Geen BV, geen tournee?
Een debat over de toekomst van cultuurspreiding.
De redactie
© Anais Chabeur
Als onderzoeker en docent aan KASK is Geert Belpaemes theaterpraktijk altijd vervlochten met theoretische reflectie. In Imaginary Numbers — een mix van dans, performance, filosofie en clownerie — wagen twee acteurs zich aan de buitenwereld via de wereld van de wiskunde.
Zolang ik me kan herinneren tel ik mijn hele werkelijkheid bij elkaar. Getallen zijn in mijn wereld alomtegenwoordig als onuitputtelijke denkspelletjes: het aantal lichten op een autostrade, de cijfers op nummerplaten of verjaardagen, huisnummers, klokken. Door één of andere rare hersenkronkel hebben nummers en letters ook bijhorende kleuren. Misschien (waarschijnlijk) is al dit tellen een manier om ‘bevattelijke’ lijnen te trekken in de complexiteit van de wereld rondom mij. Intens blij kan ik dan ook worden van blauwe zessen en gele tweeën, of een andere synesthetische formule die plots klopt. Even fascinerend is hoe mijn realiteit zoveel vaker aan elke vorm van cijfermatige beheersing ontsnapt.
Die reflex om alles te vatten in getallen vormt ook de premisse van Imaginary Numbers. Maker Geert Belpaeme ziet deze overal in onze wereld weerspiegeld. Al dat tellen leest hij echter eerder als agressief. Voor Belpaeme is de (hyperkapitalistische) realiteit er een van nullen en eentjes, waarin winst of leed slechts in nummertjes worden uitgedrukt. De werkelijkheid begrijpen als rationele vergelijkingen of (komma)getallen alleen is absurd: zo worden bijvoorbeeld vermoorde mensen in Gaza gereduceerd tot een abstract duizendtal. Daarmee maken we een situatie zowaar nóg gewelddadiger.
Om die wijdverspreide dominantie van de wiskunde aan de kaak te stellen, voert Geert Belpaeme twee clowns op: één ervan is hijzelf, de andere is danseres en actrice Estefanía Álvarez Ramírez. Belpaeme omschrijft de clown zelf als een post-menselijk karikaturaal figuur, een hybride mengeling van naïviteit en razernij, tegelijk speels en griezelig. Door die ambiguïteit is de clown volgens Belpaeme een uitgelezen archetype om onze werkelijkheid te ontwrichten, om te doorprikken wat wij onder ‘menselijkheid’ verstaan.
“De clown is volgens Belpaeme een uitgelezen archetype om onze werkelijkheid te ontwrichten, om te doorprikken wat wij onder ‘menselijkheid’ verstaan.”
In Imaginary Numbers behandelen de clowns opeenvolgend zeven wiskundige problemen (ik moest ze wel tellen). Ze worden hierbij ondersteund door een gigantische groene wip (in mijn hoofd is ‘zeven’ ook groen), centraal op het podium opgesteld. De steeds wisselende omgang van de clowns bakent de zeven scènes vrij helder af. Elk roepen ze een eigen filosofische vraag op.
Bij het begin van de voorstelling – op haar nulpunt – zijn zowel Belpaeme als Ramírez al op het podium aanwezig. Belpaeme staat links, houdt in zijn rechterhand een dunne groene stok vast. Ramírez ligt rechts, op haar rug op de wip. Zeer zachtjes begint ze te glijden; klunzig valt ze van de wip af. Ze klautert terug en belandt in een loop. Belpaeme begint ondertussen zijn stok te buigen, plooien, breken op maat van zijn eigen lichaam. De clownerie wordt doorbroken wanneer Belpaeme met een zekere sérieux de stilte verbreekt: ‘Suppose we are, both of us, simple, undivided entities. Let’s call us “1”.’
Ramírez is ervan overtuigd dat ze ongelijk, dus ‘1’ én ‘2’ zijn, en daagt hem uit zijn stelling te bewijzen. Dit mondt uit in een dansscène – al lijken Ramírez en Belpaeme elkaars dans steevast te ontspringen. Ramírez is niet zomaar volgens de maat van Belpaemes stok te meten, hoezeer ze ook kronkelt, zichzelf in allerhande posities buigt. Op een lang en woordeloos ‘luchtgevecht’ volgt een tweede dialoog. Wanneer Ramírez peilt naar de waarde van Belpaemes stok, antwoordt deze dat die telt, tot één. ‘Eén wat?’, vraagt Ramírez gevat.
Haar vraag legt de absurditeit van onze cijfers bloot. Spontaan moet ik denken aan hoe in Parijs ergens ‘de meter’ officieel bewaard wordt. De materialiteit van deze meter is een absolute toevalligheid – een meter is een idee en voor ons slechts in willekeurig gestolde vormen kenbaar. Nergens wordt het arbitraire karakter van onze denksystemen zo klaar.
In een derde scène komt de wip écht in beweging: schommelend tussen plussen en minnen doet het ‘probleem’ van de negativiteit haar intrede. Een vierde scène spitst zich toe op binaire telvormen. Ergens tussen nulletjes – hier: ‘an empty bag’ – en eentjes – ‘an empty bag in an empty bag’ – barst Ramírez los in een cabaret-achtige rap. De oneindigheid van lege zakken in lege zakken doet je hoofd tollen, en ondertussen tolt ook Belpaeme met zijn hoofd in een lege groene zak over de wip van boven naar beneden als een clown in a barrel.
De zakmetafoor zet zich verder door: is een zak met een zak met alles in méér dan een zak met alles in? Het vijfde probleem is daarmee het probleem van de oneindigheid: hoe oneindig is oneindig plus één? Dan licht achteraan het podium plots een projectie op. ‘a=b’ staat er te lezen. Voor een tweede keer – nu niet met de stok maar met een berekening – tracht Belpaeme zijn gelijkheid met Ramírez te bewijzen. Hij lijkt hierin te slagen: na allerhande bewerkingen staat er ‘1=2’ te lezen. Maar Belpaeme maakte een denkfout. Ik bespaar de lezer de details, maar de vergelijking ‘a=b’ kan pas kloppen als zowel a als b nul zijn. We zijn dus slechts gelijk als we nul zijn, slechts collectief als en omdat we allemaal ‘niets’ zijn.
Eindigen doen de clowns met de imaginaire getallen. Ramírez lijkt ergens in te stikken. ‘Is there a mathematician in this room?’ roept Belpaeme. Na even zoeken komt hij met de hulp van het publiek op het getal ‘i’. Deze ‘i’ werkt als een wiskundig heimlichmanoeuvre waardoor Ramírez terug op adem kan komen. Maar gezien het een imaginair getal betreft, vraagt Belpaeme zich af waar de ‘i’ dan plots naartoe is. ‘So it wasn’t real?’, vraagt hij. ‘Have you ever seen a real number?’, antwoordt Ramírez.
“In de dartele clowns zit een speelsheid die ik ook in getallen terugvind.”
De clowns in Imaginary Numbers proberen zichzelf en elkaar in de complexe wereld in balans te houden via de wiskunde. In de dartelheid van de clowns zit een speelsheid die ik ook in getallen terugvind. Een uiterst mooi beeld is dan ook hoe Belpaeme en Ramirez de wip op, neer én rondom het podium doen tollen. Ze lijken hiermee het schilderij ‘Little Clowns on a Seesaw’ van Candido Portinari tot leven te wekken. De driedimensionale vertaalslag van het tweedimensionale origineel wordt op de bühne voltrokken doordat de wip zich ook om haar eigen middelpunt wentelt.
Maar Belpaemes personage wordt al snel door de irrationaliteit van wiskunde overweldigd en vervalt in melancholie, terwijl er bij Ramírez eerder opstandigheid of betweterigheid doorschijnt. De beide clowns spelen steeds luider, opgejaagder en zenuwachtiger. Hun houding verglijdt steeds meer in cynisme.
Voor Belpaeme is de clown een tussenfiguur: hij is grapjas én horrorfiguur tegelijk, ergens zwevend tussen speelsheid en razernij. Om de ambiguïteit die ook in tellen vervat zit – de speelsheid die ik erin herken en de agressie waarmee het mens en wereld tot cijfers reduceert – op scène te brengen, is de clown op papier het ideale archetype.
Alleen: die tweede pool, die agressie voel ik hier niet. De clowns worden nerveus, melancholisch, zelfs cynisch. Maar ze lijken niet voorbij hun speelse register te raken, en ontwrichten me daardoor niet. Misschien zijn wiskundige paradoxen ook niet het juiste format om de agressie van het tellen bloot te leggen. Paradoxen maken me namelijk niet cynisch of opstandig; ze brengen me niet in verzet maar in verwondering, in fascinatie over de (on)gelijkheid, de absurditeit van binaire logica, de ongrijpbaarheid van oneindigheid.
Na afloop blijf ik dus met een vraag zitten. Moeten we de agressie waarmee we de wereld becijferen op andere manieren proberen doorprikken? Want zodra we erkennen dat wiskunde zelf iets fundamenteel absurds en arbitrairs heeft, volgt misschien ook het inzicht dat de wereld zich nooit volledig in cijfers laat vangen.
Speellijst via: geertbelpaeme.com.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.
Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.
Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist) en Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez). Volledige panel wordt snel bekendgemaakt.