Detours Festival 2020 © Komanche Photography

Leestijd 9 — 12 minuten

Get Down, a new way to rise

Van de straat naar de scène: de professionalisering van urban dance

Met Get Down heeft België nu een eerste managementbureau voor streetdancers. Dat is essentieel voor het voortbestaan van een kunstvorm die even authentiek en cultureel relevant is als alle andere vormen van hedendaagse dans. Schrijfster, rapper en activiste Melissa Farah Salvi gaat met de initiatiefnemers van Get Down in gesprek over de noodzaak om hiphop te legitimeren.

Al meer dan dertig jaar kunnen hiphop en streetdance rekenen op een grote schare fans over de hele wereld. Ook onze straten zijn geplaveid met herinneringen aan de ‘b-boys’ en ‘b-girls’ die hun passie, ritme, toewijding en kracht van generatie op generatie doorgaven. En toch waren Belgische streetdancers voor de uitbouw van hun carrière lange tijd compleet op zichzelf aangewezen. Terwijl andere kunstenaars bij tal van instellingen konden gaan aankloppen voor subsidies en steun, moesten streetdancers zich op hun eentje een weg naar het podium zien te knokken. Camille Philippot, een experte in pr en digitale communicatie, besloot hier iets aan te doen. Philippot was aan de slag als persverantwoordelijke voor de Koninklijke Muntschouwburg, het bekende operahuis in hartje Brussel, waar ze ook de nodige management-, branding- en marketingskills in de strijd wierp. Philippot gaf haar ontslag bij De Munt en legde zich toe op haar passie voor hiphop en dans. Get Down was geboren: een managementbureau speciaal voor streetdancers.

“Het idee ontstond uit een echo die maar bleef weerklinken vanuit de streetdancegemeenschap, legt Philippot uit. Het ontbrak hun aan professionalisering en steun, aan middelen zelfs, en ik had al een voetje tussen de deur in het institutionele systeem en de cultuurwereld. Ik zag waar er nood aan was en hoe ik kon helpen. Ik kon theater- en festivaldeuren voor hen openen, maar hen evengoed bijstaan bij tv-producties, videoclips, reclame en ga zo maar door.” Get Down opereert vanuit Brussel, maar rolt zijn dienstverlening uit over heel België en zelfs buiten de landsgrenzen. De organisatie slaat een brug tussen kunstenaars en de culturele spelers of zakelijke klanten die met hen willen samenwerken.

Je moet weten dat hiphop eigenlijk nooit bedoeld was als een stijl. Het was een cultuur, een beweging. Rappers, dj’s, breakdancers en graffitiartiesten gaven een stem aan wie geen stem had. Enerzijds zorgden ze ervoor dat ze gehoord en gezien werden, en anderzijds gaven ze kracht aan een gemeenschap die geplaagd werd door armoede en wanhoop. Hiphop bracht hoop in de duisternis en zorgde voor veerkracht, door waarden uit te dragen als liefde, vrede, sociale gelijkheid, eenheid, eigenwaarde en respect. Het was een manier om je te amuseren en tegelijk een hoger doel te dienen. Door de jaren groeide hiphop uit tot een internationaal fenomeen. Het verplaatste zich van de underground naar de mainstream, bouwde een imperium uit en veroverde harten in alle sociale klassen. Onder de nieuwe noemer ‘urban’ gaf de muzikale poot volop gehoor aan de lokroep van geld en macht, vaak zonder nog veel stil te staan bij het waardesysteem waaruit alles was ontstaan. De danspijler bleef hiervan tot op zekere hoogte gespaard. Ondanks het feit dat haar invloed zich intussen ook over de hele wereld uitstrekte, bleef haar basis intact – ook al hebben we het in deze context nu net zo goed over ‘urban’ of streetdance. Het genre evolueerde met de tijd en van land tot land. Krumping, popping, locking, dancehall, ragga, vogue, waacking en zelfs house: ze hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal op straat ontstonden, en niet in een studio. En tijdens de overgang van de straat naar het podium moeten kunstenaars heel wat hindernissen overwinnen. Te ruig voor de theaterzalen, te diepzinnig voor de reclamewereld: soms is het kiezen tussen betaald krijgen of de kunst authentiek houden. En hoewel streetdancers het in zich hebben om de kloof tussen entertainment en hoge kunst te dichten, moeten ze opboksen tegen een wereld die hun de erkenning blijft ontzeggen die ze als professionals verdienen.

Krumping, popping, locking, dancehall, ragga, vogue, waacking en zelfs house: ze hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal op straat ontstonden, en niet in een studio.”

Als je kijkt naar de professionele evolutie van streetdances, dan kun je niet om de tweedeling tussen de cultuurwereld en de entertainmentindustrie heen. Terwijl de theaters nog moeten warmlopen voor het fenomeen en het nog niet helemaal in hun hart gesloten hebben, is de industrie zich al heel lang bewust van de aantrekkingskracht van streetdances. De entertainmentsector weet dat er munt uit te slaan valt. En streetdancers verkopen effectief beter dan ballerina’s – zolang het resultaat voor sommigen maar niet ‘té hiphopachtig’ is. Dat betekent dat wie wil optreden bereid moet zijn om compromissen te sluiten en zich neer te leggen bij een afgezwakte versie van de eigen stijl. Of het nu is door de scherpe kantjes eraf te vijlen of door hun vibe te commercialiseren: het is toch al te gek dat streetdancers zich in een keurslijf moeten wringen. Het is absurd dat ze moeten luisteren naar mensen die geen snars van hun kunst snappen. Hun professionalisering zou respectvol moeten verlopen, en ze verdienen het om behandeld te worden als kunstenaars, niet als producten.

In de theaterzalen viert hedendaagse dans hoogtij, en volgens de definitie behoort streetdance daartoe, als dé dans bij uitstek van de huidige generatie. In films, reclamespots, op sociale media en in videoclips: streetdancers beïnvloeden zonder twijfel de manier waarop mensen vandaag dansen. Hoe komt het dan dat theaters en comités er zo weinig van moeten weten? Een deel van het antwoord ligt bij de mensen die aan het hoofd staan van die instellingen. Het is geen geheim dat eerlijke representatie staat of valt met diversiteit. Om op de lange termijn meer zichtbaarheid en meer artistieke vrijheid te krijgen, doet de huidige generatie er dus goed aan om die strategische posities in te palmen. Dansers met een sterke ondernemersgeest, zoals Yannick Bras (Impulsion Dance), Anissa Brennet (Freestyle Lab), Mouss Sarr (Timiss), Younes Ayoute (Funky Feet Academy) en Zach Swagga (Sessions Ça Danse) zouden hun collega’s kunnen vertegenwoordigen in de culturele instellingen en departementen waar beslissingen worden genomen. Alida Dors, de choreografe met roots in hiphop die vorig jaar de artistieke leiding van Theater Rotterdam overnam, bewijst dat alles mogelijk is.

Meer dan een technische vertoning

Intussen zorgt Get Down ervoor dat zijn kunstenaars weten hoe ze artistieke directies moeten overtuigen. Het team helpt een handje op het vlak van communicatie en legt zo de link tussen de cultuurwereld en de urban scene. Het gaat zeker niet voor iedereen op, maar sommige streetdancers hebben geen idee wat ze moeten doen of zeggen om in een elitaire samenleving gehoord te worden. Ze voelen zich vaak paria’s in een systeem dat niet bepaald voor hen ontworpen is. Ze zijn zich heel bewust van hoe ze praten en zich kleden, en kunnen een duwtje in de rug gebruiken terwijl ze wennen aan de professionele context. Sommige van die professionele deuren staan trouwens wel wagenwijd open: de KVS is hiervan een mooi voorbeeld. Het Brusselse stadstheater is bereid om verder te kijken en laat een breder publiek kennismaken met de schoonheid van streetdances en de straatkunsten in het algemeen. De waarden die hiphop uitdraagt zijn hyperrelevant voor de meeste instellingen; de dansers moeten gewoon een manier vinden om hun taal te spreken. ‘Culturele centra staan te popelen om urban voorstellingen te brengen, maar we moeten verder kijken dan het puur technische’, zegt Milan Emmanuel van het dansgezelschap No Way Back. ‘Het resultaat moet ontroerend en slim zijn: een ervaring die de jeugd de ogen opent, met inhoud en een boodschap. Om gehoord en gezien te worden, moeten streetdancers hun eigenheid en uniciteit vinden, en echt iets te vertellen hebben.’

“Sommige streetdancers hebben geen idee wat ze moeten doen of zeggen om in een elitaire samenleving gehoord te worden. Ze voelen zich vaak paria’s in een systeem dat niet bepaald voor hen ontworpen is.

In feite zijn er de voorbije jaren al heel wat maatregelen getroffen om urban creaties uit te brengen. Verschillende organisaties en individuen deden een duit in het zakje door bij comités en commissies te pleiten voor de broodnodige fondsen voor streetdancers. Sommige staan zelfs in voor de productie van de shows, en geven artiesten een podium. Jammer genoeg kunnen die laatsten vaak maar één keer optreden, en zijn ze daarna terug bij af. Die situatie heeft verschillende oorzaken, zoals het feit dat men streetdancers heel lang niet ernstig nam. In tegenstelling tot hun hedendaagse en klassieke tegenhangers werden ze niet aanzien als echte dansers. Maar ook institutioneel racisme ligt hier aan de basis. Door de gentrificatie van het genre verbeterde de situatie gaandeweg wat, maar het probleem is nog lang niet van de baan – zeker aangezien de cultuurwereld er conservatieve opvattingen over kunst op nahoudt. Geconfronteerd met die realiteit ontbreekt het de meeste Belgische streetdancers aan ondernemerszin, en dat is meteen een bijkomende verklaring voor het gebrek aan professionalisering in hun vakgebied. Dit is eigenlijk iets dat we in heel België missen. Get Down geeft streetdancers de nodige ondersteuning op het vlak van distributie, maar benadrukt vooral dat ze moeten beginnen investeren in zichzelf in de plaats van te blijven rekenen op de hulp van anderen.

Vanuit het hart

Momenteel vertegenwoordigt Get Down artiesten als Nadine Baboy, Briana Stuart, Lila Magnin, Elena Gambardella en Justine Theizen. Het bureau werkt daarnaast samen met twee gezelschappen (No Way Back en I Am Woman) en een collectief (The Revolutionary). Het doel van het bureau is niet om een gigantische lijst namen onder de vleugels te nemen, maar om artiesten carrièreadvies op maat te geven. De selectiecriteria zijn eerder menselijk dan technisch; de kunstenaars moeten uiteraard getalenteerd zijn en hard willen werken, maar wat vooral doorweegt, is hun waardesysteem. Alle dansers van Get Down hebben iets te vertellen. Ze focussen op sociale cohesie, ze proberen een gedeelde cultuur op te bouwen en de volgende generatie te inspireren. Door thema’s als de jeugd, het systeem of de staat van de wereld te behandelen, herinneren ze ons aan het feit dat dansen zoveel meer is dan entertainment. ‘Ik werd verliefd op hiphop omdat ik er een persoonlijke pijn in kwijt kon, een gevoel van afschuw dat ik nergens anders kon kaderen’, vertelt Max De Boeck van The Revolutionary. ‘Door te dansen kun je tegenslagen van je afzetten en weer rechtkrabbelen als je het moeilijk hebt. Dat is voor mij de kern van hiphop: het is een manier om me te laten horen, vanuit mijn hart en met mijn bewegingen – een manier om dingen te zeggen die ik niet onder woorden krijg.’

“Dat is voor mij de kern van hiphop: het is een manier om me te laten horen, vanuit mijn hart en met mijn bewegingen – een manier om dingen te zeggen die ik niet onder woorden krijg.” Danser Max De Boeck

Het blijft moeilijk om in België te leven van dans, zeker voor streetdancers. Los van het feit dat een kunstenaarsstatuut aanvragen een heuse strijd is, zijn de kansen ook niet dik gezaaid. De meeste dansers ontkomen niet aan lesgeven – meer nog: het is hun enige stabiele bron van inkomsten. Enerzijds verbreden ze zo hun horizon en kweken ze een dikker vel. Anderzijds houdt het hen weg van wat ze het liefste doen. Mogelijke ontsnappingsroutes zijn een dansgezelschap of een non-profit uit de grond stampen, of je geluk in het buitenland beproeven. En hoewel zoiets heel bevredigend is, komen we onvermijdelijk terug uit bij de conclusie dat België niet genoeg in de culturele sector heeft geïnvesteerd. En daar stopt het niet. Het is algemeen geweten dat kunstenaars, ongeacht hun discipline, respect moeten verdienen voordat ze geld kunnen verdienen. Ze krijgen vaak de vraag om gratis te werken in ruil voor veronderstelde visibiliteit. Streetdancers, die met dezelfde realiteit worden geconfronteerd maar zichzelf niet willen verloochenen, lopen kansen mis, gewoon omdat ze weten wat ze waard zijn. Zonder de manier waarop andere dansers hiermee omgaan te willen ondermijnen: als de urban arts van de straat naar het podium verhuizen, zou daar een loonstrookje aan verbonden moeten zijn. Om erkend te worden als professionals, is het cruciaal dat streetdancers economische erkenning krijgen. Al die factoren samen zorgen ervoor dat je een flinke portie ondernemingszin moet hebben om het te maken als professioneel danser. Maar hoe hard je ook werkt, je wordt niet ernstig genomen zolang je jezelf vertegenwoordigt. Get Down biedt een oplossing. Het laat dansers volop focussen op dans, en vormt zo een soort oase in de woestijn.

Hiphop als essentie

Terwijl de dansers de handen uit de mouwen steken, kunnen we niet om de voortdurende evolutie in hiphop heen. Van stationshallen tot studio’s en podia: urban stijlen vermenigvuldigen zich en streetdancers blijven ons verbazen. De kracht van streetdances schuilt juist in het feit dat ze kunst overstijgen en aansluiting zoeken bij wat er in de samenleving gebeurt. Hun waarden veranderen levens. ‘Mijn grootste drijfveer is mannen en vrouwen inspireren om weer aansluiting te vinden bij hun echte identiteit’, vertelt Nadine Baboy. ‘Veel van de problemen op deze planeet gaan terug tot een verkeerd begrip van wie we zijn als individuen. Ik geloof oprecht dat we een beter beeld krijgen van ons doel zodra we ontdekken wie we zijn. Ons gebrek aan zelfkennis maakt ons vaak jaloers op anderen. We voelen ons schuldig en onzeker over onze eigen situatie, we worden jaloers, we maken elkaar af. Het is cruciaal dat we beseffen dat het oké is om te zijn wie we zijn en waar we thuishoren. Er is geen verkeerde plaats, geen foute identiteit. We zouden samen moeten werken naar een doel dat ons allemaal overstijgt. Jammer genoeg leven we in een heel individualistische tijd; we lijken het echt niet te snappen.’

“Mijn grootste drijfveer is mannen en vrouwen inspireren om weer aansluiting te vinden bij hun echte identiteit.” Danseres Nadine Baboy

Als je dit in het achterhoofd houdt, kun je je afvragen waarom de overheid kunst als niet-essentieel beschouwt. Sinds het begin van de pandemie spreekt de doelbewuste stilte over de cultuur boekdelen: kunstenaars zijn geen prioriteit. ‘Het besef dat men ons in de steek laat, roept grote vragen op over onze legitimiteit’, zegt Aurel Zola van The Revolutionary. ‘Sommige kunstenaars hebben nieuwe manieren gevonden om te overleven, anderen hebben van job moeten veranderen. De situatie heeft zonder twijfel een effect op onze mentale gezondheid. Het steekt echt dat de overheid met geen woord rept over kunstenaars en cultuur in het algemeen. Als ze het nu nog tenminste over ons zou hebben – maar zelfs dat doet ze niet. Ze is blind voor onze strijd en reiken ons geen enkel alternatief aan; we maken te weinig winst om relevant te zijn voor de politiek.’

Hoewel alle kunstenaars in hetzelfde schuitje zitten, roepen de hindernissen die specifiek streetdancers moeten overwinnen om een statuut te krijgen wel vragen op. Door de maatregelen tegen de pandemie hebben professionele dansers trainingsmogelijkheden en toegang tot de studio’s, terwijl anderen terug de straat op moeten. Het is niets nieuws onder de zon, maar de huidige situatie zet hun problemen verder op scherp. Voordat je in België als een professionele danser aanzien wordt, heb je getekende contracten nodig, maar al wat er voor hen inzit zijn kleine vergoedingsregelingen (kvr’s). Streetdancers hebben nu meer dan ooit nood aan een structuur zoals Get Down om hen te informeren en te helpen professionaliseren. Het is hoog tijd dat ze hun deel krijgen van het geld dat ze opbrengen, hopelijk zonder aan authenticiteit in te boeten. Dat laatste is wel makkelijker gezegd dan gedaan. Trouw blijven aan de essentie van hiphop en zijn integriteit beschermen is een missie die niemand op z’n eentje tot een goed einde kan brengen. Er is eenheid voor nodig. Er is overdracht voor nodig. Er is lef voor nodig om te beseffen dat het genre krachtig genoeg is om zijn eigen systeem te creëren, om duurzame inkomsten en jobs te genereren zonder dat iemand hoeft te smeken om gehoord te worden. De gentrificatie van de cultuur is niet de enige optie. Zoals iedereen weet, groeien bomen vanuit hun wortels, niet vanuit hun takken.

Terre Riche, Nadine Baboy © Benjamin Denolf

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 9 — 12 minuten

#164

01.06.2021

31.08.2021

Melissa Farah Salvi

Melissa Farah Salvi is schrijver, rapper en hiphopactivist. Ze werkt als communication officer bij Lezarts Urbains. Deze non-profit uit Brussel is actief in het sociaal-artistieke veld van ‘urban cultures’ en hiphop, en coördineert samen met andere partners een brede waaier aan begeleiding en ondersteuning voor ‘urban’ kunstenaars. De organisatie moedigt ook levenslang leren in de culturele sector en de gemeenschap aan, door workshops en denktanks te organiseren in scholen, jeugdcentra, cultuurhuizen, bibliotheken en andere culturele hotspots.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!