ALL TOGETHER NOW! – Suze Milius / House Crying Yellow Tears & Toneelhuis
Een overladen tafel zonder poten
Natalie Gielen
In de meidoorn © Raymond Mallentjer
De oude man Karel werd als kleine jongen door zijn ouders het huis uit gestuurd omdat ze geen tijd voor hem hadden. Bang voor spinnen en voor meisjes trok hij met zijn houten zwaard naar het nabijgelegen bos. Daar voelde hij zich veilig in een fictieve wereld waarin de dieren zijn vrienden waren. Treurend om zijn onmogelijke kinderliefde Fientje luisterde hij naar het levensverhaal van schaap Arend, dat zijn geluk vond bij een egel, maar niet nadat zij hem eerst had afgewezen omdat ze bang was hem te kwetsen met haar stekels. Ook het leven van de beroemde zangeres mevrouw Reiger kreeg een andere wending nadat ze haar geliefde wesp had afgewezen. Hij kuste zichzelf dood in haar tong, zij kon niet meer zingen en keerde terug naar het bos, waar ze onder de meidoorn haar verhaal vertelde aan de jongen.
Karel zelf werd ouder en bouwde in het zolderatelier van zijn huis een bos na van gefiguurzaagde meidoorns, waarin de dieren uit zijn jeugd tot leven konden komen en waar de gevluchte eland Goran asiel kreeg nadat hij nergens anders onderdak vond. Nu, aan het einde van zijn leven, geeft Karel deze geheime wereld door aan twee jonge pubermeisjes, hartsvriendinnen die – net als hij toen – verdrietig zijn. Zij noemen zich ‘de twee verloren meisjes’: van het blonde meisje is de moeder plotseling weggelopen en van het donkere de vader. Het verlies van één van de ouders heeft hun wereld doen kantelen en ook zij moeten, net als Karel destijds, op een of andere manier iets doen om het evenwicht te herstellen.
In de meidoorn van BRONKS gaat over het verwerken van verlies, over niet bij de pakken neerzitten en gewoon ‘iets doen’ om het verdriet een plek te geven in je leven. De boodschap aan het jeugdige en volwassen publiek is expliciet, maar een opgeheven vingertje is nergens te vinden. De verschillende verhaallijnen snijden hetzelfde thema steeds anders aan: via het leven van de oude Karel (Wim Willaert), via dat van de twee meisjes (An Miller en Kristien De Proost) en ten slotte via de dierenverhalen die Karel aan zijn twee jonge gasten vertelt. Regisseur Johan Dehollander heeft ervoor gekozen om de complexe tekst van de jonge toneelschrijver en theatermaker Raven Ruëll niet te ontrafelen, maar de rijkdom ervan op een schaaltje aan te bieden aan het publiek. De verschillende lagen van het verhaal worden uitgespeeld en de enthousiaste overgave van de drie acteurs werkt als bindmiddel, waardoor je je als toeschouwer probleemloos laat meeslepen door het geheel van de voorstelling. En dat is maar goed ook, want wie na afloop het verhaal in al zijn details probeert na te vertellen, loopt onvermijdelijk vast.
Het kan haast niet anders dan dat Ruëll zich voor In de meidoorn liet inspireren door de Noorse toneelschrijver Ibsen, die in 1894 De wilde eend schreef. Ook in dat stuk bouwt een oude man op zijn zolder een bos na, waarin in dit geval een wilde eend woont en hij met zijn kleindochter de hardheid van de echte wereld kan ontvluchten. Ibsen focust op het meisje en haar ouders. In het verhaal van Ruëll worden de levens van de oude man, de meisjes en de dieren gelijktijdig gepresenteerd en bevatten ze, zoals gezegd, eenzelfde onderliggende symboliek: alle personages hebben iets gedaan/ondernomen om hun verlies een plek te geven. Ruëll bouwt op die manier verder aan zijn schrijf- en maakparcours bij BRONKS: ook in Jan, mijn vriend (2002) en Stoksiel- alleen (2004) voerde hij pubers ten tonele die afscheid moesten nemen van een verdwenen dierbare. Dit keer liet hij de regie echter over aan zijn vroegere Rits-docent Johan Dehollander, en zo gaat het sombere thema op in een haast nonchalante enscenering die drijft op spelplezier. Die vermenging valt wonderwel goed uit.
De liefdesperikelen van de dieren maken de complexiteit van de liefde tot een universeel gegeven en zijn een voorbeeld voor zowel de kleine Karel destijds als de twee meisjes nu. Tijdens de voorstelling worden de verhalen deels verteld, en deels nagespeeld met behulp van de eenvoudige rekwisieten die voorhanden zijn in het zolderatelier. Vol overgave wijden beide vriendinnen zich na hun mysterieuze ontmoeting met Karel aan hun opdracht om ‘iets te doen’. Wat precies weten ze nog niet, maar hun aanwezigheid op de zolder en het naspelen van de dierenverhalen werkt sowieso al helend. Telkens wanneer een van de dieren wordt afgewezen in de liefde, krimpen de meisjes ineen van verdriet. Vooral het blonde meisje reageert fel: de enige uitweg die ze vindt voor haar emoties, is omhoogklimmen op een stelling om het daar met gierende uithalen uit te snikken. Maar ze is niet naar de zolder gekomen om op te geven, lijkt ze zich plots te bedenken, en dus vermant ze zich en springt ze resoluut weer naar beneden, het leven in. Eenzelfde doorzettingsvermogen zagen we in de eerste scène, waarin de vriendinnen hun entree maken. Minutenlang zoeken ze naar het juiste liedje op de radio. Op iedere zender speelt een ander deuntje, waarmee vol goede moed wordt meegezongen, tot er met harde hand een eind aan wordt gemaakt. Dat is nodig, want elk liedje gaat over de liefde of over iemands papa of mama.
De inbreng van Dehollander heeft een vierde verhaallaag aan de voorstelling toegevoegd: de laag van de spelers zelf, die zich voor de ogen van het publiek in het ongepolijste tekstmateriaal storten, zoals in de (overigens haast tekstloze) eerste scène. In plaats van duidelijkheid aan te brengen, bijvoorbeeld over wie nu precies de man op het toneel is, die samen met de vriendinnen de dierenverhalen tot leven laat komen (want was de oude Karel niet overleden?), laat hij An Miller in het begin van de voorstelling uit de coulissen regieaanwijzingen geven, en Wim Willaert in de laatste scène de tot dan toe naamloze meisjes aanspreken met de namen van de actrices zelf. Tussendoor wordt er veelvuldig gespeeld met het aansteken en doven van het TL-licht boven het podium. Bovenop de veelheid van de verschillende verhaallagen worden af en toe ook nog visuele scènes parallel naast de tekst geplaatst, waardoor je als toeschouwer moet kiezen: wanneer een grote opblaasbare boom op de zolder tot leven komt, zorgt de lucht die in de boom wordt geblazen voor een fontein van groene confettiblaadjes; voor een groot deel van het publiek wint die visuele aandachtstrekker het van de tekstuele mededeling dat we ons in het nagebouwde bos van Karel bevinden.
Dehollander heeft met zijn enscenering van In de meidoorn aan de verleiding kunnen weerstaan om een versimpelende knieval te maken voor de vele kinderen in het publiek. Zijn bewuste theatrale gelaagdheid werkt verrassend meeslepend, maar kan niet verhullen dat er op het verhaalniveau enkele dramaturgische breinbrekers onopgelost blijven. Het naast elkaar plaatsen van de verschillende lagen én het bewust toevoegen van positieve spelenergie (met af en toe wat ironische pathetiek) maakt de tekst over verlies en het verwerken ervan extra schrijnend. De levenswijsheid die de oude man ooit leerde van een eland en nu doorgeeft aan twee verdrietige hartsvriendinnen, is er één om te onthouden, ook zonder een ingetogen en kwetsbare benadering. En dus worden de meisjes in de laatste scène opnieuw aangespoord om ‘zomaar iets te doen, maakt niet uit wat’, en eindigt In de meidoorn niet in mineur bij het verdriet over een verloren papa of mama, maar in een anarchistisch feestje op het toneel waar rekwisieten en groene confetti samen door de lucht vliegen.
Deze tekst werd geschreven voor Corpus Kunstkritiek (VTi).
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.