IN MEMORIAM
Redactioneel Etcetera 182
Zoë Ghyselinck
Hoe vraag je subsidies aan? Hoe werkt BTW en het belastingstelsel? Waar kan een vakbond je mee helpen? Het zijn vragen waar startende podiumkunstenaars in Vlaanderen vaak alleen mee worstelen. Egon Schoelynck begon ze voor zichzelf te beantwoorden in een klein document, maar dat groeide uit tot Huh, waarom wist ik dit niet?: een persoonlijke en toegankelijke handleiding over alles wat niemand je vertelt als je begint te werken in de podiumkunsten in België. Hij beantwoordt enkele vragen van Etcetera en we publiceren een fragment uit hoofdstuk vier: ‘een voorstelling verkopen’.
Waarom was het nodig om dit boekje te maken?
Ik ben zelf ooit helemaal de kluts kwijt geweest toen ik afstudeerde van de toneelschool. Dus ik dacht: ik zal snel een documentje opstellen met de info en inzichten die ik graag zelf had gehad. Ik zal die dingen even gewoon kopiëren van het internet en samenplakken, dat is wat overzichtelijker.
Maar er was gewoon heel weinig online te vinden dat niét in een stoffige taal stond, of een taal die ervan uitgaat dat je het eigenlijk al weet. En sommige dingen worden helemaal nergens uitgelegd. Dus het document werd langer en langer en veranderde in een boekje.
Wat is je beste tip voor iemand die net afgestudeerd is en een voorstelling wil maken?
Omring je met mensen met wie je graag samenwerkt, probeer dingen voor een klein publiek, nodig vrienden en programmatoren uit, leen van iemand een camera en zet die op een statief, maak met een andere camera foto’s van elkaars performance (er zit altijd wel één goed beeld tussen), geef feedback, maak soep, doe de bar, wees lief voor elkaar en ook voor mensen die niet je vrienden zijn.
En als je wil weten hoe je je zakelijke shit regelt, koop mijn boekje ergens?
Welk misverstand over werken in de podiumkunsten heb je de wereld uit geholpen?
Hmn, ik weet niet of ik iets de wereld uit geholpen heb, ik heb misschien meer in kaart gebracht wat er allemaal bestaat en waar je tegenaan kan lopen. En dat het zakelijke aspect echt belangrijker is dan ik zelf dacht toen ik begon. Ja, je moet een goed idee hebben en het goed kunnen uitleggen. Maar een praktijk van lange adem opbouwen gaat meer over hoé je die projecten doet, achter de schermen.
“Het zakelijke aspect van theater maken is echt belangrijker dan ik dacht. Ja, je moet een goed idee hebben en het goed kunnen uitleggen. Maar een praktijk van lange adem opbouwen gaat meer over hoé je je projecten aanpakt, achter de schermen.”
Ik heb net Gordon Ramsey’s Kitchen Nightmares gebinged, de UK versie. Restaurants zitten in zak en as, Ramsey komt als arrogante topchef orde op zaken stellen. Wat ik daarvan heb geleerd is dat zelfs heel goede chefs erin slagen een slechte zaak te runnen. Een restaurant goed laten draaien gaat misschien niet over je kwaliteiten in de keuken (of hoe goed je kan werken in een blackbox), maar meer over hoe je je zaak rendabel krijgt, zonder dat je dagen van 12 uur klopt of je team niet door één deur kan.
Wat is de meest kafkaëske procedure die je bent tegengekomen?
Misschien wel de complexiteit van belastingen op uitkeringen? Langs de ene kant is het gek dat je RSZ en belastingen betaalt op een uitkering – je ontvangt iets en dan betaal je meteen een percentage terug. Langs de andere kant bouw je zo ook wel sociale rechten op en kan je het echt beschouwen als een volwaardig vervangingsinkomen. Heb lang getwijfeld of ik daar iets over moest schrijven, zeker nu de belastingvermindering op uitkeringen wordt afgebouwd en mensen met een uitkering tot 200 euro per maand minder gaan overhouden. Heb uiteindelijk toch beslist er uit te laten. Te complex, te kleine letters. Daarvoor dient het boekje niet.
En ik snap niet waarom er nog geen beter woord voor ‘bedrijfsvoorheffing’ bedacht is. Daar kan je toch totaal niet van afleiden wat het is?
Als minister Gennez morgen één ding zou veranderen op basis van jouw handleiding, wat zou dat moeten zijn?
Moeilijke vraag! Ik denk dat mijn boekje het perspectief van een startende maker helder uitlegt. Ik hoop dat de minister het eens leest (heb een exemplaar in de bus gestoken, haha) en ze dat in het achterhoofd houdt wanneer ze beleid maakt.
Als ik dan toch iets moet zeggen: meer subsidierondes. De twee subsidierondes per jaar (en zeker als je eerst een ronde ‘positief buiten budget’ moet scoren, om de tweede ronde pas een echte ‘ja’ te krijgen) zorgen ervoor dat je echt ver op voorhand je plannen moet maken. Als startende, chaotische maker ervaar ik dat als heel vervelend.
“Het zou goed zijn mochten er meer subsidierondes komen. De twee rondes per jaar zorgen ervoor dat je echt ver op voorhand je plannen moet maken.”
Hoe heeft het boekje je als kunstenaar veranderd?
Er stonden wel wat fouten in mijn eerste drafts, waar mensen mij op wezen, waardoor ik dingen moest uitpluizen. Plots wist ik veel meer over het zakelijke dan vóór ik begon te schrijven en zag ik meer nuances.
Verder beschouw ik het boekje ook als een artistiek werk met een eigen dramaturgie. Misschien ben ik niet enkel theatermaker, maar gewoon kunstenaar. En dit is blijkbaar één van de dingen die ik dan doe als kunstenaar, een handleiding schrijven over BTW en intentieverklaringen.
Heb je na het schrijven van deze handleiding nog zin om zelf voorstellingen te maken?
Grappig dat je dat vraagt, want ik merk dat ik momenteel echt geen zin heb om vijftien koffies te plannen met programmatoren en subsidies aan te vragen. Ik heb wel iets in de pijplijn zitten, maar ben niet zeker of ik de moed heb om de hele motor weer in gang te trekken. Ik kan uitleggen hoe je het doet, maar heb er zelf even geen zin meer in.
Ik sprak een theatergezelschap over een onderzoek waar ik op kauw, waarvoor ik twee dagen naar Zwitserland moet. “Hoeveel kost dat?” “Um, 300 euro?” “Oké, breng je bonnetjes maar binnen.” Uiteraard is dat een ander soort bedrag dan wat ik bij een projectsubsidie of beurs zou aanvragen. Maar gewoon even vertrouwen krijgen, zonder dat ik iets moet beschrijven waar ik zelf nog geen helder beeld over heb, dat deed deugd.
Toch even vermelden: dit boekje is tot stand gekomen zonder subsidies (toch niet rechtstreeks), maar met de steun van huizen en gezelschappen. Heel wat van hen hebben het boekje zelfs ‘blind’ gekocht. Dus qua vertrouwen in mijn werk kan ik eigenlijk niet klagen.
Huh, waarom wist ik dit niet? is verkrijgbaar in het Nederlands en in het Engels bij verschillende kunstruimtes en culturele centra in Vlaanderen en Brussel, tegen een democratische prijs of zelfs gratis. Alle info vind je hier.
HOE VERKOOP IK EEN VOORSTELLING?
Als nieuwe maker moet je waarschijnlijk een eerste contact leggen met een programmator, die een beeld wilt krijgen van wie je bent en wat je doet. Vaak zeggen ze dan ‘laten we een koffie drinken’. Nog beter dan koffie drinken is programmatoren uitnodigen voor een work-in-progress. Voordeel is dat je dan niet met handen en voeten moet proberen uitleggen wat voor werk je maakt.
Ook een videoregistratie (captatie) van een voorstelling of work-in-progress (wip) doorsturen kan handig zijn om mensen een beeld te geven. Maar weet wel: weinig mensen kijken dat van begin tot eind, ze spoelen er wat doorheen. Stel: je mailbox stroomt elke dag vol mails van theatermakers, die je allemaal een video sturen. Ga je dan echt elke video (van een uur) volledig kijken?
Spontaan je volledige captatie sturen wordt daarom meestal afgeraden. Een trailer kan natuurlijk wel. Als een programmator interesse heeft, maar niet naar je wip kan komen kijken, zal die wel zelf naar de volledige registratie vragen.
Een goede registratie kost veel geld, maar kan wel degelijk een verschil maken. Iets dat je met de webcam van je laptop hebt gefilmd, is gewoon minder duidelijk. Moet je je spaargeld ‘investeren’ in een goede registratie? Nee, zou ik niet doen. Je kan die kost wel opnemen in de begroting van je subsidiedossier.
HOE PITCH IK EEN PROJECT?
Voor pitchen bestaat (gelukkig) geen succesformule. Probeer iets, kijk naar wat andere mensen doen, doe het eens voor je vrienden.
Een theaterrecensent gaf me de tip om te beginnen zoals een recensie vaak begint: wat zie je op scène? Een concreet beeld werkt vaak beter dan een abstract filosofisch citaat. Dat geldt trouwens ook voor de ‘geschreven’ pitch die in je verkoopfiche staat, op de website van het cultuurcentrum of in je subsidiedossier.
WAT VOOR PROMOBEELD STUUR IK DOOR?
Eén regel die veel programmatoren mij wisten te vertellen: gezichten verkopen, hoe meer hoe beter. Vage schimmen of abstracte vormen verkopen minder. Moet je je dan helemaal naar de marktlogica buigen met je eigen hoofd in het groot op de poster? Nee, de keuze is echt aan jou en je hebt alle recht om een abstracter beeld te kiezen.1
WANNEER VERKOPEN?
Een theaterseizoen loopt van half september tot eind juni. CC’s en hun publiek hangen vast aan de seizoensbrochure. Eén keer per jaar wordt daarin het nieuwe seizoen voorgesteld. Veel van de bezoekers van zo’n cultureel centrum kopen dan hun kaartjes.
Tijdens het seizoen blijft die brochure de belangrijkste leidraad voor bezoekers. Programmatoren van CC’s zeggen dat het moeilijk is om publiek te vinden voor een voorstelling die niet in de seizoenskalender staat. Of ze nu posters hangen of nieuwsbrieven rondsturen, er komt geen volk op af. Daarom boeken ze bijna nooit een voorstelling nadat hun seizoensbrochure is gedrukt. Bovendien hebben ze hun budget voor dat seizoen dus al aan andere voorstellingen beloofd, er is voor jouw project geen geld over.
Je moet dus goed vooruit tellen. Stel, je wil spelen in april 2028. Dan moet je in de seizoensbrochure van sept ’27 – juni ’28 staan. Die wordt voorgesteld in juni ‘27, dus gedrukt in mei ‘27, dus vormgegeven in april ‘27. Het boeken van de voorstellingen gebeurt dus tussen oktober ‘26 en maart ‘27. Oktober tot maart zijn met andere woorden de maanden waarin jij programmatoren kan overtuigen je voorstelling te boeken voor het seizoen daarop. En dan nog: tegen maart ligt bijna alles al vast, oktober is druk want het seizoen start op. Your safe bet: november tot februari. Het verklaart ook waarom zoveel producties dan in première gaan: het zijn de ideale maanden om programmatoren uit te nodigen en nog kans te hebben dat je voorstelling wordt geboekt in het volgende seizoen.
WAT IS EEN GOEDE VERKOOPFICHE?
Je hoeft het warm water niet uit te vinden, kijk gewoon eens naar hoe anderen het doen. Bijvoorbeeld op de site van podiumaanbod Leuven, daar vind je veel verkoopfiches.
Een tekstje, een foto, de duur, wie je doelpubliek is (kinderen, jongeren, families, volwassenen), technische vereisten, extra benodigdheden. Hoe makkelijker en transparanter het is voor een programmator, hoe beter.
En natuurlijk de uitkoopsom. Lijst voor jezelf alle uitgaven op die je doet voor die ene dag. Wat kosten je medewerkers (3 spelers en 1 technieker). Moet je dingen herhaaldelijk aankopen (er worden 1.000 WC-rollen gebruikt tijdens de voorstelling). Zijn er kostuums die wekelijks naar de droogkuis moeten (dat Chanelpakje!). De treinreis van alle teamleden naar het theater. Huur je een bestelwagen voor het transport van het decor (voor die gigantische rubberen eend)? Inclusief of exclusief btw? Wat zijn de auteursrechten?
Je komt aan een uitkoopsom van 1.700 euro exclusief: 6% btw, catering voor je technieker tijdens de opbouw, reiskosten voor 3 spelers (60 euro), transportkosten voor het decor (250 euro) en auteursrechten voor de tekst.
DURF MARGE VRAGEN
Maar je hebt ook kosten die niet rechtstreeks te maken hebben met die ene voorstelling! Je moet de boekhouding en verzekeringen van je vzw betalen, je huurt een garage voor de rubberen eend, je laptop waarmee de technieker de voorstelling draait kan het elk moment begeven.
De uitkoopsom moet meer dekken dan het totaal van de kosten die je voor één speelavond maakt. Je hebt dus een marge nodig. En die marge is best nog iets ruimer dan je denkt, want vaak zijn er onvoorziene kosten (een scheur in het Chanelpakje moet gerepareerd worden).
Je komt nu aan een uitkoopsom van 1.850 euro exclusief catering, reis, transport en auteursrechten. Als je de voorstelling 10 keer kan spelen, heb je 1.500 euro voor alle extra’s.
Sommige programmatoren steigeren als je dat zegt, maar marge vragen is eigenlijk niet meer dan normaal. Ik betaal een lokale bioboer ook een beetje meer dan hoeveel de productie van de vijf kilo aardappelen precies kostte. Volgend jaar zitten er misschien net wat minder dikke aardappelen in de grond. Ik betaal dit jaar met plezier iets meer voor de aardappelen, omdat ik niet wil dat de boer failliet is na één slecht jaar.
Je moet natuurlijk niet overdrijven met je marge.
KIJK OP DE KAART
Wie moet ik nog contacteren? Wel, kijk eens op de kaart. Duid erop aan waar je al speelt. Als je in Leuven speelt, is Herent misschien net iets te dichtbij.2 Speel je al in elke provincie?
KIJK NAAR ANDERE SPEELLIJSTEN
Als je een beetje weet voor wat voor publiek je wil spelen (highbrow kunstencentrum of toegankelijk gemeenschapscentrum op een woensdagnamiddag) kan je kijken naar waar andere makers spelen. In wat voor zalen speelde deze choreograaf met een gelijkaardig publiek?
Zo zal je ontdekken dat een paar GC’s of CC’s erg gewaagd programmeren. Dat hangt erg af van de persoon die daar het programma samenstelt. Sommige programmatoren kiezen enkel uit het aanbod van een verkoopbureau en gaan zelf niet actief ‘op zoek’. Anderen gaan wel enkele extra miles: ze komen naar alles kijken, ook al is het aan de andere kant van het land te doen. Ze kunnen wel niet alles zomaar in hun programma schuiven, omdat ze geen publiek hebben voor jouw rare performances.
VUURTORENS
‘Vuurtoren’ is een term om te spreken over een speelplek die net dat tikje meer aanzien heeft. Je kan in het centrum van Antwerpen spelen in een net geopend gemeenschapscentrum. Twee straten verder is er een oud kunstencentrum dat veel bekender is in de sector. Hoewel beide zalen een even grote capaciteit hebben, zal het kunstencentrum je veel meer zichtbaarheid geven. De kans is groter dat er programmatoren opdagen. Ook omdat ze de weg naar dat kunstencentrum al eens hebben gedaan. Het klinkt stom, maar als mensen niet meteen weten hoe ze ergens geraken, lijken plekken ver en moeilijk.
Een festival zal vaak een vuurtoren zijn. Een festival met veel aanzien lokt veel buitenlandse programmatoren, die een hotel boeken en een week lang zoveel mogelijk voorstellingen kijken. Soms is het een kwestie van je voorstelling op zo’n festival te krijgen. Zeker als je in een internationaal circuit wilt belanden. Als je wilt ‘doorgroeien’ naar andere plekken, is het belangrijker dat je voorstelling op twee vuurtorenplekken staat, dan op tien plekken voor een lokaal publiek. Er is uiteraard niks mis met voor een lokaal publiek spelen, het gaat over wat je ambieert.
WETEN WIE JE PUBLIEK IS
Toen ik afstudeerde en mijn voorstelling probeerde te verkopen, dacht ik: “Ik ga hier gewoon spelen, in deze stad waar niemand ooit van mij gehoord heeft. Mensen gaan een affiche zien en spontaan willen betalen om mij dit te zien doen.”
Mensen werken meestal niet zo. Ze komen kijken omdat het deel is van een festival en ze al jaren naar dat festival gaan. Ze komen kijken omdat Michaël Pas erin meespeelt. Ouderen kijken naar iets omdat het opgesteld staat in de cafetaria van hun woonzorgcentrum.
Als je weet wie je publiek is en hoe je die wil bereiken, heb je een grote voorsprong in gesprekken met programmatoren. Terwijl jij bij een koffie zit te vertellen aan een programmator welke oosterse filosoof je heeft geïnspireerd voor dit werk, denkt die gewoon: “Welk publiek ga ik hiermee bereiken? Hmn, misschien iets dat de jongere generatie aanspreekt? Die zijn zo moeilijk te bereiken de laatste jaren…”
Je kan kiezen om iets te maken voor ouderen in een woonzorgcentrum. Dat kan een artistieke keuze zijn. Een bingospel dat helemaal ontspoort met een spelleider die plots een lange monoloog afsteekt. Je artistieke proces vertrekt dan al met oog op je publiek.
WOW IK HEB GEEN IDEE WIE MIJN PUBLIEK IS
Helemaal oké, daar kom je gaandeweg wel achter.
WETEN WAAROM JE ERGENS WIL SPELEN
Hoe meer je op voorhand weet over de plek, hoe gerichter je de vraag kan stellen. Waarom zou een theater mij programmeren? Omdat ze geen jongeren bereiken en mijn voorstelling dat wel doet. Omdat mijn voorstelling een belangrijke prijs heeft gewonnen en nog niet in Gent heeft gespeeld.
Wanneer je begrijpt waarom je voorstelling in een programmatie kan passen, wordt je onderhandelingspositie ook beter. Dan moet je niet aan tafel zitten met puppyogen (please please please) maar ben je een evenwaardige gesprekspartner. Jij hebt iets dat de ander wil.
Je koopt geen stofzuiger uit compassie met de stofzuigerverkoper. Je koopt een stofzuiger omdat je een stofzuiger nodig hebt en de verkoper je ervan overtuigt dat dit inderdaad de beste stofzuiger is die je vandaag gaat kunnen kopen.
PUBLIEK VINDEN
Er zijn verschillende manieren om publiek op de been te krijgen. Bekend worden helpt. Een geweldige recensie. Een interview in de krant. Als uitsmijter op het journaal. Een filmpje op socials dat de (theater)wereld rondgaat. Een poster, sticker of flyer.
Moet je je eigen communicatiedienst worden? Dat is een voltijdse job op zich. Als je iets maakt in een groter huis of werkt met een verkoopbureau, zullen zij een persmededeling sturen naar allemaal verschillende redacties van kranten en tv-journaals en radioprogramma’s.
COMMUNICATIEMENSEN OP WEG HELPEN
De mensen die de communicatie doen van het theater waar je speelt kunnen (vaak) niet meer doen dan ze al doen. Ze gaan niet voor elke voorstelling alles uit de kast halen. Zeker niet als ze niet weten waar de voorstelling over gaat. Je moet ze daarom ook iets geven! Meer dan posters en flyers. Stuur een mailtje, vraag wat ze nodig hebben. Een filmpje van het repetitieproces, jouw idee over je publiek.
Je kan zeggen “mijn voorstelling wordt soms vergeleken met een rare stand-up comedy show” en dan kan de communicatiepersoon een mailtje sturen naar alle mensen die normaal enkel naar comedy komen.3
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.
Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.
Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist), Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez)? Andere namen worden snel bekendgemaakt.