Leestijd 2 — 5 minuten

Gelezen

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

“De te volgen politiek moet erin bestaan om, wat er al is weer gezond te maken. Dat zou al heel aardig zijn. Kijk, er zijn op dit ogenblik drie grote gezelschappen en als je nu in vogelvlucht analyseert wat er gebeurd is, dan stel je vast dat er een heel rare microbe heeft toegeslagen, wat ook weer iets te maken heeft met het beleid van jaren terug. Die groepen zijn ziek geworden waardoor er een vlucht ontstond. Men heeft dan getracht die groepen kleiner te maken waardoor ze hun opdracht, als ze die al zouden hebben, niet meer konden vervullen. Ik ben er echt van overtuigd dat de ziekte daar zit. De enige manier om het theater weer gezond te maken bestaat erin om terug grote groepen op te richten, waar dan automatisch interessante mensen op af zouden komen. Op dit ogenblik is er niet een gezelschap dat een repertoire kan spelen omdat ze allemaal veel te klein zijn”.

Jan Decleir in een interview met Marc Kooien, Jan Decleir: leeuw in wolvevacht in CJP-Magazine, november/december 1986

 

“En wat speciaal de lyrische kunst in Vlaanderen betreft: men moet goed weten dat het beneden een bepaald bedrag niet kan! Omdat professionele kunst arbeidsintensief is en blijft. Ofwel beslist men dat een volk en een cultuurautonoom gebied recht hebben op een volledig artistiek instrumentarium, en dan moeten er drie dingen in acht genomen worden:

a) meer subsidiëren in de diepte en minder verstuiving in de breedte;

b) daarom geen acht slaan op het pensenkermisniveau van sommige dorpspolitiekers, voor wie theater of opera alleen een terrein voor politiek dienstbetoon is, maar voor wie schaalvergroting een huiveringwekkend perspectief blijft. Ook in het buitenland hebben de toenadering en de samenwerking tussen twee steden tijd gevergd.

c) de overheid moet haar handtekening onder een notariële akte respecteren, zolang de afspraken niet opgezegd worden. Tegen woordbreuk van de Staat heeft de burger geen verweer, en dat is slecht voor het politiek fatsoen. Quid lege sine moribus…

Ofwel is men van mening dat opera in Vlaanderen niet hoeft, en dan late men het terrein open voor de hoofdstad. Brussel zal dan de overwinnaar zijn van de culturele autonomie.

Alfons Van Impe, Ode aan de uitvoerende kunstenaar in De Scène, 28ste jg., nr. 5 (januari 1987).

 

Vlamingen kunnen Shakespeare spelen. Dit seizoen hebben we twee smeuiige Hamlets uit Vlaanderen op bezoek gehad en een Othello die alles sloeg wat er deze winter op het Nederlandse toneel te zien was. Die voorstellingen hadden soul. , Wat is dat: soul? Tina Turner, the queen of soul, drukte het eens zo uit: “You know, some people don’t know what soul is, ’cause they don’t like the grease. Are you with me?” En, o, wat kreeg ze ons mee, yeah, you tell’em, baby! Het vet, man, de schmiere zoals toneelspelers dat noemen, het dik opgelegde van die grommende lage Bes op de tenorsax, dat willen we horen in de taal en in het spel. De Vlamingen zijn niet bang voor een vet effect, omdat ze weten te doseren en na de lage Bes altijd een luchtig loopje achter de hand hebben, voor ze de diepte weer ingaan. Ze zetten een pianist op het podium achter Othello, laten Hamlet gitaar spelen of nemen – zoals regisseur Sam Bogaerts – plaats achter de drums om de smartlap te begeleiden waarop Who’s afraid of Virginia Woolf tenslotte uitloopt.

Het Nederlands toneel is daarbij vergeleken bleek en zuinig en van: o, je vindt me toch niet belachelijk, schat?

Martin Schouten, Veertiende Macbeth gaat niet verder dan louter mooie plaatjes, in de Volkskrant, 24 januari 1987.

varia
Leestijd 2 — 5 minuten

#17

15.03.1987

14.06.1987

varia