© Abattoir Fermé

Leestijd 5 — 8 minuten

Hotel Poseidon – Abattoir Fermé

Warm en koud douchen in Hotel Poseidon

Met zijn langspeeldebuut ‘Hotel Poseidon’ is scenarist-regisseur Stef Lernous erin geslaagd het unieke theatrale universum van zijn theatergezelschap Abattoir Fermé naar het (niet zo grote) scherm te brengen, zonder zomaar een theaterstuk te capteren op beeld. Na twee decennia waarin zijn beeldtaal op de scène filmisch, visueel en immersief genoemd wordt, waagt Lernous zich nu aan een ‘existentiële horrorfilm’. ‘In cinema kunnen we subtieler zijn dan in theater’, was daarbij géén overweging voor de zelfverklaarde liefhebber van B-films.

We bevinden ons van bij het eerste shot van de film al meteen in het oude, vervallen hotel in kwestie. Sterker nog: we zullen het de hele film nooit verlaten. Daglicht is hier dan ook niet aan de orde. Een dode, rottende vis ligt in het ondiep bodempje water van een aquarium dat enkele decennia geleden ververst had moeten worden. De camera neemt zijn tijd om traag door een grote, gore ruimte te glijden die waarschijnlijk ooit de inkomhal moest voorstellen, en passeert tussen alle vuiligheid een absurdistisch schilderij dat doet denken aan het werk van Hiëronymus Bosch. Terwijl de snijdende soundtrack van Pepijn Caudron (alias Kreng) meteen de toon zet, nemen de onheilspellend knipperende lichten alle twijfel weg: dit is horror. In de volgende sequentie zien we het ontwaken van Dave (Tom Vermeir), de passieve en hoogst depressieve veertiger die dit weinig charmante etablissement erfde van zijn vader. De voyeuristische camera biedt ons zonder enige haast een blik op de katertoestand die in deze eveneens walgelijke slaapkamer heerst als een wolk van stof. Wanneer Dave na het stillen van zijn pillenverslaving de voor horrorfans al te bekende spiegelkast boven zijn schimmelende wastafel toeduwt, krijgt de kijker de eerste jump scare van Hotel Poseidon geserveerd: geen moordenaar in de achtergrond, wel het theatraal witgekalkte gezicht van onze protagonist zelf. Deze opzichtige maquillage is niet alleen typerend voor het werk van Abattoir Fermé, maar ook het eerste overduidelijke teken dat theater door de aders van deze film loopt. Lernous is de spanning tussen theater en film dan ook niet uit de weg gegaan, maar kiest er net voor om te spelen met onze uiteenlopende verwachtingen van beide media.

De set design van Hotel Poseidon is verzorgd door Sven Van Kuijk, vaste scenograaf van het gezelschap. De volledige anderhalf uur is gedraaid in enkele aan elkaar verbonden kamers in het cultuurcentrum van Mechelen. Doordat de film deze ruimtes nooit verlaat, blijft het gevoel van een ruimtelijke beperking gelden zoals in theater. Er is geen ‘buiten’ in dit universum, er is alleen deze kleine verzameling locaties binnen in het hotel. De artificialiteit van de set wordt niet uitdrukkelijk in de verf gezet, maar is toch voortdurend te voelen in kleine details, zoals een shot van bovenaf waar nog een balk van het houten skelet te zien is. De hele scenografie van het hotel doet postapocalyptisch aan, maar dan niet het soort majestueuze apocalyps die we kennen uit andere films. In Hotel Poseidon zijn we getuige van een traag rottende achterwereld, waarbij de surrealistische natuur bij momenten letterlijk de controle neemt over de kamers en de gasten van het hotel.

De film neemt initieel z’n tijd om op gang te komen, maar introduceert in een exponentieel tempo heel wat absurde, ronddolende personages. Net als wel vaker in de afgelopen twee decennia wordt dit universum bevolkt door maatschappelijke randfiguren, outsiders en volgens Lernous ‘ambitieloze, impotente losers’. Hotel Poseidon is één groot terrarium dat fungeert als een vruchtbare biotoop voor lowlife alcoholiekers en seksverslaafden. Het doet allemaal sterk denken aan de thematiek in het grand guignol-theater, ontstaan aan het einde van de 19de eeuw maar vooral populair tijdens het interbellum, waar ook alles en iedereen uit de lagere Parijse echelons in de schijnwerpers stond. Kenmerkend aan grand guignol is daarnaast natuurlijk de liefde voor het shockeren en doen walgen van het publiek, waarbij het succes aan het einde van de avond wel eens gemeten werd aan de hand van het aantal toeschouwers dat het bewustzijn verloren was. Om de lichamelijke effecten op de toeschouwers te verhogen, werden de horrorstukken afgewisseld met komedie, een techniek waarnaar werd verwezen als ‘la douche écosaisse’, een warme en koude douche. Ook Lernous maakt gretig gebruik van deze afwisseling. De combinatie van het abjecte én het humoristische, vaak zelfs simultaan, maken van het kijken naar Hotel Poseidon een lichamelijk verwarrende ervaring.

Het hoogtepunt van de freakshow is ongetwijfeld de feestsequentie halverwege, waarbij sterk wordt ingezet op overweldiging en desoriëntatie van de kijker. Op dit claustrofobische volksfeest zijn we getuige van wat Lernous in een interview met Knack Focus ‘Vlaamse gothic’ heeft gedoopt, met bonnetjes voor vol-au-vent en levenswijsheden als ‘De toekomst hé, da’s studentenkoten’. Als Gaspar Noé in Mechelen was opgegroeid, was Climax er wellicht zo aan toe gegaan. Het hotel transformeert in deze aftandse feestzaal van een vuil niemandsland naar een soort tweederangs vagevuur vol vage rituelen, gore fantasieën en figuren waarvan het de kijker niet langer duidelijk is of ze eigenlijk binnen of buiten Daves psyche bestaan. Lernous is er namelijk zeer overtuigend in geslaagd de zintuiglijke (en zelfs zinnelijke) ervaring van een ogenschijnlijk trippende Dave over te brengen door middel van zijn cinematografie. Door een gestage opvoering van visuele en auditieve impulsen geeft de kijker hier definitief op deze film volledig te begrijpen. Zoals wel vaker experimenteert Lernous ook in Hotel Poseidon met de mate waarin hij een duidelijke verhaallijn kan weglaten. De droomachtige dramaturgie van eerder evolueert richting een nachtmerrie, terwijl we Dave tijdens de rest van de film zien wegzakken in de waanzin. Waanzin, nog een geliefd grand guignol-thema! Net zoals het grand guignol-theater trouwens geen puur escapisme bood maar juist de gruwel van de toenmalige maatschappij ontmaskerde, is de achterwereld in Hotel Poseidon afstotelijk in haar meedogenloze blik op alles waar de eenzame verveling in deze achterwereld Dave en zijn lotgenoten toe drijft.

Waar we bovenal de kracht van Abattoir Fermé in terugvinden, is het schitterende acteerwerk. Lernous schreef de rollen op maat van de (talrijke!) acteurs die hij in gedachten had voor de film, en dat is overduidelijk te merken. Naast vaste Abattoir Fermé-waarden Tine Van den Wyngaert, Chiel van Berkel en Kirsten Pieters, passeren ook onder meer Tania Van der Sanden, Dominique van Malder, Ruth Becquaert, Anne-Laure Vandeputte en Damiaan De Schrijver de revue. Wat meteen opvalt is een merkbaar genot in het spelen. Sommige van de acteurs zetten hun gestileerde en zeer fysieke acteerwerk voort, dat zo eigen is aan de theaterproducties van Abattoir Fermé. De uitzonderlijk expressieve mimiek en gestiek compenseren voor de grotere afstand tussen speler en toeschouwer die een film automatisch genereert. Het is echter niet ieders ontmaagding voor de camera. Bij onder meer protagonist Vermeir (Belgica, De Twaalf) zien we dan ook een veel subtielere acteerstijl. Ook tussen de verschillende acteurs is dus sprake van een spel tussen wat klassiek geassocieerd wordt met film versus theater. Lernous en zijn team zijn er bovendien in geslaagd om net met het (soms opzettelijk hyperbolische) gebruik van cinematografische ingrepen het schitterende acteerwerk in de verf te zetten. Een prachtig voorbeeld daarvan is de schijnbaar eindeloze monoloog van de barvrouw (Kirsten Pieters) tegen Dave op het feest. Na elke lijn die ze uitspreekt volgt een jump cut, met als gevolg dat elk gevoel van tijdsbesef en inhoudelijke samenhang hopeloos verdwijnt, voor Dave en voor de kijker. Betekenis heeft nu definitief het podium verlaten in Hotel Poseidon; we kunnen enkel nog kijken naar Pieters’ overmatig articulerende mond, en luisteren naar de overtuigend dialectische klanken die eruit komen. Ook hier krijgen we weer een warme en koude douche: de thematiek van Pieters’ betoog tegen Dave is in feite zeer beladen, maar Lernous’ gebruik van filmische snufjes maakt het geheel desoriënterend en komisch.

Lernous en collega’s zijn er met andere woorden in geslaagd een combinatie van theatrale én filmische mogelijkheden te benutten met als resultaat een duistere, barokke en immer komische trip waar het spel- en filmplezier vanaf spat. De film was waarschijnlijk nog meeslepender geweest op groot scherm, maar terzelfdertijd benadrukt de online première het zeer actuele spel tussen theater en film in tijden van controverse over online theater. Zal Hotel Poseidon een iconische cultklassieker worden? Zal de film je leven veranderen met een werkelijk intelligent ‘existentieel’ discours? Waarschijnlijk niet. Lernous geeft echter zelf aan dat hij vooral wil dat mensen na het bekijken van de film denken: ‘Dat heb ik nog nooit gezien’. In dat opzet is hij ruim geslaagd.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!