De Staat van de Toneelschrijver
Uitgesproken op uitnodiging en ter gelegenheid van Shakespeare is Dead Leuven, 9 juni 2026
Annet Bremen
© Kurt Van der Elst
We zijn goed twintig minuten ver wanneer in Hear the Silence de zeven performers sierlijk draaiend, en met opgericht bovenlichaam, over het podium beginnen te glijden. Ze doen dat in driekwartsmaat, met de ene arm vooruitgestoken en de andere zijwaarts geheven. De danshouding is bekend, alleen gaapt er tussen de twee armen een leegte: de lichamen walsen zonder partner. Het is een doordringend, licht ontregelend tafereel, dat metaforisch maar haarscherp de inzet van deze nieuwe voorstelling van choreografe Zoë Demoustier vat.
De performers bewegen op La Valse van Maurice Ravel, gecomponeerd tussen februari 1919 en 1920. Het twaalf minuten durende stuk klinkt als een requiem voor zowel een ooit populaire societydans – denk aan Wenen – als voor de aristocratisch-burgerlijke orde die met ‘de Grote Oorlog’ instortte. Ravel zelf bestreed de interpretatie, Demoustier affirmeert ze voluit: deze deconstructie van de wals was tevens een muzikaal commentaar op een net gebeurde destructie. Vandaar de halfdonkere scène, met linksboven een halfcirkelvormig wit doek; vandaar de herhaaldelijke transformatie van La Valse in gruizige noise of techno, die een niet mis te verstane vingerwijzing naar het heden inhoudt; vandaar ook de scène waarin de dansers unisono bewegen maar tegelijk solo-walsen. De afwezige partner is voorgoed afwezig: in de omarmde leegte huist een oorlogsslachtoffer.
Het oorlogsgeweld wordt in Hear the Silence opgeroepen door lichamen die elkaar ondersteunen of een lijf dat, te midden van rookwalmen, over de vloer wordt gesleept. De bewegingen ogen clichématig, hun trage uitvoering onderstreept nog dat stereotiepe karakter. Deze belichaamde gemeenplaatsen vallen Demoustier niet aan te rekenen. Oorlogsgeweld laat zich niet verbeelden, al zeker niet op een podium. Je kan het enkel suggereren via een sterk gecodeerde beeldtaal met een erg beperkte bandbreedte: haar monotonie drukt een algemenere onmacht uit tegenover het onuitspreekbare van dodelijk machtsvertoon en ‘het naakte leven’.
Demoustier contrasteert in dezelfde scene de gemeenplaatsen van oorlogsgeweld met clichés van verbondenheid: performers vormen samen een cirkel, dansers bewegen met in elkaar hakende, gekruiste armen. De verwijzing naar volksdans is evident, maar door de context krijgt de opgeroepen gemeenschappelijkheid een specifieke betekenis. De scène functioneert als een gedanst argument: geen oorlog zonder natiestaat. Dat is een ‘thick description’ van mijn kant, maar de dramaturgie van de voorstelling – die tegelijk wel en niet narratief is – zet je aan tot het leggen van zulke verbanden. Zo wordt tussen het walsen-zonder-partner en de oorlogsscène in duo gewalst. Op ‘na de oorlog’ volgt dus ‘voor de oorlog’, althans in mijn lezing, met aansluitend een evocatie van het oorlogsgeweld en haar nationalistische wortels. De dramaturgie van Hear the Silence vervangt inderdaad de lineaire tijd van de geschiedenis door de associatieve temporaliteit van het geheugen. Of nog: resonantie primeert boven sequentie.
“De dramaturgie van Hear the Silence vervangt de lineaire tijd van de geschiedenis door de associatieve temporaliteit van het geheugen.”
Geen oorlog zonder leger, maar dat collectief verschijnt in gebalde vorm pas na de oorlogs- cum volksdansscène. De zeven performers marcheren eerst traag, dicht bij elkaar; hun stappen worden versterkt, opgenomen en in loop gezet. Vervolgens versnelt het tempo, verbrokkelt de groep en lijkt het alsof de performers afzonderlijk, in zichzelf gekeerd, gaan dansen. Het gebeurt net niet: de dansers beginnen losjes op en aan te lopen, van achteren naar voren en weer terug. Opnieuw een sociale choreografie, maar een waarin de discipline van de militaire parade plaats maakt voor de schijnbare informaliteit van het modedefilé.
Hear the Silence bevat meerdere taferelen die originaliteit combineren met effectiviteit; de deels live uitgevoerde klankpartituur van Rint Mennes, Willem Lenaerts en Misha Demoustier versterkt hun impact, zonder ooit de beelden te overstemmen. Soms hebben de gecreëerde tableaux vivants een sculpturale inslag, vaker zorgen ze voor een filmische ambiance. Zo verstillen de dansers na de opkomst van Mennes, die het hele stuk mee op de scene zit, tot een oorlogsmonument in sociaal-realistische stijl (een beeld dat later terugkeert). In de volgende scène staat Misha Demoustier gekleed in donker pak, in het licht van een gedimde spot. Hij voert eenvoudige bewegingen uit; het geluid van sommige handelingen wordt versterkt, net als zijn ademhaling. Met de rechterarm slaat hij regelmatig de driekwartsmaat – een allusie op de komende wals. Een stem zegt ‘out away of the body’, even later klinkt een flard viool. Meer ingrediënten zijn niet nodig om een scène te laten stollen tot een enigmatisch beeld, een waaruit de tijd langzaam weg druppelt en dat tegelijkertijd volloopt met een onbestemde verlatenheid.
“De omslag voelt als een statement: een gedanste affirmatie van de mogelijkheid van individuele vrijheid tegenover de mogelijkheid van oorlog.”
Ik moest onwillekeurig denken aan het werk van Pina Bausch, mede door de gestiek, de doordachte manier waarop Demoustier de bewegingen maakt of, juister, toont. In latere scènes is er eveneens dat onnadrukkelijke verzoek om aandacht: een uitnodiging van de bewegingen zelf – eerder dan van de bewegers – om goed te kijken naar hoe iedere vervliedende handeling telkens opnieuw een eigen tijd en ruimte articuleert. Deze uitnodiging vormt het brandpunt van elke dansvoorstelling; binnen de traditie van het Tanztheater wordt die veelal impliciete kern uitgelicht door een ingehouden nadruk en een geconcentreerd bewegen. Het is een inmiddels breed ingeburgerde performativiteit, die echter nogal eens mislukt door te grote nadrukkelijkheid: precisie wordt precieus, het tonen van bewegingen gemaakt. Niets daarvan in Hear the Silence, waarin de performers overtuigen juist omdat ze de afstand tot het publiek bewaren, de toeschouwer niet met de neus op de bewegingsfeiten willen drukken.
In de finale scène klinkt La Valse in overdrive, zonder performers op de scene en met een projectie van dansende kleuren op het witte doek links bovenaan het podium. In het performatieve einde-voor-het-einde bewegen de dansers op een soundtrack die zich eveneens voorbij loopt: de generische, mechanische tijd van de uptempo beat neemt het over en daarmee ook de energie van het feest. De verschuiving in bewegingsregister valt op, al helemaal wanneer Anna Tierney krachtig soleert. De omslag voelt als een statement: een gedanste affirmatie van de mogelijkheid van individuele vrijheid tegenover de mogelijkheid van oorlog. De spanning die de choreografie al de hele tijd doortrok, wordt zo ontladen: ‘dit gaat over ons’.
“Wie zoals Demoustier werelds gestemde zintuigen bezit, ontwaart in elke dans een uiting van levensdrift.”
‘De stilte beluisteren’, dat is het horen van het voorbije, huidige en dreigende oorlogsgeweld in dansbewegingen binnen of buiten een theaterzaal, gemaakt door professionele performers of hoepelende kinderen, verbonden met gelaboreerde choreografieën of de free style van een raver. Wie zoals Demoustier werelds gestemde zintuigen bezit, ontwaart in elke dans een uiting van levensdrift die, direct of indirect, het van doodsdrift doortrokken militair vertoon kritiseert.
Van Walter Benjamin stamt de gedachte dat ieder heden een citeerbaar verleden kent en, omgekeerd, dat ieder verleden slechts in een bepaald heden begrijpelijk wordt. Hear the Silence kan de door Ravel geboekstaafde constellatie waarin wals en WOI elkaar kruisten leesbaar ‘reciteren’ omdat ze resoneert met ons ongedachte heden – met dat gesternte waarin noise en, meer nog, techno op een vreemde manier dialogeren met imminent oorlogsgeweld.
De speellijst van deze voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.