Dries Segers

Simon Baetens

Leestijd 4 — 7 minuten

hi baubo, – Hannah De Meyer & Toneelhuis

Over ons verlangen naar leesbaarheid

Met hi baubo, zet theatermaker en performer Hannah De Meyer haar onderzoek naar tekst en fysicaliteit verder. Net zoals in haar vorige twee voorstellingen, Levitations (2017) en New Skin (2018), doet ze dat in het Engels, met teksten die meanderen en filmische beelden oproepen. Voor het eerst binnen haar parcours in het P.U.L.S-project van Toneelhuis maakt ze een voorstelling voor de grote zaal. Vergezeld van medeperformer Adina Macpherson en een schare kunstenaars en denkers die bijdragen leverden, creëert De Meyer andermaal een verstilde, dystopische theaterervaring waarin ze deze keer droomt over een wereld zonder hiërarchie, met de mythische figuur Baubo als uitgangspunt. Wat gebeurt er wanneer dit soort complexe werk de focus van de kleine zaal verlaat? En hoe maak je een vertaling van theorie naar theater?

hi baubo, begint met een reeks geprojecteerde symbolen die lichtkrant-gewijs voorbijkomen op een verder pikdonkere scène. Als modernistische hiëroglyfen vormen ze een mysterieuze proloog op de voorstelling. De symbolen verwijzen naar Baubo, een mythische figuur die staat voor begin en einde, leven en dood. Baubo is een ongrijpbaar monument uit een tijd waarin binariteit minder heersend was en hybride figuren werden aanbeden. ‘Baubo’ is een verzamelnaam die archeologen gerbruiken voor afbeeldingen van figuren met een uitvergrote vagina, hoewel sommige ook een penis hebben. De Meyer zocht via Baubo naar een figuur dat het binaire discours overstijgt en de plaats van de mens binnen het ecologisch systeem herbekijkt.

Dergelijke thema’s komen niet als een verrassing voor wie De Meyer al langer volgt. Met haar solo’s Levitations (2017) en New Skin (2018) en de happening MOIST (2019) bouwde ze een parcours uit waarin ze haar op theoretische teksten geënte schrijfpraktijk performatief vertaalt. De Meyers stijl is donker en speels tegelijk. In een minimalistische scenografie weet ze met enkel haar stem, lichaam en wat licht Lynchiaanse droomsequenties op te roepen. In hi baubo, zet ze dit onderzoek verder, en experimenteert ze volop met nieuwe vormen.

Na de proloog staat De Meyer centraal vooraan op scène en brengt een Engelse tekst over modder, klei en een cocon waaruit een genderloos wezentje ontstaat. Wie al eerder werk van haar heeft gezien, herkent haar stijl meteen. Er is echter een wezenlijk verschil merkbaar. Levitations en New Skin werden voornamelijk in kleinere zalen met een vlakke vloer opgevoerd, in een intieme setting die De Meyer dicht bij haar publiek bracht. In De Bourlashouwburg lijkt ze ineens heel ver, en haar bijna fluisterende stem die menig Billie Eilish-fan zou bekoren, klinkt ondanks de zendmicrofoon en versterking nogal ijl. Hierdoor zit hi baubo minder dicht op de huid, maar speelt het meer met de ruimtelijke mogelijkheden van de grote scène. De Meyers fluisteren krijgt in deze setting haast een ASMR-gehalte. 

De scène is vrijwel leeg: een witte balletvloer bedekt het podium. Links staat een sculptuur die het midden houdt tussen een boom en een mobiel; rechts een reeks opstapjes die ook dienstdoen als zitplaats. Verder hangt een tros theaterspots boven de speelvloer. Geen van deze voorwerpen worden echt geactiveerd of getransformeerd, de sfeer van de voorstelling wordt hoofdzakelijk gedicteerd door de vele lichtwissels. Met behulp van bebloemde boerka’s worden de performers geestige spoken. 

hi baubo, bevat veel scènes die op collage-achtige wijze lijken samen te hangen eerder dan dat ze een duidelijke narratieve structuur volgen. De sterkste momenten ontstaan dan ook bij het samenspel tussen De Meyer en medeperformer Adina Macpherson. Die laatste komt als energetische stoorzender te pas en te onpas de scène op gestormd, tot ze het wel genoeg vindt. “Okay, bye!” roept ze alvorens te verdwijnen. Macpherson brengt een lichtheid binnen die helpt om De Meyers vaak enigmatische woorden diepte te geven. Zo is er een prachtige scène waarin de zegging van De Meyer en Macpherson muzikaal wordt en ze harmoniseren op elkaars zinnen. Eerder dan dat die samenzang strak gecomponeerd is, lijkt ze in het moment te ontstaan en iets inherent onafs te hebben. Op dit moment vallen taal en vorm mooi samen. 

Het is vaak nogal duidelijk welke theatrale oefening De Meyer en Macpherson zichzelf hebben gegeven en dit zorgt voor een spanning in je ervaring als toeschouwer. Je schippert voortdurend tussen het plezier van het experiment en het verlangen om meer gerepeteerde en uitgewerkte scènes te aanschouwen. Dit innerlijke gevecht komt het begrip van de teksten niet altijd ten goede. Het is een vreemd gevoel wanneer een voorstelling lijkt te willen zeggen “dit is radicaal werk”, maar die radicaliteit tegelijkertijd niet helemaal op scherp staat. Dat maakt dan hi baubo veel engagement van de toeschouwer vraagt. Hoe welwillend je als toeschouwer ook bent, op een gegeven moment krijg je toch het gevoel te weinig tools te krijgen. Je gaat je een buitenstaander voelen, die wel getuige is van het hetgeen zich op scène afspeelt, maar er moeilijk bij kan. 

De afstand tussen het podium en de toeschouwer helpt daarin niet. De Meyer laat zich niet verleiden tot het laten zien van alle grootse effecten die een schouwburg biedt. In plaats daarvan gaat ze voluit voor minimalisme, met wisselend succes. Bij momenten weet ze focus en zelfs intimiteit te creëren op die gigantische speelvloer. Wanneer zij en MacPherson bijvoorbeeld elkaars lichaam verkennen in een scène die zowel erotisch geladen is als de betere slapstick, komen beide performers erg dichtbij. Op momenten waarop De Meyer haar Engelse tekst weer oppikt – die door hem over de voorstelling te versnipperen niet makkelijker te volgen valt – is het verleidelijk je blik te laten afdwalen. Naar de decorstukken die er wel zijn maar niet echt een doel lijken te hebben, bijvoorbeeld. Na verloop van tijd kan je het toch niet laten om die ene vraag te stellen: ben ik nog wel mee? Mis ik iets wat alle andere toeschouwers snappen? Een theatermaker hoeft een publiek niet bij de hand te nemen, laat staan te onderschatten. Wanneer een voorstelling echter te cryptisch wordt, dreigt ze zich af te sluiten. 

hi baubo, stelt rake vragen over wat het betekent om toeschouwer te zijn en de drang naar leesbaarheid. Tegelijkertijd botst het daarmee tegen de grenzen van de complexiteit: communiceert de voorstelling nog voldoende, of zit het vormexperiment de inhoud in de weg? De keuze voor en het onderzoek naar de Baubo-figuur lijkt allerminst willekeurig, alsook de samenwerkingen met de betrokken kunstenaars. In de vertaling van onderzoek naar voorstelling is echter weinig opening gelaten voor de toeschouwer om inkijk te krijgen in het proces van hoe deze wereld tot stand kwam. Bovendien is het zowel een verademing om de Meyer in de leegte van een grote scène te zien laveren als dat het een gemiste kans is om de mogelijkheden en beperkingen ervan nog meer uit te spelen. Al deze factoren maken van hi baubo, een fascinerende ervaring met enkele duidelijke hoogtepunten, maar toch is de voorstelling niet radicaal genoeg om als idiosyncratisch systeem te blijven boeien en niet toegankelijk genoeg om de voorgestelde inhoud volledig te kunnen volgen. hi baubo, voelt als een noodzakelijke stap in het parcours van De Meyer die vooral benieuwd maakt naar wat ze in de toekomst nog allemaal gaat exploreren.  

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Simon Baetens

Simon Baetens behaalde een master Drama op KASK School Of Arts en is lid van de grote redactie van Etcetera.

RECENT VERSCHENEN

recensie

RECENT VERSCHENEN