© Kurt Van der Elst

Leestijd 6 — 9 minuten

Heartbeats – Nastaran Razawi Khorasani / Theater Rotterdam

Een patatje speciaal in het hiernamaals

De waarheid is concreet, maar in het geval van de dood kunnen we daar maar moeilijk mee om. We lopen ervan weg, of zoeken onze heil in mooie filosofieën of sublieme kunst. In gesprek met een ongeneeslijk zieke vrouw toont de Iraans-Nederlandse theatermaakster Nastaran Razawi Khorasani wat er gebeurt als je de dood in al zijn onvolkomen alledaagsheid in de ogen kijkt.

Een roze wolk komt voor een moeder nooit zonder een zwarte wolk, vertelt Nastaran Razawi Khorasani aan het begin van Heartbeats. Zonder het besef dat je je kind met de gift van het leven ook altijd veroordeelt tot de dood. Voor Khorasani, zelf moeder van twee, is het een inzicht dat steeds zwaarder begint te wegen. Ze is niet alleen bang voor haar eigen kinderen, maar ook voor zichzelf. Voor de stilte, de donkerte, de leegte die het niets is én achterlaat. Dood zijn, hoe doe je dat in godsnaam?

Geen mens die het weet. Maar niet iedereen heeft de luxe om die vraag uit te stellen tot een gezegende leeftijd. Toen de kanker haar hersenen binnendrong, wist Dian Sahertian-Boers dat ze haar ziekte – ‘veel groter dan de hele wereld bij elkaar’ – wellicht nooit zou overwinnen. In december 2024 vroeg de jonge moeder uit Apeldoorn euthanasie aan. Khorasani mocht haar enkele keren spreken tijdens deze laatste levensfase, een bijzonder privilege.

Dians gezicht krijgen we in Heartbeats nooit te zien, wel horen we haar stem op een geluidsband. Parallel verschijnen de transcripties op een wit, zijden doek dat Khorasani behoedzaam naar beneden trekt, nederig zwijgend in het licht van de massieve strijd waar deze vrouw voor staat. Het is een mooie, effectieve vorm in al zijn eenvoud, die een serene intimiteit oproept. Als kijker zit je als het ware in real time mee aan Khorasani’s keukentafel, samen met Dian wat te keuvelen en een banaan te pellen. Of je luistert met Khorasani mee aan de telefoon hoe de zieke vrouw zichzelf lachend een ‘zoutzak’ noemt omdat ze niet meer uit de zetel kan. ‘Nee, je bent eerder een slang, mama!’

In de korte gesprekken wordt open over aftakelen en achterlaten gepraat, maar op de achtergrond horen we de ruis van het alledaagse leven dat zijn gewone gangetje gaat. De deurbel klingelt, een tante komt op bezoek, Dians zoon verrast haar met een glas chocolademelk. Aan- en afwezigheid schuiven hier geruisloos over elkaar heen: we voelen ons in het hier en nu, dichtbij Dian, maar we zijn ons ook altijd al bewust van haar einde dat in het verschiet ligt (dat in onze tijd ook alweer verleden is). Hoe groter de schaduw van de dood, hoe sterker je voelt dat iemand for the time being nog even in leven is. Die verhevigde ‘dubbeltijd’ voel je in Heartbeats voortdurend.

De slimme retrospectieve dramaturgie spiegelt dat. Net zoals we de ondertitels op het doek omgekeerd lezen, van onder naar boven, maakt Heartbeats een cyclische beweging van de dood naar het leven en weer terug, het hiernamaals in. Khorasani opent met het laatste, en vrij dramatische, telefoongesprek waarin we Dian horen creperen van de pijn. ‘Mama is er klaar mee. Dit is de hel op aarde.’ Flashback naar twee weken eerder. Dian wordt steeds zieker, maar ze geniet nog van de tijd thuis en de herinneringen aan de vele uitstapjes. Zo kon ze zes weken geleden nog zelfstandig met de trein op bezoek bij Khorasani thuis. Onbevattelijk hoe jachtig kanker om zich heen kan grijpen, hoe snel een vrouw met een hele geschiedenis gereduceerd wordt tot één woord: ziek. Door het vertelperspectief om te draaien breekt Khorasani dat beeld terug open.

“Heartbeats moet het niet hebben van de grote filosofische inzichten over de kunst van de goede dood, maar net van de kleine, bescheiden, zoekende manier hoe een gewone vrouw in het reine probeert te komen met haar lot.”

Hoop die niet wil wijken

Heartbeats moet het niet hebben van de grote filosofische inzichten over de kunst van de goede dood, maar net van de kleine, bescheiden, zoekende manier hoe een gewone vrouw in het reine probeert te komen met haar lot. Haar waarheid (de waarheid) is niet metafysisch, maar concreet. Haar genot, haar spijt, haar inzicht, het zit allemaal in pretentieloze dingen. In het Apeldoornse patatje speciaal met satésaus dat ze nu zonder schuldgevoel kan eten. In de kinderen die mee op de bank komen liggen. In het diploma dat ze graag had gewild maar waar ze de feestjes in haar studententijd niet voor wilde laten. In het paradoxale gevoel dat de tijd vertraagt, ook als hij verkort, omdat ze bewuster leeft. Het zijn geen wereldschokkende dingen, maar dat is net het punt. De dood wordt in Heartbeats ontheiligd. Hij blijft even verwoestend en onomkeerbaar, maar hij mag deel uitmaken van een onvolkomen leven.

En dat leven blijf zich op elk moment manifesteren, in dat ene restje hoop dat tegen beter weten in niet wijken wil. Het zit in de voorlopigheid waarmee Dian het besef van haar sterfelijkheid subtiel voor zich uit blijft schuiven: ‘Ik heb nog vertrouwen. (…) Ik ga waarschijnlijk vroeger dood dan mijn kinderen. (…) Ik weet niet hoe het voelt, maar dit is het niet.’ Het raakt, die lichte cognitieve dissonantie, dat onderliggende conflict tussen een opgevend lichaam en een geest die koste wat koste verder wil. Tot ook die ziet dat het vergeefs is.

Heartbeats is evenzeer een installatie als een performance. Tussen de drie gesprekken blijft Khorasani het doek verder afwikkelen. Lange, blinkende lagen wit passeren in stilte. Het is confronterend en troostend tegelijk. Moeilijk om er niet de leegte in te voelen die Dian achterliet. Maar het is ook vredevol. Het niets kan ook licht en frêle zijn.

“De dood wordt in Heartbeats ontheiligd. Hij blijft even verwoestend en onomkeerbaar, maar hij mag deel uitmaken van een onvolkomen leven.”

Dat beeld had Dian, overtuigd van het eeuwige leven, trouwens ook zelf: het hiernamaals als een wolk, een uitgestrekte vlakte waarop ze zichzelf zag rennen, het verleden in. Terug naar een onbezorgde staat van zijn. In de hemel zou ze terug kind worden, herenigd met al haar overleden geliefden. Aan het eind illustreert Khorasani dat visioen ook letterlijk. Het doek wordt overschilderd in een kosmisch paars, oranje, rood (ontwerp van de immer geweldige Minna Tiikkainen). Met een slinger loopt Khorasani lachend rondjes, verdwijnt ze in haar eigen schaduw. Jammer dat ze dit tableau niet meerduidig en abstract laat zijn. Hier hoef je niet langer een concrete waarheid, wel een deur naar de verbeelding.

Ook als documentairetheater houdt Heartbeats je wat op je honger. De gesprekken tussen Khorasani en Dian zijn erg kort. Je wil dieper in de vrouw haar beleving graven, meer vragen stellen, haar langer ‘hier’ houden. Maar die reflex stel ik achteraf ook in vraag, als een verborgen drang naar controle over iets dat ons begrip overstijgt. We gaan er zo vaak van uit dat terminale mensen door hun doodsvonnis plots een of andere wijsheid bezitten, maar ook zij weten meestal niet wanneer ze zullen sterven, wat de woorden ‘dood’ en ‘ongeneeslijk’ precies betekenen, hoe hun lichaam zich binnenin compleet kan vergiftigen terwijl je er aan de buitenkant niets van ziet. Misschien blijft een voorstelling als Heartbeats daarom ook onvermijdelijk onvolmaakt. Je hebt het ritme en de stilte van de ziekte te volgen, niet de eisen van de dramaturgie. En op dat éne beeld, dat we bij onze dood allemaal terug kind worden, kan ik wel even teren.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#181

15.12.2025

14.04.2026

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele schrijft over podiumkunst voor De Standaard en is co-hoofdredacteur van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!