Martin Nachbar

Leestijd 4 — 7 minuten

Herinnering en disciplinering van het lichaam

Martin Nachbar reconstrueert de bijna veertig jaar oude danscyclus Affectos Humanos van Dore Hoyer. Over het verschil tussen lichamen van toen en lichamen van nu.

De geschiedenis zegt ons niet wat we zijn maar waarvan we ons op dit ogenblik precies onderscheiden, ze fundeert niet onze identiteit maar lost ze op ten gunste van het andere dat we zijn.‘ (Gilles Deleuze)

Sinds de herfst van vorig jaar werk ik samen met Waltraud Luley aan een reconstructie van de danscyclus Affectos Humanos van Dore Hoyer; sedert begin dit jaar krijg ik ook hulp van Alice Chauchat. Bij deze dansen gaat het om een verwerking en voorstelling van menselijke gemoedsaandoeningen. De cyclus ontstond begin jaren zestig en bestaat uit vijf dansen die in telkens drie tot vier minuten over ijdelheid, begeerte, haat, angst en liefde gaan. Ik bewerk er daar thans drie van: Begeerte, Haat en Angst. De eerste publieke opvoering zal plaatsvinden op 17 februari 2000 in het kader van affects, een productie van Joachim Gerstmeier, Tom Plischke en mijzelf.

Dansen worden herinnerd dankzij filmmateriaal, aantekeningen uit repetities, notaties, en ook door toeschouwers, choreografen en uitvoerders. Bij een reconstructie staan enkele, zelden alle mogelijkheden ter beschikking. Al deze herinneringen zijn gebrekkig en onvolledig. Elke herinnering en ieder document berust immers op de individuele waarneming en verwerking van informatie, en dus op selectie, montage en constructie. Haast elke herinnering verbleekt met de tijd, schriftelijke documenten kunnen vergaan of verbranden, filmmateriaal verliest aan scherpte en lichamen worden oud.

In mijn huidig werk baseer ik mij vooral op een film die in de jaren zestig van de dansen werd gemaakt, evenals op de herinnering van Waltraud Luley, die tijdens het leven van Dore Hoyer een goede vriendin van de danseres was en het werken aan Affectos Humanos gedeeltelijk heeft bijgewoond. Thans leidt de vierentachtigjarige Waltraud Luley een dansstudio in Frankfurt, waar ik haar regelmatig tref om met haar de dansen in te studeren. De reconstructie berust dus op geen enkele directe lichamelijke ervaring of herinnering.

Het opnieuw opnemen van de dansen van Affectos Humanos is onvermijdelijk eveneens constructiewerk, dat zelf berust op de uiteenlopende constructies van de verschillende herinneringen van Waltraud Luley en degene die de film oproept. Reconstructie is daarom een misleidend begrip. Het suggereert restauratie, terwijl het om maakwerk gaat. Zeer zeker een maken dat in bijzondere omstandigheden gebeurt: het oriënteert zich op een al gemaakt iets, poogt het na te maken, maar is tegelijkertijd doende het te actualiseren en in nieuwe contexten te plaatsen. Deze contexten zijn veranderde tijden, maar voor alles lichamen die van die van de scheppers van een dans verschillen. Ondanks deze onduidelijkheid zal ik het begrip reconstructie hierna ter wille van de algemene begrijpelijkheid verder blijven bezigen.

Het verschil tussen de lichamen Van toen’ en die ‘van thans’ maakt van iedere reconstructie ook een disciplineringsproces: ik begeef mij in de discipline van een ander lichaam en tracht de mijne in de herinnering van een dans te laten verdwijnen. Ik open mijn lichaam voor de herinneringen die door de film en door Waltraud Luley op mij inwerken, en ik laat mij door iets externs tuchtigen. Deze disciplinering vereist herhaling: herinnering zonder herhaling lijkt onmogelijk. Het is bijvoorbeeld pas na zes weken van haast dagelijks onderzoek van de dans Begeerte gelukt om het hoofd conform de voor de voorstelling van Begeerte vereiste relatie tussen lichaam en ruimte te bewegen.

De verschillende stempeling van mijn lichaam, in vergelijking met dat van Dore Hoyer, door geslacht, opvoeding, training en andere factoren, leidt er echter ook toe dat ik de dansen van deze vrouw verander. Ik disciplineer ze haast. Er ontstaat een situatie waarin het ene het andere disciplineert en er wederzijds wordt gepoogd elkaar te laten verdwijnen. Maar de onmogelijkheid van een totale verdwijning maakt dat er een identiteit wordt ontwikkeld. Ik word door mijn problemen met de vorm van de dansen zichtbaar als degene die ik ben. Omgekeerd worden de dansen pas zichtbaar door mijn hernieuwde toe-eigening en opvoering. Herinneren als een verdwijnen dat door zijn onmogelijkheid een identiteit voortbrengt.

Men zou bij dit proces ook van leren kunnen spreken. Twee mensen worden met elkaar in verband gebracht, stellen daardoor elk hun identiteit in vraag en definiëren die opnieuw. Daarbij is het echter absoluut nodig dat twee levenden elkaar ontmoeten. Een reconstructie die enkel op de verfilming van Affectos Humanos zou berusten, zou haast onmogelijk en in de grond ook zinloos zijn. Pas in de ontmoeting met Waltraud Luley kan ik deze dansen uit een andere tijd begrijpen. Het gaat erom tegenspraken tussen mij en het onbekende van de dansen te overwinnen, niet echter om ze na te bootsen. Door het treffen van twee mensen, dus ook van twee, in verschillende tijden gevormde lichamen, worden de Affectos Humanos opnieuw gestalte gegeven en gedefinieerd – inderdaad herinnerd.

Al deze disciplinering en herhaling is noch zomaar, noch als zodanig zichtbaar bij het opvoeren van een reconstructie. Beide vallen evenmin werkelijk te verwoorden door het vertellen van anekdotes uit het werkproces of het verklaren daarvan. Het paradoxale is dat ook het opvoeren, vertellen en verklaren steeds een soort herinnering zijn of omvatten, namelijk die van het werkproces. Herinneringen kunnen echter enkel dankzij deze voorvallen verspreiding krijgen. Ook hier is herhaling onvermijdelijk en dus ook het gedurig variëren en herconstrueren.

Bij dit alles zijn het bewaren van een choreografie en mijn leren zeer welgekomen effecten. Maar waar het eigenlijk om gaat, is het menselijke dat zich bij de overdracht van herinneringen afspeelt. Waltraud Luley helpt mij een dans die mij fascineert te dansen. Zij heeft de mogelijkheid om de dansen van een vriendin te herinneren en te bestuderen. Tezamen helpen we de dansen aan een nieuw leven. Zij vertelt tijdens de koffiepauze hoe de koffie in de jaren zestig gewoonlijk heel sterk werd klaargemaakt. Koffie om doden op te wekken. In zekere zin is het dat wat wij in ons werk doen: wat totnogtoe voor dood werd gehouden door het bezweren van het herinneren, repeteren en herhalen opnieuw beleven. Herinneringen van lichamen gaan een relatie aan met herinneringen aan lichamen, en omgekeerd: lichamelijke herinnering – herinnerde lichamelijkheid.

vertaling uit het Duits: Rudi Laermans

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

Martin Nachbar

artikel