Erwin Jans

Leestijd 4 — 7 minuten

Het Zuiden

Zuidelijk Toneel, Eindhoven

Het Zuidelijk Toneel Eindhoven, één van de Nederlandse Voorzieningen, komt vanaf dit seizoen nog steviger in Vlaamse handen terecht dan tot voor kort al het geval was. Het Zuidelijk Toneel stond de afgelopen seizoenen onder de leiding van Eric Antonis. Antonis heeft het intendantschap aanvaard van “Antwerpen Kulturele hoofdstad van Europa 1993”. De artistieke leiding van het gezelschap is nu toevertrouwd aan Ivo Van Hove.

De voorbije jaren maakte Van Hove al een aantal produkties geheel of gedeeltelijk op Nederlandse bodem (Rouw siert Electra, Lulu, Richard II). Nu werkt hij dus (voorlopig?) definitief over de grens en met hem zijn vaste medewerkers scenograaf Jan Versweyfeld en dramaturg Klaas Tindemans. Het ligt in de lijn van de artistieke keuzes van Van Hove dat hem een groot plateau en een gezelschap toegewezen wordt. Alleen heeft men dat in Nederland weer sneller begrepen dan in Vlaanderen waar de grote schouwburgen onherroepelijk verder in lethargie wegzinken.

Van Hove opent het seizoen met Het Zuiden (1951) van Julien Green, een Fransman van Amerikaanse afkomst. Het stuk laat zich zowel inhoudelijk als formeel nog het best omschrijven als een “klassieke tragedie”. Het Zuiden speelt zich af op de vooravond van de Amerikaanse burgeroorlog (12 april 1861) in het Zuiden van de Verenigde Staten, het land van herkomst van de Greens. In de schaduw van die dreigende oorlog voltrekt zich het fatale noodlot van de hoofdpersonages. Voor Green voltrekken het collectieve noodlot (de ondergang van het Zuiden als samenleving) en het individuele noodlot van de personages zich in een enkele beweging. De affiche van de voorstelling is in dit opzicht relevant. Van Hove verklaarde ooit dat toneelmaken voor hem een soort van rekensom is waarbij je als de voorstelling af is, kan constateren of de berekening klopt of niet. Je zou de affiche kunnen lezen als een soort van optelsom van de motieven van het stuk : het naakte mannenlijf dat halverwege het geslacht en onder het gezicht “afgeknipt” is als een symbool voor de onuitspreekbare (homo-)sexuele passie; de strop om de hals die verwijst naar de historische achtergrond van de slavernij, maar evenzeer naar de dodelijke fataliteit waarmee de verdrongen (sado-masochistische) passies zich voltrekken en misschien ook naar de wurgende onuitspreekbaarheid ervan; de in tweeën gekloven hersenen (of zijn het harten) als symbool voor een burgeroorlog die een land onherroepelijk in twee zal verdelen, maar evenzeer een symbool voor de in zichzelf verscheurde personages; het zwarte mannenlijf dat verwijst naar de slavernij maar nog veel meer naar het duistere, ontoegankelijke van de hartstochten; en dat hele beeld in een rood licht badend dat een helft van de torso een paarse gloed geeft : rood voor bloed, bloed voor geweld en passie, paars voor homosexualiteit.

Van Hove zoekt in zijn mise-en scène een theatralisering van de conflicten die de personages beheersen. Een “psychologische” lectuur van de tekst is daarbij het uitgangspunt, maar niet in de specifieke betekenis van een psycho-analytische duiding van de conflicten. Van Hove analyseert zijn personages eerder vanuit hun hartstochten, hun emoties, dan vanuit hun psychische complexen. Ook in de keuze van zijn teksten vermijdt hij dat soort afdalingen in de individuele psyche. Geen Norén voor Van Hove, wel Shakespeare, Wedekind, de klassieken. En van O’Neill niet Lange Dagreis of Strange Interlude, maar wel Rouw siert Electra, een bijna klassieke tragedie net zoals Het Zuiden. De mens is bij Van Hove overgeleverd aan zijn passies, zijn hartstochten, zijn noodlot. In die zin zou je het mensbeeld van Van Hove op een bepaalde manier “klassiek” kunnen noemen. Niet toevallig noemt Klaas Tindemans in zijn inleiding op de vertaling Het Zuiden een “verhaal van alle tijden” en stelt hij als uitgangspunt voor een hedendaagse lectuur “een meer “abstracte” analyse van personages en situaties (…) los van de historische of lokale anekdote.”

In het zoeken naar uiterlijke tekens, zowel in het acteren, de zegging, het decor, de muziek, de belichting streeft Van Hove naar een beperkte, nog steeds herkenbare stilering ten opzichte van een psychologisch-realistische manier van theatermaken. Van Hove blijft binnen de grenzen van het traditionele theater. Dat wordt steeds duidelijker naarmate hij grotere scènes bespeelt. Het constante gevaar daarbij is de omslag van stilering in esthetisering enerzijds en een te expliciete tekentaal anderzijds. Het mooie sobere decor van Versweyfeld bestaat uit een metershoge muur van houten latten als achterwand. Het meest opvallende element is de boeg van een roeiboot die door de linkerzijwand boort : een binnendringen van het buiten in de intimiteit van het binnen ? Andere tekens zijn dan weer overduidelijk en bijna clichématig : het rode hemd van Ian Wiczewski als een symbool voor zijn passie, het zwarte pak van Erik Macclure die als een noodlotsfiguur optreedt voor Ian. Ook de plaatsing en het bewegingspatroon van de personages is beredeneerd : als de voorstelling begint ligt Ian op de tafel, op het einde van de voorstelling wordt hij na het dodelijk duel met Erik Macclure op dezelfde tafel gelegd met een zwart doek over het hoofd. In de acteursregie worden een aantal scènes of uitspraken die de situatie van een personage karakteriseren duidelijk uitgelicht in een soort van close-up. Van Hove schuwt het effect niet. De eerste ontmoeting tussen Ian en Erik krijgt haast opera-achtige allures : de scène wordt tweemaal gespeeld en tussenin gaat het doek even dicht. Het gebruik van licht en flarden muziek als een vorm van sfeerschepping is zowel filmisch als melodramatisch. Van Hove en zijn equipe beheersen de middelen van een grote scène steeds kundiger .

Zoals in zijn vorige produkties toont Van Hove mensen in een crisissituatie : “de onmogelijke liefde, de overrompelende passie, de volstrekte eenzaamheid en het geweld als enige oplossing” staat er in een aankondiging van “HetZuiden”. Van Hove analyseert het noodlot, het “mysterie” van zijn personages in een gamma van (clichématige, intrigerende, uitvergrote, kitscherige, melodramatische, filmische, effectzoekerige,…) tekens. Ook in dat opzicht is Van Hoves theater een “berekend” theater : geen voorwerp of beweging op de scène of zij hebben wel een bedoelde betekenis. Maar precies die “optelsom” verhindert in vele gevallen de emotionele dynamiek tussen de acteurs. Het”mysterie” wordt dan wel niet verklaard, maar toch duidelijk getoond en te weinig in zijn ambigue vormen en paradoxale houdingen gesuggereerd.

Gezelschap : Het Zuidelijk Toneel;

tekst : Julien Green;

vertaling : Judith Herzberg;

regie : Ivo Van Hove;

dramaturgie : Klaas Tindemans;

decor/lichtontwerp : Jan Versweyveld;

Gezien in deSingel te Antwerpen op 21 november 1990.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#32

15.12.1990

14.03.1991

Erwin Jans

Erwin Jans is dramaturg bij het Toneelhuis (Antwerpen). Tevens publiceert hij over theater, literatuur en cultuur in onder andere De Morgen, De Tijd, Eutopia, Etcetera, DW B, rekto:verso, nY, De Reactor, De Leeswolf en Theatermaker.

recensie