Nachtland – Tg STAN
Een schilderijtje doorbreekt het stilzwijgen
Klaas Tindemans
© Michiel Devijver
Met iRRooTTaa brengen Grensgeval en Circus Katoen een begeesterende combo van acrodans en jongleerwerk, op het ritme van honderden keramische balletjes. Een voorstelling voor vierplus over orde scheppen in de chaos, over hoe dat niet altijd lukt en vooral: dat het oké is om af en toe iets te laten vallen.
Ik bevind me te midden van een kluwen kleuters en lagereschoolkinderen. Jeugdtheater komt altijd meer tot zijn recht met kinderen in de zaal en de wachttijd ervoor helpt om in de sfeer te komen. Een begeleider verheft haar stem om enkele bengeltjes tot de orde te roepen en ik zie meerdere koptelefoons tegen overprikkeling. Drie medewerkers van het Antwerpse jeugdtheater hetpaleis proberen dapper de ongebreidelde energie van de kinderen in toom te houden en ons heelhuids de zaal in te loodsen. Daar hijsen we ons in de halfronde houten tribune, voor sommigen een heus avontuur. Vlak voor aanvang wordt er nog een lintje gespannen waar de voetjes van de kinderen op de eerste rij achter moeten blijven.
Het is een toevallige proloog die evenwel goed aankondigt waarover iRRooTTaa gaat: over het in goede banen proberen leiden van chaotische impulsen, het aan banden leggen van tomeloze onvoorspelbaarheid om zo grip te krijgen op de wereld. Maar het stelt ook vragen over de haalbaarheid van de wens om alles onder controle te krijgen. Zo blijkt zelfs dat lintje geen garantie dat alle toeschouwers braaf in het gareel blijven.
Een spot gaat aan, een eenzaam balletje rolt plots van onder de tribune het lege speelvlak op. Voor je het goed beseft glijdt performer Keivin Benavides Hidalgo op z’n buik van onder de coulissen richting het balletje. Even later zoeft zijn compagnon Sophie van der Vuurst de Vries erachteraan. Ze puffen en blazen met z’n tweeën het balletje over de vloer en zorgen ervoor dat het telkens net niet terug onder de tribune rolt. De kinderen supporteren volop. Al snel rolt er een tweede balletje de vloer op.
“Bij elke plotse verschijning van nieuwe balletjes gaan de twee performers op zoek naar andere manieren om de massa balletjes onder controle te krijgen, om de orde te herstellen.”
iRRooTTaa is een samenwerking tussen Hanne Vandersteene en Mahlu Mertens van Grensgeval en Sophie van der Vuurst de Vries en Willem Balduyck van Circus Katoen. Vier performers spelen de voorstelling in telkens verschillende man/vrouw-duo’s. Ze brengen een aanstekelijke mix van acrodans en objectmanipulatie met een geut klassiek jongleerwerk. De objecten van dienst zijn honderden keramische balletjes van de hand van Alice De Smet. De grootte varieert tussen die van een knikker en een kleine appel. De rikketikkende soundscape van Karen Willems wordt spaarzaam ingezet en zet mee de sfeer.
Wie wat van jongleren kent ziet variaties op het befaamde ‘machientje’, (de factory, waarbij één arm een bal op mechanische wijze door het jongleerpatroon draagt en weer laat vallen, als op een lopende band) maar vooral veel contactjongleren, aangevuld met acrobatie. Om de balletjes te manipuleren gebruiken de twee hun hele lichaam, handen, voeten (ieuw aldus het jonge publiek) en zelfs via de mond gaan er balletjes heen en weer (nog meer ieuw). Van der Vuurst de Vries en Hidalgo gooien niet alleen de balletjes naar elkaar, maar ook hun hele lichaam. Even vlot als ze de balletjes vangen, vangen ze elkaar op. De fysieke dimensie van de acrodans benadrukt mooi de vertrouwensrelatie tussen de twee spelers op de vloer. Ze staan ook voortdurend in contact met het publiek en betrekken meermaals hun jonge toeschouwers actief bij de voorstelling. Eerst mogen de kinderen een balletje voorzichtig vangen en weer laten vallen, later mogen ze het in Hidalgo’s T-shirt proberen te mikken, uiteindelijk wordt één kleine toeschouwer rondgedragen over de scène terwijl ze de balletjes op haar buik plichtsbewust probeert bijeen te houden.
Te pas en te onpas rollen of vallen er van overal en nergens nieuwe balletjes de vloer op, telkens goed voor een explosie van gejoel uit de zaal. In het begin zijn de balletjes nog overzichtelijk te tellen, te rangeren, te manipuleren, op een rij of in een cirkel te leggen… Bij elke plotse verschijning van nieuwe balletjes gaan de twee performers op zoek naar andere manieren om de massa balletjes onder controle te krijgen, om de orde te herstellen. En in dat ordenen zit telkens een nieuwe speelkans. Het abrupte reageren van de performers op elke nieuwe impuls is van een herkenbare kindsheid: eerst doen en dan pas denken, om vervolgens spelenderwijs te ontdekken wat nu precies de spelregels zijn.
Gaandeweg verschijnen er te veel balletjes om nog langer te ordenen. In crescendo bouwt de voorstelling zo op naar een – voor volwassenen – logische climax: de balletjes blijven steeds sneller op elkaar volgen tot de vloer uiteindelijk bedekt wordt door een niet meer te controleren massa. Al is dat slotbeeld misschien voorspelbaar, de weg ernaartoe blijft een uur lang verrassen.
Zouden de aanwezige leerkrachten beseffen dat het ook een beetje over hen gaat? De witte balletjes en het spel van de volwassenen om ze te beteugelen zijn een metafoor voor de kinderen én hun volwassen begeleiders in de zaal. We zijn als volwassenen voortdurend bezig kinderen tot de orde te roepen, hen in een pasvorm te duwen. Elke goedbedoelde shht is een ‘binnen de lijntjes’ houden. Terwijl kinderen net zin hebben om uit te breken. Zoals dat ene kind dat haar enthousiasme even niet meer de baas kan en de scène op loopt. Een ontwapend moment dat de voorstelling nauwelijks verstoort.
“Het is een les in relativeren: je krijgt niet alles geordend, je kan niet alle balletjes de hele tijd in de lucht houden.”
Tegelijkertijd bots ik op mijn eigen reflexen als criticus. Ook ik ben voortdurend bezig met ordenen en in hokjes plaatsen, om grip te krijgen op wat ik zie. Dat lukt me niet de hele voorstelling even goed. Sommige overgangen tussen scènes voelen te bruusk: nieuwe balletjes die verschijnen terwijl het vorige beeld nog niet helemaal uitgewerkt leek. Even meen ik een heteronormatief rollenpatroon te ontwaren wanneer Van der Vuurst de Vries de balletjes bij elkaar probeert te houden terwijl Hidalgo onverstoord z’n jongleerskills etaleert. Zij ruimt op, hij zit te spelen. Maar ik word gepakt in mijn volwassen blik. Blijkbaar is Van der Vuurst de Vries gewoon haar volgende speelkans aan het voorbereiden: ze wil verspringen over haar meertje van ballen. Wanneer ze haar evenwicht niet kan bewaren en Hidalgo te hulp schiet, spelen ze weer lekker samen verder.
En zo wordt iRRooTTaa meer dan zomaar een circusvoorstelling met veel balletjes. Het is een les in relativeren: je krijgt niet alles geordend, je kan niet alle balletjes de hele tijd in de lucht houden. Het is ok om af en toe los te laten, te laten vallen, om de chaos even te laten bestaan. Wanneer na afloop de kinderen mogen helpen de balletjes terug in de bakken te doen, is dat een poëtische epiloog: de entropie wordt weer getemd, maar in het enthousiasme waarmee de kinderen zich aan hun taak kwijten, blijft de energie en speelsheid voelbaar.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.