‘Titanic’ – De Tijd (seizoen 94-95) / Patrick De Spiegelaere

Lucas Vandervost

Leestijd 5 — 8 minuten

Herinneren: omgaan met de toekomst

Vijf jaar na datum herneemt Lucas Vandervost De ondergang van de litanie. Wat herinnert hij zich nog van de tekst?

Westerlo, 1 februari 2000

Aan de redactie van dit tijdschrift

Vandaag gaat IJsberenrevue in de Stadsschouwburg in Leuven in première. Zo een dag is toch alleen maar wachten op de avond, dus ik heb volop tijd voor deze brief. Vandaag is trouwens de deadline voor mijn bijdrage aan dit nummer over ‘geheugen’.

In november van vorig jaar vroegen jullie een dagboek bij te houden van het repetitieproces van De ondergang van de Titanic. Ik had deze wonderlijke tekst van Enzensberger reeds vijf jaar eerder in een voorstelling hardop gezegd. Dus dit was een ideale gelegenheid om eens het geheugen van een acteur te bestuderen. Wat weet hij nog van die tekst na vijf jaar? Wat is er ondertussen veranderd, buiten de drie kilo die hij zwaarder is geworden. Ik werd hierdoor de ideale onderzoeker, maar tegelijk ook zijn proefkonijn. Een dagboek zou elke wending in de evolutie van de tekstkennis bijhouden. Maar helaas, ik ben geen schrijver. Ik bedoel niet geen auteur’, ik schrijf gewoon nooit iets op. Dus geen dagboek. Ik heb zelfs geen agenda. Ik zeg wel eens aan de telefoon, als iemand me wil strikken om nog meer te doen dan ik al doe: sorry, ik heb een overvolle agenda; maar zo een boekje vol data, uren, namen, plaatsen en feiten heb ik helemaal niet. En toch vergeet ik nooit een afspraak. Behalve vorig jaar de jaarlijkse afspraak met de tandarts. Dus geen dagboek. Jammer eigenlijk, ik had het wel prettig gevonden mijn eigen notities eens te doorbladeren.

Ik moet me nu dus het proces van de herinnering proberen te herinneren. Het begint hoe langer hoe meer op De ondergang te lijken. Enzensberger schreef, naar eigen zeggen, in 1968 op Cuba zijn eerste versie van de dichtbundel. Hij verzond het meesterwerk in een bruine envelop naar zijn uitgever in Parijs. Daar is het nooit aangekomen. En hij had geen dubbel van zijn werk, dus was hij zijn dichtbundel kwijt. Tien jaar later, ondertussen woont hij terug in Berlijn, probeert hij zich zijn gedicht te herinneren en schrijft zijn tweede versie. Ik heb dit verhaal nooit geloofd. Het is volgens mij een heerlijke truc van de schrijver om zijn omgaan met het verleden en dus ook met de geschiedenis vorm te geven. Herinnering gaat door zoveel filters, het staat je toe fouten te maken. Dat is trouwens de reden waarom deze dichtbundel zo speelbaar is. Het is niet zozeer de zoektocht naar wat men nog weet die theatraal is maar de zekerheid dat men dingen zal vergeten.

Deze spanning keerde ook terug in de drie weken voorbereiding op de nieuwe versie van deze voorstelling. Het gevecht tegen de zichzelf-geschreven geschiedenis van de voorstelling van weleer. Wat zal ik niet meer halen? Deze vraag stelde ik mij meer dan: wat weet en wil ik dan wel? Ik had me voorgenomen om dezelfde voorstelling te maken, een herneming dus. Dus geen nieuwe, actuele kijk op de tekst. Daar zou het publiek en het journaal wel voor zorgen. Wel vertrekken van: hoe heb ik dit in godsnaam vijf jaar geleden voor mekaar gekregen? Dus dezelfde keuzes uit de verschillende zangen, dezelfde structuur, dezelfde vormgeving. De doeken van Eric van vijf jaar geleden waren reeds verknipt tot kleinere schilderijen. Ook hij moest dus opnieuw beginnen met wat hij nog wist. Niet van zijn doeken maar van de tekst. Daar was hij trouwens vijf jaar geleden ook van vertrokken. Herinneren dus. Twee zangen stonden op tape, dat was vijf jaar geleden ook al zo.

Ik dacht aanvankelijk deze zangen opnieuw in te spreken, tot ik besefte dat dit het enige was wat nog was overgebleven van de voorstelling van toen. Houden dus, koesteren. Na het beluisteren van deze zangen ontdekte ik dat ze anders klonken dan toen. De digitale opname had ze niet dood gekregen. Andere zangen zou ik in de voorstelling lezen zoals ik ook vijftig keer had gedaan in 1994. Dus ik was al een eindje opgeschoten voor ik was vertrokken. Maar nu bleek dat ik deze zangen vaak na één keer lezen zo uit het hoofd kon nazeggen. Teksten die ik nooit had gestudeerd. De verschillende lezingen hadden ze opgeslagen in mijn brein. Maar waarom gebeurde dit niet met de zangen die ik wèl uit het hoofd kon zeggen toen? ‘Uit het hoofd’ zal misschien het antwoord zijn op deze vraag.

Studeren dus. De zangen waar ik me op verheugde kwamen snel terug. Verheugen is geheugen in beweging, in opwinding. Vooral de melodie van de zin was de starter van de gisting. Hoewel ik me als modern acteur vijf jaar geleden had voorgenomen elke zin opnieuw ‘nieuw’ te laten klinken. Een illusie dus. Ik wist zelfs voor welke kleur van welk doek ik welke zin had uitgesproken toen. Het enige waar ik van schrok was de betekenis van de tekst. Ik ontdekte nieuwe inhoudelijke ingangen die de gekozen vorm van toen niet in de weg zaten. De tijd tussen de noodzakelijkheid van uitspreken toen en uitspreken nu had de tekst veranderd. Dit was ook zo voor de zangen waar ik vijf jaar terug had op gezwoegd. Ook nu was zwoegen nodig. Ik kon hier moeilijk van geheugen spreken. Het waren de zangen met de meeste kronkels. Een nieuw feit was dat ik deze voorstelling in grotere zalen zou spelen. In 1994 speelde ik de tekst in de repetitieruimte van De Tijd, een zeer intiem kader. Daardoor moest ik de afstand die ik miste tussen mezelf en het publiek omzetten in een soort afstandelijkheid. Om alles gezegd te krijgen, over te brengen. Als een verziende met zijn tekst. Afstand nemen bracht scherpte en hierdoor betrokkenheid. Dit alles zou ik nu niet meer kunnen toepassen. Het intieme dat de repetitieruimte teweegbracht moest ik nu vertalen naar een grotere zaal. Intimiteit is openheid. Zoals geliefden na het vrijen zich nog opener laten zien aan elkaar dan ze al deden tijdens het liefdesbedrijf. Intimiteit heeft iets groots omdat ze genereus is. En die grootsheid zou ik nu gebruiken om die kleinheid tot in elke hoek van de zaal te krijgen. Generositeit: Van mij mag iedereen alles weten, hebben’. Ik had dus – in mijn hoofd althans – een strijdplan om de voorstelling van toen te laten bestaan zoals ze was, maar dan in een andere tijd en een andere ruimte. En toch: hoe meer ik probeerde de voorstelling van toen te kopiëren, hoe meer ze ging veranderen. Dit werd de onderliggende inhoud van de voorstelling. De ‘dubbele bodem’ om in Titanic-termen te spreken. De noodzaak van de herhaling. Zonder herhaling is geen rangschikken mogelijk en zonder rangschikken geen verhaal – er was eens, en toen, en toen, en toen -en zonder verhaal geen visie, geen standpunt. Deze ontdekking gebeurde niet onmiddellijk. Niet alleen in het repetitieproces, maar ook tijdens de voorstelling en vooral tijdens gesprekken met het publiek na de voorstelling, mensen die ze vijf jaar geleden ook hadden gezien. Ook zij hadden te kampen met hun herinneringen. ‘Zoveel nieuwe teksten!’ of ‘veel meer muziek in de voorstelling’ hoorde ik vaak. Geen van beide was de waarheid. Voor velen was de voorstelling meer van nu dan toen, ze bedoelden: meer van nu dan het nu van toen. Ze was dus actueler. Ik haat het woord, maar het werd gezegd. En ik voelde in mijn diepste binnenste ook zoiets. Actueler, terwijl de tekst, onveranderd, alweer vijf jaar ouder was geworden, en samen met hem ook wijzelf. Herinnering werd geschiedenis, of in ieder geval: ‘omgaan’ met geschiedenis.

Het is nu allemaal alweer voorbij. Ik heb in april nog een tiental voorstellingen voor de boeg. Welke sprong ga ik dan nemen? Misschien kom ik dan wel tot de ontdekking dat de Titanic nooit is gezonken. Dat het alleen maar een interpretatie van het verleden is geweest.

Maar nu eerst IJsberenrevue. Nog een paar uur en het is zover. Zou ik mijn tekst niet nog een keer voor mezelf zeggen? Ken ik de volgorde nog van deze gekke opeenvolging van korte tekstjes? Het blijft elke keer weer opnieuw sterven zo kort voor een première. En elke keer vraag ik me ook weer af: waarom doe ik mezelf dit aan? Alsof ik mijn lesje nooit zal leren. Het geheugen is dus niet alleen een systeem van bewaren. Het is vooral een mechaniek om dingen te kunnen vergeten. En zo wordt herinneren kunnen omgaan met de toekomst.

 

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#71

15.03.2000

14.06.2000

Lucas Vandervost

artikel