Leestijd 6 — 9 minuten

Giants – Werktoneel

Etcetera @ TAZ #6: Vier redenen waarom vlogs opvoeren op theater mij irriteert

YouTube on stage: dat is het opzet van Giants, de afstudeervoorstelling van het jeugdige trio Werktoneel aan KASK. Eén na één passeren tussen de toneelgordijnen re-enactments van bekende vlogs de revue, zo goed als onbewerkt. Ligt het aan mij of aan deze creatie dat het punt daarvan mij vrijwel helemaal ontgaat?

1. Zelfs heel populaire cultuur is daarom nog geen repertoire

Aan De Standaard rechtvaardigde regisseur Jesse Vandamme zijn keuze voor de theatralisering van de vlogcultuur als volgt: ‘We kunnen vlogs perfect beschouwen als 21ste-eeuws repertoire, geschreven door duizenden auteurs.’ Hij vergelijkt de opgevoerde Youtube-filmpjes met Beckett. Hun tekstmateriaal is met coregisseur-dramaturg Laurens Aneca en maar liefst tien spelers benaderd ‘met dezelfde ernst als de koningsdrama’s van Shakespeare’. 

Ik snap de link wel: sommige vlogs werden hits die tot het publieke geheugen zijn gaan behoren. Niet per se tot mijn geheugen, maar wel dat van miljoenen andere (vooral jongere?) internetgebruikers. Het zijn creatieve expressies die uitgegroeid blijken tot culturele referenties. Ze worden online druk van commentaar voorzien en wellicht ook graag gepersifleerd. We mogen er zelfs rustig op gokken dat er vandaag meer mensen een belletje horen rinkelen bij de naam van internet-ster Logan Paul dan bij die van Nobelprijswinnaar Samuel Beckett. 

Maar repertoire vraagt meer dan een paar miljoen clicks en wat bovengemiddelde reuring op sociale media. Het is tekenend voor deze tijden dat repertoire vooral kwantitatief gedefinieerd wordt: het is breed gedeeld, dus is het van waarde. Volgens die visie bulkt het vandaag van repertoire: van Tomorrowland tot Wout Van Aert, van de tweets van Trump tot de videoclips van Katy Perry, van Fortnite tot Jeroen Meus en zijn Dagelijke Kost… Zullen we dat dan ook allemaal onbemiddeld naar theater overplanten? 

Echt repertoire vraagt historische afstand, niet louter het kortetermijngeheugen van onze eigen internetcultuur. Net door iconen uit eerdere tijden weer leven in te blazen, krijg je frictie en daardoor extra waarde: een confrontatie met vandaag, een toevoeging bij wat al bekend was. 

Het mooiste voorbeeld is misschien wel de Ten Oorlog van Camping Sunset, waar veel van de makers en spelers van Giants ook aan meedoen. Die repertoirevoorstelling gaat in dialoog met Tom Lanoyes dialoog van twintig jaar geleden met de Shakespeare van vier eeuwen geleden. Vanzelf vormt die replay een eigentijdse commentaar op bijvoorbeeld de rol van vrouwen bij beide heren. Bij echt repertoire is er een betekenisgevend verschil dat de heropvoering noodzaak geeft. Onze kennis en ervaring van het bekende wordt verdiept, genuanceerd, nog eens fris omgespit. 

2. Internet wordt niet per se echter als theater 

Dat vlogs veeleer actuele culturele referenties dan repertoire zijn, hoeft natuurlijk geen beletsel te zijn om er iets mee te doen in theater. Wel integendeel. Maar het betekenisgevende verschil waar Werktoneel voor kiest, is veeleer een mediale switch: van de digitale ruimte naar het live podium. 

Die wissel wordt in Giants extra in de verf gezet door de aloude rode toneelgordijnen die de hele scène verhullen, en waarvoor Lucas van der Vegt in de warmgele kring van één spot een sterke proloog afsteekt over de psychologische nood om immens veel indrukken te wissen en mentale overkill te vermijden. Tussen mummelen en razen braakt hij de hele titelatuur van het internet uit. Het blijft maar komen. En dat is niet voor het eerst op TAZ. Naakte opsomming blijkt de favoriete strategie van veel jong werk. Het onvermogen om te kiezen lijkt wel de sisyfusarbeid van een hele generatie, misschien zelfs van een heel tijdperk. 

Nochtans is er in Giants net heel consequent gekozen om alle weerhouden vlogfragmenten louter op te vissen als tekstmateriaal. Op scène geen video, geen props, niks projectie, slechts één keer een soundbite. Giants doet het – nog meer dan Anna Franziska Jäger in het vergelijkbare Bartlebabe – volgens de oudste toneeltraditie: tekst vertolken met louter stem en lijf. Het videoframe is vervangen door coulissen, montage door simpele spelwissels. 

Binnen dat kader wordt de Iphone 12 aangeprezen in ruil voor je Iphone 11, krijgen daklozen zomaar 10.000 dollar op straat, worden auto’s in een zwembad geparkeerd, verlekkeren spelers zich voor 100.000 dollar in de duurste food culture, worden pillen verkocht als de beste self care… Het gebeurt zonder veel spel, gewoon frontaal naar de zaal. In solo’s, duetjes, hier en daar allemaal bijeengetroept. De keuze voor Engels maakt al de helft van de verbeelding. De rest mag je er, mocht je het bewuste fragment niet kennen, gewoon zelf bij fantaseren. 

Van audiovisueel naar naakt teksttoneel: natuurlijk zorgt dat voor een zekere vervreemding. Vooral de herhalerigheid van alle gekwebbel valt extra op. Vol vloeit de leegte de zaal in. Wegswipen kan hier niet. Eén keer doen de spelers het wel zelf: eentje wordt bij zijn aanzet meteen weer de coulissen in gesleurd. Waarom hebben de makers hun vertaling van online naar offline niet doorgedacht tot meer van zulke analoge knipogen? 

Als live toneel, zonder de context of visuele afleiding van andere eye candy op internet, focust alle aandacht in Giants zich op de tekstuele inhoud. Maar die kan je bezwaarlijk erg inzichtelijk noemen. Uiteindelijk rijgt zich uit YouTube-land een stoet aan losgeslagen ondernemingen aaneen die elkaar nog overtreffen in egotripperij, navelstaarderij, aandachtszoekerij, pathetiek en immoreel exces. Blijkbaar is dat opbod voor eminente vloggers nodig om het verschil te maken. Maar allemaal smeken ze op het eind op precies dezelfde manier om extra subscribers.

What’s new? Hadden we voor dat inzicht theater nodig? Een filmdocumentaire, zoals die over dit topic al vaker is gemaakt, zou wellicht sterker raken, wegens extra reëel. ‘YouTube, the medley’ – is YouTube daar zelf niet veel beter in? Nu krijg je iconen uit de vlogosfeer waarvan het cruciale kader ontmanteld is tot acteurs op een scène die behoorlijk zinledige tekst staan te kramen. 

Finaal doet die mediumwissel dan ook toch vooral afbreuk aan het bespeelde ‘repertoire’. De hyperrealiteit van de virtualiteit wordt figuratief theater. Niet alleen verliezen al die vlogs daarmee in grote mate wat ze net zo verontrustend maakt (dat ze in al hun overtrokkenheid toch echt zijn), ook Giants zelf speelt zo meer vervreemding kwijt dan er te winnen. De typische (zelf)enscenering van de vlogcultuur wordt niet gedeconstrueerd, maar gekwadrateerd. Niet gestript, maar verdubbeld. 

3. Oppervlakkigheid citeren is niet vanzelf diepte creëren

Natuurlijk legt Werktoneel ook wel eigen accenten in zijn evocatie. Vanaf de proloog ontrolt zich een terugkerende lijn die de psychologische instabiliteit onder de vlogosfeer benadrukt. Hier en daar lamenteren de vertolkte vloggers zelf over hun angst voor identiteitsverlies, op andere momenten leggen de makers hun geëxalteerde geklets stil in beeldende tableaus. Twee spelers die vervormen tot een geluidloze schreeuw. Een heel koor achteraan op scène dat in losse partikels vooral existentiële eenzaamheid ademt. Een virtuele ik die meerduidig begint te hikken. 

Het zijn van Giants de beste momenten: waar de tekst even stokt in een haveloos zwijgen, en de grond onder zoveel zelfpresentatie wegzakt in een dreigend psychopathisch deuntje. 

Toch blijft de voorstelling in toto niet veel meer dan een citaat, een re-enactment waarvan de waarde veeleer in het spel ligt dan in de inhoudelijke analyse. Documentair zou je die benadering kunnen noemen: in essentie toont ze found footage. Maar de kunst van documentaire ligt ofwel in de onderbelichte werkelijkheid die ze bovenspit (niet in het overbelichten van wat uit zichzelf al keer op keer in de spotlight gaat staan), ofwel in het ingenieus hermonteren van al bekend materiaal. Ook dat doet Werktoneel amper. Gelijktijdigheid, nevenplaatsing, kortstondigheid: al die vormprincipes die het internet bij uitstek typeren, worden hier simpel uitgevlakt in een verrassend klassiek-lineaire vorm en benadering. Het lengt de geciteerde scènes nog langer uit. 

Wat vinden Vandamme en Aneca nu precies van het fenomeen dat ze hier een forum willen geven? Ik mis in de voorstelling een diepere houding tegenover hun materiaal. Logisch dat ze niet willen vervallen in hetzelfde gemoraliseer als de vloggers die ze op de scène hijsen. Bewonderenswaardig ook dat ze niet de makkelijke ironie van stemmenimitatie verkiezen, maar hun selectie inderdaad serieus laten verdedigen door hun best sterk spelende acteurs. Alleen leidt die combinatie tot een bizar effect: Giants neemt al die uitgesmeerde oppervlakkigheid bijna té serieus. 

Zo doet Werktoneel voor mij uiteindelijk wat YouTube ook zelf doet, terwijl Vandamme daar in de krant net kritiek op leek te formuleren: kak opdienen als een bijzonder kijkstuk. Slecht repertoire laat je als maker toch ook in de kast? Of je kruist het minstens met een extra vorm- of interpretatiekader waardoor het toch weer betekenis krijgt. 

4. Misschien ben ik een ouwe sok geworden

Maar wellicht zijn dit soort vlogs voor deze generatie makers en spelers helemaal geen slecht repertoire. Wat maakt het voor hen zo typerend of zelfs herkenbaar? Hun fascinatie ervoor fascineert. Is het de vervloeiing van vertoon en authenticiteit in zo’n video als Logan Pauls show-off van een Japanner die zichzelf verhing in een bos? De uitgespeelde emotionaliteit van sorry video’s? De onverhulde zelfprofilering? Het spel met theatrale identiteiten? De snelle humor? 

Die meergelaagdheid maakt er inderdaad interessanter ‘repertoire’ van dan Trumps tweets of Wout Van Aert. Maar als de vlogcultuur hét venster wordt op sociale ongelijkheid, de decadentie van het geld, de commercialisering van psychische kwetsbaarheid, de viering van het individu… dan denk ik: kom van achter je scherm en open liever je deur. Er zijn tot zulke thema’s tientallen meer prangende ingangen. En het is nodig. Theater is meer dan samplen, meer dan de was buitenhangen, dan gewoon reproduceren hoe bizar de online wereld is. Dat dacht ik allemaal, tijdens de voorstelling. 

Maar het zou evengoed kunnen dat ik een ouwe sok geworden ben, dat ik een afslag heb gemist en mijn bril het niet langer kan lezen. Graag kom ik ook de volgende voorstelling van Werktoneel zien. Aan Giants voel je in elk geval wel dat ze weten wat ze willen.   

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, dramaturg en docent aan het Conservatorium Antwerpen. Hij richtte cultuurtijdschrift rekto:verso en burgerbeweging Hart Boven Hard mee op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!