© Stef Stessel

Leestijd 7 — 10 minuten

Infidèles – STAN en De Roovers

Even terzijde, er was ook overspel  

Na Scènes de la vie conjugale en Après la répétition keert TG STAN, nu samen met de Roovers, terug naar het oeuvre van Ingmar Bergman. Deze keer baseren ze zich op het gelijknamige scenario en diens autobiografie Laterna Magica. Een faliekant aflopende driehoekverhouding is het beginpunt. Maar wat zich ontplooit is vooral een adembenemend acteerspel, dat terloops de grenzen tussen acteur en personage volledig doet vervagen.

‘Dus jij wilt doen alsof wij een verhaal verzinnen’, steekt Ruth Becquart Infidèles van wal. In een heen en weergaand spel met Becquart als vragensteller en Frank Vercruyssen die antwoorden verzint krijgt haar personage vorm. Ze is, zo stelt Vercruyssen op de vragen van Becquart wie haar personage is, een aantrekkelijke vrouw zonder rimpels en rond de 40 jaar oud want 17 jaar geleden afgestudeerd aan de toneelschool. Ook is ze getrouwd met een internationaal gerenommeerd maar daardoor vaak afwezige dirigent genaamd Markus (gespeeld door Robby Cleiren) met wie ze een 9-jarige dochter Isabelle heeft (vertolkt door Jolente De Keersmaeker). Ze gaat door het leven als Marianne Vogler. Maar ze heeft ook haar minpunten. Zo heeft ze een grote karakterneus en opvallend lange dikke tenen en houdt ze er een affaire op na met een niet bijster succesvol en wat aan lager wal geraakte regisseur met de al evenmin uitzonderlijke naam David (een rol voor Frank Vercruyssen), een niet onbelangrijk detail dat Becquart zelf toevoegt aan de beschrijving van haar personage.

Infidèles begint met wat doet denken aan een repetitie, een moment van improvisatie ter voorbereiding van een nieuw spektakel. Niets is minder waar, het is de eerste scène uit het gelijknamige scenario van de Zweedse cineast en theatermaker Ingmar Bergman uit 1997. In dat scenario treedt Bergman, naar voren als een toneelschrijver die een actrice met zoveel persoonlijke vragen over haar personage bombardeert dat haar verbeelding doldraait en ze per abuis heel wat geheimen uit haar privé leven onthult. Bergman zelf had wat overspel betreft overigens ook heel wat op zijn kerfstok. Hij wordt eveneens op scène tot leven gebracht door Vercruyssen.  

Beetje bij beetje komt het publiek meer te weten over Marianne, Markus, Isabelle en David. Die laatste omschrijft de niet nader genoemde actrice die Marianne speelt als de beste vriend van Markus en kind aan huis bij de ogenschijnlijk gelukkige familie. De toenemende hoeveelheid achtergrondinformatie doet de buitenechtelijke affaire op de voorgrond treden. Becquart – of is het de niet nader genoemde actrice? – verdwijnt meer en meer naar de achtergrond. In de plaats verschijnt Marianne. Gelijktijdig transformeert Vercruyssen – of is het Bergman? – in regisseur David. Haast onmerkbaar, enkel hoorbaar in de subtiele veranderingen in de tekst, gaan we van de coulissen van de schepping naar het hart van het spel. Maar dan, bijna opvallend onopvallend, verschijnt Vercruyssen opnieuw als Bergman en vertolkt Becquart wederom de naamloze actrice. Die laatste lijkt geschokt door het verzonnen verhaal, zeker omdat ze eerder nog verklaarde dat ze weinig verbeelding had. Of was het Marianne die dat verklaarde?

Zoals wel vaker bij Bergman verandert het gewatteerde, burgerlijke universum in een veld van ruïne met slachtoffers allerhande.

We zien een verhaal tot stand komen dat we naderhand wel kennen. Een ogenschijnlijk gelukkig huwelijk wordt doorprikt, in casu door de vrouw. Ook de pijnlijke gevolgen voor de betrokkenen zijn gekend. Zoals wel vaker bij Bergman verandert het gewatteerde, burgerlijke universum in een veld van ruïne met slachtoffers allerhande. Niets nieuws onder de zon denk je dan. Toch is dit niet zomaar een enscenering van overspel en alle bijhorende familiale drama. Keer op keer spreken de personages het publiek rechtstreeks toe. Ze doen dat in de vorm van zijdelingse opmerkingen die de andere personages schijnbaar niet horen. Meer dan eens doen deze tussenkomsten denken aan voetnoten in een boek..

Zo lijkt Marianne vooral de kanttekening te willen maken dat ze spijt heeft. Meermaals lijkt ze zich te verontschuldigen voor al het leed dat ze veroorzaakte. Maar ook dat ze amper snapt hoe ze zo voor David, die ze eerst zag als grote broer, kon vallen en zo haar gezin in de afgrond dreef. Ook David wil zijn eigen nuanceringen toevoegen aan het verhaal dat op het podium verteld wordt. Hij lijkt vooral te willen benadrukken dat hij allesbehalve een dader is, veelal is hij het slachtoffer van een situatie die buiten zijn controle valt. Markus somt dan weer een aantal anekdotes op over klassieke componisten die verliefd worden op de vrouw van hun leermeester. Het doel van deze tussenkomsten lijkt duidelijk. Hij is het grote slachtoffer van de puinhoop die zijn vrouw en zijn beste vriend veroorzaken met hun affaire. 

Maar waar voetnoten veelal nuance moeten aanbrengen om zo (fictieve) feiten met nog meer zekerheid correct weer te geven, zorgen de terloopse, zijdelingse opmerkingen van de personages in Infidèles eerder voor dubbelzinnigheid en verwarring. Vaak voelen de kanttekeningen zelfs onbetrouwbaar, alsof de personages ons (bewust) voorliegen. Willen ze ons overtuigen van hun gelijk, en onschuld? Vertelt Marianne de waarheid als ze beschrijft hoe ze David als een grote broer zag tot ze op een avond plots en buiten haar controle of keuze om andere, en vooral meer, gevoelens kreeg? Of wil ze het voor zichzelf uitleggen, legitimeren? Of wil ze ons overtuigen, met de nakende rechtszaak die zal volgen over het hoederecht van het kind? En Markus dan? Wat wil hij bereiken met zijn anekdotes over de liefde van Brahms voor Clara Schumann, vrouw van zijn leermeester Robert Schumann? Had hij het bedrog van zijn vrouw al lang door? Die onbetrouwbaarheid wordt nog versterkt door het gevoel dat de opmerkingen misschien niet van de personages zelf komen, maar eerder afkomstig zijn van de acteur of actrice die het personage vertolkt. ‘Zijn we nog aan het spelen?’, vraagt Becquart zich ergens af. En ‘Deze scène heeft nooit plaatsgevonden’, stelt Jolente De Keersmaeker. Of horen we Bergman zelf die vertelt uit zijn eigen met overspel beladen verleden?

Een uitzondering op deze onbetrouwbaarheid en dubbelzinnigheid zijn de voetnoten die dochter Isabelle plaatst bij het hele gebeuren. De fantasierijke en met kinderlijke naïviteit doorspekte tussenkomsten van de 9-jarige, wonderlijk vertolkt door Jolente De Keersmaeker, tonen hoezeer het onschuldige kind lijdt onder het drama. Maar vooral lijkt zij als enige de waarheid in pacht te hebben waardoor haar terloopse opmerkingen des te harder binnenkomen. Het is niet de enige ‘betrouwbare’ rol die De Keersmaeker voor haar rekening neemt. Later in het stuk zal ze opdraven als de maatschappelijk assistente die de thuissituatie van en het hoederecht over Isabelle moet evalueren, treedt ze naar voren als de advocate van Marianne die haar afraadt met Markus af te spreken wanneer deze schijnbaar de echtelijke strijdbijl wil begraven en verschijnt ze op het einde als één van de vele minnaressen van Markus waardoor ook diens slachtoffer-façade in duizend scherven uiteenbarst. 

Toch is het dubbelzinnigheid troef in Infidèles. Die treedt ook opvallend naar voren in de scenografie. In het midden hangt, net ter hoogte van de vloer, een rij grijze, metalen lichtbakken die het podium in twee delen. Voor de lichtbakken, aan de kant van het publiek, staat een bureau. Aan de andere kant van de lichtbakken een bed, een zetel en wat stoelen. Wat opvalt is dat het stuk voor de lichtbakken begint, wanneer Vercruyssen en Becquart hun personages vormgeven en dat de personages hun hun voetnoten en opmerkingen in deze ruimte uiten. Het verbeelden van het overspel gebeurt dan weer vooral op de achterzijde van het podium waar het merendeel van de rekwisieten staan. Is de ene ruimte fictie? Spelen de feiten zich af in de andere ruimte? Of andersom? Of allebei? Vaak denk ik het door te hebben, maar keer op keer word ik opnieuw op het verkeerde been gezet. Zo draperen Marianne en David op erg theatrale wijze hun kleren diagonaal doorheen de twee ruimtes tijdens de seksscène. Of laat Vercruyssen – of is het Bergman of David? – nogal ostentatief een gezellige avondje met de vier personages verschijnen met het verkruimelen van wat chips.

Ook de muziek voegt een laag dubbelzinnigheid toe. Niet alleen in de tussenkomsten van Markus, maar ook door het gebruik ervan om scènes van elkaar te scheiden. Meermaals weerklinkt muziek in de zaal die wat wegheeft van het betere werk van dEUS of Magnus. Het zijn momenten waarop het publiek duidelijk merkt dat het in het theater zit. Het voelt alsof deze ingreep bewust een breuk wil realiseren. Op naar de volgende scène? Het is alleszins het teken voor de acteurs om de rekwisieten op andere plekken op te stellen en hun klederdracht – en dus ook hun rol – te veranderen.

De ambiguïteit waarin Infidèles zich hult, uit zich vooral in de verhouding tussen de werkelijke acteurs, de gespeelde acteurs en hun personages.

Maar de ambiguïteit waarin Infidèles zich hult, uit zich vooral in de verhouding tussen de werkelijke acteurs, de gespeelde acteurs en hun personages. Wie staat er op het podium? Becquart? De niet nader-genoemde actrice? Marianne? Zie ik Robby Cleiren of Markus, Frank Vercruysse of David? En wie van beide heren speelt Bergman? Allebei? Meermaals bekruipt me het gevoel dat ze ze allemaal tegelijk zijn. Het is een constante, zo niet onmogelijke, zoektocht te achterhalen wie spreekt en wat de betekenis en waarde van de uitgesproken woorden zijn. Twijfel is alomtegenwoordig. De enigste zekerheid lijkt opnieuw Jolente De Keersmaeker. Of toch niet helemaal? Zo stelt ze – je zou het bijna vergeten – helemaal in het begin een vraag aan Becquart en lijkt ze dus ook Bergman te spelen. Maar ook wie haar bezig zag in ‘Dans voor actrice’ dat ze samen met de Franse choreograaf Jérôme Bel maakte kan niet anders dan ‘haar’ terugzien in de vrolijk rond dartelende Isabelle. Het is deze fascinatie voor de verhouding tussen acteur en personage en de manier waarop het spelen deze verhouding medieert die al jaren het oeuvre van TG Stan kleurt.

Infidèles is, vooral door de fantastische acteerprestaties, een voorstelling die over veel meer gaat dan enkel en alleen overspel. Het is een intense enscenering van het leven met al zijn liefde en leed en de daarbij horende en vaak pijnlijke uitspattingen, dat zeker. Maar misschien gaat de voorstelling ook, of vooral, over het spelen, het acteren, an sich? Het resultaat is een haast Pirandelliaans spel waarin mensen, rollen en plaatsen constant in elkaar op- en overgaan en de grenzen tussen dat alles vervaagt. Na de voorstelling blijven er heel wat vragen door mijn hoofd razen. Wie was er aan het woord? Wat was gespeeld en wat komt uit de werkelijkheid? Je zou haast vergeten dat je amper een antwoord krijgt op wie nu eigenlijk dader is en wie slachtoffer in dit (buiten)echtelijke drama. Erg is dat allesbehalve. Infidèles is vooral een geweldig uitgewerkte mise en abyme van verhalen, personages en acteurs die alle troeven van het theaterspel tentoonspreidt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!