Leestijd 4 — 7 minuten

Fruits of Labor – Miet Warlop

Na Fruits of Labor, de nieuwste creatie van Miet Warlop, kom ik met een dubbel gevoel buiten.

Aan het eindbeeld van de voorstelling ligt dat niet. Dan stijgt uit de licht krankzinnige chaos van het spekgladde podium een werveling op van ritueel wentelende sculpturen en instrumenten. Drie performers zingen elk roerloos op hun eigen elektrisch aangedreven draaischijf, het soort dat je gebruikt om vormen uit gips en klei te draaien. Rond een hoge pin op een andere schijf wond net voordien één van de performers een eindeloos lang lint, tot een vrouwelijk silhouet verschijnt. Tussen hen in tollen rond hun eigen as de slaginstrumenten die voordien in gecontroleerde orde opgesteld stonden. Daartussen leidt een grote witte bal een eigen leven. Objecten als personages, personages die objecten worden – Warlop pur sang dus. Maar als je aandachtig luistert, blijken de haast zoemende stemmen van de performers in de slotsong steeds dezelfde woorden te herhalen: “Is this my world where I belong?” Net dat vraag ik me af na de voorstelling: in hoeverre behoort deze voorstelling toe aan zichzelf?

Aan de mooie cirkelbeweging van begin- naar eindscène ligt het ook niet. Terwijl de toeschouwers hun plaats zochten, stond op een hoge, roterende sokkel Miet Warlop al tentoon in glitterpak met glitterglimlach, een tableau vivant van mediageile opzichtigheid. Eén keer de zaal in concentratiemodus, trekt de stagehand een podiumgroot doek onder Warlops voeten weg om in dezelfde beweging de ritmesectie te onthullen die de voorstelling zal aansturen. Die omschrijvende beweging tussen begin en einde, tussen mens en object, brengt meteen ook een centrale vraagstelling uit het oeuvre van Miet Warlop in beeld: hoe het statische theatraliseren en het theatrale statischer te maken. Met liefst nog een stukje sociale kritiek bovenop.

Al sinds 2004 zet Warlop in op de grens tussen haar eigen discipline – ze volgde aan de Gentse kunstenhogeschool KASK de richting driedimensionale kunst – en scenografie, muziek, en performance. Dat doet ze graag zonder toegevingen. Met kunstenaars als Reggie Watts en Michael Portnoy richtte ze bijvoorbeeld het collectief Alligators op om betere samenwerkingsmogelijkheden te creëren – lees: zonder artistieke compromissen. En toen het haar na het succes van Springville (2009) beklemmend druk werd, zocht ze een ruimte in Berlijn om zich opnieuw te concentreren op haar beeldend werk. Tegelijk ontstond daar Mystery Magnet, een woeste schilderij-installatie met zes performers.

Nadat Miet Warlop in 2014 haar eigen organisatie oprichtte, Irene Wool vzw, vertaalde ze haar nood aan inkeer naar Dragging the Bone, een loepzuivere soloperformance waarin de kunstenares zich als zwijgend orakel een hele voorstelling terugtrekt achter het gordijn van haar lange haar, terwijl ze ongeremd te keer gaat in een onbegrensde, hoogst eigen verbeeldingswereld van acties, poses, beelden, van ter plekke gecreëerde en neergesmakte gipsen sculpturen vol abstracte patronen in stille wit- en grijstinten. De haast militante destructiedrang die ze er opdient als katalysator voor transformatie, ver voorbij de grens waar ieder ander stopt, maakte indruk. Eén geredde scherf ligt sindsdien in mijn blikveld zen te wezen op de vensterbank van mijn werkruimte.

Hier, in Fruits of Labor heeft het transformatieproces moeite om de glitter te ontstijgen. Het podium ligt er gaandeweg zo glibberig bij dat de grond onder de voeten van de performers dreigt weg te schuiven. Letterlijk en figuurlijk.

Warlop creëert graag een podiumomgeving waarin ze het ontbreken van een narratief compenseert met humor, en waar ze (een gedeeld) ritme installeert om de toeschouwer tot aandacht te verleiden. Humor en ritme neemt ze serieus als middel om speelruimte te krijgen voor het hardere werk, zo geeft ze aan in interviews. In Fruits of Labor voert ze die premisse een stap verder, naar een hip, concertant comedy format met naast Warlop zelf drummer Tim Coenen, zanger/gitarist Joppe Tanghe, muzikant/rasacteur Wietse Tanghe, en Seppe Cosyns in de rol van sturende stagehand. De acteerstijl is extravert, de humor alomtegenwoordig, terwijl bovenop het inherente dramaturgische ritme de drums voluit gaan. Het glijmiddel is hier opgewaardeerd tot centrale actor en katalysator van betekenislagen.

Even lijkt dat goed te gaan: Seppe Cosyns die bij het begin van Fruits of Labor het reusachtige doek wegtrekt en in beeldentaal de kernrol van drums, gitaren en cimbalen uitlicht, de muzikanten die meteen loos gaan op hun instrumenten om vervolgens in een intrigerende slow motion te verglijden, Miet Warlop die in een omschrijvende beweging rond de muzikanten heen cirkelt terwijl ze met een wierookfakkel de ruimte ritueel inwijdt. Er ontstaat iets.

Maar tegen het einde van de voorstelling, als Joppe Tanghe al zijn charmes ontplooid heeft en onze toeschouwersharten verovert met zijn cover van Unchained Melody (I’ve hungered for your touch/ I need your love) – lijkt het ook dat geworden: hoever moet je gaan om een publiek mee te krijgen? Hoe snel, hoe grappig, hoe luid, hoe licht? Alsof de performers zich dezelfde vraag stellen, passeren op het moment dat het publiek gaat meesmachten, tussen hen in real time blikken en glimlachjes. Is er meer ondergesneeuwd geraakt dan ze zelf wilden?

In Fruits of Labor wordt zo hard gespeeld dat de muziek verloren dreigt te gaan. Te weinig rust, te weinig inkeer, geen ruimte voor reflectie. Goed, de humor en het ritme missen hun uitwerking niet: we krijgen bijzonder aanstekelijk podiumwerk, en een publiek dat enthousiast en opgeladen buitengaat, met naast een aantal mooie vondsten ook een bijzonder knappe geluidstechniek – maar er is heel wat nodig om doorheen de snelle opeenvolging van riffs, sketches en overgangen, van overacting en meezingers nog diepgang te ontwaren. De extravertie gaat in overkill.

Het goede nieuws is dat enkele dagen na de première de regie al strakker was, de versterkers lager stonden, en schoonheid bovendreef. Over een half jaar wil ik Fruits of Labor een derde keer zien, dat staat genoteerd.

Gezien op 19 en 21 mei in Zinnema, Brussel in het kader van het Kunstenfestivaldesarts

www.mietwarlop.com

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#144

15.03.2016

14.06.2016

Lieve Dierckx

Lieve Dierckx is vertaler en theaterwetenschapper. Ze schrijft freelance over dans en podiumkunsten voor verschillende magazines, huizen en choreografen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!