© Jonas Maes

Leestijd 4 — 7 minuten

Heine Avdal & Yukiko Shinozaki / fieldworks — gone here (yet) to come

Donker podium  

Het theaterdispositief is een onwaarschijnlijk krachtige kijkmachine. Het samenspel van een donkere zaal met een collectieve blik die focust op wat zichtbaar is op de scene, laadt iedere handeling van de performers op met de suggestiviteit van mogelijke betekenissen, mogelijke personages, mogelijke communicatie. Zien doen (in de zaal) en doen zien (op de scene) kruisen elkaar: dat is de essentie van het theaterdispositief. Die kwintessens ensceneren Heine Avdal en Ingrid Haakstad met een lichtjes provocerend minimalisme voor een zwart doek bij de start van gone here (yet) to come op het proscenium. 

Stilstaan en na enige tijd op je horloge kijken (de wachtende), samen op een wat ongewone manier een grote zwarte lap stof opvouwen of een klein zwart doekje langzaam met een hand verfrommelen: eenvoudige bewegingen, emotieloos geacteerd in de modus van het niet-acteren – maar de publieke aandacht verandert ze in potentiële diepzinnigheden. In het spel staat er iets op het spel, ook al wordt er niet gespeeld en enkel gehandeld, zo zegt het pact tussen spelers en publiek. Wie zoals Avdal en Haakstad deze conventie deconstrueert door ze tegelijk te affirmeren en de hang naar betekenis te negeren, met een onverschillige serieusheid die grenst aan bureaucratisch ritualisme, belandt in dat register van de slapstick dat Beckett in Wachten op Godot van tekst voorzag. Uiteraard werd er niet gelachen in het Kaaitheater.

De voorstellingen van fieldworks, het gezelschap van Avdal en zijn partner Yukiko Shinozaki, exploreren al langer de ruimtelijkheid van het theaterdispositief. In gone here (yet) to come draait die verkenning in eerste instantie rond de afbakening van de scène als speelplek. Het zwarte doek valt, nieuwe zij- en achterwanden verschijnen – en vallen halvelings. De kleur doet ertoe want eens het frontale doek waarvoor de beginscène wordt gespeeld richting vloer gaat, verdonkert de speelruimte. Meteen wordt de mediale inzet van gone here (yet) to come duidelijk: de scene als ruimte waarbinnen op ieder moment een verdeling tussen zichtbaarheid en onzichtbaarheid plaatsvindt. Die ‘distributie van het zintuiglijke’ (Rancière) vormt de kern van het theater als kijkmachine én machtsdipsositief. In zowat driekwart van de voorstelling baadt gone here (yet) to come in bijna-donkerte. Het samenspel tussen zien doen en doen zien verschuift daardoor naar een avondlijk clair-obscur spel dat de soundscape van een dramaturgie voorziet.

Het podium is ondertussen bezaaid met half neerhangende zwarte doeken en ingenomen door vijf performers die schichtig in het halfdonker bewegen. Hun handelingen zijn alweer minimaal, al worden ze gaandeweg levendiger. Voortkruipen verandert bijvoorbeeld in schokkerig rechtop lopen, maar de overheersende indruk is er een van doelloos gewemel: lichamen bewegen infra-menselijk van links naar rechts of ter plaatse, zonder onderling contact te maken. Vogelgeluiden en aanzwellend geluid van regen, overgaand in een elektro-muzikale soundscape, omwikkelen de choreografie. Door de schijnbare eenvoud en informaliteit van de gemaakte bewegingen lijkt het een niet-choreografie – alsof de performers zomaar wat doen, wat natuurlijk niet zo is. De compositie gaat op een uitgekiende manier crescendo, met naar het einde toe een muzikale climax die betekenis suggereert maar louter beeld blijft: ‘primaat van de betekenaar op de betekende’, the medium is the message. Achteraf zal blijken dat het gezichtsbedrog is.

Gone here (yet) to come excelleert in de paradox: (informele) virtuositeit als negatie van (formele) virtuositeit.

Cut, werklicht alom, alle doeken liggen op de podiumvloer: herstel van het theater als spektakel, in letterlijke zin – als een plek die te zien geeft omdat ze zichtbaarheid laat voorgaan op onzichtbaarheid. De vijf performers lijken opnieuw zomaar wat te doen: onder een doek kruipen, zich in een doek inrollen, een doek als cape gebruiken… Opnieuw wordt de indruk van informaliteit en spontaneïteit van de bewegingen weersproken door hun merkbare timing en de allesbehalve toevallige verdeling van de lichamen in de ruimte of de wederzijdse afstemming van handelingen en gestes. Choreografie als schijnbare improvisatie is sinds Judson Church een waarmerk van veel hedendaagse dans; gone here (yet) to come excelleert in deze paradox: (informele) virtuositeit als negatie van (formele) virtuositeit.

Nacht komt na dag, op de voluit belichte scène volgt weerom het bijna-duister. Opnieuw fysiek gewriemel ook, tot één herhaalde handeling het opgekuiste podium domineert: twee performers die in de donkerte een golvend zwart doek van achter naar voren trekken. De drie andere performers verschijnen en verdwijnen terwijl de ritmische muziek aanzwelt. Witte woorden en letters worden op het bewegende doek geprojecteerd, met onder meer de boodschap dat ‘het doek valt’ als een vaak weerkerende mare. Het gelijktijdig stilvallen van de muziek en de complete verduistering van het podium suggereert dat de voorstelling is geëindigd, maar ze gaat nog even door. 

Er verschijnt een hangend lichtje dat lijkt te zoeken naar leven; het vindt dat terloops achteraan de scène, waar de performers op de vloer tegen de podiummuur liggen. Cut, opnieuw werklicht, de vijf lichamen rollen aangesloten op één lijn naar voren. Vervolgens staan ze recht, kijken ze het publiek aan, grijpen ze elkaars handen en stappen ze samen rustig naar achter: zoeken en vinden van verbondenheid als slotakkoord.

Meteen na afloop van gone here (yet) to come, bij het buitengaan van het publiek, schalt op medium volume A Forest van The Cure door de zaal. Het is een achteraf-post die bevestigt dat de voorstelling een dubbele inzet heeft. Ze exploreert het theaterdispositief doorheen een consequente negatie van de dominante preferentie voor het zicht bare – voor licht, voor de humanistische, met de notie van Bildung verbonden omschrijving van de kunst als een plaats van Verlichting. Tegelijk ensceneert gone here (yet) to come de zwartheid van de nakende toekomst van de ecologische crisis die bezig is te gebeuren.

Het bewegend gewemel in het halfdonker: mensen die al zoekende dwalen na watersnood, een tornado, een bosbrand; mensen die als zombies trachten te overleven in de tussenzone die leven van overleven scheidt. Het gefriemel met de zwarte doeken op de podiumvloer in het werklicht: mensen die materiële beschavingsresten als beschutting tegen the revenge of nature gebruiken; mensen die na verlies van have en goed te midden de gedeelde brokstukken een heem, een huis, een plek trachten te vinden. Het laten golven van een zwart doek, gemaakt van speciaal kunststof, dat de performers toedekt: mensen die worden overspoeld door een reële vloedgolf; mensen die blijven voortbewegen als voorheen terwijl de ecologische ramp zich voltrekt. Een lichtje dat op een telescopische manier het donkere podium verkent: mensen die na de ecologische Apocalyps op zoek gaan naar soortgenoten; mensen die verlangen naar andere mensen. Een lijn lichamen die voorwaarts rolt, een lijn armen en in elkaar hakende handen: mensen die elkaar zoeken – mensen in solidariteit. 

Zwart (donkerte, halfduister) op een podium verbeeldt het zwart in de zaal, en zo de mogelijkheidsvoorwaarde van alle zien. Datzelfde zwart connoteert onheil, rampspoed, ondergang. gone here (yet) to come focust op de mediale hoofdbetekenis en licht zo de inhoudelijke bijbetekenis veel krachtiger uit dan een pedagogische of moralistische ‘eco-voorstelling’. Het theater als kijkdispositief onderzoeken en zo tegelijk dramaturgisch onnadrukkelijk maar inhoudelijk overduidelijk een politiek statement maken: gone here (yet) to come demonstreert dat formeel en inhoudelijk engagement elkaar helemaal niet in de weg zitten. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Rudi Laermans

Rudi Laermans is socioloog, auteur en vertaler.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!