs leidde tot een daling van de rijstconsumptie. De Zuid-Koreaanse prestatiesamenleving onder invloed van de VS was overigens ook het onderwerp van Koo’s vorige voorstelling op het Bâtard Festival (2014), Lolling and Rolling. De huidige schandalen rond de Zuid-Koreaanse president Park, maken de aanklacht tegen de corruptie en een dwingend status quo in Koo’s voorstelling pijnlijk actueel.

Verwijzend naar het tragische verhaal van politicus Roh Moo-Hyun, die als “een ei tegen de rotsen” tegen het establishment in trachtte te gaan, lijkt deze voorstelling (erg subtiel) over Koo’s kunstenaarschap als daad van verzet te gaan, wat de autobiografische fragmenten in de tekst doen vermoeden. Die verweving van een persoonlijk en nationaal verhaal is echter onvoldoende uitgewerkt. Het uitgangspunt van [CUCKOO] is boeiend en actueel: doorheen een emblematisch toestel de geschiedenis van een land en een autobiografie meegeven, en en passant ook nog eens kritiek op de rol van technologie in de wereld en het theater. Het is misschien ook vooral erg veel. Je voelt de verschillende lijnen en potentiële associaties die Koo uitrolt, maar die niet samen komen; daarvoor worden de toestellen misschien nog niet voldoende ingezet als prisma waardoor alle andere aspecten kleur krijgen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company).

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!