Manuel de Schepper / Patrick De Spiegelaere

Tuur Devens

Leestijd 6 — 9 minuten

Het theaterpretpark van Pat Van Hemelrijck

Reeds bij het legendarische Radeis was Pat Van Hemelrijck een begenadigd ‘knutselaar’ (Echafaudages was een knutsel hoog mis). Na Radeis ging hij verder op de ongebaande wegen van het objectentheater.

In mei ’93 krijgt Pat Van Hemelrijck van het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten de Aanmoedigingsprijs voor Poppenspel. Een aanmoediging klinkt voor iemand die de 40 gepasseerd is en al bijna 20 jaar met theater bezig is, nogal jong in de oren. ‘Van goed zo jongen, je bent goed begonnen, ga zo verder’, gekscheert Pat. Voor ‘Poppenspel’ dan nog. ‘Je wordt weer in een vakje geduwd,’ terwijl de bekroonde produktie het vakje overstijgt en verschillende kunstdisciplines combineert. In het juryrapport blijkt dat het net om de creativiteit en inventiviteit draait waarmee verschillende media in een soort videospel op een geestige, relativerende en verrassende manier samengebracht zijn. Objecten en kleine, normale handelingen, zoals eten en drinken, krijgen een heel andere dimensie.

Met de aanmoedigingsprijs hoopte de commissie dat deze produktie, die zo uniek is in de theaterwereld, ook in de theaterzalen het grote publiek zou weten te veroveren. En dat lukt(e) aardig: Manuel de Schepper sloeg in Vlaanderen en Nederland bij oud én jong enorm aan, en staat nog veel op de affiche. Manuel gaat zelfs de straat op, en wordt binnenkort in elke huiskamer verwacht.

Pat Van Hemelrijck vormde met Josse De Pauw en Dirk Pauwels het wereldvermaarde theatergroepje Radeis. In 1984 stopt het trio, ieder gaat daarna zijn eigen weg. Van Hemelrijck is o.a. vormgever bij Parade van Oud Huis Stekelbees en bij het Nederlandse muziektheatergezelschap Orkater. Hij maakt ook een paar solovoorstellingen, zoals Terracotta (1985) en Tout suit (1987).

Hij en zijn produktiekern Alibi kregen het afgelopen jaar met het nieuwe decreet een startsubsidie van zes miljoen frank. Weer met het etiket ‘erkend figuren-theater’. Dat etiket kan nog versterkt worden door het feit dat hij zowat de centrale gast was op het Tiende Internationale Poppenfestival van Dommelhof-Neerpelt. Maar ook hier weten de festivalgangers wel beter: Dommelhof wil de grenzen van het figurentheater aftasten met andere kunstdisciplines, verleggen naar andere terreinen. Volgens de poppenfestival-organisatoren is kruisbestuiving noodzakelijk om überhaupt volwaardig beeldend theater te kunnen maken. In deze filosofie past Pat Van Hemelrijck helemaal.

Muis + mens = muins

In een grote zaal van de Dommelhofse sporthal staan de Muinzenberg, de houten tent-tribune van de Patstelling, banken en televisieschermen, een kast vol prulletjes, en ook een caravan.

Dezelfde caravan wordt op het moment ook gebruikt als secretariaat van Alibi in de nieuwe huisvesting in de Vooruitgangsstraat in Schaarbeek. De kantoorruimte moet nog opgeknapt worden, de andere ruimtes zijn al verbouwd tot repetitielokaal en een groot atelier. ‘De smaakmakerij’ heet het. Vroeger was dit een fabriek waar extracten en smaakmiddelen werden geproduceerd, vandaar. Een betere naam voor een plek waarin Alibi haar werk kan creëren, is er eigenlijk niet, want Alibi wil het recht opeisen om te mogen wegdromen. Alibi wil het excuus bieden om even elders weg te zijn, ‘weg van deze wereld waarin het leven vaak een verschrikking is’, volgens Pat Van Hemelrijck.

In Neerpelt dient de Muinzenberg als bar voor de openingsreceptie. Een treintje rijdt in een spiraal naar boven, stopt steeds eventjes bij tafereeltjes van tientallen poppetjes in een vogelkooi, tussen planten, onder een waterval, op een propeller, voor een schilderijtje, bij plastic diertjes. Steeds wordt de halte even belicht. Een strijkijzer draait vanzelf rond, bovenop zitten twee poppetjes ernaast staat een strijkijzer op zijn kant, met een plat mannetje op de bodem. Poppetjes staan tussen de hapjes, de bloemkool- en broccoliroosjes pluk je uit de potten, de wijn wordt door levende meisjes opgediend.

De Muinzenberg is het eerste deel van de Pièces Montées. Ze vormen theater dat bergen zet. Het begrip theaterlandschap wordt letterlijk genomen, en de theaterkunstenaar bouwt bergen, stukje bij beetje, en de berg groeit, tot vijf bij twaalf meter en behoorlijk hoog. Ernaast ontstaat een nieuwe berg, en nog een. Pat Van Hemelrijck: ‘Er zit een drang achter om niet meer van voorstelling naar voorstelling te stappen, maar om de boel met elkaar te verbinden. Ik wil proberen een langere reeks aan elkaar te breien. Dat kan met een gebergte. Ik ben zot van bergen. Bergen hebben iets heel speciaals, die bomen, die natuur, die vormen, dat landschap. Het gebergte heeft bij ons de functie van een chassis, waaraan de voorstellingen worden gemaakt, met inhoud en bekleding.’

De dagen na de opening is het wat rustiger rond de Muinzenberg, en kun je het Indianenverhaal over een muis aan de hand van de tekst op de verlichte plakkaten volgen. Het is het levensverhaal van de muis, van de mens, van de muis + mens = muins, die een kikker ontmoet, een buffel, wolven en die de nieuwe naam van adelaar krijgt. De tafereeltjes waarrond het treintje rijdt zijn geen illustraties van de tekst.

Het ‘plaatje bij een praatje’-procédé vinden we ook niet in de Patstelling, de tweede gemonteerde berg, waarop je kunt gaan zitten, maar waar je ook kunt binnengaan. Je krijgt een walkman op, en je hoort een tekst van Willy Thomas, gesproken door Dirk Van Dijck. Het zijn mijmeringen over de brute onrechtvaardigheid van het jagen, over het idyllische natuurleven, over de bizarre consumptiemaatschappij. Ondertussen passeer je 40 tv-zuilen. In de toestellen is nu geen nep-pretwereld te zien, maar wel geknutselde tableaus vol vertederende prulletjes en speelgoedresten. Stilstaan in verwondering, gast zijn in je eigen hoofd. Het lukt perfect.

Manuel de Schepper

Alibi’s derde stuk is de theatervoorstelling Manuel de Schepper, televisietheater en theatertelevisie. Het publiek zit op banken, overal staan tv-toestellen. De schermen zijn blauw. Een zware stem roept Manuel, de zoon. Hij beklaagt zich erover dat de mens in de ban van het Blauwe Verschijnsel is, dat hij niet meer creatief is, en dat dat slecht zal aflopen. Als een God de Vader stuurt hij zijn Zoon naar de wereld, om er iets aan te doen. Orgelmuziek klinkt, de loper wordt uitgerold, een stofzuiger maakt vanzelf de weg vrij.

Een man verschijnt in een kamerjas, blote benen, maar met sokken en schoenen aan. Hij wil de stofzuiger wegsturen, maar die blijft ronddraaien, totdat de twee andere mannen in dezelfde outfit er ook zijn. Zij vormen een pas gecreëerde, verrezen drie-eenheid. Achter het bureau, een speeltafel met van alles erop, vormen zij Manuel de Schepper, die gaat scheppen met zijn handen. De rechterhand is van Pat Van Hemelrijck, de linkerhand is van acteur Mark Peeters, en het hoofd en het oog is van cameraman Luk Stoefs.

Door het oog van de camera ziet het publiek op de tv-schermen, wat Manuel als het ware ziet. De twee handen tekenen met een stift een gezicht, dat ze dan op zichzelf namaken, door op de vingernagels twee ogen te tekenen, en hun vingers zo te vouwen, dat een kromme streep op de muis van de hand een glimlach voorstelt. Ze vangen een bromvlieg, ze spelen voetbal en Roodkapje. Een hand is Roodkapje, een grote blauwe papierklem is de wolf, een pluimpje de jager, en een schaar de grootmoeder. Manuel rookt een sigaret, drinkt wijn, zapt, maakt een dineetje voor twee. De handen manipuleren de wereldbol, knoeien en stoeien met de spaghetti, knippen de slierten, doen ze om zich heen, en zijn weer de hoofdjes van in het begin.

We zien details van idyllische en vredige huiskamertaferelen en van de wrede wereld onder water. De ene verrassing volgt op de andere visuele gag. Op het einde klinkt Manuela, de schlager van een twintig jaar geleden, luider en luider, en de drie mannen delen al zingend stiften uit, Manoewella-stiften, om zelf creatief te zijn. De hele commerciële Samson-rage wordt er met één stift, met één pennestreek doorgehaald.

Dat gebruik van dubbele lagen en het kriskras oversteken zijn zo typisch voor deze voorstelling, en maken ze zo aantrekkelijk. De handen zijn handen maar spelen ook hand, ze manipuleren objecten maar vormen ook zelf een objectpersonage. Het materiaal, dat zijn de objecten, en dat materiaal wordt tekst en verhaal.

Dat alles kan je als toeschouwer op de tv-schermen volgen, maar je blijft je ervan bewust dat je eigenlijk meekijkt door de lens van de camera, het oog van de drie-eenheid Manuel. Je ziet wat Manuel ziet. Maar je wordt ook aangetrokken door wat er op de tafel echt gebeurt, wat er in het echt te zien is. Hoe wordt die sigaret gerookt, hoe wordt dat glas wijn leeggedronken door de camera… Dat levert grappige en subtiele effecten op, die het stuk niet alleen mee laten balanceren op de scheidingslijn tussen tv en theater, maar ook op de raaklijnen van persiflage en originaliteit, van realiteit en manipulatie, van ogenkietelende vervlakking en overdonderende fantasie.

Echte pret

De bedoeling van Alibi is met de pièces montées een heel theaterpretpark op te zetten. Alice in Wonderland achterna, maar dan niet in Disney-versie, een pretpark zonder geprogrammeerde en voorgekauwde pret, een pretpark waarbij je zelf inspanningen moet leveren. Een echt pretpark voor jong en oud, voor de hele familie. Dat lukt fantastisch met hun theaterproduktie Manuel de Schepper, waarvan Pat Van Hemelrijck zelf vindt dat een gemengd publiek de prettigste reacties biedt. De jongeren zijn gefascineerd door de manipulatie van de objecthanden in deze interdisciplinaire vorm van objectentheater en video; de ouderen zijn geboeid door de manipulatie van die twee media en het spelen van de haatliefde-verhouding tot de tv zelf. Zijn eigen ambivalentie tot de televisie liet Pat Van Hemelrijck al aanvoelen in Patstelling, bij Manuel de Schepper slaat die over op de toeschouwer, en ze zal nog toenemen: Manuel de Schepper zal in de zomer tot een straattheater-act omgevormd worden, en in de herfst zal hij heus op de tv bij de VPRO verschijnen. Pat Van Hemelrijck klinkt best wel fier: ‘Manuel zal dan écht infiltreren in het Blauwe Verschijnsel!’

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#44

15.02.1994

14.05.1994

Tuur Devens

Tuur Devens is theaterrecensent (onder andere voor De Bond en theaterkrant.nl) met een grote liefde voor figurentheater.

artikel