Mark Hermans

Leestijd 3 — 6 minuten

Fernand Crommelynck, Frans en Vlaams

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

Fernand Crommelynck (°1886-1970) is de belangrijkste Belgische toneelauteur uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Zijn werk verwekte schandaal en lokte ontelbare controverses uit.

Dat hij een hele generatie toneelauteurs zoals Giraudoux, Anouilh, Sartre en Audiberti grondig beïnvloed heeft, staat buiten twijfel. Maar wat doe je met die fraaie vaststellingen als men je vraagt naar de actualiteit van Crommelynck te peilen? Helemaal niets. In het Nederlandse taalgebied is Fernand Crommelynck en zijn werk volslagen onbekend.

Bij mijn weten dateert de laatste opvoering van zijn bekendste stuk in Vlaanderen van 1967: Le Cocu Magnifique werd toen door het Nederlands Toneel Gent in de regie van Paul Anrieu en de vertaling van Georges Van Vrekhem onder de titel De Horens van de Haan gespeeld. Enkele jaren later, in 1971, zou Hugo Claus in Amsterdam een poging doen om Crommelyncks Chaud et Froid, een Pirandelliaans, maar vooral anti-fascistisch (1934!!) stuk, aan het Nederlandse publiek te presenteren, met een opvoering door de Nederlandse Comedie in Claus’ eigen regie en vertaling. Sindsdien zie ik op de affiches van onze officiële, semi-officiële en off-off schouwburgen de naam van Crommelynck niet meer verschijnen.

Dat een vierderangsfiguur als Michel de Ghelderode het blijkbaar wel doet, maakt deze overweging nog pijnlijker en op zijn minst bevreemdend.

In het begin van dit jaar werd te Brussel in het Paleis voor Schone Kunsten een internationaal colloquium gehouden rond het thema Fernand Crommelynck op de scène. Behalve een tentoonstelling en een aantal referaten door een hele reeks buitenlandse specialisten, was er ook een debat georganiseerd over de actualiteit van Fernand Crommelynck. Drie Franstaligen, Jacques De Decker, Paul Anrieu en Henri Ronse, de Fransschrijvende Vlaming Paul Willems en een Vlaming (ondergetekende) maakten deel uit van het panel.

Maar eerst nog dit: ik heb nooit begrepen waarom internationale colloquia moeten verlopen in een sfeer van pedante ernst, wetenschappelijk verantwoorde schoolmeesterachtigheid, en vooral gekenmerkt worden door een totaal gebrek aan humor. In alle stukken van Crommelynck klinkt een luide schaterlach, viert de zwarte, levensnoodzakelijke humor hoogtij. Wie Crommelynck ooit ontmoette, vergeet nooit die sprankelende ogen, die sardonische lach. En bedenk dat deze man zich zeer onbehaaglijk zou gevoeld hebben in die Madame Tussaud-achtige forums.

Dat in tegenstelling met het Franse taalgebied Crommelynck niet meer aan bod komt in de Nederlanden heeft verschillende oorzaken. (En er mag meteen bijgevoegd worden dat hij nog slechts sporadisch gespeeld wordt in een of ander Oosteuropees land.)

Een belangrijke oorzaak is dat de hoofdpersonages in Crommelyncks stukken figuren zijn waarvan wij de heilige overtuiging, de vervoering, de bezetenheid, de passie tot aan de waanzin, tot in het absurde, het streven naar perfectie, naar zuiverheid niet meer aanvaarden. Alleszins toch niet in het kader en het gegeven waarin de auteur die personen plaatst. En niet op een scène. Verpakt in een of andere historische context lijkt dit nog te slikken. Of in een film.

Bovendien heeft het theater van Crommelynck een uitgesproken seksueel en erotisch karakter. En dat was tot voor kort in het Nederlandse taalgebied een “ietwat moeilijk te benaderen aspect van het menselijk gegeven” (sic). In 1967 moest regisseur Paul Anrieu zich nog verantwoorden én voor de raad van beheer van het NTG én voor de politiecommissaris omdat een van de hoofdpersonages in Le Cocu Magnifique op een gegeven ogenblik haar borst liet zien.

Maar een tweede oorzaak die onverbrekelijk verbonden is met de eerste, is het taalgebruik van Fernand Crommelynck. De Franstalige regisseur Henri Ronse stelde tijdens het panelgesprek dat de hoofdpersonen in Crommelyncks “tragi-comédies” een “langage exalté” gebruiken waarvan hij de kracht, poëzie en dramatische geladenheid roemde. Terecht. Maar het is precies dat woordgebruik dat een hertaling van Crommelyncks stukken zo aartsmoeilijk maakt. Zijn stukken lijken ontstaan in een sfeer van spontane creativiteit, een wervelende storm van situaties en woorden die in één geut op papier en op de scène worden gesmeten.

Neem je enige afstand, dan merk je al vlug hoe precies, subtiel en geraffineerd Crommelynck de taal hanteert. Hoe Frans en hoe Vlaams hij is. In een van de zeldzame beschouwingen die onlangs in het Nederlands over Crommelynck gepubliceerd werden, noteert Roger Vandenbrande (K&Cmagazine 03/87): ‘Hoewel Chaud et Froid ooit in een versie van Hugo Claus werd opgevoerd, heb ik nog geen Crommelynck in het Nederlands zien spelen en ik ben benieuwd wat er dan zou gebeuren met die spanning tussen de Franse taal en die Vlaamse muziek. Juist gespeeld, moet een stuk van Crommelynck als een vuistslag aankomen, want zelden wordt op de planken een dergelijk paroxisme bereikt”.

Men heeft tijdens het colloquium te Brussel verwezen naar het expressionisme en Crommelynck hiermee voortdurend in verband gebracht. Het zou misschien eens nuttig kunnen zijn na te gaan in hoeverre het paroxisme bij Crommelynck niet meer affiniteit heeft met het surrealisme.

En dan kun je opnieuw maar vaststellen dat ook het surrealisme in grote mate aan Vlaanderen en Nederland is voorbijgegaan.

Crommelynck door een Vlaams gezelschap? Zeer graag. Het is een auteur van wereldformaat. Ik ken een regisseur die zijn tanden zet in de meest gecompliceerde en hermetische stukken. Hij loopt al twintig jaar rond met de idee (obsessie?) om een Crommelynck te monteren. Vreemd.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

Mark Hermans

artikel